Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Redt Spotify de muziekindustrie?

Jarenlang zat de muziekindustrie door internet met de handen in het haar. Het Zweedse Spotify lijkt de redder in nood. Al blijft de angst groot. ‘We verdienen in elk geval weer aan luisteraars.’

 

 

Het is november 2009 als de Zweedse krant Expressen meldt dat popster Lady Gaga voor de 1 miljoen keer (!) dat haar hit ­Poker Face op Spotify is beluisterd slechts 167 dollar ontving. Het bericht zegt niet alleen veel over de scepsis waarmee de Zweedse online ­muziekdienst wordt begroet, maar tegelijk ook over de gigantische populariteit van het bedrijf dat de hele muzieksector op z’n grondvesten doet schudden.

Time ­bombardeerde Spotify in september niet voor niets tot 1 van de 10 start-ups die je leven gaan veranderen. Complete generaties muziek­liefhebbers zijn grootgeworden met het idee van schaarste; ­afhankelijk van enerzijds het aanbod van de lokale platenwinkel, en anderzijds de inhoud van de eigen ­portemonnee. De dienst die de Zweden hebben ­ontwikkeld zet dat hele idee op zijn kop: het bedrijf biedt muziek als water, met internet als ­waterleiding en de pc of mobiele telefoon als stromende kraan.

De opkomst

Met zo’n revolutionaire dienst moet het haast wel snel gaan. En dat gaat het met Spotify dus ook. Het bedrijf, in 2006 door Daniel Ek en Martin Lorentzon in Stockholm opgericht, focust continu op technologie. Succesfactor 1 is dan ook de gebruiksvriendelijke software.

Toch was er meer nodig om een groot publiek te bereiken, vertelt Jonathan Forster, general manager Europa, die zich begin 2007 als eerste niet-ontwikkelaar bij Spotify voegde, kort voor de eerste bètaversie van de muziekdienst verscheen. Hij legt uit waarom Spotify als een van de eerste online bedrijven erin slaagde de muziekindustrie niet tegen zich in het harnas te jagen, maar juist achter zich te krijgen. “Technische mensen weten hoe je dit product kunt distribueren en opschalen, maar zonder content heb je geen interessant product. We hadden geen interesse in de illegale route, wilden niet zonder toestemming muziek beschikbaar stellen. Maar het lukte de ­muziekindustrie zelf onvoldoende om te innoveren. Dus ­hebben wij ze maar opgezocht.”

Aanvankelijk was de reactie van de grote platenmaatschappijen op Spotify – als ­altijd – sceptisch. Een houding, die voortkomt uit 10 jaar vaak vallen en zelden ­opstaan in een digitale wereld, met downloadprogramma’s als Napster en Kazaa, en torrentsites als The Pirate Bay. “De consument is een piraat ­geworden”, vat Forster samen. “En ­piraterij is ook ­een verleidelijk model: makkelijk, schaalbaar, snel en gratis. Maar wij dachten dat we qua snelheid en gemak beter ­konden zijn. En dat mensen onder voorwaarden best bereid zijn te betalen. Daarom zijn we de ­concurrentie met piraterij aangegaan.”

De platenmaatschappijen gaan uiteindelijk overstag, en geven Spotify de beschikking over een deel van hun licenties voor delen van Europa. In Nederland sluit ­Spotify ook een deal met Buma/Stemra, de belangenbehartiger van Nederlandse muziekauteurs. “We hebben afgesproken dat de inhoud van die overeenkomst niet openbaar wordt”, zegt een woordvoerder. De licenties van de ­platenmaatschappijen komen trouwens niet voor niets. Eind 2009 onthult Techcrunch dat de vier grootste ­platenmaatschappijen plus indie Merlin sinds 2008 ­samen een aandeel van bijna 18 procent in Spotify hebben. Volgens Computer Sweden wordt het ­bedrijf inmiddels ­gewaardeerd op 230 miljoen euro. Begin oktober 2010 zitten er ruim 10 miljoen nummers in de online catalogus en is ­Spotify actief in 7 Euro­pese landen, waaronder Nederland.

De successen

Tot nu toe heeft het vertrouwen van de partners zich uitbetaald. Sinds de ­lancering in thuisland Zweden in 2008 is de ster van Spotify flink gaan schitteren. In 4 jaar tijd groeide het bedrijf van 35 naar 200 medewerkers. Spotify heeft ­inmiddels 10 miljoen actieve gebruikers, van wie meer dan 500.000 een betaald abonnement hebben. Ook over Nederland, waar Spotify sinds mei actief is, zijn de betrokkenen ­tevreden. “De ­verhouding tussen ­betaalde en gratis abonnementen is hoopgevend”, zegt ­Bastiaan Wevers, digital manager ­Benelux bij muziekgigant EMI.

