Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Kyocera Mita

Eind 2009 werd Kyocera Mita gekozen tot beste ICT-serviceprovider. Daarmee had Etienne Hendriks zijn doel bereikt. Maar de general manager van Kyocera Mita Nederland wil dat zijn organisatie zich blijft verbeteren. “We willen een vaste plek hoog in het linkerrijtje.”
Bij zijn aantreden begin 2007 had Etienne Hendriks, general manager van Kyocera Mita Nederland, een duidelijke missie. Hij wilde dat zijn organisatie in 2009 de beste serviceprovider op het gebied van office document solutions zou zijn. Eind 2009 publiceerde Management Team de resultaten van een jaarlijks onderzoek van TNS/NIPO. Voor Kyocera Mita betekenden die: missie volbracht! Want naar het oordeel van de ruim 3400 ondervraagde managers biedt Kyocera Mita de beste service van alle ICT-leveranciers in Nederland. “Ik ben trots op dit resultaat”, verklaart Hendriks, “en op het proces dat hiertoe geleid heeft. Als Nederlandse verkooporganisatie van een Japanse fabrikant maken we bewust gebruik van de Japanse verbeteraanpak Kaizen, oftewel voortdurende verbetering. Dat betekent dat we een geleidelijke, stap-voor-stap-aanpak hebben gevolgd, waarbij al onze medewerkers voortdurend alert waren op mogelijke verbeterpunten.” Dat Kyocera Mita op die manier beste serviceprovider is geworden, is voor Hendriks een aansporing om door te gaan en de organisatie te blijven verbeteren. Dat streven heeft hij inmiddels vormgegeven in een nieuwe missie. Hendriks: “Die luidt dat we zakelijke klanten in Nederland volledig willen ontzorgen door het leveren van printoplossingen die kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit garanderen.”

Analyse

Om dat ontzorgen te illustreren, vertelt Hendriks over de Managed Document Services die Kyocera Mita sinds begin dit jaar levert. “Hiermee analyseren we iedere drie maanden welke afdrukeenheden een organisatie gebruikt, welke medewerkers daar gebruik van maken en in welke volumes. Op basis van de printkosten per printer en het gebruik kunnen we een advies geven voor aanpassingen in het printerpark. Desgewenst implementeren we die adviezen ook”, legt Hendriks uit. Regelmatige analyse van het printergebruik is nodig omdat organisaties voortdurend veranderen. “Door een interne verhuizing kan een printer die voor grote volumes werd gebruikt, plotseling minder werk krijgen. Als tegelijkertijd een ander apparaat, dat daar geen optimale keuze voor is, juist grotere volumes gaat afdrukken, verandert het totale kostenplaatje radicaal.” Kyocera Mita kan voorrekenen wat organisaties kunnen besparen door herinrichting van hun machinepark. Toen Kyocera Mita begin dit jaar de Managed Document Services introduceerde, verwachtte Hendriks dat vooral klanten uit het topsegment de voordelen ervan zouden beseffen. Maar in de praktijk is er ook veel belangstelling uit het mkb voor regelmatige analyse van het afdrukgedrag.

Partners en producten

Omdat Kyocera Mita bewust indirecte verkoopkanalen gebruikt, spelen partners en resellers een belangrijke rol in het succes van de organisatie. “We hebben zeer loyale partners”, aldus Hendriks. “Reden te meer om regelmatig te onderzoeken hoe zij onze ondersteuning ervaren.” Het meest recente onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Integron, bevestigt dat Kaizen, het streven om voortdurend te verbeteren, ook positief is voor de relatie tussen Kyocera Mita Nederland en de partners. “We scoorden voor onze ondersteuning gemiddeld ruim een 8. Dat schijnt hoog te zijn voor verkooporganisaties.”
Behalve over de ondersteuning zijn de partners van Kyocera Mita tevreden over het productengamma en de ontwikkeling daarvan. “Door onze unieke technologie kunnen partners en resellers hun klanten altijd een goed verhaal vertellen”, legt Hendriks uit. “De kern daarvan is dat al onze printers, copiers en multifunctionals zijn uitgerust met een unieke slijtvaste keramische drum. De netto aanschafkosten voor afdrukeenheden met zo’n duurzame drum liggen iets hoger dan voor apparatuur van andere fabrikanten, maar de verbruikskosten zijn aanmerkelijk lager. Onze drum gaat vele malen langer mee dan de drum in cartridges van andere fabrikanten. Omdat we bovendien ook voor andere belangrijke mechanische onderdelen slijtvaste en hittebestendige materialen gebruiken, is de totale cost of ownership van onze apparatuur een stuk lager.”
Een belangrijke ontwikkeling is dat Kyocera Mita op basis van deze technologie inmiddels een volledige reeks printers, copiers en multifunctionals levert. Hendriks: “Met A4-kleurenmultifunctionals waren we wat laat, maar met de introductie in augustus van een krachtige, zakelijke A4-kleurenmultifunctionals-lijn hebben we onze productreeks vervolmaakt.” Dat blijkt erg belangrijk, want terwijl de markt voor afdrukeenheden krimpt, groeit het marktaandeel van Kyocera Mita, ook in absolute aantallen. En ook in het zwart-witsegment. “Omdat we nu een volledige reeks kunnen bieden, zijn we interessant voor organisaties die verschillende soorten afdrukeenheden willen van één leverancier. Door de beschikbaarheid van die krachtige A4-kleurenmachine, trekt ook de vraag naar zwart-witmachines aan.”

Linksboven

Dankzij de producten en diensten stijgt Kyocera Mita gestaag op de ranglijst van printerfabrikanten. “We streven naar een vaste hoge positie in ‘het linkerrijtje’”, verklaart Hendriks in voetbaltermen. Die woordkeuze is geïnspireerd door de recente betrokkenheid van zijn organisatie bij eredivisieclub ADO Den Haag. “Sinds deze zomer is Kyocera naamgever van hun stadion”, vertelt hij. “Dat stadion ligt prachtig in de oksel van het Prins Clausplein. Jaarlijks rijden daar miljoenen mensen langs.” Ongetwijfeld zal daardoor de naamsbekendheid van Kyocera groeien. En blijkbaar inspireert dat ook ADO Den Haag. De club is dit seizoen beter begonnen dan ooit. Het linkerrijtje lonkt!

