Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Techleap bestaat nog 18 maanden, en Constantijn wil die tijd goed gebruiken

Techleap heeft nog achttien maanden te gaan en zet tot die tijd meer in op communities zoals het net gelanceerde Pole Position. Dat zegt Constantijn van Oranje. 'Er komt straks misschien iets anders in de plaats voor Techleap, maar dat is niet aan mij.'

Je leest nu: Techleap bestaat nog 18 maanden, en Constantijn wil die tijd goed gebruiken

Het is niet zo dat Constantijn de presentatie van de startups die begin januari naar techbeurs CES in Las Vegas gaan, heeft uitgekozen om een bommetje te laten vallen. Hij stelt het als een nuchter feit vast: Economische Zaken is honderd procent financier en opdrachtgever van Techleap, en over achttien maanden loopt de klus ten einde. ‘Dan komt er misschien iets anders, maar we willen dit echt opleveren. We kijken daarom nu al: wat is er straks afgerond in 2023, en wat moet er gekild worden omdat we meer focus moeten aanbrengen omdat we nog maar weinig tijd hebben?’

Lees ookDeze 70 startups gaan naar tech-walhalla CES

Saas en fintech gaan goed

Natuurlijk, dat heeft hij al vaker gezegd, heeft hij de leukste baan ter wereld. Maar dat is niet voldoende reden om Techleap per se voort te zetten. ‘We moeten tegen die tijd vaststellen in hoeverre het probleem dat we proberen aan te pakken, is opgelost. Als je kijkt naar hoe de generieke voorwaarden nu zijn voor startups in SaaS, Software as a Service, of fintech, dan is het hier prima voor elkaar. Je hebt hier infrastructuur, alle grote Amerikaanse, Engelse, Scandinavische fondsen zijn nu actief in Nederland en angels beginnen ook in te stappen. Dat begint al goed te lopen.’

Als onafhankelijk adviseur kan Techleap straks genoeg andere sectoren aanwijzen waar het startup- en scaleup-ecosysteem veel dringender een boost nodig heeft. ‘Kijk naar de sectoren waarin we als land traditioneel heel sterk waren: voedsel, engineering, logistiek: waarom zie ik daar niet een bruisend startup-systeem? De tuinbouw, daar zie ik niet de disruptie die je wel ziet in Israël, Zweden Frankrijk en Canada. Daar is dus nog heel veel werk te verzetten: hoe zorgen we dat we in die traditionele sectoren veel meer het startup-spel gaan spelen?’

EZK financiert

Anders gezegd: er is dus genoeg te doen, ook over achttien maanden, maar het is nog geen uitgemaakte zaak dat Techleap daar met een verlengde opdracht en vers budget een rol in gaat spelen. ‘Niet in deze vorm, waarschijnlijk. EZK financiert ons voor 100 procent. Zij hebben daardoor een grote stem in wat er in 2023 gebeurt. En dan moet ook worden uitgemaakt of je de problemen aanpakt via overheidsinterventie, via een ander mechanisme of dat je de tijd zijn werk laat doen. En de markt heeft ook een stem: als ondernemers vinden dat er zoiets als Techleap moet blijven, moeten ze dat vooral ook zeggen.’

Tot die tijd blijft Techleap in elk geval volop draaien. Met onderzoeken over de staat van het Nederlandse scaleupklimaat, zoals vorige week nog het rapport over (het gebrek aan) ambitie bij Nederlandse startupondernemers: The ​​Dutch entrepreneurship paradox: why does the Dutch scaleup ecosystem succeed less than it could? 

Rise -programma’s

Met de Rise-programma’s, waarin om de zoveel tijd een ‘klasje’ veelbelovende startups en scaleups met elkaar aan de slag gaan om hun business te versnellen. Die zijn volgens Constantijn een succes. ‘Je ziet aan de geldrondes die ze doen dat het goed gaat, al is het niet per se zo dat dat dankzij Rise is. Maar de ondernemers geven heel hoge beoordelingscijfers en het is niet moeilijk om kandidaten voor nieuwe batches te krijgen.’

En met het smeden van communities, want dat is waarop volgens Constantijn de komende tijd meer nadruk komt te liggen. ‘Je wilt dat dingen die je initieert duurzaam zijn en worden ingebed, zodat ze ook voortbestaan nadat Techleap ermee ophoudt. En dan is er geen betere plek om iets te laten landen dan bij de ondernemers zelf.’

Pole Position

De verschillende batches van de Rise-programma’s vormen wat dat betreft al kleine communities. Op grotere schaal, en zojuist gelanceerd, is Pole Position – een samenwerking met universiteit-incubators YES!Delft, UtrechtInc, Novel-T en Braventure – dat deeptech-ondernemers beter wil laten schalen. ‘Ondernemers die actief zijn in deeptech, en in dit geval aan de medische kant, groeien moeizaam doordat ze een hele zware tech-component hebben.’

