Het was niet helemaal waar, maar toch twitterde Donald Trump in november 2019 dat hij een nieuwe Apple-fabriek had geopend in Texas. De fabriek zou ‘goedbetaalde banen terughalen naar Amerika’. In werkelijkheid bezocht de Amerikaanse president die dag een vestiging van Flex, een Apple-toeleverancier die al zes jaar worstelde om een handjevol computers in de VS te fabriceren.
‘Als je in China een nieuw type schroefje nodig hebt, is het een kwestie van één belletje en liggen er de volgende dag duizend klaar. In Texas moeten we er twee maanden op wachten’, vertelt een productie-expert aan Patrick McGee in diens boek Apple in China.
DeFinancial Times-journalist sprak de afgelopen jaren tientallen bestuurders en techneuten van Apple en legt de vinger op een zere plek: het meest winstgevende Amerikaanse bedrijf heeft China per ongeluk de sleutels gegeven tot technologische werelddominantie.
Het verhaal van die fatale omhelzing begint twee decennia eerder, als Apple bijna failliet is en wanhopig op zoek gaat naar goedkope productiemogelijkheden.
De verleiding van Foxconn
Eind jaren negentig staat Apple op omvallen. Mede-oprichter Steve Jobs keert terug als topman en redt zijn bedrijf met de transparante iMac, ontworpen door Jony Ive. Maar die bolle vorm blijkt vrijwel onmogelijk om te fabriceren.
Het Koreaanse LG helpt Apple uit de brand, maar dan meldt zich de Taiwanese elektronicafirma Foxconn. Oprichter Terry Gou verleidt Apple met een onweerstaanbaar aanbod: hij schiet alle vaste productiekosten voor. Apple hoeft alleen onderdelen te betalen.
Foxconn maakt indruk met zijn tempo. In China stampt het bedrijf in drie maanden een fabriek uit de grond, compleet met machines, tienduizenden werknemers en een productielijn die kant-en-klare iMacs, MacBooks en iPods uitspuwt. Na 2007 rolt ook de iPhone van de band.

Apple koopt sinds zijn wederopstanding vaak voor honderden miljoenen dollars peperdure machines en plaatst die bij toeleveranciers. Zodra het weer van leverancier wil wisselen – om kosten te besparen – verhuizen alle machines naar een andere fabriek. Zo knijpt Apple zijn productieketen uit. Vanwege de grote opdrachten en Apple’s knowhow wil iedereen het bedrijf toch graag als klant.
Het Chinese Marshall-plan
In sommige jaren investeert Apple wel 55 miljard dollar in China. McGee vergelijkt het met het Marshall-plan, waarmee de VS na de Tweede Wereldoorlog Europa op de been hielp. Volgens interne documenten die McGee in handen kreeg, overtrof Apples jaarlijkse investering in 2015 het totale bedrag dat de Biden-regering later zou uittrekken voor het stimuleren van de Amerikaanse chipproductie.
Maar Apple gebruikt de Chinese fabrieken niet voor standaardproductie. Het bedrijf houdt vast aan zijn zelfbedachte, afwijkende ontwerpen en leert toeleveranciers de trucs om ze massaal te produceren. Apple ziet de fabrieken als ‘armen en benen’, beschrijft McGee. Outsourcing kun je het niet noemen, eerder het uitlenen van kennis.
De beste experts vliegen naar China om problemen op te lossen. United Airlines past zijn vluchtschema’s aan, zodat Apple-medewerkers zonder overstap kunnen reizen. Het bedrijf koopt dagelijks meer dan vijftig businessclass-stoelen op deze vluchten.
Tijdens corona vliegen ze met privéjets. Er zijn dertien stoelen aan boord, maar voor het comfort gaan slechts zes passagiers mee. ‘We zijn tenslotte Apple’, zegt een medewerker tegen McGee.
De leerling wordt de meester
Apples eigen schatting is dat het sinds 2008 ongeveer 28 miljoen Chinese arbeiders heeft opgeleid – meer dan de complete beroepsbevolking van Californië. Maar er gebeurde iets wat Apple niet had voorzien. Het bedrijf had een regel ingesteld dat toeleveranciers niet meer dan 50 procent van hun omzet bij Apple mochten halen. Te grote afhankelijkheid kon problemen opleveren als Apple van koers wijzigde.