Kyocera Mita Nederland B.V.

Beechavenue 25, 1119 RA Schiphol-Rijk
Telefoon: (020) 587 72 00
Fax: (020) 587 72 90
E-mail: [email protected]
www.kyoceramita.nl

 

Zo stroopt innovatiefonds Nadi de mouwen op: ‘Successen kunnen we pas over 10, 15 jaar meten’

NADI, het nieuwe Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, maakte een vliegende start met een eerste challenge. Intussen zijn oprichters Jelle Prins en Beau-Anne Chilla nog druk met het opbouwen van de organisatie die doorbraaktechnologie moet aanjagen. 'De vraag is: hoe snel kunnen we programma's opzetten voor de grote kansen die we zien?'

Jelle Prins & Beau-Anne Chilla
Jelle Prins (Cradle, links) en Beau-Anne Chilla (Forward.one) krijgen de leiding over Nadi. Foto: Cradle, Forward.One

Zo snel kan het gaan – zelfs in Den Haag. Vorig jaar zomer kondigde toenmalig minister van Economische Zaken Vincent Karremans zijn ‘3% R&D-actieplan’ aan dat moet zorgen dat Nederland meer gaat investeren in innovatie. Een van de actiepunten: de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), geïnspireerd op voorbeelden als Darpa in de VS, Aria in het Verenigd Koninkrijk en Sprind in Duitsland.

Baanbrekende innovatie aanjagen

Een ondernemende club dus die baanbrekende innovatie aanjaagt die grote maatschappelijke problemen oplost én de concurrentiekracht van Nederland aanjaagt. Op afstand van de bureaucratie en het gelobby waarin innovatiemiljoenen al te vaak verwateren. Kabinet-Jetten nam het nieuwe agentschap op in zijn regeerakkoord, tijdens Prinsjesdag werd het aangekondigd, inclusief een eerste budget in de Miljoennennota. Een week later was het al zover: Jelle Prins en Beau-Anne Chilla konden als oprichters en boegbeelden van Nadi de eerste challenge uitschrijven.

Nadi trekt samen met de Duitse tegenhanger Sprind de komende anderhalf jaar 40 miljoen euro uit voor teams die het ontwerp van energiezuinige chips kunnen versnellen met AI. Bedrijven of wetenschappers kunnen zich melden, uiteindelijk selecteert Nadi zeven teams voor het programma, die elk 2,6 miljoen euro krijgen. Na acht maanden worden de drie beste teams eruit gepikt, die vervolgens elk nog eens 7 miljoen mogen besteden. Het doel is chipontwerp dankzij AI te verkorten tot weken in plaats van maanden.

Forward.One en Cradle achtergelaten

Een mooi voorbeeld van waar Nadi voor staat, en heel slim ook dat Prins en Chilla samenwerken met Sprind om hun organisatie een vliegende start te geven. Want achter de schermen staat alles nog in de steigers. ‘Officieel moet er nog een oprichtingswet komen, we moeten nog program directors vinden, we hebben er een meer dan fulltime job aan’, zegt Chilla.

Zelf heeft ze haar werk als partner bij deeptech-investeerder Forward One ervoor achter moeten laten. ‘Ik zat echt op mijn plek daar. Maar mijn hele carrière ben ik al bezig met hoe je met investeringen maatschappelijke uitdagingen kunt oplossen en telkens liep ik tegen hetzelfde aan: innovaties die het meest kunnen betekenen voor onze toekomst vinden maar moeizaam kapitaal. Echte doorbraakinnovatie kost nu eenmaal tijd en geld. Meer tijd dan een vc als Forward One ervoor kan uittrekken.’

Prins komt als medeoprichter van Cradle ook niet meer toe aan de dagelijkse operatie van de AI-startup. ‘Dit mogen leiden is een droom voor me. En dat is Cradle ook nog steeds, maar het is inmiddels een scaleup, terwijl ik de vroegste fase van een startup het leukst vindt.’

Lees ook: De 10 geboden van funding ophalen volgens Jacqueline van den Ende

Darpa, Sprind en Aria als voorbeeld

Hij opperde al eerder het idee voor Nadi, in het AI Deltaplan waar hij vorig jaar aan meeschreef, maar ook het rapport-Wennink maakte er melding van, en de Tech Champions drongen begin 2025 ook al aan op een instituut als dit. Er is niet één geestelijke moeder of vader aan te wijzen van de nieuwe innovatiemotor. ‘Weet je, Darpa is inmiddels zestig jaar oud, de afgelopen jaren zag je hoe goed Sprind en Aria werkten, Frankrijk en Zweden zijn met iets dergelijks bezig: op een gegeven moment is er brede overtuiging dat dit goed is om te doen.’

Nederland is namelijk goed in wetenschap, maar zet die te weinig om in internationaal concurrerende bedrijven. Veel veelbelovende uitvindingen blijven op de plank liggen omdat de ontwikkeling ervan tot product te lang duurt en te risicovol en onzeker is voor de markt. Nadi moet dat doorbreken met programma’s zoals dat voor AI-ontwerp van chips.

500 miljoen voor tackelen problemen

Voorlopig is er een budget van 500 miljoen beschikbaar om innovatie aan te jagen. Voor welke periode? Prins.:’De vraag is eigenlijk: hoe snel kun je het geld uitgeven en de programma’s opzetten voor de grote kansen die we zien?’

Er is straks namelijk geen tekort aan problemen. Ministeries, kennisinstellingen, startups, grownups, maatschappelijke instellingen: alles en iedereen mag problemen aandragen die misschien met innovatie op te lossen zijn. Chilla: ‘We staan open voor alle ideeën. Vervolgens is het aan ons om te bepalen: is er een programma voor te ontwerpen? Is het probleem relevant voor Nederland en is het technologische ambitieus genoeg, en is de maatschappelijke impact groot genoeg als het wordt opgelost?’

Lees ook: Snelstgroeiende softwarestartup ooit komt niet uit Silicon Valley, maar uit Stockholm

Excellente innovation directors gezocht

De uitdaging voor Nadi is niet alleen de selectie van de uitdagingen die zich het beste lenen voor een programma, er moet ook iemand worden gevonden die dat gaat leiden.

