Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

‘Fat, dumb and happy’ Nederland kán nog vooroplopen, blijkt uit Wenninks masterplan

Zonder forse investeringen in technologie dreigt economische stilstand, waarschuwt oud-ASML-ceo Peter Wennink. Zijn recept: miljarden naar sectoren waarin Nederland wereldwijd kan uitblinken, van fotonica tot quantum. Maar eerst de randvoorwaarden aanpakken. 'Nederland is nu als een auto met vier lekke banden.'

peter wennink ceo asml
Oud-ASML-topman Peter Wennink is kritisch, maar hoopvol: 'We kunnen een concurrerende, groene industrie in Nederland bouwen.' Foto: ASML

Nederland staat volgens Peter Wennink op een kantelpunt. Vrijdag presenteerde hij op verzoek van minister Karremans van Economische Zaken de Nederlandse versie van het inmiddels fameuze Draghi-rapport: een routekaart waarmee ons land zichzelf in de toekomst ook nog kan bedruipen.

Politiek en bedrijfsleven keken reikhalzend uit naar het werkstuk. Want zij voelen ook: het gaat de verkeerde kant op met Nederland. Het bedrijfsleven merkt het aan de overvolle stroomnetten, de trage en complexe procedures en het tekort aan talent – afijn, het rijtje is bekend.

Gevolg is dat de economische groei vertraagt, terwijl Nederland juist groei nodig heeft om de verzorgingsstaat overeind te houden, defensie te versterken en de energietransitie te betalen.

Groei uit arbeidsproductiviteit

Met de ramingen van het CPB en DNB, die op zijn hoogst een procentje groei voorzien (0,5 tot 0,9 procent), gaan we het niet redden, waarschuwt Wennink. Er is minstens 1,5 tot 2 procent nodig om alles te blijven bekostigen – en liefst meer, om naast het heden ook te kunnen investeren in de toekomst.

Vroeger groeide de economie doordat steeds meer Nederlanders gingen werken. Maar met een historisch hoge arbeidsparticipatie én een toenemende vergrijzing gaat die vlieger niet meer op – met de kanttekening dat Nederlanders gemiddeld minder werken dan mensen in landen als Canada of Nieuw-Zeeland.

Lees ook: Peter Wennink ziet kansen genoeg voor Europa, maar ‘we zijn nog altijd dik, dom en blij’

De benodigde groei zal dus vooral uit hogere arbeidsproductiviteit moeten komen, aldus Wennink. Daarvoor moet er de komende tien jaar minstens 151 tot 187 miljard euro extra in technologie, innovatie en hoogproductieve sectoren worden gepompt.

Geld dat grotendeels van private investeerders moet komen: pensioenfondsen, banken en verzekeraars, maar ook van durfinvesteerders en de spaarrekeningen van huishoudens, waar momenteel 600 miljard euro aan spaargeld vast staat tegen een (te) laag rendement. Wennink wil dat kapitaal ‘activeren’.

Van AI tot biotechnologie

Wat te doen met die miljarden? Ook dat heeft Wennink gedetailleerd in kaart gebracht met een overzicht van ruim vijftig projectvoorstellen, van dertig consortia. Die vallen binnen vier strategische domeinen waarin Nederland ‘historisch sterk is of strategisch relevant kan worden’. Het gaat om digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, life sciences en biotechnologie.

Wennink volgt de lijn die Invest-NL twee weken geleden ook uitzette in een nieuwe marktanalyse: probeer niet de nieuwe ChatGPT te bouwen, maar focus op technologische niches waarin Nederland wereldwijd kan excelleren. Andere landen kiezen immers ook waarin ze willen uitblinken, stelt Wennink. ‘Zuid-Korea in halfgeleiders, Frankrijk in quantumtechnologie, de VS en China in AI.’

Fotonica is zo’n sleuteltechnologie waarin Nederland volgens hem echt een verschil kan maken. Fotonische chips brengen informatie over met lichtdeeltjes in plaats van elektronische stroompjes en zijn daardoor veel sneller, zuiniger en nauwkeuriger. Ons land heeft nu nog een leidende positie op dit vlak, maar raakt die voorsprong zonder opschaling snel kwijt, waarschuwt de topman.

Een van de projectvoorstellen draait dan ook om een megaproject dat is bedoeld om de grootschalige industriële productie van fotonische chips in ons land binnen tien jaar op poten te zetten. De kosten: 1,95 miljard euro.