‘Hoe snel we ook groeien, zij moeten net zo hard groeien met iemand anders’, legt een Apple-topman uit aan McGee. Dus terwijl de iPhone-verkopen door het dak gingen, moedigde Apple zijn Chinese toeleveranciers aan om ook de Android-markt te bedienen. Het resultaat: Apple gaf per ongeluk geboorte aan de Chinese smartphone-industrie.
In 2009 werd de meerderheid van de smartphones in China nog gemaakt door Nokia, Samsung, HTC en BlackBerry. Maar doordat Apple aan de keten leerde hoe ze aanraakschermen moesten perfectioneren en de duizend componenten in de iPhone moesten maken, namen Apples toeleveranciers deze kennis mee naar Chinese bedrijven als Huawei, Xiaomi, Vivo en Oppo.
Het lokale marktaandeel van Chinese merken groeide explosief: van 10 procent in 2009 naar 74 procent in 2014. ‘Het is geen overdrijving om te zeggen dat de iPhone Nokia niet heeft gedood’, schrijft McGee. ‘Chinese imitators van de iPhone deden dat. En die imitaties waren zo goed omdat Apple al hun toeleveranciers had getraind.’
De rode toeleveringsketen
Chinese recruiters wachtten in de parkeergarages om talentvolle medewerkers weg te kapen. ‘Wat weet je? Vertel ons alles wat je weet!’, zeiden ze volgens techneuten van Apple. Ze overhandigden cheques met het dubbele salaris. Bedrijven schermden er zelfs mee in hun marketingmateriaal: ‘We hebben zoveel mensen met Apple-ervaring in ons team.’
In 2019 werd Huawei wereldwijd groter dan Apple. Het Chinese merk verkocht 238,5 miljoen telefoons, meer dan Apple ooit in één jaar had verkocht. De leerling was meester geworden.
Ironisch genoeg redde Donald Trump vervolgens Apple in China door Huawei met sancties te treffen vanwege vermeende spionage. Huawei kon daardoor niet meer over de laatste technologie beschikken en zijn marktaandeel in China kelderde van 29 naar 7 procent. Apple vulde het gat en verdubbelde bijna zijn Chinese marktaandeel.
Maar de kennisoverdracht van Apple naar China beperkte zich niet tot smartphones. Een Apple-ingenieur vertelt McGee hoe het bedrijf elk jaar nieuwe productietechnologie zocht. ‘Als de huidige machines in Azië niet genoeg waren, ging het team naar Europa of Japan. Ze vonden speciale machines in de horloge- en sieradenindustrie in Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk, en probeerden die aan te passen voor het maken van een iPhone of iPad.’
Tesla als volgende slachtoffer
China paste dezelfde strategie toe bij Tesla. In 2018 mocht Tesla als eerste buitenlandse autofabrikant een fabriek bouwen zonder Chinese partner – een ogenschijnlijk cadeautje van de overheid. Maar China handelde uit eigenbelang. Het land had decennia gewerkt met buitenlandse automerken via joint ventures, maar geen enkel Chinees automerk was erin geslaagd internationaal concurrerend genoeg te worden.
Elektrische auto’s veranderden het spel. De Chinese overheid noemde het het ‘meervaleffect’: zoals een meerval tussen de sardines de hele school alert houdt, zou Tesla de Chinese EV-industrie wakker schudden. En het werkte. Het aandeel elektrische auto’s in China steeg van 5 procent in 2019 naar 38 procent in 2023.

‘Een elektrische auto is eigenlijk een smartphone op wielen’, zegt een voormalig Tesla-manager tegen McGee. ‘Tesla kijkt met verbazing naar hoe degelijk en efficiënt Chinese elektrische auto’s gebouwd worden.’ Net als Apple werkte Tesla intensief met Chinese toeleveranciers, die vervolgens hun kennis gebruikten voor Chinese merken als BYD.
Lees ook: Hoe een weeskind van het Chinese platteland Tesla-rivaal BYD uit de grond stampte
Militaire toepassingen
Wat McGee vooral verontrust, is hoe deze technologie ook militaire toepassingen vindt.