‘Dat moeten absolute toppers worden, excellente mensen die ondernemend zijn zonder dat ze per se een onderneming hoeven te hebben opgezet. Maar ze hebben een bepaalde drive, hebben bewezen dat ze groot denken en ze zullen vaak een fundamentele technische achtergrond hebben. Het kan dus ook een wetenschapper zijn die grote onderzoeken heeft opgezet. Je snapt dat je die innovation directors niet vindt met een posting op LinkedIn.’

Geen technology push

De programma’s vertrekken vanuit een bepaald probleem, met welke technologie dat wordt opgelost, is een tweede. Wel blijven ze binnen de vier thema’s die het rapport-Wennink noemde om met investeringen de economische groei te stimuleren en geopolitiek relevant te blijven: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences en biotechnologie.

Prins: ‘Maar dit is geen technology push, we gaan niet quantum-initiatieven financieren, maar definiëren een probleem. Als we bijvoorbeeld willen weten wat zich op de Noordzeebodem afspeelt, met alle internetkabels die daar liggen, laten we het open voor de onderzoekers om met oplossingen te komen. Of dat quantum wordt, autonome onderzeeër of getrainde zeehonden maakt ons niet uit. Sterker nog: als er al consensus bestaat met welke technologie iets valt op te lossen, is die in de regel klaar voor venture capital.’

Nadi gericht op economische kansen

De problemen zijn groot en maatschappelijk, maar de oplossingen die de partijen met Nadi-geld ontwikkelen, moeten ook wel economische kansen openen voor Nederland. Prins: ‘Het energieverbruik van chips is een klimaatprobleem, maar we zijn ook sterk afhankelijk van de VS met AI. We zien dus tegelijkertijd ook een kans om het chip-ecosysteem in Europa te versterken met onze eerste challenge.’ Chilla: ‘Je wilt met een challenge een zo groot mogelijke impact maken, dat weeg je mee in het ontwerp. Sommige innovaties zijn zo baanbrekend, dat ze breed toepasbaar worden.’

Darpa is een beroemd voorbeeld voor Nadi, waaruit doorbraken als het internet voortkwamen, en gps. Inmiddels wennen we aan Tesla’s die bijna zelfrijdend door Nederland zoemen, twee decennia nadat autonome voertuigen met vallen en opstaan hun weg probeerden te vinden door de woestijn in een Darpa-challenge. Maar Darpa heeft, anders dan Nadi, wel een duidelijke opdrachtgever en launching customer: Amerikaanse defensie.

Lees ook: Droogt het pre-seed kapitaal op? Rabobank gaf 850 startups een innovatielening

Nee zeggen tegen Den Haag

Hoe onafhankelijk kunnen Prins en Chilla straks opereren van de politiek en de ministeries, als die problemen indienen? Het is zeker niet wie betaalt, bepaalt. Prins: ‘Dan krijg je sturing op basis van consensus. Een hele groep mensen die voor de korte termijn de richting bepaalt.’ En als Nadi er geen programma in ziet, kan het altijd nee verkopen, verzekeren de oprichters.

Maar ze verwachten juist veel goede input vanuit Den Haag. Chilla: ‘Het is heel wenselijk dat ministeries problemen aankaarten maar wij gaan over het ontwerp van de programma’s. Bijvoorbeeld: het onderhoud van bruggen is momenteel een enorm probleem. Maar moet je een challenge uitschrijven voor beter onderhoud, of zoek je naar alternatieve bruggen die geen onderhoud nodig hebben? We zorgen dan voor een programma met als doel dat de overheid afnemer wordt, zodra het tot succes leidt.’

Overheid als launching customer

Want een goed idee en een strak innovatieprogramma zijn niet genoeg als er geen markt is voor de oplossing, geen launching customer die het aandurft. Dat zal in het ontwerp van de programma’s worden meegenomen. Het valt te verwachten dat die eerste klant vaak de overheid zal zijn, zeker bij de problemen die door ministeries worden aangedragen.

Maar een innovatie moet wel eerst concreet worden, weet Prins uit de eerste jaren van Cradle. ‘We begonnen in 2020, toen zocht geen enkele farmaceut naar een AI-platform voor de ontwikkeling van eiwitten. Maar als je vroeg: als wij dit voor jullie oplossen, bent u dan geïnteresseerd? Dan was het antwoord: zeker.’

Succes meten duurt ongemakkelijk lang

Nadi jaagt dus fundamentele, baanbrekende innovaties aan, in een fase nog voordat afnemers of investeerders – zoals Chilla’s vorige werkgever – toehappen. Waaraan meet je dan het succes van het agentschap af? Chilla: ‘Dat voelt misschien ongemakkelijk, maar we kunnen pas over een hele lange tijd iets zeggen over hoe efficiënt dit werkt. Iedereen moet zich realiseren dat echte successen pas over 10, 15 jaar zichtbaar worden. Tegen die tijd moeten we kunnen zeggen: hier zijn grote bedrijven uit voortgekomen die Nederland geopolitiek op de kaart hebben gezet.’

En dan nog even de politiek. Die kan nogal wispelturig zijn, zeker met innovatiegeld. Het Nationaal Groeifonds werd twee jaar geleden bijvoorbeeld nog geplunderd om een korting op de benzineaccijns te kunnen betalen. Hoe zeker zijn de Nadi-oprichters ervan dat ze voldoende budget voor hun instituut houden?

‘Speed is of the essence’

Prins: ‘We moeten voortvarend aan de slag gaan, kunnen uitleggen waarom dit nodig is en het vervolgens ook goed doen. Dat maakt het lastiger voor een toekomstig kabinet om weer met geld te gaan schuiven. Maar gelukkig is er steeds meer begrip in Nederland voor dat geld investeren in toekomstige ontwikkelingen verstandiger is dan het stimuleren van consumptie op korte termijn.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Het is nog te vroeg om de volgende Nadi-challenge bekend te maken, zeggen Chilla en Prins. Chilla: ‘We hebben nog heel veel werk aan het opzetten van de organisatie, en het zal moeilijk worden om prioriteiten te stellen. Er zijn zó veel mooie uitdagingen. Maar we zijn een week nadat het budget is vrijgemaakt al gelanceerd met een eerste challenge. Speed is of the essence, ik hoop dat we dat wel duidelijk hebben gemaakt.’