‘Maar hun grootste uitdaging blijkt in de beginfase te liggen: in de vroege ontwikkeling, van onderzoeksproject naar bedrijf, ontstaan problemen met de financiering. De ondernemers geven dan vaak al te veel aandelen weg. Zodra ze een product-market fit hebben gevonden en industrieel willen schalen, is er veel geld nodig. Maar op dat moment kunnen ze niet meer veel aandelen aanbieden, of tegen een hele hoge waardering. Daar zie je dat bedrijven klem komen te zitten.’

Kritische massa

Pole Position is een pilot met twee doelstellingen: de kleine bedrijven die nu nog verspreid actief zijn over de verschillende universiteitssteden bij elkaar brengen als community. ‘Er zitten er drie in Nijmegen, vijf in Twente en een handvol in Eindhoven, met elkaar hebben ze meer kritische massa om dingen voor elkaar te krijgen.’ Minstens zo belangrijk is dat de samenwerkende incubators gaan leren hoe ze hun programma’s kunnen aanpassen om de deeptech-bedrijven te helpen in die vroege fase, zodat ze in een latere fase succesvoller zijn.

Als het goed werkt, moet ook Pole Position zijn eigen organisatie overleven, stelt Constantijn. De incubators zouden het dan kunnen overnemen, misschien zetten de universiteiten er een nieuwe organisatie voor op. ‘Wat deeptech betreft is er nog heel veel te doen. Aan de rol van universiteiten, die van investeerders, aan de grote maatschappelijke transities waarin technologie een rol speelt. Aan hoe je allerlei instrumenten met elkaar verbindt, van een nationaal groeifonds tot het beleid rond de topsectoren, innovatie, ondernemers en valorisatie, de manier waarop kennis wordt vermarkt. Dat staat nu allemaal los van elkaar, terwijl je het tot een grote keten zou willen smeden.’

Fundright

Een ander goed voorbeeld van een community die Techleap heeft helpen vormen: Fundright, het initiatief waarin Nederlandse venture capital-bedrijven zich inzetten voor het verkleinen van de beruchte funding gap: het enorme verschil in de mate waarin kapitaal naar vrouwelijke en mannelijke ondernemers vloeit. Janneke Niessen en Eva de Mol brachten die misstand in kaart, en kregen uiteindelijk enkele tientallen vc’s mee in Fundright. ‘Het is niet aan ons om ondernemers de wet voor te schrijven, maar we hebben de investeerders achter Fundright wel gefaciliteerd om het op te zetten, onder meer door experts en best practices aan te dragen.’

Te weinig scaleups en unicorns

Toch nog even over het laatste rapport dat Techleap heeft laten opstellen door de Universiteit Utrecht. Nederland heeft een zee aan zzp’ers, maar een relatief laag aantal scaleups en unicorns. Te weinig startende ondernemers willen er doorgroeien tot voorbij een organisatie met twintig werknemers. ‘Als investeerders blijven zeggen: er zijn niet genoeg ondernemers om in te investeren en de ondernemers zeggen op hun beurt: investeerders nemen niet genoeg risico, dan hebben ze waarschijnlijk allebei wel gelijk. Maar hoe kwantificeer je dat?’

‘Nu hebben we vastgesteld dat maar 0,7 procent van de ondernemers de ambitie heeft om door te groeien. Dat bevestigt onze indruk wel. Heel veel bedrijven hebben ondernemers die heel erg op hun product of technologie zitten. Terwijl: je investeert toch ook in groei, in een visie om iets groots te maken? Ik zie dat ook hier bij de deelnemers aan de CES-delegatie: mooie producten, maar waar willen de ondernemers over vijf jaar zijn?’

Gebrek aan ambitie

Nederlandse ondernemers lijden dus aan een gebrek aan ambitie. ‘Vrouwen in Amerika blijken ambitieuzer dan de mannen in Nederland. Maar wie ben ik om te zeggen dat mensen te weinig ambitie hebben? Het heet ambitie in het rapport, maar het heeft ook te maken met ervaring, met infrastructuur, met rolmodellen om je heen.’

‘Vooral vrouwelijke ondernemers hebben een heel laag ambitieniveau. Maar als je dat ontleedt, draait het om een zelfbeeld: ze weten niet dat ze het kunnen, of ze zijn bescheidener in het projecteren van hun mogelijkheden op succes dan mannen. Maar als ze eenmaal bewezen succes hebben, komen ze ook meteen naast de mannen te staan. Ervaring blijkt dus een heel belangrijke driver van wat we hier als ambitie bestempelen. In een omgeving waarin meer vrouwen je aanmoedigen en laten zien dat het kan, wordt het veel makkelijker. Dat hadden we met mannen tien, vijftien jaar geleden ook. Toen was het ook voor hen heel moeilijk om andere ondernemers en investeerders te vinden.’