Nationale kampioenen

Nog zo’n groeimarkt is quantum; de verwachting is dat het wereldwijde marktpotentieel de komende tien jaar met een factor dertig zal groeien. Nederland heeft al een bloeiend ecosysteem met wetenschappers, talenten en startups, maar ook hier geldt: het is nog geen volwaardige industrie. Daar moet het QuantumValley-project voor zorgen. Nog zo’n megaproject, waarvoor de komende vijftien jaar 9,4 miljard euro nodig is.

Lees ook: Quantum bloeit in Nederland, maar waar blijft de ASML van quantum computing?

Andere voorbeelden zijn de ontwikkeling van een AI-Gigafabriek in Rotterdam, die de rekenkracht achter AI als eindproduct levert. Want: ‘Europa heeft nu slechts 5 procent van de wereldwijde rekencapaciteit tot zijn beschikking. Is dat voldoende? Ik denk het niet.’

Maar ook het opschalen van cel- en gentherapieën voor ziekten als kanker of het opschalen van robotica in de land- en tuinbouw. Het doorontwikkelen van first-of-a-kind-technologieën als de kleinschalige modulaire kernreactor van Thorizon, de gesmolten zoutbatterij waar Nobian Battery Chemicals aan werkt met Exergy Storage of de silicium-anodefolie van LeydenJar, die de batterijcapaciteit met de helft kan vergroten.

Wat dat betreft geeft de lijst direct een mooi overzicht van onze nationale kampioenen.

Nationale investeringsbank

In totaal ligt er ruim 126 miljard dollar aan investeringspotentieel klaar, waarvan ongeveer 70 procent privaat kan worden ingevuld. Maar het rapport draait óók om de vraag hoe Nederland zijn publieke investeringen moet organiseren, want volgens Wennink is het huidige systeem te versnipperd en te traag.

Als alternatief stelt hij een nationale investeringsbank voor, gebouwd op het fundament van staatsfondsen Invest-NL en Invest International, met een pot van 10 tot 20 miljard euro om strategische projecten op te schalen. Aanvullend pleit hij voor een nieuw innovatie-agentschap naar het voorbeeld van het Amerikaanse Darpa, dat met een pot van 1,5 tot 2 miljard euro doorbraaktechnologieën stimuleert.

Lees ook: Een Nederlands Darpa moet innovatie aanjagen – wat kreeg het instituut in de VS voor elkaar?

De lijst met projectvoorstellen is geen theoretisch lijstje. De betrokken partijen staan al in de startblokken, maar kunnen pas investeren zodra de randvoorwaarden worden verbeterd, waarschuwt Wennink. ‘Die moeten binnen vijf jaar op orde zijn. Dat vereist consistent, betrouwbaar en stabiel overheidsbeleid. Dat kan alleen met steun van een meerderheid van het kabinet en het parlement.’

Gaat dat kabinet er komen? ‘Ik heb vijf partijleiders gesproken en sterk de indruk dat iedereen de urgentie van wat ik probeer te vertellen heb, onderschrijft. Als dat zo is, dan zeg ik: neem dan ook de politieke verantwoordelijkheid om er iets aan te doen.’

Veel van zijn voorstellen komen overeen met wat Rob Jetten en Henri Bontenbal begin december in hun gezamenlijke werkstuk optekenden. De stikstofuitstoot naar beneden brengen, zodat er weer gebouwd kan worden. Netcongestie aanpakken, en daarmee de lijst van 14.000+ organisaties die met smart wachten op een aansluiting. De elektriciteitsprijzen ‘substantieel’ verlagen om meer richting het niveau van de buurlanden te komen, onder meer door de nationale CO2-heffing de deur uit te doen.

‘Auto met vier lekke banden’

Onderwijs komt in het tussenverslag van D66 en CDA daarentegen (nog) vrij beperkt aan bod, terwijl Wennink juist hamert op het versterken van de STEM-opleidingen (science, technology, engineering, mathematics) en het belang van een Nationale Talentagenda. Met naast meer geld voor de technische opleidingen een betere aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven, grootschalige om- en bijscholing en meer ruimte voor internationale studenten en expats.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Het kan, zegt Wennink. Hij noemt het rapport bovenal een ‘rapport van optimisme’. ‘Dit zijn geen onmogelijke opgaven. Ons land kan van het stikstofslot, we kunnen ons talent beter inzetten, we kunnen onze innovatie-ecosystemen laten floreren. En we kunnen een concurrerende, groene industrie in Nederland bouwen.’

Dan moet wel aan alle randvoorwaarden worden voldaan, vervolgt hij scherp. Want de man die Nederland in 2024 nog ‘fat, dumb and happy’ noemde, is een jaar later niet veel positiever. Hij vergelijkt Nederland met een ‘auto met vier lekke banden’. ‘En die moeten alle vier worden vervangen.’