Vincent Karremans, demissionair minister van Economische Zaken, zegt donderdag de Nexperia-rel met China als ‘een wake-upcall’ te beschouwen. Voor Europa en het Westen, zo klinkt het in de Britse krant The Guardian. En dan vooral vanwege het risico op volledige afhankelijkheid van China.
Daarom heeft hij eind september de controle over Nexperia gegrepen. Waarop een furieus China de export van afgewerkte chips blokkeerde. Karremans haalt inmiddels opgelucht adem nu de levering van afgewerkte chips weer op gang komt vanuit China.
Lees ook ons profiel: Stemmenkanon Vincent Karremans zit bij Economische Zaken op zijn plek: ‘Hij wil alles uit het leven halen’
Hij noemt dat een ‘oplossing voor de korte termijn’. Hij laat de krant ook weten, dat hij met de kennis van vandaag, ‘precies hetzelfde gedaan zou hebben’. Wanneer de aanvoer inderdaad op gang is, en het ernaar uitziet dat dit zo blijft, worden nieuwe stappen gezet om het conflict op te lossen.
Wat die oplossing ook wordt, nu al zijn er uit deze case belangrijke lessen te leren. Dit zijn er alvast vijf.
#1 Meer kennis over China delen
De Chinese tactiek is al jaren hetzelfde geweest. Europese bedrijven overnemen en ze intact laten, zegt Sanne van der Lugt, China-expert aan het Leiden Asia Centre. ‘Ze willen ervan leren en zien wat ze ervan mee kunnen nemen naar China.’
Dat leren komt ze bij de rel over Nexperia goed van pas, ziet ze. ‘China kent onze bedrijven en onze structuren zoveel beter dan dat wij China kennen. Als ze het niet eens zijn met een beslissing, zoals nu bij Nexperia, dan weten ze waar de meeste pijn zit en waar het hardst wordt geschreeuwd om onze overheid op andere gedachten te brengen.’
De meeste pijn zit in dit geval bij de Europese auto-industrie, die hard wordt geraakt door de Chinese blokkade van Nexperia-chips. Die fabrikanten schreeuwen dan ook moord en brand. Inmiddels mogen zij zich melden bij Nexperia China. Die zal de meest wanhopige producenten chips leveren.
Op zoek naar de achilleshiel
‘China positioneert zich op deze manier als een verantwoordelijke grootmacht die op zoek is naar oplossingen’, ziet Van der Lugt. Nederland krijgt ondertussen de schuld van het verstoren van de wereldwijde keten.
Van der Lugt vindt dat er veel meer gedaan moet worden om de kennis die in het bedrijfsleven en andere instellingen zit bij de overheid te krijgen. ‘Wij hebben geen overzicht van de achilleshiel van China. Dat kan een totaal andere sector zijn dan chips. Maar wij weten niet waar we een sterke positie hebben, en hoe we die tactisch kunnen uitspelen.’
‘Het strategisch denken, het in stappen kunnen denken en dat hele overzicht hebben, daar moet heel hard aan worden gewerkt.’
Lees ook: Chipoorlog aan de Waal: waarom Nederland keihard ingrijpt bij Nexperia
#2 Nederland zal ‘nee’ moeten gaan zeggen
Frans-Paul van der Putten, geopolitiek analist en eigenaar van ChinaGeopolitics, vindt dat er met Nexperia een grens is bereikt voor ons land. Nederland heeft belangrijke, interessante, strategisch relevante technologiebedrijven. Die zijn relevant voor de VS en voor China, geeft hij aan.
Beide grootmachten, die steeds meer kemphanen worden, willen dus iets van Nederland. Tot Nexperia was het nog mogelijk om te proberen een soort tussenweg daarin te vinden. Om te proberen de schade te beperken en iedereen te vriend te houden om de Nederlandse industrie te beschermen.
‘Dat combineren van de verschillende belangen lukt nu niet meer. Het punt is bereikt dat er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Daar is Nederland niet zo goed in, bovendien is het ook niet zo gunstig voor ons land. Als je kiest, dan levert dat altijd schade op.’
Groot strategisch belang
Welke keuzes moeten er gemaakt worden? Op welke punten gaat Nederland ‘nee’ zeggen tegen de VS en ‘nee’ tegen China? Daar moet goed over nagedacht worden. Wat zijn de kernbelangen, en waar wordt toegegeven en waar niet, liefst in een breed Europees verband.