Lees ook: CuspAI is alweer de vierde Nederlandse unicorn van dit jaar 

AI-hack bij Hugging Face krijgt toch nog een staartje: aanklacht tegen OpenAI ingediend

OpenAI is in de VS aangeklaagd voor de AI-hack op het platform Hugging Face. Legal Advocates for Safe Science and Technology is de eerste partij die het aandurft. OpenAI is verantwoordelijk, vindt deze non-profit. Het gaat niet om geld, wel om het veiliger maken van AI. 'Iemand moet het doen.'

openai-aanklacht
Tyler Whitmer, oprichter van Lasst, vindt dat 'iemand het moet doen'. Het echte slachtoffer, Hugging Face, doet het namelijk niet. Foto: Getty Images/Lasst

Het is al weken een discussiepunt op heel wat online platforms: waarom worden AI-bedrijven met hackende AI-modellen niet aangeklaagd?

Wie als mens aan het hacken slaat, pleegt een strafbaar feit. Hij of zij wordt door de politie van het bed gelicht en achter tralies gezet. Daarvoor hoef je alleen maar naar de recente arrestatie te kijken van een vermeende Amsterdamse leider van ShinyHunters, de groep achter de hack bij Odido. De autoriteiten nemen deze zaak hoog op: zelfs de FBI bemoeit zich er inmiddels mee.

Die discussie hoeft niet langer te worden gevoerd. OpenAI wordt alsnog op het matje geroepen. De eerste aanklacht, zowel tegen OpenAI Group als de OpenAI Foundation, is dinsdag ingediend in de Amerikaanse staat Californië. De aanklager is Legal Advocates for Safe Science and Technology (Lasst), een non-profit die zelf geen slachtoffer is geweest van een AI-hack.

Risico’s worden te groot

Lasst gebruikt voor de aanklacht de hack van OpenAI afgelopen juli bij Hugging Face: het eerste publiekelijk bekend geworden incident waarbij AI-agents autonoom aan het hacken zijn geslagen en daarbij informatie hebben gestolen. Daarvoor is OpenAI verantwoordelijk, vindt de ngo. En het is hard nodig om dat nu te bewijzen.

‘AI-bedrijven ontwikkelen agents die autonoom beslissingen nemen, acties uitvoeren en toegang krijgen tot systemen, zonder dat daar bij elke stap menselijke aansturing voor nodig is. De risico’s die aan het licht kwamen door de hack van Hugging Face door OpenAI, zullen alleen maar toenemen naarmate deze agents krachtiger worden’, schrijft Lasst op X.

De wetgeving in Californië is duidelijk, vervolgt de stichting. Toegang verschaffen tot computersystemen zonder toestemming is illegaal. Het is geen geldig verweer dat ‘de kunstmatige intelligentie de schade autonoom heeft veroorzaakt’, vindt Lasst. ‘De huidige wetgeving biedt ons de mogelijkheid om AI-bedrijven aansprakelijk te stellen, zonder te hoeven wachten tot de regelgeving de ontwikkelingen heeft ingehaald.’

Lees ook: OpenAI zit met 50 rechtszaken diep in de juridische problemen

Voor het algemeen belang

Lasst beroept zich onder meer op de Comprehensive Computer Data Access and Fraud Act van Californië. Deze wet verbiedt het zonder toestemming toegang verkrijgen tot computers, netwerken en systemen van derden. En het ophalen van informatie daaruit.

Bovendien is op 1 januari dit jaar in Californië een wet in werking getreden die deze zaak kan helpen, schrijft Law Commentary. Die komt erop neer dat een bedrijf dat AI heeft ontwikkeld, aangepast of gebruikt zich niet kan verdedigen op basis van het autonome gedrag van die AI.

Lasst heeft naar eigen zeggen het recht om een ​​rechtszaak aan te spannen. Tyler Whitmer, oprichter en ceo van Lasst, vindt dat ‘iemand het moet doen’, zegt hij tegen Politico. Het echte slachtoffer, Hugging Face, doet het namelijk niet.

Het bedrijf heeft gekozen voor een andere vorm van compensatie: 100 miljoen dollar aan rekenkracht bij OpenAI. Bovendien wordt Hugging Face nu overgenomen door Nvidia, een techgigant die vele miljarden dollars in OpenAI heeft geïnvesteerd.

‘De partij die rechtstreeks is getroffen door de hack, wordt er dus niet toe aangezet om het zelf te doen. We proberen dit te doen voor het algemeen belang, namelijk het handhaven van de bestaande wetgeving’, legt Whitmer uit.

OpenAI moet stoppen

Het gaat Lasst niet om geld. De non-profit focust zich op het veiliger maken van AI en andere technologieën voor de wereld. Aan de rechter wordt gevraagd om ‘de agents van OpenAI te verbieden toegang te krijgen tot systemen waartoe zij niet gerechtigd zijn’. Ook moet OpenAI gedwongen worden om ‘te stoppen met onveilige bedrijfspraktijken die een ernstig risico voor het publiek vormen’.

Whitmer wijst erop dat de zaak wat hem betreft een nog veel breder perspectief krijgt. ‘Waarom zou deze wet wel op dit geval van toepassing zijn, maar niet op de andere? Ik zou het niet beperken tot incidenten bij OpenAI.’ Veel AI-bedrijven zijn gevestigd in Californië, waarmee dit proces meteen een stevige testcase wordt voor hun verantwoordelijkheid.

‘Ik ga meteen een T-shirt van die stichting kopen’, reageert Ilyaz Nasrullah op de stap van Lasst. Hij is een expert op het gebied van digitale strategie en auteur van het recent verschenen boek Dit is AI. Daarin vraagt hij zich onder meer af waarom AI-bedrijven niet verantwoordelijk worden gehouden wanneer het misgaat.

Lees ook: Angst verkoopt. Het businessmodel achter het doemdenken van Dario Amodei 

Fluwelen handschoenen

‘Dat er juridische aansprakelijkheid is, staat buiten kijf. De enige manier waarop we grip gaan krijgen op deze bedrijven, is ze gewoon serieus gaan aanpakken. Het is van de gekke dat het hele debat en het beleid rond AI met fluwelen handschoenen worden aangepakt’, zegt hij tegen MT/Sprout.

