Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Kan Van Houten Philips laten groeien?

De kwartaalcijfers van Philips maken duidelijk dat de nieuwe topman van het technologieconcern één ding bovenaan zijn agenda moet zetten: groei.

Kan Frans van Houten voor elkaar krijgen wat Gerard Kleisterlee in bijna tien jaar niet is gelukt?

 

Het Philips-aandeel ging vanochtend onderuit op de laatste cijfers over 2010. De kwartaalwinst van 463 miljoen euro viel beleggers en analisten tegen; zij hadden ingezet op minimaal 500 miljoen. Bovendien steken de cijfers van Philips wat bleekjes af tegen die van concurrent General Electric en de verwachtingen rond Siemens dat later deze week cijfers publiceert.

Groei stagneert

Zowel koersdip als winstteleurstelling zijn van tijdelijke aard. Een structureler probleem heeft Philips met zijn omzetgroei. Nominaal steeg de omzet iets, van 7.26 miljard naar 7.39 miljard, maar de vergelijkbare omzet ging 4 procent omlaag. Nu herstellen de consumentenmarkten, met name die in het Westen, zich minder snel dan gehoopt.  Zo had de afgelopen jaren Philips-topman Gerard Kleisterlee bijna elk kwartaal goede argumenten om matige groei of krimp van zijn bedrijf te verklaren.

'Klaar voor groei'

In de eerste jaren vanaf zijn aantreden in 2001 kon niemand Kleisterlee afrekenen op groei; hij leidde Philips door een grondige verbouwing waarbij veel bedrijfsonderdelen werden verkocht en gestaakt, terwijl de licht- gezondheids- en welnessactiviteiten met overnames werden versterkt. Vanaf 2004 stelde hij zijn bedrijf voor als 'klaar voor groei': omgeturnd van elektronicaconcern in een aanbieder van 'health, lifestyle and technology', actief in de groeimarkten van gezondheid en licht.

'Grow like Hell'

De groei bleef grosso modo tegenvallen. Doordat nieuw aangekochte bedrijven en bijvoorbeeld de gezondheidsmarkt in de VS niet zo hard gingen als gehoopt. Door wetgeving, die meer marktwerking in de zorg tegenhield, door de rijpe markten in het Westen, die niet meer hunkerden naar nóg een tv of hifi-apparaat. De laatste en grootste stap die Kleisterlee in de verbouwing zette was in 2006 het afstoten van de halfgeleiderdivisie. Bij die gelegenheid beloofde hij andermaal Philips hard te laten groeien, maar nu écht: het was tijd 'to grow like hell'.

Frans van Houten

Die woorden blijven de Philips-topman achtervolgen omdat hij de daad niet erbij wist te voegen. Toch doorstond Philips de stresstest van de crisis vanaf 2008 goed: ook zonder groei kan Philips geld verdienen – op korte termijn. Nu komt de man die jarenlang de verzelfstandigde halfgeleiderdochter onder de nieuwe naam NXP leidde, Frans van Houten, om te bewijzen dat Philips wél kan doorgroeien. Van Houten begint officieel op 1 april, maar heeft al maanden de tijd gehad om de lijnen uit te stippelen. En die draaien, hoe kan het ook anders, om drie dingen: groei, groei en nog eens groei.

Groeimanager

Kan Van Houten, al kroonprins sinds hij aan het karwei bij NXP begon, waarmaken wat Kleisterlee beloofde? Bij NXP had hij zijn aandeelhouders en de markt niet mee; het bedrijf moest zich terugtrekken op de paar product/marktcombinaties waarin het nog voldoende kracht had om in de hevig concurrerende halfgeleiderindustrie mee te kunnen. Van Houten kon zich, door de keiharde omstandigheden, niet profileren als groeimanager.

Drastisch ingrijpen

Hij bewees zich wel als een doortastende, soms harde manager die niet te beroerd was om drastisch in te grijpen. Hij verving de complete managementlaag onder zich, verkocht flinke brokken van zijn bedrijf en spoorde zijn werknemers in Angelsaksische stijl aan tot zelfverbetering. Tot groei leidde dat niet. Uiteindelijk werd Van Houten vervangen door een zetbaas van zijn Amerikaanse aandeelhouders. Blijkbaar kostte hem dat bij Philips geen strafpunten.

