Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Belastingdienst

‘Wij nemen steeds meer werk van de burger over'

Jenny Thunnissen, directeur-generaal van de Belastingdienst, neemt na 33 jaar bij de Belastingdienst, waarvan acht jaar in haar huidige functie, afscheid. Wat voor dienst laat ze achter? "Vooral een Belastingdienst die particulieren en bedrijven steeds meer werk uit handen kan nemen."

De Belastingdienst is de enorme complexiteit van ICT-systemen die het in de loop der jaren heeft opgebouwd (intern ‘de spaghetti' genoemd), aan het vervangen door een helder en overzichtelijk systeem. Thunnissen: "De kunst is om een hele ferme stap te zetten terwijl in de tussentijd de boel blijft doordraaien. Dat is een ingrijpend en grootschalig project, waarmee binnen het managementteam twee collega's zich bezighouden. Zo'n ommezwaai, daar ben je jaren mee aan de slag. Alle zelfstandige applicaties – we hebben er bijna achthonderd – worden nu logisch met elkaar verbonden. Maar ook onze mensen zelf worstelen met die spaghetti. Als wij alle informatie over een burger overzichtelijk op één scherm hebben staan, kunnen we hem beter bedienen. Daar hebben we zelf ook baat bij. Die kant moet het dus gewoon uit." Hoe merkt de burger iets van die spaghetti? "Lang wachten op mutaties, verkeerde beschikkingen krijgen, onvoldoende inzicht in hoe het dossier erbij staat. Het belangrijkste doel is het wegwerken van fouten. In 2008 storten we maar liefst 170 miljoen berichten over Nederland uit, dus zelfs een fout van 0,001 procent wordt al zichtbaar. In 2009 moet het nieuwe toeslagensysteem gaan draaien, en dan zijn we, naar wij denken, van een heleboel gedoe af. Daar worden medewerkers én burgers blij van." Maar het oplossen van problemen is slechts het begin, meent Thunnissen. "We kunnen steeds meer dingen van de burger overnemen. Als wij al weten of je verhuisd, gescheiden of getrouwd bent en wat je inkomenssituatie is, dan kunnen we je aangifte inkomstenbelasting voorinvullen. En op termijn geldt dat ook voor ondernemers met hun omzetbelasting en andere belastingen. De verantwoordelijkheid blijft bij de belastingplichtige, want die moet ervoor zorgen dat zijn boekhouding en administratie op orde zijn. Maar waarom moet jij alles optellen als wij dat ook kunnen? Wij nemen dus het initiatief; de burgers en bedrijven hoeven alleen maar te reageren."

Convenanten

Daarnaast wijst Thunnissen op een ingrijpende verandering in het toezicht houden. "Wij besteden veel onderzoekstijd bij mensen die eigenlijk niks fout doen, en dat is dan zowel zonde van hun tijd als van de onze. Sinds een paar jaar volgen we een andere koers, omdat veel bedrijven hun fiscale verplichtingen prima nakomen. Dus voortaan gaan we ervan uit dat je het goed doet tenzij we merken dat dat niet zo is. Met een veertigtal hele grote bedrijven hebben we al convenanten afgesproken, waarbij de verantwoordelijkheid voor het correct afhandelen van belastingen voor een groot deel bij henzelf ligt. Bij die bedrijven doen we geen onderzoeken meer. Dat houdt concreet in dat we samen hebben gekeken naar hoe hun bedrijfsvoering is ingericht, of de administratie van een goed niveau is. Als bijvoorbeeld de salaris- en personeelsadministratie goed zijn ingericht, dan nemen we aan dat de loonafgifte ook goed is. Verder maken we met bedrijven altijd afspraken dat we, als zij vrezen tegen een fiscaal risico aan te lopen, of als zij bijvoorbeeld bij een fusie een fiscaal standpunt willen, contact met elkaar hebben. Zo weten zowel zij als wij waar we aan toe zijn." De Belastingdienst heeft niet alleen met bedrijven, maar zelfs met hele branches dit soort convenanten getekend, zegt Thunnissen. "Als een bedrijfstak zijn zaken en processen fiscaal volgens bepaalde regels inricht, dan kunnen de individuele leden uit die branche zich bij ons melden. Bij die mensen komen we dan niet meer langs. En de bedrijven die zich niet melden, daar gaan we anders mee om. We willen dit in een paar jaar tijd over zo veel mogelijk bedrijven uitspreiden. En dan doen we toch wel af en toe een steekproef onder die bonafide bedrijven. We kunnen onze tijd en aandacht zo concentreren op bedrijven die iets minder goed omgaan met hun fiscale verplichtingen. Die bezoeken we dan, meestal samen met andere instanties, want als je fiscaal rare dingen doet, dan doe je dat vaak ook op andere gebieden. We wisselen al met veel instanties gegevens uit. Denk aan gemeentes, de politie, de arbeidsinspectie, UWV, je kunt het zo gek niet bedenken. Dat gezamenlijk oprukken werkt voor alle partijen goed."