In zijn boek geeft hij onder meer het voorbeeld van de apneu-affaire van Philips. ‘Je hebt als bedrijf gewoon iets fout gedaan en dat mag je flink wat kosten. Dat vinden we allemaal doodnormaal, behalve als het om AI gaat. Mijn enige rationele verklaring daarvoor is de angst dat we iets kapot maken wat we heel erg nodig hebben.’

‘Als wij die bedrijven gaan aanpakken, dan houdt het misschien ook op met die AI-bedrijven’, omschrijft hij de angst bij bestuurders. ‘En dan missen we misschien alle voordelen die deze technologie heeft. Als we hier nu actie op gaan ondernemen, dan slachten we misschien wel de kip met de gouden eieren. Zo wordt er over gedacht.’

Zand in de ogen

Nasrullah wijst ook op het verhaal waarmee AI-bedrijven dit soort incidenten omgeven. Het is de technologie die zo krachtig is, AI heeft een eigen wil, het is onduidelijk hoe AI dit uitvoert, het zijn technische ongelukjes, het is geen opzet, er is geen schade aangericht…

‘Er wordt zoveel zand in onze ogen gestrooid. Daarom hebben we helemaal niet door dat mensen aansprakelijk zijn voor wat er gebeurt. Het is niet een of ander scifi-verhaal van op hol geslagen systemen waar we tien jaar wetenschappelijk onderzoek naar moeten doen. Het gaat over bedrijven die aansprakelijk zijn, die hun testen niet goed inrichten en eigenlijk heel amateuristisch te werk gaan.’

Brenno de Winter, expert in informatiebeveiliging, vindt die bedrijven ook volledig verantwoordelijk. ‘Die AI gaat dit soort dingen niet zomaar uit zichzelf doen. Er ligt altijd een vraag onder, een prompt. Dus als er één partij aanspreekbaar is, dan is het wel de maker van die software. Het is niet zo dat dit die bedrijven zomaar overkomt. Ze kunnen zich hier echt niet aan onttrekken.’

Toch vindt OpenAI deze rechtszaak ‘volkomen ongegrond’, laat een woordvoerder in een statement weten aan diverse media. ‘Het incident met Hugging Face was ernstig en we hebben naar aanleiding daarvan een reeks maatregelen genomen.’

Lees ook: Hacken, wissen, minen: 8 voorbeelden van AI die te ijverig is

Skytree-ceo: ‘Beschikbare CO2 wordt duurder, onze machines juist steeds goedkoper’

Machines die CO2 uit de lucht filteren, kunnen bijdragen aan het beperken van de opwarming van de aarde. Tegelijk biedt de technologie óók commerciële kansen, zegt ceo Rob van Straten van Skytree: de glastuinbouw zit te springen om de door zijn startup afgevangen CO2.

Rob van Straten Skytree
Skytree-ceo Rob van Straten: 'Mijn kinderen grappen dat ik nu eindelijk iets serieus aan het doen ben met mijn leven.’ Foto: Skytree

‘Er zit te veel CO2 in de lucht, maar tegelijk is er in veel landen een groeiend tekort aan bruikbare CO2. Voor ons levert die paradox een enorm groeipotentieel op.’

Rob van Straten is sinds februari 2022 ceo van de Amsterdamse startup Skytree. Het bedrijf bestaat al een stuk langer: sinds 2014. Skytree begon met onderzoek naar direct air capture (DAC), het filteren van CO2 uit de lucht, en richt zich sinds een jaar of vijf op de bouw en verkoop van CO2-afvangmachines.

Van Straten, die eerder als cro bij laadpalenmaker EVBox werkte, kwam naar Skytree om het bedrijf op te schalen. Een van zijn eerste wapenfeiten was de overname van branchegenoot ReCarbn.

Lees ook: Nederlandse CO2-stofzuigers bundelen krachten: Skytree neemt ReCarbn over

De markt voor CO2-afvang worstelt met hoge energiekosten en uitdagingen rond opschaling, maar Skytree lijkt daar minder last van te hebben: de startup boekte dit jaar flinke vooruitgang met de commerciële uitrol van zijn technologie.

In Nederland sloot de CO2-filteraar afgelopen juni een overeenkomst met energiebedrijf Lingezegen. Doel is om glastuinbouwers in de buurt van Nijmegen en Arnhem te voorzien van CO2 die nodig is voor het optimaliseren van plantengroei.

Krap drie maanden later werd bekend dat dertien glastuinbouwbedrijven voor 80 miljoen euro aan SDE++-subsidies hebben gekregen om machines van Skytree in te zetten voor het leveren van CO2 aan hun kassen.

Grote kansen in glastuinbouw

De glastuinbouw heeft dringend behoefte aan CO2 door twee ontwikkelingen. De eerste uitdaging ligt bij WKK-installaties die kassen voorzien van een combinatie van warmte, elektriciteit en CO2. Dat gebeurt door aardgas te verbranden, maar daarbij komen ook aanzienlijke hoeveelheden CO2 in de atmosfeer. Daarom zijn duurzamere, niet-fossiele alternatieven nodig voor de levering van stroom, warmte én CO2.

Een tweede probleem voor de glastuinbouw is het opdrogen van de CO2-aanvoer vanuit de Rotterdamse industrie. Dat komt doordat grote industriële uitstoters afgevangen CO2 vanaf 2027 grootschalig gaan opslaan onder de Noordzee. Voor glastuinders betekent dit dat een belangrijke aanbodstroom wegvalt.

Bij elkaar zorgen deze ontwikkelingen ervoor dat de Nederlandse glastuinbouw de machines van Skytree goed kan gebruiken om op een duurzame manier aan CO2 te komen. ‘Beschikbare CO2 wordt schaarser en duurder, terwijl onze machines steeds goedkoper worden’, vat Van Straten de marktkans samen.

De DAC-machine van Skytree gebruikt relatief weinig elektriciteit, omdat ook externe warmte- en koelingsbronnen worden benut. Heeft dat geholpen bij het rondkrijgen van de commerciële businesscase?

