Mediamarkt voorziet een zonnige toekomst. Moederbedrijf Ceconomy verwacht de komende jaren een forse winstgroei, zo maakte het Duitse concern onlangs bekend. Voor boekjaar 2028/2029 mikt Ceconomy op een aangepast bedrijfsresultaat (ebit) van 800 miljoen euro, tegenover 500 miljoen euro in het lopende boekjaar.
Volgens de Nederlandse topman Remko Rijnders, sinds juli ceo van Ceconomy, ligt het bedrijf alvast op koers om de huidige winstdoelstelling te halen. In de eerste negen maanden van boekjaar 2025/2026 kwam de ebit uit op 324 miljoen euro.
De reden voor al dat optimisme? De op handen zijnde overname door JD.com. De Chinese retailreus bracht vorige zomer een bod van 2,2 miljard euro uit op Ceconomy, waar naast Mediamarkt ook elektronicaketen Saturn onderdeel van uitmaakt. Een jaar later heeft de overname in het merendeel van de landen waar Ceconomy actief is, groen licht gekregen van de mededingingsautoriteiten.
Zo ook in thuismarkt Duitsland en Nederland, waar de Autoriteit Consument & Markt (ACM) oordeelde dat er na overname voldoende concurrentie overblijft op de markt.
Derde poging
Op traditioneel mededingingsvlak valt er ook weinig tegen in te brengen, schrijft NRC: JD is hier geen grote speler. Nog niet, althans. Het bedrijf is sinds dit voorjaar in Europa actief met webshop Joybuy. Die ging afgelopen februari live, en meteen in zes landen tegelijk: Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, België en Luxemburg.
Lees ook: Niet goedkoop, wel gevaarlijk: Joybuy speelt een heel ander spel dan Shein en Temu
Het is de tweede poging om Joybuy in Europa te lanceren – JD probeerde het in 2015 al eens in Duitsland, met een webshop met alleen Chinese producten – en de derde keer dat JD voet aan de grond probeert te krijgen in de Europese e-commercemarkt. Het is ook de partij achter de geflopte robotwinkels van Ochama.
Het bedrijf pakt het met Joybuy nu anders aan. Met de belofte van een ‘one-stop-shop’ – één online bestemming voor al je behoeften – en een assortiment waar naast Chinese merken stofzuigers van Philips en pannen van Brabantia te koop zijn, en de vertrouwde potjes appelmoes van Hak.
Dubbel-elf-belofte
Joybuy bezorgt die spullen met de eigen verzendservice JoyExpress, dat onderdeel is van de logistieke tak JD Logistics, en waar al jaren aan wordt gebouwd. Ook hier levert JD geen half werk. JoyExpress heeft de beschikking over een netwerk van ruim zestig magazijnen en depots verspreid door heel Europa, en een eigen vloot van vrachtwagens, busjes en elektrische bezorgfietsen.
Naast ‘kwaliteitsproducten’ wil Joybuy klanten ook een ‘excellente service’ bieden. De meest opvallende toezegging is de dubbel-elf-belofte. Als je voor 11:00 uur ‘s ochtends een bestelling plaatst, heb je je pakketje diezelfde dag voor 11:00 uur ‘s avonds in huis (in geselecteerde regio’s, dat wel).
Nieuw is dat niet, Coolblue en Bol bieden ook same-day delivery aan, maar het verschil is dat Joybuy er geen meerprijs voor rekent. In thuismarkt China gaat de service nog veel verder. Daar heeft JD een veel groter netwerk van distributiecentra en kleinere stadsmagazijnen dan in Europa. Dankzij deze fijnmazige infrastructuur kan het zelfs binnen 30 tot 60 minuten leveren.
Ander bedrijfsmodel, andere standaard
Chinese retailers bewerken de Europese markt al jaren. Het begon in 2010 met de komst van AliExpress. De marktplaats had het rijk in ons land meer dan tien jaar voor zich alleen, tot prijsvechters Shein en Temu het podium betraden. Shein staat vooral bekend om de spotgoedkope kleding en bij Temu vindt je voor luttele euro’s alles – ook producten waarvan je niet wist dat ze bestonden of dat je zo nodig had, zoals een schoenenwaszak voor in de wasmachine.
Inmiddels hebben deze partijen in ons land een flink stuk van de e-commercemarkt naar zich toegetrokken. Opgeteld gaven Nederlanders het afgelopen jaar online 35,7 miljard euro uit (Thuiswinkel Markt Monitor), waarvan 4,5 miljard euro over de grens. Daarvan neemt China bijna een derde (31 procent) voor zijn rekening. De stroom aan goedkope pakketjes begint zo’n probleem te worden dat sinds juli 2026 een invoerheffing op pakketjes van buiten de EU geldt.
JD distantieert zich nadrukkelijk van de Chinese koopjessites. Volgens ceo Sandy Xu hanteert het bedrijf een ander bedrijfsmodel en een andere kwaliteitsstandaard. ‘Wij zijn in China het grootste e-commerceplatform voor merkproducten’, zegt ze tegen NRC. ‘We verkopen nooit namaak.’
De topvrouw wil Europese consumenten laten zien wat een Chinese webshop ook kan zijn. Wat online winkelen ook kan zijn. De levertijden, klantenservice en productselectie – het kan allemaal beter dan bij veel Europese webshops het geval is, vindt Xu. ‘Klanten verdienen beter. Er is een gat tussen hoe het in Europa gaat en hoe het elders werkt.’