"Dit had nooit gekund als we geen ICT hadden gehad", zegt Thunnissen. "En wie ermee werkt, is er erg enthousiast over. Het betekent ook dat de burger straks met de hele overheid gaat communiceren. We noemen dat de e-overheid. Op www.mijnoverheid.nl zie je dan wat je aan belastingen betaalt, wat je aangifte is, maar ook zie je je aow-aanvraag, de

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

kinderbijslag et cetera. En dan heeft ook die burger alle relevante informatie op één scherm staan. Je krijgt er een tevreden burger voor terug. Want wie het goed doet, heeft nog maar weinig met ons van doen. Dat is altijd fijn."  

Week van het Praatje: ook lastige onderwerpen worden steeds minder op de werkvloer besproken

Praten over koetjes en kalfjes wordt steeds meer een uitdaging. Het is nog veel lastiger om op de werkvloer over geld, fouten, macht of risico's te praten. Harvard-docent Christina Wing legt uit hoe managers de angst kunnen verkleinen, fouten bespreekbaar kunnen maken en moeilijke gesprekken goed kunnen voorbereiden en afsluiten.

moeilijke-gesprekken
Foto: Getty Images

Tot en met 16 oktober loopt de Week van het Praatje in Nederland. Daarbij ligt de focus op de kleine praatjes over het weer of over de hond. Dat spontane geklets met onbekenden blijkt al een uitdaging te worden. Scrollen op je smartphone is veel gemakkelijker, en zo weet big tech onze aandacht voortdurend te kapen.

Als we al niet meer kunnen praten over koetjes en kalfjes, hoe staat het dan met het bespreken van de veel gevoeligere onderwerpen op de werkvloer? Bijvoorbeeld geld, macht, risico’s, fouten en falen, of ontslag. De gesprekken die ongemakkelijk voelen, voorbarig, onbeleefd of opdringerig.

Ook die gesprekken worden volgens Christina Wing steeds minder gevoerd. Dat merkt ze bij haar studenten en in de boardrooms van bedrijven die ze begeleidt. Wing is universitair hoofddocent aan Harvard Business School en adviseert via haar eigen bedrijf Wingspan Legacy Partners founders en familiebedrijven. Bovendien is ze een gewild spreker over leiderschap en het aangaan van moeilijke gesprekken.

Onder de oppervlakte

Over dat laatste heeft ze net een praktisch boek geschreven: Unspeakable. Dat komt binnenkort uit. Het aantal onderwerpen dat taboe is, neemt alleen maar toe, signaleert Wing. Zo wordt het steeds stiller op de werkvloer: zwijgen is steeds vaker de veilige optie.

Alleen lost het vermijden van moeilijke gesprekken niks op. Wat onder de oppervlakte blijft, ettert namelijk door. Het beïnvloedt beslissingen en resultaten, ondermijnt vertrouwen en maakt relaties en zelfs bedrijven kapot.

Voor MT/Sprout kijken we wat managers hieraan kunnen doen. Bij het bespreken van lastige onderwerpen spelen zij namelijk een cruciale rol, vindt Wing: bij het managen van angst, het bespreken van fouten en het voorbereiden en het afsluiten van moeilijke gesprekken.

# Bij het managen van angst

Voor Wing is angst de meest onderschatte drijvende kracht achter het gedrag op de werkvloer. De angst om bestraft te worden, om minder capabel over te komen, kleur te moeten bekennen of in conflict te raken.

De signalen voor angst zijn duidelijk: mensen geven geen feedback meer, maar gaan akkoord. Ze zeggen niets over mogelijke risico’s, problemen en fouten worden weggemoffeld, informatie wordt zorgvuldig gefilterd en wat er wordt gezegd, wordt vaag gehouden. Al die zelfbescherming gaat ten koste van inzichten, innovatie, leren, verbeteren en groeien.

‘We omschrijven stilzwijgen vaak als voorzichtigheid, het uit de weg gaan van conflicten als geduld en meegaandheid als professionaliteit. Maar achter deze labels schuilt vaak angst als de werkelijke drijfveer.’

Leiderschap is dan ook niet langer management by fear, het is ‘het managen van angst’, vindt Wing. ‘Leiderschap gaat over manieren vinden om mensen zich meer op hun gemak te laten voelen in omgevingen met conflicten en onzekerheid.’

Lees ook: Fobo op de werkvloer neemt toe, en onder die angst lijdt het hele bedrijf

Stel deze vraag

Hoe help je je mensen om zich uit te spreken over lastige onderwerpen? Wat je kunt doen als leider, is na elke vergadering de vraag stellen: waar hebben we het vandaag niet over gehad, maar zouden we het eigenlijk wel over moeten hebben?