‘Dat speelt zeker een grote rol. Door gebruik te maken van lokale thermische bronnen – die in de Nederlandse glastuinbouw ruim beschikbaar zijn – valt het elektriciteitsverbruik lager uit. Daardoor ga je veel efficiënter om met energie en wordt het systeem goedkoper.

Als je naar de afvangkosten kijkt, zitten we met de huidige commercieel leverbare technologie al op een relatief laag kostenniveau voor de afnemer. Voor Nederlandse tuinders geldt dat die gemiddeld 150 euro per ton afgevangen CO2 betalen. Dat is berekend inclusief elektriciteitsverbruik, subsidie, onze winstmarge en een afschrijftermijn van de machines van twintig jaar. Het benoemen van dergelijke variabelen is belangrijk voor de transparantie; dat speelt allemaal mee bij sommetjes over de kosten per ton.’

Hoe werkt de DAC-machine van Skytree?

Skytree werkt met een modulair schaalbare machine, de Skytree Stratus, die CO2 uit de lucht filtert. Hierbij wordt lucht via roosters naar een compartiment geleid waarin speciale kunststofbolletjes circuleren (de sorbent). De bolletjes nemen CO2 en vocht op (adsorptie). Als de bolletjes verzadigd zijn, worden ze doorgeleid naar een ander compartiment met een constante temperatuur van rond de honderd graden Celsius. Dit is een vacuümomgeving waar geen zuurstof bij kan.

Doordat ze blootgesteld worden aan de hogere temperatuur geven de bolletjes CO2 en water vrij in gasvorm (desorptie). De gasstroom wordt naar een volgend, koeler compartiment geleid waar condensatie plaatsvindt. Daarbij worden water en CO2-gas als aparte stromen gescheiden. De bolletjes gaan intussen weer naar het eerste compartiment om CO2 uit de lucht op te nemen.

Cruciaal bij dit cyclische proces is dat verwarming en afkoeling plaatsvinden in aparte compartimenten, die elk op eigen, constante temperaturen worden gehouden. Dit werkt efficiënter en goedkoper dan DAC-systemen waarbij de bolletjes in één compartiment blijven dat afwisselend wordt verhit en afgekoeld.

De afgelopen jaren heeft Skytree ingezet op snelle innovatie door ongeveer elke vijf maanden een verbeterde versie van de Skytree Stratus (zie kader) op te leveren. Hoe integreer je innovaties, nu er daadwerkelijk machines aan klanten worden geleverd?

‘We hebben enerzijds een zogenoemd bevroren design vastgesteld voor machines die worden gebouwd voor klanten. Parallel daaraan zijn we bezig met zo’n 800 projecten voor procesverbeteringen. Dat loopt uiteen van kleine tests van een paar dagen tot projecten met een looptijd van een jaar.

Periodiek pakken we een aantal bewezen verbeteringen samen om een volgende productieversie met hogere prestaties op te leveren. De omvang van individuele machines zal daarbij nog kleiner worden.’

Skytree heeft de afgelopen maanden twee overeenkomsten aangekondigd voor het gebruik van de DAC-machines in de Nederlandse glastuinbouw. Welke perspectieven biedt die markt?

‘De behoefte van de glastuinbouw aan alternatieve bronnen van CO2 is de komende jaren zeer groot. We staan nog maar aan het begin van die ontwikkeling. De glastuinbouw vormt ook een belangrijke reden dat we Nederland als thuisbasis hebben gekozen.

Wat daarbij helpt, is dat we onderdeel zijn van een breder ecosysteem: hier bij het hoofdkantoor op het Science Park van de UvA in Amsterdam, maar ook door de banden met Wageningen University en andere instituten. Verder hebben we uitstekende contacten met overheden en sectororganisaties als Glastuinbouw Nederland, en instanties zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Lees ook: Britse branchegenoot lijft CO2-filteraar Carbyon in, Eindhoven blijft R&D-hub

Naast de levering van installaties aan individuele tuinders ontwikkelen we ook een hubmodel voor zogenoemde Skyparks. De overeenkomst met energiebedrijf Lingezegen is daar een voorbeeld van. Voor zo’n Skypark zetten we een apart bedrijf op met een partner om via een lokale hub CO2 te leveren aan meerdere afnemers in de buurt. Dit model willen we ook internationaal uitrollen. Dan gaat het bijvoorbeeld om landen als het VK, IJsland en Nieuw-Zeeland, waar aantoonbare CO2-tekorten zijn.’

De recente overeenkomsten voor de Nederlandse glastuinbouw tellen bij elkaar op tot een afvangcapaciteit van zo’n 30.000 ton CO2 op jaarbasis. Hoe kan die capaciteit zich de komende jaren ontwikkelen?

‘We moeten natuurlijk eerst gaan lopen om daarna te kunnen vliegen, maar Skytree werkt aan een reeks projecten en we bouwen aan een meerjarige pijplijn. Als je alleen naar de Nederlandse glastuinbouw kijkt, kunnen we binnen enkele jaren op een afvangcapaciteit van meer dan 100.000 ton CO2 op jaarbasis komen. En dan is het internationale stuk dus nog niet meegerekend.’

Liggen er buiten Nederland nog andere kansen, los van het hubmodel?

‘Absoluut. West-Europese landen die van fossiele brandstoffen af willen, hebben naast elektriciteit uit zon en wind ook duurzame moleculen nodig. Bijvoorbeeld voor het brandstofgebruik van de luchtvaart en delen van de industrie. Om dergelijke toepassingen mogelijk te maken heeft het Duitse Jülich-instituut Skytree afgelopen jaar geselecteerd voor een zogenoemd Power-to-X project.

Het idee is dat je in Noord-Afrika of in Scandinavië met hernieuwbare energie en elektrolysers waterstof produceert. Dat kun je combineren met het filteren van CO2 en water uit de lucht. Dan kun je ter plekke e-methanol maken. Dat is goed transporteerbaar en kan als basis dienen voor diverse e-fuels. Landen als Australië, waar we afgelopen maart onze eerste activiteiten zijn gestart, kijken daar ook naar.’

In hoeverre is er extra kapitaal nodig voor de financiering van de groeiplannen?