Vision 2015

Van Houten stapt straks in een groeibelofte die zijn voorganger heeft vervat in Vision 2015: tot dat jaar moet Philips elk jaar minimaal 2 procent harder groeien dan het mondiale BBP. 2011 wordt een jaar waarin Philips "voortgang boekt in het behalen van zijn Vision 2015 doelstellingen". Die bestaan overigens ook uit een ebita-marge van tussen de 10 en 13 procent en een winst per aandeel die dubbel zo hard groeit als de omzet.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Groeistrategie

Aan de kostenkant zal Van Houten vooral kijken naar de tv-activiteiten en andere bleeders die met gerijpte producten in verzadigde markten opereren. Ook het uitbesteden van meer (logistieke) processen kan Philips nog wel aan lagere kosten en meer slagkracht helpen. Van de grote lijnen van de groeistrategie zal Van Houten niet direct afwijken. Groei is te halen in de opkomende markten, dus daar blijft Philips stevig op inzetten voor alle divisies. Groei komt in het Westen – via vergrijzing – vooral uit de gezondheidsmarkt en de overschakeling op led-verlichting, dus ook die gebieden houden de volle aandacht.

Accentverschuiving

Een volgende Philips-topman kan wel accenten anders leggen. Met de juiste aankopen of juist het binnenhouden van de juiste onderdelen kan het groeitempo verbeteren. Een voorbeeld is Lumileds, de led-producerende dochter die het op dit moment fantastisch doet, maar naarmate de technologie volwassen wordt en de markt concurrerender, naar lagere marges en groei zal toegaan. Volgens bronnen in het FD stond Lumileds al in de etalage, maar is het door Van Houten alvast daaruit gehaald.

Lees ook:

Meer op Techbusiness:

Verhuizen of verbouwen? Dit is waarom Richard van Egmond Plastic koos voor dat laatste

In samenwerking met ABN AMRO - Wil je uitbreiden en is er te weinig ruimte in je bedrijfspand? Dan maar verhuizen, zullen veel ondernemers denken. Dat was eigenlijk ook het plan van Richard Brandwijk, eigenaar van Egmond Plastic in Alkmaar. Tot een adviseur hem op een dag vroeg wat hij in dat nieuwe pand eigenlijk ging doen. 'Dat geld kon ik net zo goed in mijn eigen pand steken.'

Richard Brandwijk, Egmond Plastic

Wie weleens in een Boeing of Airbus heeft gezeten, heeft waarschijnlijk wel iets van Egmond Plastic in z’n handen gehad. Het bedrijf maakt kunststof onderdelen voor vliegtuigen. Denk aan een leeslampje, het deurtje van een oven in de pantry of de wc-bril. Maar er zijn ook onderdelen die je niet ziet, zoals in het brandstofsysteem. Zo’n 70 procent van de omzet komt inmiddels uit deze branche. Het bedrijf begon in 1968 met spuitgieten. Dat is een productietechniek waarbij gesmolten materiaal onder hoge druk in een mal (een matrijs) wordt gespoten. Zodra het materiaal afkoelt en stolt, ontstaat een nauwkeurig driedimensionaal product.

In de jaren 80 koos de toenmalige leiding bewust voor lastige materialen, kleine aantallen en complexe vormen. ‘Ze zagen de lagelonenlanden toen al aankomen. Fokker werd een belangrijke afnemer en maakte de weg vrij naar meer klanten uit de luchtvaart’, zegt Richard Brandwijk. Hij nam het bedrijf in 2011 over, een deal waar ook het vastgoed bij inbegrepen was. Een pand uit 1980, dat sindsdien nauwelijks was gemoderniseerd.