Als iemand daarop reageert, dan luister je. Je vat kort samen wat er is gezegd. Je bedankt hem of haar ten overstaan van de groep. Je reageert ook op de suggestie, bijvoorbeeld met een kleine aanpassing van een proces dat iedereen vervelend vindt.

Blijf die vraag herhalen, voorkom dat je een defensieve houding aanneemt, label die persoon niet als ‘moeilijk’ en laat je niet verleiden tot subtiele represailles, zoals iemand niet meer uitnodigen voor een vergadering.

Het kost tijd om dat vertrouwen op te bouwen, weet Wing. Maar wanneer je de persoonlijke risico’s van het uitspreken van eigen meningen vermindert, ontsluit je de collectieve intelligentie, moed en energie die je organisatie nodig heeft om te groeien.

# Bij het bespreken van fouten

Wing vraagt elke maandag aan haar medewerkers wat ze de afgelopen week fout hebben gedaan en wat ze ervan geleerd hebben. En of er iets veranderd moet worden in de processen of organisatie om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Zelf probeert ze ervoor te zorgen dat ze meer fouten toegeeft dan de anderen.

Fouten veeg je het liefst onder het tapijt, en dat is menselijk. Iedereen maakt fouten, dat is het probleem niet. Het gaat erom wat je daarna doet. De grootste fout die je kunt maken, geeft Wing aan, is uitstellen.

Je geeft je fouten niet toe uit schaamte, uit angst voor barstjes in je ego. Je denkt misschien dat je niet betrapt zult worden, of dat je door je fout toe te geven je positie verzwakt. Dat is niet zo, geeft ze aan, maar je hebt wel wat moed nodig voor toegeven en excuses maken.

Het is het waard, want daarvoor word je ook beloond. ‘Met authentieke momenten die vertrouwen opbouwen en de band tussen mensen versterken.’

Zo zeg je echt sorry

Hoe langer je wacht met je verontschuldiging, hoe minder waarde je woorden zullen hebben. Doe je het snel en uit eigen beweging, dan wordt dat als veel oprechter beschouwd. ‘Dat is het moment waarop mensen geloven dat het je iets kan schelen.’ Blijf je het maar uitstellen, dan ondermijn je het vertrouwen en wordt het alleen maar moeilijker om dat weer op te bouwen.

Sorry zeggen is niet genoeg. Een oprecht excuus bestaat uit drie onderdelen: benoemen wat je verkeerd hebt gedaan, erkennen dat je de ander schade hebt toegebracht en uitleggen hoe je de fout rechtzet en herhaling voorkomt. ‘Als je een van deze onderdelen overslaat, ben je je niet aan het verontschuldigen, dan ben je behendig aan het schipperen.’

Lees ook: Leiders falen niet door weerstand, maar door bevestiging

# Bij de voorbereiding

Je kunt niet alles in de groep gooien. Je zult individueel ook lastige gesprekken moeten voeren. Je kunt niet iedereen promotie geven, je zult mensen moeten ontslaan, je krijgt te maken met conflicten, verslavingen, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, noem maar op.

Vergis je niet: een gesprek met iemand voeren over een gevoelig onderwerp is een vaardigheid op zich. Je kunt dat wel degelijk leren.

Eén van de eerste stappen die Wing aanraadt, is een goede voorbereiding. Je moet weten wat voor gesprek je wilt voeren. Wil je in dialoog gaan, of wordt het een monoloog waarin een al genomen beslissing wordt meegedeeld. Zoek je overeenstemming, een compromis of een gezamenlijke oplossing?

Oefen scenario’s

Als je weet wat het doel is, overval mensen dan niet met zo’n gesprek. Begin er niet over bij de koffieautomaat of op de gang. Maak een afspraak, laat de ander weten waar het over zal gaan, zonder al te veel in details te gaan. Dat vastleggen heeft nog een ander voordeel: je wordt gedwongen om dit gesprek door te zetten.

Oefen het gesprek van tevoren met een rollenspel. Je loopt er vast al een tijdje mee rond, geeft Wing aan. Je hebt ongetwijfeld het script in je hoofd en allerlei aannames gemaakt over hoe de ander zal reageren. Als het gesprek toch heel anders verloopt, sta je zo met je mond vol tanden.

Dankzij dat oefenen krijg je meer reacties en scenario’s aangereikt. Bovendien kom je erachter hoe en wanneer je eigen emoties naar boven komen. Ook daar kun je je dan op voorbereiden. Zo maak je het uiteindelijke gesprek gemakkelijker voor jezelf.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

# Bij het afsluiten

Lastige onderwerpen verdwijnen meestal niet na één gesprek. Als leider zorg je ook voor een vervolg. ‘Het zal je verbazen hoe vaak de meningen over wat er besproken is achteraf verschillen’, schrijft Wing. Daarom raadt ze aan om toch het een en ander op papier te zetten: een korte samenvatting en de volgende stappen.