‘De economische en technologische relatie met China, daar heeft Europa een groot strategisch belang bij. Niet in de zin van dat daar alles nu oké is, er zijn veel problemen in relatie met China. Maar de zelfstandigheid om daarover te beslissen, moet bij Europa liggen en niet voor een groot deel in Washington.’
En dus ook niet bij individuele politici, zoals een minister van Economische Zaken bijvoorbeeld? ‘Nee, het moet onderdeel zijn van een strategisch langetermijnbeleid, zodat je niet in paniek raakt als er een plotselinge crisis is. Je moet dergelijke beslissingen in een groter verhaal kunnen inpassen.’
#3 Onafhankelijkheid kost geld
De productie van standaardchips omvat drie fases: het ontwerp, het maken van wafers en daar de nodige structuren op zetten, gevolgd door assemblage, testen en verpakken. Aan eenvoudige chips valt nog weinig te ontwerpen.
De focus van Nexperia in Europa is dus op het maken van de wafers. Dat gebeurt in fabrieken in het VK en in Duitsland. Het laatste stuk, assembleren, testen en verpakken zit in Azië. Voor Nexperia zit de grootste brok daarvan in de Chinese fabrieken, zo’n 70 procent.
Niks bijzonders, de hele keten voor semiconductors is globaal geoptimaliseerd. Covid, de oplopende geopolitieke spanningen tussen China en de VS en het recentere uit elkaar groeien van de VS en Europa maken daar nu een einde aan. Die keten wordt steeds verder ontkoppeld. Elke regio wil zelfvoorzienend worden, inclusief China en Europa.
Nieuwe draai
Daarbij wil de VS vooral de technologische ontwikkeling van China blokkeren. Met het opleggen van allerhande exportbeperkingen voor de meest geavanceerde chips en machines. Op dat vlak is vooral ASML in het nieuws geweest. ‘De case met Nexperia zorgt wel voor een heel nieuwe draai in het verhaal’, merkt Van der Putten op.
‘Het is niet omdat het in China efficiënter en goedkoper kan, dat je alles alleen maar in China moet laten maken. Er is de laatste jaren vooral interesse geweest voor de leveringszekerheid van geavanceerde chips, maar ook voor eenvoudigere chips moeten we kunnen terugvallen op andere locaties binnen en buiten Europa. Juist omdat daar zoveel producenten afhankelijk van zijn.’
Dat is nu ook pijnlijk duidelijk geworden bij Nexperia. Daarom moet ook de laatste stap van het produceren van chips – assembleren, testen en verpakken – terugkomen naar Europa, sluit Van der Lugt aan. Het lijkt zo eenvoudig en goedkoop om deze stap te outsourcen, maar China heeft in de rel met Nexperia wel heel gemakkelijk de export van chips kunnen blokkeren.
ASML breidt uit
‘Dat heen en weer sturen kan dus beter stoppen. Maar dan moet Europa ook accepteren dat je voor die onafhankelijkheid meer moet betalen. Dankzij Nexperia is daar nu ook een echte businesscase voor.’
ASML is inmiddels bezig om die back-end machines toe te voegen aan het assortiment. Lithografiemachines die ook toepassingen hebben voor het verpakken van chips. Niet van het eenvoudige soort, wel zeer geavanceerde machines. Het bedrijf noemt dat een strategische stap in de uitbreiding van de keten. Het zou ook een teken aan de wand genoemd kunnen worden.
Lees ook: China’s greep op kritieke grondstoffen bedreigt wereldwijde energiezekerheid
#4 Vrije marktwerking is voor koplopers
China heeft een enorme industrie opgebouwd: Huawei, Haier en Byd leveren allemaal complete producten voor (Europese) consumenten. Een aantal van deze grootmachten (Alibaba, Tencent en Byd) ontwerpen inmiddels hun eigen chips.
Bij deze dynamiek horen ook onderzoeksinstellingen die een massa talent aantrekken. Heel wat van dat Chinese talent heeft ervaring opgedaan in het buitenland, vooral in de VS. De Chinese overheid smijt bovendien al tientallen jaren met miljarden aan staatsteun voor chips. Daardoor bloeien ook startups en scaleups.
Zo ontstaan steeds sterkere ecosystemen. Het gevolg van al deze ontwikkelingen wordt geschetst in het rapport Europe’s Strategic Technology Autonomy from China: ‘Europa zal steeds vaker niet alleen worden geconfronteerd met eindproducten die in China zijn geassembleerd, maar ook met chips die in China zijn ontworpen en die de kern vormen van deze producten.’
Vicieuze cirkel
Het is een vicieuze cirkel die tegen 2030 zal leiden tot meer afhankelijkheid van China voor chips, in plaats van minder, voorspellen de auteurs van het Europese onderzoeksconsortium Digital Power China.