Het gesprek dat alles veranderde

Al snel na de overname liep Richard tegen de muren aan. Machines had hij genoeg, ruimte om uit te breiden nauwelijks. Een pand in de buurt leek de ideale oplossing en de gesprekken met die eigenaar waren al ver gevorderd. Totdat een oud-collega hem in contact bracht met een specialist in lean manufacturing. Dat is een manier van werken waarbij je alleen maakt wat een klant vraagt en dus geen voorraden aanhoudt. ‘Dat gesprek veranderde alles. Als je alleen voor de ruimte gaat verhuizen, dan worden dat heel dure opslag van pallets, zo vertelde hij me. Bovendien moesten we ook daar flink gaan verbouwen. Onze productiemethode stelt nu eenmaal super hoge eisen aan een gebouw.’

Een nieuwe schil om het bedrijf

Richard somt er een paar op: de zwaarste matrijs bij Egmond Plastic weegt 6 ton. En dat op een oppervlak van één vierkante meter. Dat vraagt om een ijzersterke vloer, voldoende hoogte en kraanbanen om de matrijzen in de machines te hangen. ‘Hij rekende het me voor en zo kwamen we uit op 1 miljoen euro, bovenop de koopsom. Dat geld kon ik net zo goed in mijn eigen pand steken’, aldus Richard. Het gevolg? De deal werd afgeblazen. De ondernemer koos heel bewust voor een ingrijpende verbouwing.

Die volgde in 2017 en 2018. Alles wat niet met de productielijn te maken had, verdween van de fabrieksvloer. Van de kantine tot kleedkamers, toiletten, opslag en kantoren. Rond het rechthoekige pand kwam een nieuwe schil, waarin al die functies een plekje kregen. En omdat er voortaan minder op voorraad werd gemaakt, bleek er ook minder opslagruimte nodig. Toch was er ook nog een extra uitdaging. ‘Het pand staat op veengrond en in 1980 vond men het niet nodig om de vloeren te onderheien. Vijf van de zes waren inmiddels verzakt. Stuk voor stuk zijn ze eruit gehaald, onderheid en opnieuw gestort.’

Je pand verbouwen, hoe financier je dat?

Hoe betaal je zo’n verbouwing, kort nadat je een bedrijf hebt gekocht? De overname zelf financierde Brandwijk in 2011 met een lening van ABN AMRO. Omdat het pand bij de deal was inbegrepen, gaf dat de bank voldoende zekerheid. Wat volgens Richard verder nog meehielp, was de timing. ‘Het bedrijf had in de jaren ervoor niet zo goed gedraaid. Dat veranderde na de overname en ook dat aspect speelde bij het verkrijgen van de financiering een rol’, vertelt de ondernemer. En de verbouwing zelf? Die betaalde hij deels uit eigen middelen en deels met een lening van ABN AMRO. Zelf hield hij jarenlang de hand op de knip. ‘We hebben vrijwel al het verdiende geld weer teruggestopt in de onderneming. Daar haal ik een beter rendement mee dan op een spaarrekening.’

Stroom van het eigen dak

De volgende investeringsgolf kwam met de energiecrisis, in 2022. Egmond Plastic verbruikt zo’n 1,3 miljoen kilowattuur per jaar. Toen de prijzen na de Russische inval in Oekraïne zo hard stegen, kon Richard dat niet doorberekenen aan zijn klanten. ‘Mijn concurrenten in Amerika en China hadden namelijk geen energiecrisis. Ik moest het dus aan de kostenkant zoeken.’ Het energieverbruik halveren, dat werd het doel. Het ouderwetse dak bleek daarbij een voordeel. De lichtstraten gingen eruit en op het pand kwamen zo’n 800 zonnepanelen. ‘Dat was een investering van een kwart miljoen. Ik heb dit gefinancierd met lease. Je betaalt dan maandelijks een vast bedrag in plaats van de volledige aanschafprijs in één keer. De zonnepanelen leveren jaarlijks ruim 270.000 kilowattuur op en ik kan de opgewekte energie meteen gebruiken in het productieproces.’