Het onderwerp waarover jullie praten is per definitie voor een van jullie of voor jullie beiden ongemakkelijk. ‘Zelfs als het openlijk bespreken de situatie heeft verbeterd, is het menselijk om te willen dat de bron van dat ongemak op magische wijze verdwijnt.’ Geen vervolgafspraken maken, is ook een manier om dat te doen.

Lukt dat allemaal niet omdat de emoties te hoog op zijn gelopen, probeer dan in ieder geval samen een nieuwe datum te prikken. Zijn de gesprekken afgerond, bekijk dan toch na een maand hoe het gaat. Welke afspraken lopen goed, wat is er nog niet opgelost?

Genoeg over de theorie nu. Knoop dat gesprek aan, want ‘als je niets zegt, verandert er niets’.

Lees ook: AI verandert meer dan de manier van werken: ook de relaties met collega’s gaan eraan

Zo zette ondernemer Jacqueline haar vermogen in om eerder te kunnen stoppen met werken

In samenwerking met ABN AMRO - Jacqueline van der Weijden gaf jarenlang leiding aan het vlaggenmastbedrijf dat haar vader eerder had opgericht. Vier jaar geleden kwam er een koper. Dat was het moment dat ze dacht aan eerder stoppen met werken en haar bedrijf los te laten. Dit is haar verhaal over wanneer financiële mogelijkheden en toekomstplannen op elkaar aansluiten. 

Jacqueline van der Weijden

Met de opbrengst van de verkoop van haar bedrijf  financierde ze de B&B Forest Inn met vergaderlocatie en paardenstal op de Veluwe. Dat dit kon, was geen geluk. Het was het resultaat van een financiële planning, die al jaren vóór de deal begon.

Sinds haar 19e

Het bedrijf verkopen. Eerder met pensioen gaan. Het zijn opties waar Jacqueline lange tijd niet echt over nadacht. Ze werkte al sinds haar 19e in het familiebedrijf en aan stoppen dacht ze eigenlijk geen moment. Dat bedrijf was Limeta uit Bodegraven, bekend van de WindSwinger Pro. Dit is een vlaggenmast met een uithouder aan de bovenzijde, waardoor een lange, smalle vlag altijd leesbaar blijft. Wind of geen wind. De vader van Jacqueline bedacht het concept zelf.

Twee keer een koper aan de deur

Zo’n vijf jaar geleden veranderde dat gevoel, toen er twee dingen in haar leven samenkwamen. Eerst was er een nieuwe partner, die op het punt stond om met pensioen te gaan. Ook meldde zich niet veel later opnieuw een koper voor het bedrijf. ‘Dan ga je nadenken: is dit wat ik de rest van mijn leven wil blijven doen of zijn er nog andere uitdagingen? En als ik nu stop, wat zijn dan de financiële consequenties? Die laatste vraag is trouwens voor elke ondernemer relevant. Zeker als je nog een poosje moet overbruggen tot je pensioen en niet al te veel wilt inleveren op je huidige uitgavenpatroon. Kun je helemaal stoppen met werken of moet je er iets naast blijven doen?’

 

Een financiële planning geeft houvast

Dit overzichtelijk maken doe je met een financiële planning. Jacqueline doet dat elke vijf jaar, of eerder als de situatie plotseling verandert. Hierin neem je alle aspecten mee die impact hebben op je financiële situatie. Van de waarde van de onderneming tot een mogelijke erfenis. ‘Ik raad aan elke ondernemer om dit ook te doen. Ga eens sparren met een adviseur om duidelijk te krijgen welke financiële mogelijkheden je hebt. Zo kom je erachter of die voldoende zijn voor de manier waarop je je leven wilt inrichten. Bijvoorbeeld na de verkoop van je bedrijf’, aldus Jacqueline. Een belangrijk vertrekpunt hierin zijn je uitgaven. Die noemt ze de basis van elke berekening. ‘Stel dat je eerder wilt stoppen, voordat je officieel met pensioen gaat. Pas als je weet hoeveel je elke maand nodig hebt, kun je uitrekenen hoeveel vermogen er moet zijn om dat inkomen jarenlang aan te vullen.’

Eén opbrengst, meerdere bestemmingen

Ze verkocht uiteindelijk haar bedrijf. En dat was het moment om haar financiële planning weer een update te geven. Want voor de opbrengst uit de verkoop had ze overigens al snel een nieuwe bestemming voor gevonden: de bed & breakfast Forest Inn in Ugchelen, met een vergaderlocatie én een paardenstal. ‘Ik heb deze investering kunnen doen met de opbrengsten van de verkoop. Daarvoor hoefde ik dus geen nieuwe lening af te sluiten’, vertelt ze.