Grootste retailer van China
Dat getuigt van diepe zakken, en dat klopt: JD is de grootste retailer van China. In eigen omzet althans, want in tegenstelling tot concurrentent als Alibaba of Temu is JD geen platform. Het bedrijf koopt het merendeel van zijn producten zelf in en verkoopt uit eigen voorraad. De retailtak was in 2025 goed voor een omzet van 161,1 miljard dollar (omgerekend 139,8 miljard euro). De totale groepsomzet bedroeg 187,2 miljard dollar (162,4 miljard euro).
Volgens Xu heeft het bedrijf inmiddels zo’n omvang bereikt dat het ‘noodzakelijk’ is om de grens over te gaan. ‘Groei is voor elk bedrijf een natuurlijk doel. Kijk naar alle grote Europese merken, die zijn ook hier in China actief.’
Die diepe zakken verklaren ook het enthousiasme van Ceconomy over zijn toekomstige eigenaar. En de ambitieuze groeidoelen: als de overname doorgaat, wil JD 350 miljoen euro steken in het moderniseren van het bedrijf. Al is dat nog geen uitgemaakte zaak. De deal ligt onder een vergrootglas in Brussel: de Europese Commissie startte afgelopen mei een onderzoek op grond van de Verordening buitenlandse subsidies (Foreign Subsidies Regulation – FSR).
Onder vergrootglas in Brussel
De FSR moet marktverstoringen door staatssteun tegengaan en voorkomen dat concurrenten van buiten de EU interne spelers uit de markt drukken. Aanvankelijk werd onderzocht of de Chinese overheid het hoge overnamebod mogelijk had gemaakt, maar daar kwam de Commissie op terug. Nu wordt bekeken of Chinese staatssteun ná de overname kan zorgen voor een ongelijk speelveld.
Zo ligt het voor de hand om de logistiek van Mediamarkt en Saturn bij JD Logistics onder te brengen. Maar is dat indrukwekkende logisitieke netwerk niet (deels) met subsidies opgebouwd? En zo ja, is dat dan een oneerlijk concurrentievoordeel?
Lees ook: Zijn Shein en Temu nog te stoppen? ‘Europa is veel te lief geweest, of eigenlijk te traag’
In dat geval kan Brussel eisen dat de logistieke integratie wordt beperkt, of dat JD bepaalde synergievoordelen niet mag doorberekenen. De Chinese e-commercegigant is eind juli formeel op de hoogte gesteld van de bezwaren, en mag nu met toezeggingen komen om de zorgen weg te nemen.
JD liet eerder in een statement weten dat de overname wordt gefinancierd met leningen van private banken en uit de eigen bedrijfsactiviteiten. ‘Niet met subsidies van China of een andere niet-EU-lidstaat.’ Verder lijkt het bedrijf zich weinig zorgen te maken over deze ‘normale procedurele stap’ – al heeft de Commissie de bevoegdheid om de deal te verbieden.
Dit najaar moet daarover meer duidelijk worden; de deadline voor het besluit is 2 oktober.
Vertrouwen kopen
Met de overname zou JD de beschikking krijgen over het retailnetwerk van Mediamarkt (de winkels van Saturn gaan op termijn op in Mediamarkt, red.). Dat gaat in totaal om 1.070 winkels in elf landen, waaronder 54 vestigingen in Nederland. Daarmee koopt JD niet alleen schaalgrootte en fysieke aanwezigheid, maar ook het vertrouwen van de consument.
De Chinese retailer onderscheidt zich volgens kenners niet alleen door het serviceniveau, maar vooral door het elektronica-aanbod: een mix van bekende westerse A-merken als Apple en Samsung en (onbekendere) Chinese labels. De keukenapparaten van Midea bijvoorbeeld, de elektrische tandenborstels van Laifen of de opvallende wasmachines van Haier – met niet één, maar drie trommels, bijvoorbeeld om sokken of ondergoed apart te wassen.
Chinese merken kunnen dit soort innovaties sneller op de markt brengen dan westerse bedrijven, zei China-kenner John Lin daar eerder over tegen MT/Sprout. En voor scherpere prijzen bovendien, vanwege de kortere lijnen met producenten. Maar consumenten moeten wel van die voordelen worden overtuigd, en dan helpt het om de producten bij een bekende Europese elektronicaketen in de schappen te leggen.
Op Europese servers
Er zijn zoveel kwaliteitsmerken uit China die de Europese consument nog niet kent, zegt JD-oprichter en bestuursvoorzitter Richard Liu. Dat komt omdat ze niet bij Amazon, Bol of Coolblue worden verkocht – maar bij Joybuy wel, en bij Mediamarkt straks dus ook. ‘Onze definitie van succes is dat we 1.000 Chinese merken helpen succesvol te worden. Als we daarin slagen, is JD ook succesvol.’
De aandeelhouders van Ceconomy gingen vorig jaar akkoord met het overnamebod. Als onderdeel van de deal verkopen de grootste investeerders, waaronder de invloedrijke ondernemersfamilies Beisheim en Haniel, hun gezamenlijke belang van 32 procent. Ceconomy wordt geen volledig Chinees bedrijf; de oprichtersfamilie Kellerhals behoudt zijn minderheidsbelang van 24,5 procent.
Ceo Remko Rijnders verwacht dat alle goedkeuringen, inclusief akkoord van Brussel, voor het einde van het jaar rond zijn. Begin 2027 moet Ceconomy van de beurs in Frankfurt worden gehaald.
Intussen probeert de topman de zorgen van de Europese Commissie weg te nemen. Die gaan niet alleen over de gevolgen voor de interne markt, maar ook over de privacy van consumenten. De klantdata blijven ook na de overname op Europese servers, benadrukt Rijnders in het FD. ‘De data gaan niet naar China. Onze IT-systemen en die van JD.com blijven gescheiden en we zullen ook geen klantinformatie met China delen.’