‘Vooralsnog leeft Skytree van financiering door early stage-investeerders, aangevuld met leningen en Europese subsidies. Het genereren van eigen omzet begint op gang te komen, maar we zijn nog niet winstgevend. Voor groeifinanciering willen we in het tweede kwartaal van 2027 een Series B-ronde doen van in totaal 21 miljoen euro. Daarvoor zijn we in gesprek met professionele investeerders.

Lees ook: Geld voor cleantech stroomt nog volop, maar niet naar alle klimaatstartups

In de aanloop naar die ronde reserveren we een stukje van het te financieren bedrag voor particuliere investeerders. Op die manier willen we de aandeelhoudersbasis verder verbreden. Via crowdfundingplatform Republic Europe kunnen particulieren tegen een korting alvast deelnemen aan die ronde met kleinere inlegbedragen. Republic Europe heeft overigens een gereguleerde opzet en staat onder toezicht van de Ierse centrale bank.’

Wat is verder belangrijk als het gaat om samenwerkingen voor toekomstige groei?

‘De basis van Skytree wordt gevormd door een geweldig team dat inmiddels tientallen nationaliteiten kent. We zijn daarmee onderdeel van verschillende ecosystemen. Om te beginnen is er de onderzoekskant: op het Science Park in Amsterdam en bij andere kennisinstellingen in Nederland. Daarbuiten werken we met de Universiteit Antwerpen, MIT in de VS en vele anderen.

Het gaat dan vooral om gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van sorbents (de kunststofbolletjes in de machines die CO2 opnemen, red.). Dat blijft belangrijk, want verbetering van het materiaal waarmee je de CO2 uit de lucht filtert, kan het energieverbruik verder omlaag brengen – en daarmee de kosten.

Voor het bouwen van onze DAC-machines hebben we een Europees netwerk van gespecialiseerde toeleveranciers in onder meer Duitsland, Polen en Tsjechië. Die leveren module-onderdelen en zijn direct betrokken bij het design for manufacturing. Dat wil zeggen dat toeleveranciers ons helpen om machines zo te ontwerpen dat zij hun productie zo efficiënt mogelijk kunnen inrichten.

Vervolgens is er de markt, waar we klantrelaties met afnemers ontwikkelen en afstemming zoeken met brancheorganisaties en overheden op verschillende niveaus. Tot slot is er de financieringskant, waar we onder meer contacten onderhouden met professionele investeerders en family offices van vermogende particulieren, plus de bancaire wereld voor bijvoorbeeld de projectfinanciering van Skyparks.

Het uitbouwen van zo’n gelaagd ecosysteem met nieuwe technologie, nieuwe markten, nieuw beleid en veel stakeholders, is precies het specialisme waar ik met mijn ervaring veel kan inbrengen.’

Heeft dat meegespeeld bij je keuze om in 2022 als ceo aan de slag te gaan bij Skytree?

‘De kans om een bedrijf als Skytree op deze manier te laten groeien heeft me zeker enthousiast gemaakt. Helemaal omdat dit een startup is die heel direct voor positieve impact zorgt. Al is het niet zo dat ik daar eerder in mijn carrière niets mee deed.

Lees ook: Ze wilde de baan eerst niet, nu bouwt Kiki Lauwers de eerste gesmoltenzoutreactor van Europa

Bij verschillende bedrijven waar ik heb gewerkt, was er naast de ontwikkeling van de business altijd een extra doelstelling. Zoals het ontwikkelen van technologie tegen cybercrime of de uitbouw van laadinfrastructuur voor de elektrificatie van het transport.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wat Skytree voor mij extra bijzonder maakt, is het idee dat ik mijn carrière straks kan afsluiten met het gevoel dat ik echt iets heb kunnen bijdragen. Mijn kinderen grappen ook wel dat ik nu eindelijk iets serieus aan het doen ben met mijn leven.’

Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., dat net als MT/Sprout onderdeel is van MT MediaGroep.

AI-hack bij Hugging Face krijgt toch nog een staartje: aanklacht tegen OpenAI ingediend

OpenAI is in de VS aangeklaagd voor de AI-hack op het platform Hugging Face. Legal Advocates for Safe Science and Technology is de eerste partij die het aandurft. OpenAI is verantwoordelijk, vindt deze non-profit. Het gaat niet om geld, wel om het veiliger maken van AI. 'Iemand moet het doen.'

openai-aanklacht
Tyler Whitmer, oprichter van Lasst, vindt dat 'iemand het moet doen'. Het echte slachtoffer, Hugging Face, doet het namelijk niet. Foto: Getty Images/Lasst

Het is al weken een discussiepunt op heel wat online platforms: waarom worden AI-bedrijven met hackende AI-modellen niet aangeklaagd?

Wie als mens aan het hacken slaat, pleegt een strafbaar feit. Hij of zij wordt door de politie van het bed gelicht en achter tralies gezet. Daarvoor hoef je alleen maar naar de recente arrestatie te kijken van een vermeende Amsterdamse leider van ShinyHunters, de groep achter de hack bij Odido. De autoriteiten nemen deze zaak hoog op: zelfs de FBI bemoeit zich er inmiddels mee.

Die discussie hoeft niet langer te worden gevoerd. OpenAI wordt alsnog op het matje geroepen. De eerste aanklacht, zowel tegen OpenAI Group als de OpenAI Foundation, is dinsdag ingediend in de Amerikaanse staat Californië. De aanklager is Legal Advocates for Safe Science and Technology (Lasst), een non-profit die zelf geen slachtoffer is geweest van een AI-hack.

Risico’s worden te groot

Lasst gebruikt voor de aanklacht de hack van OpenAI afgelopen juli bij Hugging Face: het eerste publiekelijk bekend geworden incident waarbij AI-agents autonoom aan het hacken zijn geslagen en daarbij informatie hebben gestolen. Daarvoor is OpenAI verantwoordelijk, vindt de ngo. En het is hard nodig om dat nu te bewijzen.

‘AI-bedrijven ontwikkelen agents die autonoom beslissingen nemen, acties uitvoeren en toegang krijgen tot systemen, zonder dat daar bij elke stap menselijke aansturing voor nodig is. De risico’s die aan het licht kwamen door de hack van Hugging Face door OpenAI, zullen alleen maar toenemen naarmate deze agents krachtiger worden’, schrijft Lasst op X.