Hoewel de B&B goed loopt, komen de opbrengsten niet in de buurt van haar vlaggenbedrijf. Jacqueline vertelt: ‘Ik vul dit aan met een deel van het vermogen dat ik met de verkoop heb vergaard. Ook heb ik een lijfrentepolis afgesloten en een holding opgericht. Over het ingelegde bedrag in de lijfrentepolis hoef ik nu geen inkomstenbelasting af te rekenen. In plaats van één grote belastingklap in het verkoopjaar, vaak tegen het toptarief, krijg ik het geld later in periodieke uitkeringen terug. Pas dan betaal ik belasting, tegen een gunstiger tarief. Zo fungeert de polis eigenlijk als een fiscaal gunstig pensioenpotje.’

Leef je droom

Voor Jacqueline draait dit financiële succes in ieder geval om het team. Of je nu je bedrijf verkoopt, eerder wilt stoppen met werken of een nieuw ondernemersavontuur aangaat. ‘Zorg dat je de juiste mensen om je heen verzamelt die je kunnen begeleiden. Of dat nu je accountant is of een financieel adviseur van de bank’, aldus Jacqueline. Helemaal stoppen? Daar vindt ze het nu nog veel te vroeg voor. ‘Je bouwt met de verkoop van je bedrijf vermogen op en daarvan kun je wellicht rondkomen. Maar het echte geluk zit wat mij betreft in zingeving. De hele dag golfen en varen klinkt misschien leuk, maar ondernemers raken snel verveeld.’

Rustiger is haar leven er in ieder geval niet op geworden. Waar ze voorheen medewerkers had om werk aan uit te besteden, maakt ze nu zelf haar facturen en doet ze de administratie. Haar moeder zei laatst nog: ‘Kind, je bent drukker dan je ooit geweest bent.’ Jacqueline neemt het voor lief. ‘Ik geloof erin dat je altijd een doel moet hebben. Droom niet je leven, maar leef je droom, zeg ik altijd.’

Blik van ABN AMRO


Monique Rosman-de Vries, preferred banker voor ondernemers bij ABN AMROWanneer kan en wil ik écht stoppen met mijn bedrijf? Het is een vraag met twee kanten die vaak door elkaar lopen, stelt Monique Rosman-de Vries. Ze is Preferred Banker voor ondernemers bij ABN AMRO. ‘Met twee kanten doel ik op het feit dat privé en zakelijke financiën met elkaar verweven zijn. Er komt veel kijken bij het verkopen van een bedrijf. Zeker als het je pensioenvoorziening betreft. Die financiële vrijheid geeft je de ruimte om zelf te bepalen wanneer je minder of helemaal niet meer wilt werken. ABN AMRO kijkt samen hoe je pensioen, vermogen en andere inkomstenbronnen kunnen bijdragen aan jouw wensen, via een persoonlijk adviesgesprek met onze experts.

Is er bijvoorbeeld genoeg opgebouwd om financieel van rond te komen? En heb je als ondernemer al een concreet beeld van het leven na de verkoop? Dit wordt nog wel eens vergeten.’ Dat Jacqueline van der Weijden jaren voor de deal al met een financieel adviseur om tafel is gegaan, is precies wat ze elke ondernemer aanraadt. ‘Hoe verder je van je AOW-leeftijd af zit, hoe meer je nog kunt bijsturen. Eigenlijk kun je hier niet vroeg genoeg mee beginnen.’

Ook de persoonlijke kant weegt zwaar, zo merkt Monique in haar adviesgesprekken met ondernemers. Ze vertelt over een fietsenmaker die vastbesloten leek om tot z’n 80e te blijven doorwerken. Zijn vrouw bleek alleen iets minder enthousiast over dat voornemen. ‘Ga hierover eens het gesprek aan met je partner. Het liefst nog vóór het over kwesties als vermogen, inkomen en bedrijfswaarde gaat. Pas als wij weten wat iemand écht wil, kunnen we samen met de ondernemer het financiële plaatje gaan invullen.’

Bekijk ook

Het familiebedrijf naar de volgende generatie, daar komt financieel veel bij kijken

 

Dit Haagse bedrijf werkt alleen nog met impactgedreven organisaties: ‘Onze technologie is cruciaal voor de VN-vluchtelingenorganisatie’

In samenwerking met ImpactCity - Het Haagse bedrijf Upinion ontwikkelde een online platform waarmee de stemmen van mensen in crisisgebieden gehoord kunnen worden. Overheden en ngo's staan in de rij voor die nieuwe technologie. 'We kunnen goedkoop toegang bieden tot veel mensen. Dus ondanks de dalende budgetten voor humanitaire hulp gaat het goed met Upinion.'