Van der Lugt, die ook aan dit consortium deelneemt, wijst erop dat er een mentaliteitsverandering nodig is. Dat Europa zichzelf meer moet gaan beschermen. Als er Europees geen industriepolitiek wordt opgetuigd, ‘worden onze markten straks ook overspoeld door hoogwaardige concurrentie vanuit China.’
Europa heeft altijd vastgehouden aan de vrije marktwerking, maar de tijden zijn veranderd. ‘Die vrije marktwerking was ontzettend fijn toen onze bedrijven konden concurreren met alle bedrijven wereldwijd. We komen er nu achter dat die vrije marktwerking niet gunstig is wanneer je die concurrentie niet aankan.’
Concurrentiepositie verliezen
Europa moet de grenzen dus gaan sluiten? ‘Nee, juist meer strategisch gaan samenwerken met het doel om daar sterker uit te komen. Dat kan bijvoorbeeld door joint ventures af te dwingen in ruil voor toegang tot de Europese markt.’
‘Het betekent ook dat je vooruitdenkt. Dat je weet dat zodra een Nederlands bedrijf zijn concurrentiepositie verliest op de Chinese markt, het bedrijf deze Chinese concurrent ook op de wereldmarkt zal treffen als sterke concurrent.’
‘Wat kan bijvoorbeeld Philips nu al doen om zijn marktpositie in MRI-scanners in het mondiale Zuiden te versterken met de zekerheid dat het sterke concurrentie van het Chinese United Imaging kan verwachten?’
Alleen maar defensief reageren, vindt ook Van der Putten te beperkt. ‘Dat moet onderdeel zijn van een goede strategie. Daar kunnen defensieve elementen in zitten, maar niet te veel. De wereld is groter dan Europa en China. Als je de markt te ver afschermt, ben je ook in heel veel andere landen steeds minder in staat om te concurreren met Chinese producten.’
#5 Maak het China gemakkelijker
‘Wanneer de Chinezen zich ertoe zetten, dan kunnen ze die chips van Nexperia in korte tijd volledig namaken’, weet Van der Lugt. De capaciteiten daarvoor zijn al in huis, maar de Europese productiecapaciteit en kwaliteit van de wafers ligt hoger. Zolang er geen problemen met de levering waren, woog het gemak zwaarder.
‘China heeft op zoveel fronten voor zichzelf hoge ambities gelegd, dat het van een aantal dingen zegt: dat loopt al goed, dat is niet zo strategisch, dus dat halen we wel uit Europa.’ Dat kan dus ook zo veranderen.
‘Het lijkt ons soms te verbazen, maar uiteindelijk zijn Chinese bedrijven net Europese bedrijven. Ook zij maken rationele zakelijke keuzes. Pas toen de levering vanuit Europa stopte, was er een businesscase voor de langzamere Chinese producenten van wafers.’
‘Zij krijgen door de toegenomen vraag nu meer feedback van gebruikers en halen meer geld binnen voor innovatie. Door de levering vanuit Nederland stop te zetten, hebben Chinese producenten een inhaalslag kunnen maken.’
Motivatie neemt toe
Daarin worden ze flink gesteund door de overheid, zo blijkt uit het vorige maand gepubliceerde nieuwe vijfjarenplan van China. De halfgeleiderindustrie wordt daarbij expliciet genoemd als kerntechnologie. Nu doen de exportbeperkingen misschien nog pijn, maar daardoor neemt de motivatie wel toe. Het doel is om het Westen in te halen in de komende vijf tot tien jaar.
De kans is groter dat China ook op dit gebied zonder Europa kan, dan Europa zonder China, vult Van der Putten aan. ‘Als Europese technologie niet snel of misschien zelfs helemaal niet vervangen kan worden, dan zullen er in China wel andere technologieën worden gecreëerd om die gaten in te vullen.’
De komende jaren zal het land investeren in zelfredzaamheid en tegelijkertijd blijven inzetten op de voordelen van een globale keten. Om daar pragmatisch op in te spelen zou Europa meer samenwerkingsverbanden moeten aangaan met Chinese bedrijven.
Ook zou Europa het China juist gemakkelijker moeten maken om chiptechnologie te importeren, inclusief de meest geavanceerde. Van der Putten vindt dat zelfs ASML ook sommige meer geavanceerde machines gewoon aan China zou moeten kunnen leveren. ‘Je moet streven naar evenwicht, naar een situatie waarin China ook afhankelijk blijft van ons.’