Naast muziek als water, is er dus ook geld als water? Nou nee, dat nog niet. In 2008 boekte Spotify zelfs een verlies van 4,4 miljoen dollar. “We zijn nog steeds niet winstgevend”, erkent Forster. “Maar daar voelen we ons heel comfortabel bij. Het gaat ons om de expansie.” ­Spotify ­genereert momenteel “miljoenen omzet per maand” dankzij advertenties, zegt Forster. ­“Maar met de betaalde accounts verdienen we in verhouding meer.”

Vermenigvuldig de 500.000 betaalde ­accounts met 10 euro (het aandeel van het 5-euromodel is klein, zegt Forster), en je komt uit op een omzet van ruwweg 5 miljoen euro per maand, 60 miljoen per jaar. “We hebben onze aandeelhouders al 20 miljoen euro ­terugbetaald”, zegt Forster. En dat bedrag groeit. Alleen al in het eerste kwartaal van 2010 zou het gaan om 10 miljoen euro.

De vraagtekens

Spotify deelt de opbrengsten van zowel advertenties als ­abonnementen met de ­licentiehouders, op basis van het aandeel in aantal geluisterde streams. Het is een model dat kan slagen, maar ook risico’s kent, zegt Wevers. ­“Advertentie-inkomsten zijn conjunctuurgevoelig. Daar zit de ­uitdaging, dat hoor je ook in de markt.”

Thierry van Engelen, directeur van de ­digitale afdeling van Universal Music ­Nederland, kan zich de zorg over het ­gratis element voorstellen. “Maar de ­consument die af en toe muziek wil ­luisteren, kocht de afgelopen jaren toch al geen cd’s. Dus daar verdienen we nu ook al niets aan. Zelf ben ik meer een voorstander van ­betaalde modellen, maar ach, we verdienen nu in elk geval wel aan elke consument die ­muziek luistert. En hopelijk converteren ze uiteindelijk naar een betaald ­model.”

Ook in Amerika worden ­vraagtekens ­gezet bij het gratis model. Begin dit jaar zei Edgar Bronfram jr., ceo van Warner, een van de grootste ­platenmaatschappijen ter wereld, dat ze geen gratis streaming ­muziekdiensten willen ­ondersteunen. Dat heeft – tot nu toe – geen ­gevolgen voor Spotify in ­Europa, maar het heeft de onderhandelingen over de Amerikaanse introductie wel onder druk gezet. Zo zou Warner ­eisen dat Spotify afziet van zijn gratis model. Ook Apple zou ­dwarsliggen, melden diverse Amerikaanse media. Zij zouden platenmaatschappijen afraden Spotify ­licenties te geven, ­omdat de ­streaming dienst de ­digitale ­muziekmarkt in gevaar kan ­brengen. Daarnaast gaan er al langer geruchten dat Apple een op Spotify lijkende dienst wil aanbieden.

Forster zegt dat Spotify al een jaar ­geleden live had kunnen gaan in de ­Verenigde Staten, als ze het gratis ­element hadden laten vallen. “We ­hebben een paar stappen terug moeten zetten. Sommige partijen zijn bang dat ­consumenten niet voor de premium ­versie gaan ­betalen.” Forster is zelf ervan overtuigd dat het gratis element werkt, want, zegt hij free drives paid. “De meest intensieve ­gebruikers van Spotify nemen het snelst een ­betaald account. Gratis is dus ­belangrijk, als langetermijninvestering. Sommige partijen zeggen dat ze meer verdienen met een 100 procent ­betaald model. Die conclusie snap ik. Maar ­dan leg ik altijd uit dat wij juist ­dankzij de ­gratis versie zo snel groeien.”

De toekomst

De platenmaatschappijen verdienen ­ondertussen al wel aan Spotify, zegt Van Engelen (Universal), al wil hij niet ­zeggen hoeveel. “De samenwerking met Spotify is heel ­belangrijk voor ons. We willen de ­digitale markt in ­Nederland verder ontwikkelen en denken dat abonnementen daarin een grote rol gaan spelen. Op dit moment is piraterij onze grootste ­concurrent, maar consumenten zijn denk ik bereid te betalen voor het gemak van Spotify. We hopen de mensen te lokken die nu muziek downloaden via peer2peer-netwerken of torrentsites. We willen consumenten ervan overtuigen dat het beter is muziek te consumeren via de platforms waar wij overeenkomsten mee hebben, zodat artiesten voor hun muziek een ­vergoeding ontvangen en wij in nieuw ­talent kunnen blijven ­investeren.”