Klanten van het Haagse Upinion zijn onder andere VN-organisaties, het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en ngo's. Foto: Upinion

Honderden westerse overheden en ngo’s willen hulp bieden aan mensen in nood. Maar weten we wel wat die nodig hebben?

Niet goed genoeg, betoogt Upinion: beleid wordt te vaak gemaakt zonder dat de mensen over wie het gaat daarbij betrokken worden. Dat leidt tot hulp die bijvoorbeeld niet het gewenste effect heeft of niet voor iedereen toegankelijk is.

Daarom ontwikkelde het Haagse bedrijf een online platform dat de stemmen van mensen die zijn getroffen door crisis of conflict wél laat horen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om mensen die hun thuis zijn ontvlucht door oorlog of natuurrampen: van Syrische vluchtelingen in Turkije tot ontheemden in Mali.

‘We communiceren met hen op de manier waarop jij en ik ook contact met elkaar hebben’, vertelt Upinion-directeur Noor Lekkerkerker. ‘Niet één keer, maar wanneer ze daar behoefte aan hebben, gedurende langere perioden. We hebben én houden contact.’ Juist dat langetermijncontact vindt ze waardevol om te ontdekken wat mensen echt nodig hebben. ‘We hebben al in tientallen landen bewezen dat onze technologie werkt.’

Contact met mensen in crisisgebieden

Upinion-directeur Noor Lekkerkerker: ‘We hebben al in tientallen landen bewezen dat onze technologie werkt.’ | Foto: Upinion

Sommige mensen in crisisgebieden hebben weinig of geen toegang tot internet. Maar veel van hen ook wél, zegt Lekkerkerker − in elk geval voldoende om mee te doen. Het digital engagement platform van Upinion maakt contact met bestaande berichtenapps als Facebook Messenger en WhatsApp. Klikken mensen op een advertentie van het bedrijf, dan kunnen ze naar een nieuw venster worden gestuurd, waarmee hun privacy wordt geborgd.

De gesprekken die volgen zijn geautomatiseerd. Mensen in het buitenland praten dus niet live met een Upinion-medewerker, maar de gesprekken zijn wel gemaakt door Upinion-onderzoekers en lokale experts, zegt Lekkerkerker. ‘En willen mensen later nog iets vragen of zeggen, dan blijft de chat beschikbaar via de berichtenapp.’

Lekkerkerker vindt het belangrijk dat het contact niet eenzijdig is. Het belangrijkste wat deelnemers terug moeten krijgen is hulp die op hen is afgestemd, vindt ze. Maar concretere dingen zijn ook nodig: soms in de vorm van een financiële vergoeding voor bijvoorbeeld internetkosten, vaak ook in de vorm van nuttige informatie. ‘Dat gaat van gegevens van psychisch hulpverleners in de omgeving tot informatie over terugkeer naar hun eigen land als ze daar behoefte aan hebben.’

Real-time feedback op humanitaire hulp

Klanten van Upinion zijn onder andere VN-organisaties, het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en ngo’s. Zij betalen het bedrijf voor rapporten of dashboards waarop geanonimiseerde informatie over hun doelgroep is verzameld. Deels gaat het om informatie tijdens het ontwikkelen van beleid, maar Upinion kan ook feedback ophalen op bestaande hulp. ‘De internationale organisatie voor migratie (IOM) zet ons systeem bijvoorbeeld in om real-time feedback op hun interventies te krijgen, om die eventueel te kunnen aanpassen.’

Het komt vaak voor dat mensen in crisisgebieden andere informatie hebben dan beleidsmakers dénken dat ze hebben, zegt Lekkerkerker. ‘Veel organisaties geven wel informatie aan mensen in crisissituaties, maar hebben geen idee of die informatie relevant wordt gevonden of überhaupt aankomt. Daarom vertalen wij alles, zelfs in de meest lokale dialecten, en checken we of het nuttig is voor de ontvanger. Voor bijvoorbeeld de vluchtelingenorganisatie van de VN is dat cruciale informatie.’

Upinions doel is om uiteindelijk gedragsverandering te veroorzaken bij ‘de mensen die over het geld en het beleid gaan’. Zij moeten de stemmen van de gemeenschap waar ze voor werken structureel meenemen in besluitvorming en evaluaties, vindt Lekkerkerker. Het helpt daarbij dat de technologie van Upinion tegen relatief lage kosten toegang kan bieden tot veel mensen, ook in moeilijk bereikbare gebieden. ‘Dat maakt dat het goed gaat met Upinion, ondanks dat de budgetten voor humanitaire hulp wereldwijd dalen.’