De kennis die China opdeed, gaat veel verder dan alleen assemblage. Apple leerde Chinese fabrieken hoe ze kwaliteitscontrole moesten uitvoeren met ongekende precisie. Voor de iPhone gebruikte Apple twee derde van de productielijn voor testen en validatie – een ongehoord idee destijds. Een Nokia-ingenieur die bij Foxconn werkte, herinnert zich zijn verbazing: Nokia had één teststation voor telefoons. Apple had er vijftig.
Deze obsessie met kwaliteit en precisie vindt nu zijn weg naar Chinese defensietechnologie. Dezelfde fabrieken die geleerd hebben om miljoenen identieke iPhones te maken, passen deze technieken toe op drones en andere militaire hardware. Het verschil tussen consumentenelektronica en militaire technologie blijkt kleiner dan gedacht.
‘We schonken ze het vuur’, zegt een Apple-executive tegen McGee, verwijzend naar de Griekse mythe van Prometheus. China had decennia geprobeerd het Westen in te halen via spionage en diefstal. Maar hier was Amerika’s beroemdste techbedrijf dat vrijwillig zijn kennis overhandigde.
De draak in driedelig pak
De cijfers zijn verbijsterend. Het aantal Chinese toeleveranciers op Apples lijst groeide van zestien in 2012 naar 51 in 2021. Van de tweehonderd belangrijkste toeleveranciers hebben er nu 151 een productiebasis in China. Luxshare, ooit een kleine kabelleverancier, groeide van 81 miljoen dollar omzet in 2009 naar 32 miljard in 2023 – grotendeels dankzij Apple.
McGee beschrijft ook in zijn boek hoe Apple leerde opereren in China’s communistisch-kapitalistische systeem, ‘een draak in driedelig pak’. Onderhandelen met de Chinese overheden gaat omzichtig. Ze leggen regels op waaraan Apple onmogelijk kan voldoen, zoals het beperken van het aandeel parttime fabrieksmedewerkers tot 10 procent. Voor Apple is dat onhaalbaar; in de weken voor een iPhone-introductie verdubbelt het aantal medewerkers vaak.
Zo wordt Apple tot ‘vrijwillige’ concessies gedwongen. Geen VPN-apps meer in de Chinese appstore, zodat buitenlandse websites niet te lezen zijn. Beperktere beveiliging voor Chinese Apple-gebruikers, waardoor de staat hen makkelijker kan bespioneren. Apples data van Chinese gebruikers moeten in China blijven, en mag niet in Amerika belanden.
Een existentieel risico
McGee concludeert dat Apple een existentieel risico heeft gecreëerd – niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele westerse wereld. Het bedrijf is zo verstrengeld met China dat loskomen vrijwel onmogelijk is. Pogingen om productie naar India te verplaatsen, stuiten op problemen: India mist de infrastructuur, de arbeidscultuur en het ecosysteem van gespecialiseerde toeleveranciers.
‘Als je in China robotlassers nodig hebt, kun je kiezen uit tientallen bedrijven die de volgende dag klaarstaan’, legt een consultant uit. ‘Dat bestaat nergens anders.’ China biedt niet simpelweg arbeid, maar een compleet ecosysteem van processen dat in twee decennia is ontwikkeld.
Die positie geeft het land van president Xi Jinping ongekende macht. China is leidend op het gebied van smartphones, elektrische auto’s, drones en steeds meer hightechsectoren. Op het gebied van AI en chips loopt het Westen nog voor, maar experts verwachten dat het een kwestie van tijd is voordat China ons inhaalt.
De conclusie van McGee is onthutsend: het meest winstgevende Amerikaanse bedrijf heeft China per ongeluk de sleutels gegeven tot technologische werelddominantie. Apple wilde goedkoop produceren, China kreeg er een complete hightechindustrie voor terug.
In Apple in China laat Patrick McGee zien hoe het Amerikaanse techbedrijf op grote schaal investeerde in Chinese fabrieken. Zo kreeg China onbedoeld de kennis om nu zelf smartphones, elektrische auto’s en militaire drones te maken die het Westen overtreffen.