De wetgeving in Californië is duidelijk, vervolgt de stichting. Toegang verschaffen tot computersystemen zonder toestemming is illegaal. Het is geen geldig verweer dat ‘de kunstmatige intelligentie de schade autonoom heeft veroorzaakt’, vindt Lasst. ‘De huidige wetgeving biedt ons de mogelijkheid om AI-bedrijven aansprakelijk te stellen, zonder te hoeven wachten tot de regelgeving de ontwikkelingen heeft ingehaald.’

Lees ook: OpenAI zit met 50 rechtszaken diep in de juridische problemen

Voor het algemeen belang

Lasst beroept zich onder meer op de Comprehensive Computer Data Access and Fraud Act van Californië. Deze wet verbiedt het zonder toestemming toegang verkrijgen tot computers, netwerken en systemen van derden. En het ophalen van informatie daaruit.

Bovendien is op 1 januari dit jaar in Californië een wet in werking getreden die deze zaak kan helpen, schrijft Law Commentary. Die komt erop neer dat een bedrijf dat AI heeft ontwikkeld, aangepast of gebruikt zich niet kan verdedigen op basis van het autonome gedrag van die AI.

Lasst heeft naar eigen zeggen het recht om een ​​rechtszaak aan te spannen. Tyler Whitmer, oprichter en ceo van Lasst, vindt dat ‘iemand het moet doen’, zegt hij tegen Politico. Het echte slachtoffer, Hugging Face, doet het namelijk niet.

Het bedrijf heeft gekozen voor een andere vorm van compensatie: 100 miljoen dollar aan rekenkracht bij OpenAI. Bovendien wordt Hugging Face nu overgenomen door Nvidia, een techgigant die vele miljarden dollars in OpenAI heeft geïnvesteerd.

‘De partij die rechtstreeks is getroffen door de hack, wordt er dus niet toe aangezet om het zelf te doen. We proberen dit te doen voor het algemeen belang, namelijk het handhaven van de bestaande wetgeving’, legt Whitmer uit.

OpenAI moet stoppen

Het gaat Lasst niet om geld. De non-profit focust zich op het veiliger maken van AI en andere technologieën voor de wereld. Aan de rechter wordt gevraagd om ‘de agents van OpenAI te verbieden toegang te krijgen tot systemen waartoe zij niet gerechtigd zijn’. Ook moet OpenAI gedwongen worden om ‘te stoppen met onveilige bedrijfspraktijken die een ernstig risico voor het publiek vormen’.

Whitmer wijst erop dat de zaak wat hem betreft een nog veel breder perspectief krijgt. ‘Waarom zou deze wet wel op dit geval van toepassing zijn, maar niet op de andere? Ik zou het niet beperken tot incidenten bij OpenAI.’ Veel AI-bedrijven zijn gevestigd in Californië, waarmee dit proces meteen een stevige testcase wordt voor hun verantwoordelijkheid.

‘Ik ga meteen een T-shirt van die stichting kopen’, reageert Ilyaz Nasrullah op de stap van Lasst. Hij is een expert op het gebied van digitale strategie en auteur van het recent verschenen boek Dit is AI. Daarin vraagt hij zich onder meer af waarom AI-bedrijven niet verantwoordelijk worden gehouden wanneer het misgaat.

Lees ook: Angst verkoopt. Het businessmodel achter het doemdenken van Dario Amodei 

Fluwelen handschoenen

‘Dat er juridische aansprakelijkheid is, staat buiten kijf. De enige manier waarop we grip gaan krijgen op deze bedrijven, is ze gewoon serieus gaan aanpakken. Het is van de gekke dat het hele debat en het beleid rond AI met fluwelen handschoenen worden aangepakt’, zegt hij tegen MT/Sprout.

In zijn boek geeft hij onder meer het voorbeeld van de apneu-affaire van Philips. ‘Je hebt als bedrijf gewoon iets fout gedaan en dat mag je flink wat kosten. Dat vinden we allemaal doodnormaal, behalve als het om AI gaat. Mijn enige rationele verklaring daarvoor is de angst dat we iets kapot maken wat we heel erg nodig hebben.’

‘Als wij die bedrijven gaan aanpakken, dan houdt het misschien ook op met die AI-bedrijven’, omschrijft hij de angst bij bestuurders. ‘En dan missen we misschien alle voordelen die deze technologie heeft. Als we hier nu actie op gaan ondernemen, dan slachten we misschien wel de kip met de gouden eieren. Zo wordt er over gedacht.’

Zand in de ogen

Nasrullah wijst ook op het verhaal waarmee AI-bedrijven dit soort incidenten omgeven. Het is de technologie die zo krachtig is, AI heeft een eigen wil, het is onduidelijk hoe AI dit uitvoert, het zijn technische ongelukjes, het is geen opzet, er is geen schade aangericht…

‘Er wordt zoveel zand in onze ogen gestrooid. Daarom hebben we helemaal niet door dat mensen aansprakelijk zijn voor wat er gebeurt. Het is niet een of ander scifi-verhaal van op hol geslagen systemen waar we tien jaar wetenschappelijk onderzoek naar moeten doen. Het gaat over bedrijven die aansprakelijk zijn, die hun testen niet goed inrichten en eigenlijk heel amateuristisch te werk gaan.’

Brenno de Winter, expert in informatiebeveiliging, vindt die bedrijven ook volledig verantwoordelijk. ‘Die AI gaat dit soort dingen niet zomaar uit zichzelf doen. Er ligt altijd een vraag onder, een prompt. Dus als er één partij aanspreekbaar is, dan is het wel de maker van die software. Het is niet zo dat dit die bedrijven zomaar overkomt. Ze kunnen zich hier echt niet aan onttrekken.’

Toch vindt OpenAI deze rechtszaak ‘volkomen ongegrond’, laat een woordvoerder in een statement weten aan diverse media. ‘Het incident met Hugging Face was ernstig en we hebben naar aanleiding daarvan een reeks maatregelen genomen.’

Lees ook: Hacken, wissen, minen: 8 voorbeelden van AI die te ijverig is