Lees ook: Sociaal ondernemerschap hielp dit bedrijf weer relevant worden in een ‘cowboymarkt’

Van commercie naar sociaal ondernemen

Het digitale platform werd oorspronkelijk in de markt gezet als innovatie voor communicatie met digitale gemeenschappen. Upinion was destijds vooral een commercieel bedrijf. Lekkerkerker: ‘Pas later realiseerden we ons dat onze technologie ook heel goed kan worden ingezet voor maatschappelijke doeleinden. Sinds 2019 gebruiken we het alleen om community-driven hulp mogelijk te maken. De technologie is niet het hoofddoel, maar een middel.’

Het verdienmodel staat nog steeds, maar Upinion werkt nu alleen nog samen met impactgedreven organisaties. Ook bekijkt het bedrijf de mogelijkheid om steward-owned te worden. Steward-ownership is een ondernemingsvorm waarbij zeggenschap en economisch eigendom van elkaar gescheiden zijn, zodat een onderneming zich optimaal kan richten op zijn missie. De zeggenschap ligt vaak bij een stichting.

Impact maken vanuit Den Haag

Lekkerkerker zelf woonde enkele jaren in Libanon, maar Upinion opereert vanuit Den Haag. Het kantoor zit in The Hague Humanity Hub, waar ook veel andere missiegedreven organisaties huizen. De verhuizing naar die plek heeft een grote rol gespeeld in de omslag naar sociaal ondernemen, zegt Lekkerkerker. Net als de scale-upprijs van The Hague Innovators Challenge, een initiatief van ImpactCity. ‘Die prijs was de bevestiging dat we goed bezig waren.’

Natuurlijk is sociaal ondernemen soms een uitdaging, zegt Lekkerkerker. ‘Maar we hebben er nooit aan getwijfeld dat we nodig waren.’

Bekijk hier hoe ImpactCity ook jouw impactbedrijf vooruit kan helpen.

Het familiebedrijf naar de volgende generatie, daar komt financieel veel bij kijken

In samenwerking met ABN AMRO - Het familiebedrijf overdragen is complex. Wie krijgt welke rol, hoe verdeel je de aandelen en hoeveel zeggenschap houden ouders? Ook bedrijfswaardering en financiering spelen mee, en zakelijk en privé lopen voortdurend door elkaar. Martin en Wiebe Willig van kaasmaker Henri Willig kunnen erover meepraten.

Wiebe en Martin Willig, kaasboerderij Henri Willig

Dit verhaal begint midden jaren 70. Henri Willig en zijn vrouw Riet bouwen hun melkveehouderij om tot kaasmaker. Wat begint als een boerenbedrijf met een bijverdienste, groeit in de decennia die volgen uit tot één van de bekendste kaasconcerns van ons land. Met eigen merken als Henri Willig (bekend van de kleine wielen Goudse kaas in kleurige verpakking, met smaken als komijn, knoflook of truffel), Molenkaas, Polderkaas en de biologische kaaslijn Hooidammer. Omzet? Rond de 95 miljoen euro. De kaasboerderij in Katwoude en de ruim 40 winkels in Nederland, Duitsland en Oostenrijk trekken samen zo’n 6 miljoen bezoekers per jaar. Het zijn behoorlijk indrukwekkende cijfers.

Vader komt vier maanden niet op kantoor

In 2010 draait het bedrijf zijn beste jaar ooit. Vader Henri Willig stelt voor om de dagelijkse leiding over te dragen aan zijn middelste zoon Wiebe, die dan al diverse rollen heeft bekleed in het familiebedrijf. ‘Mijn vader is toen vier maanden niet op kantoor geweest. ‘Dat kun je gerust een motie van vertrouwen noemen’, aldus Wiebe. Het is het begin van een overnametraject dat tot 2024 zal duren, het jaar waarin de drie zonen de aandelen in handen krijgen. De oudste van het stel is Jacob, hij werkt als programmeur bij Henri Willig. Wiebe is zoals gezegd CEO en Martin regelt als financieel directeur alle geldzaken. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de boerderij in Katwoude. Voor hen voelt werken in het bedrijf van kinds af aan al als een soort vanzelfsprekendheid. ‘Ik heb meegeholpen bij de koeien en met het landwerk en vanaf mijn 16e stond ik regelmatig in de winkel. Niet veel later hielp ik in de weekenden mee in de kaasmakerij.’

Het moment

Het moment waarop de bedrijfsopvolging voor Martin echt gaat leven, is zijn keuze voor een studie. Het wordt Voedingsmiddelentechnologie en dat duwt hem al een beetje richting het familiebedrijf. Toch gaat hij na de collegebanken eerst aan de slag bij een groenteversnijder in Noord-Holland. ‘Onze vader vond het een goed idee als we eerst buiten het familiebedrijf aan de slag zouden gaan. Om ervaring op te doen, maar vooral om te zien hoe het in een ander bedrijf aan toe gaat’, vertelt hij. Na anderhalf jaar volgt de definitieve overstap. De kaasmakerij van Willig in Heerenveen draait niet optimaal en Martin wordt gevraagd om de boel daar weer op de rit te krijgen. De ervaring die hij hier opdoet met het stroomlijnen van de bedrijfsprocessen blijkt de juiste bagage voor zijn huidige rol van financieel directeur.