Tussen de regels door zegt de muziek­industrie zelfs dat Spotify wel wat meer lawaai mag maken, maar dat is niet de stijl van de Zweden. Eind 2009 meldde The Guardian dat Spotify in de ­eerste drie jaar van bestaan nog geen 5.000 pond aan marketing had uitgegeven. Spotify groeit liever door mond-tot-mondreclame, en laat de rest over aan zijn partners. Zo steeg in Engeland het aantal gebruikers flink toen Universal op tv bekendmaakte dat premium-Spotify-gebruikers de primeur hadden van het nieuwe ­album van U2.

Of dit alles een glimlach tovert op de ­pokerface van Lady Gaga? Dat is nog even afwachten. De cheque van 167 ­dollar werd in elk geval snel door ­Spotify ontkend als ‘achterhaald en onvolledig’. Het bedrijf zegt daarnaast dat betalingen zullen toenemen bij groei van het aantal gebruikers en ­beluisterde nummers. Wat dat betreft lijkt het de ­goede kant op te gaan, want STIM, de Zweedse Buma/Stemra, ­maakte in juni bekend dat ­Spotify’s vergoedingen aan haar ­leden vorig jaar zijn verachtvoudigd. Wat dat precies betekent voor Lady Gaga is onduidelijk. Forster ­verzucht: “De beeldvorming ­hieromtrent ­laat maar weer eens zien hoe moeilijk verandering is.”
 

Het businessmodel van Spotify
 

  • Spotify probeert zijn geld vooral te verdienen met een zogeheten freemium-model. Het bedrijf biedt gebruikers drie opties.
     
  • Met een ‘Spotify Open’-account kun je 20 uur per maand muziek luisteren op je desktop-pc. Dit abonnement is gratis, en wordt onderbroken door advertenties.
     
  • Optie 2 is een ‘Spotify Unlimited’-account. Hiermee kunnen gebruikers voor 5 euro per maand onbeperkt muziek luisteren, zonder advertenties tussendoor.
     
  • Optie 3, ‘Spotify Premium’, is het uitgebreidst. Naast de opties van het Unlimited-account kun je met een Premium-account Spotify ook gebruiken op een mobiele telefoon. Vooral daar ziet Jonathan Forster grote kansen: “De consument is gewend aan gratis muziek ­online, maar wil wel betalen voor draagbaarheid. Ik denk dat gebruikers langzaam maar zeker leren te betalen voor content.”
     
  • Spotify biedt ook de mogelijkheid muziek te kopen, en naar je pc te downloaden, maar deze optie wordt naar verluidt weinig gebruikt. “Vroeger draaide het om eigendom van muziek, dat verschuift langzaam maar zeker naar toegang tot muziek”, stelt Camilla van den Boom, de zus van Niklas Ivarsson, de global head of licensing van Spotify, die al vanaf de start bij het bedrijf betrokken is. Van den Boom, getrouwd met een Nederlander, is daarnaast coo van Business Models Inc., een bedrijf dat organisaties ondersteunt bij de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen. Ze noemt de gratis component in Spotify’s model essentieel voor het succes. “Het is een laagdrempelig instapmodel.”
  • Free drives paid, noemt Spotify dat. Via de gratis versie kom je volgens hen als vanzelf terecht bij een premiumabonnement, dat trouwens met meer voordelen komt: muziek kan ook offline worden beluisterd, de geluidskwaliteit is beter en er is exclusieve content.
  • Tot nu toe converteert ongeveer 7 procent van de gebruikers naar een betaald abonnement, zegt Jonathan Forster, Spotify’s general ­manager Europa. “Ons businessmodel is nu in alle landen hetzelfde. Misschien verandert dat nog in de toekomst, en krijgen andere landen andere tarieven, maar onze dienst is op deze manier makkelijker op te schalen.”
     
  • Schaalgrootte is voor Spotify belangrijk, want dat brengt adverteerders met zich mee. ­Spotify kent spotjes en banners en experimenteert met andere advertentiemodellen. Zo is het mogelijk als bedrijf user generated playlists rond een bepaald thema te initiëren. Ook de platenmaatschappijen adverteren op Spotify, maar ze krijgen “geen gratis rit”, zegt Forster. “Als ze specifiek willen targeten, ­moeten ze gewoon betalen.”