Daarnaast verving hij tussen 2022 en 2025 tien hydraulische machines door elektrische modellen. Ook die investering – ongeveer 1 miljoen euro – bracht hij onder in een leaseconstructie bij ABN AMRO. ‘De nieuwe machines zijn zeker 80 procent zuiniger en verdienen zich binnen acht tot negen jaar terug, alleen al op de stroomrekening. Bij een deel van de financiering hing de rente af van duurzame doelen. Daar heeft de bank goed in meegedacht.’ Bij zo’n lening spreekt de ondernemer met ABN AMRO meetbare doelen af. Denk aan de hoeveelheid bespaarde stroom. Haalt de ondernemer die doelen, dan ligt er een aantrekkelijke rentekorting in het verschiet. Voor Egmond Plastic leverde deze investering dus twee keer iets op: een lagere energierekening én een goedkopere lening.

Zakelijk en privé financiën

‘Voor de overnamesom moest ik destijds privé garant staan. Dat is best een ding, zeker voor mijn echtgenote want die moest mee tekenen. Dan gaat het wel over wat er gebeurt als het fout gaat, wat betekent dat voor ons? Uiteindelijk is dat allemaal goed gegaan en zijn we een financieel gezond bedrijf. Ik ben eigenaar van het pand, en als ik besluit het bedrijf te verkopen kan ik het bijvoorbeeld altijd verhuren aan derden. Ik zie dat als een belangrijke bron van mijn pensioen.’

Opnieuw een flinke uitbreiding

Aan orders hebben de meeste vliegtuigbouwers momenteel geen gebrek. En dus heeft ook Egmond Plastic te maken met een stijgende vraag. Daardoor groeide het bedrijf opnieuw uit z’n jasje en kwam er drie jaar geleden nog eens 280 vierkante meter bij voor opslag. Richard ontdekte gaandeweg dat een beetje voorraad toch wel handig is om klanten snel te kunnen bedienen. In september gingen de heipalen de grond in voor nóg eens 300 vierkante meter. De grond had het bedrijf al in eigendom. ‘De wereldwijde luchtvaart verwacht de komende drie à vier jaar met de helft te groeien. Voor veel onderdelen zijn wij de enige leverancier. Als wij niet meegroeien, dan kan Airbus z’n toestellen niet afleveren.’

Nu alsnog verhuizen is ook geen optie. En dat heeft niet enkel meer met kosten te maken. ‘Ik kan wel naar een andere plek willen, maar krijg ik daar op tijd een stroomaansluiting die past bij ons productieproces? Die kans is eigenlijk heel klein.’ Of hij, met de kennis van nu, nog iets anders zou doen? Over die vraag hoeft Richard niet lang na te denken. ‘Net na de coronacrisis stond het pand van de buren te koop. De luchtvaart zat toen net in een dip en daarom liet ik dat lopen. Maar ja, het pand van je buurman komt maar één keer in je leven te koop, zeggen ze weleens. Achteraf had ik het misschien gewoon moeten doen.’

Blik van ABN AMRO


Erik Kabel ABN AMROVerbouwen of verhuizen. Dat begint zelden bij de cijfers, ziet Erik Kabel, Business Banker bij ABN AMRO. ‘Ondernemers denken eerst aan hun medewerkers. Als je ervoor kiest om te verhuizen, kunnen die straks dan nog op de fiets komen bijvoorbeeld?’ Wat ondernemers vaak onderschatten, is wat zo’n operatie met het bedrijf doet. ‘Het kost tijd, energie en geld. Die kun je maar één keer inzetten. We zien in de praktijk dat omzet en resultaat in dat jaar geregeld onder druk staan.’

Vaak schuift de bank pas aan als de architect en de aannemer al langs zijn geweest. En dat is echt te laat, benadrukt hij. ‘Een nieuw pand betrekken of een bestaand pand verbouwen en verduurzamen, dat is een beslissing waarmee vrijwel altijd veel geld gemoeid is. Hoe eerder je daar met één van onze adviseurs over gaat sparren, hoe beter.’ Het is dan de rol van de adviseur om de juiste vragen te stellen en scenario’s op tafel te leggen. Kun je bij 10 procent minder omzet nog steeds je personeel, de belasting en de bank betalen bijvoorbeeld?

Bekijk ook:

Het familiebedrijf naar de volgende generatie, daar komt financieel veel bij kijken

Zo zette ondernemer Jacqueline haar vermogen in om eerder te kunnen stoppen met werken