 

Hulp van specialisten

Stap voor stap krijgen de broers in de jaren die volgen steeds meer zeggenschap. Ze worden tijdens dat overnameproces bijgestaan door specialisten, van ABN AMRO onder meer. Dit gaat om kwesties als de waardebepaling en het juridisch structureren van de overdracht.  ‘Zo’n traject is best complex, daar heb je ook echt een fiscalist bij nodig’, aldus Martin. ‘Bij zo’n bedrijfsoverdracht kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met schenkbelasting, erfbelasting en inkomstenbelasting. Een fiscalist weet precies welke vrijstellingen er zijn en aan welke voorwaarden je moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Je wilt uiteindelijk toch een gunstige deal voor jezelf, je broers én je ouders.’

De overname is vormgegeven via de bedrijfsopvolgingsregeling, beter bekend als de BOR. Zo voorkom je dat het familiebedrijf bij een schenking of erfenis in de problemen komt, omdat de opvolgers een flinke belastingaanslag moeten betalen. Bij Henri Willig ging het om een schenking. ‘Zonder die regeling hadden we alle drie een enorme lening moeten aangaan. Dat was een bepaald risico geweest’, aldus Martin.

Om voor de BOR in aanmerking te komen, gelden wel voorwaarden. Zo moeten de ouders het bedrijf al een aantal jaren in bezit hebben en de volgende generatie is verplicht om de onderneming minimaal vijf jaar voort te zetten. Bovendien telt enkel het ondernemingsvermogen mee. Beleggingen en vastgoed die niet voor Henri Willig worden gebruikt, vallen niet onder de vrijstelling.

Het familieberaad als overlegmoment

Eind 2024 is de hele overdracht een feit en komt Henri Willig definitief in handen van de volgende generatie. De drie broers krijgen evenveel aandelen. ‘Onze ouders hebben nog wel stemrecht. We zitten elke maand met de hele familie om tafel tijdens het zogeheten familieberaad, waar het reilen en zeilen van het bedrijf wordt besproken. Wiebe vertelt: ‘Dit is overigens een veelgebruikte constructie bij familiebedrijven. De kinderen krijgen het economische eigendom van de aandelen, maar de ouders houden via het stemrecht invloed op belangrijke beslissingen. ‘Daarnaast is het familieberaad een vast overlegmoment waar we als familie de strategie, rolverdeling en toekomstplannen bespreken. Los van de dagelijkse leiding van het bedrijf’, aldus Martin.

En hun kinderen, lopen die zich al warm voor het bedrijf? ‘Er zijn al wel neefjes en nichtjes die in de winkels werken. En een aantal van hen schuift soms aan bij het familieberaad’, vertelt hij. Toch zijn er nog geen concrete plannen voor een volgende overdracht. ‘Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld nog maar 10 en 8. Toch moeten we hier wel over gaan nadenken’, zegt hij. ‘Zo’n bedrijfsoverdracht vraagt nu eenmaal jaren aan voorbereiding.’

Blik van ABN AMRO


Jeroen van Beveren, business banker bij ABN AMROWat komt er allemaal bij bedrijfsopvolging kijken, en hoe zorg je ervoor dat je op tijd begint? ‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de opvolging van het familiebedrijf’, stelt  Jeroen van Beveren, Business Banker bij ABN AMRO. ‘We zien nog regelmatig dat ondernemers vrij laat starten met dit proces. Daardoor blijft er te weinig voorbereidingstijd over om het bedrijf echt goed over te dragen. Een persoonlijk gesprek met een van onze experts is zo gepland.’

Financieel wordt zo’n bedrijfsoverdracht vaak uit meerdere bronnen opgebouwd. Jeroen staat nu een familie bij waarbij twee zoons via een hun eigen holding ieder 40 procent van de aandelen overnemen. Vader behoudt 20 procent van het bedrijf. ‘Een deel van de overdracht financieren we met een 5-jarige lening van ABN AMRO. Daarnaast leent de vader een deel van de koopsom aan zijn zonen. De BOR vult de rest op. Zakelijk en privé lopen daarbij voortdurend door elkaar’, aldus Jeroen. Ook voor kinderen die niet in het bedrijf stappen, moet een eerlijke regeling komen, benadrukt hij. Vaak worden die afspraken bij de notaris vastgelegd.

Bekijk ook

Zo zette ondernemer Jacqueline haar vermogen in om eerder te kunnen stoppen met werken