Zeker niet de enige

Terwijl Spotify mikt op werelddominantie en graag de ‘Facebook van de digitale muziek’ wil worden, timmert de concurrentie in bepaalde regio’s ook hard aan de weg. In de VS is dat bijvoorbeeld Rdio, het bedrijf van Skype-oprichters Janus Friis en Niklas Zennström. Hun dienst is al wél beschikbaar in de VS, omdat ze geen gratis abonnement bieden.

In Nederland werkt kabelaar Ziggo aan een streaming muziekdienst, die enigszins ­vergelijkbaar wordt met Spotify. Volgens Thierry van Engelen is Universal in Nederland met verschillende partijen in gesprek. “Het Nederlandse product wordt steeds belangrijker voor ons, en lokale partijen kunnen die ontwikkeling beter inschatten.” Ook Bastiaan Wevers van EMI juicht het toe als Nederlandse partijen de streaming markt betreden. “Zij hebben naamsbekendheid én een groot klantenbestand.”

Niet alleen lokale partijen kijken trouwens begerig naar Nederland, meldt een woordvoerder van Buma/Stemra. “Wij kunnen nog geen namen noemen, maar de komende maanden zullen ­partijen uit binnen- en buitenland de Nederlandse markt betreden met vergelijkbare diensten als Spotify.

3 concurrenten:
 

Rdio

  • lancering augustus 2010
  • door Janus Friis en Niklas Zennström (oprichters van
    Kazaa en Skype)
  • beschikbaar in VS, Canada
  • gebruikers onbekend
  • catalogus ruim 7 miljoen nummers
  • gratis optie nee
  • premiumaccount met mobiel 10 dollar

     

We7

  • lancering november 2008
  • door Peter Gabriel, Steve Purdham, Gareth Reakes en John Taysom
  • beschikbaar in Engeland en Ierland
  • gebruikers 3 miljoen
  • catalogus ruim 6 miljoen nummers
  • gratis optie ja
  • premiumaccount met mobiel 10 pond

    Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



    Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

     

Deezer

  • lancering augustus 2007
  • door Daniel Marhely en Jonathan Benassaya
  • beschikbaar in Frankrijk
  • gebruikers 10 miljoen
  • catalogus ruim 7 miljoen nummers
  • gratis optie ja
  • premiumaccount met mobiel 10 euro

     

Lees ook:
 

Managers overschatten de rol van salaris in welzijn op het werk. Er staat iets anders op één

Verrassing: een hoger salaris staat niet bovenaan de lijst met wensen als het over welzijn op het werk gaat. En nee, het zijn ook geen yogalessen of fruit op kantoor.

welzijn medewerkers
Managers zien het salaris ten onrechte als de belangrijkste factor voor welzijn op het werk. Foto: Getty Images

Begint het al te jeuken als het over wellbeing gaat, wellness, welzijn of werkgeluk? Zie je dan goeroes in witte jurken voor je of overenthousiaste personal trainers in de gym? Dan behoor jij tot de grote groep managers die in de war is over welzijn op het werk.

Jan-Emmanuel De Neve, hoogleraar en directeur van het Wellbeing Research Centre aan de Universiteit van Oxford, wil met zijn collega George Ward een einde maken aan die verwarring. Die remt namelijk de vooruitgang bij bedrijven.

De meeste leiders geloven wel dat welzijn op de werkplek een belangrijke bron is voor zakelijk succes. Toch heeft maar 19 procent er een duidelijke strategie voor, schrijven ze in Why Workplace Wellbeing Matters.

Lippendienst

Werknemers zijn onze belangrijkste assets, het is een bekende uitspraak van topmanagers. Maar dat is vooral lippendienst, merken ze op. ‘Leidinggevenden praten veel meer over klanten dan over werknemers – ongeveer acht keer zoveel.’ De auteurs zien dus nog veel ruimte voor verbetering.

Bij werknemers stijgen ondertussen de verwachtingen over welzijn op de werkplek. Zij vinden dat werkgevers niet genoeg doen, vooral de jongere generaties haken daardoor af. Hoogste tijd dat bedrijven dit onderwerp serieus nemen en omzetten in daden die ertoe doen.

Lees ook: Gen Z wil geen manager, maar iemand die de weg wijst

Dat begint met begrijpen wat er met welzijn op de werkplek nou eigenlijk wordt bedoeld. De Neve en Ward splitsen dat begrip op in drie onderdelen: wat denken mensen over hun werk, hoe voelen ze zich dagelijks op hun werk en welke voldoening krijgen ze van hun werk?

Dat is relatief simpel, maar de praktijk laat vooral chaos zien. Alles wordt onder de paraplu van welzijn gestoken: het salaris, wellness, de werk-privébalans, betrokkenheid van werknemers, flexibiliteit, werkgeluk, de net promotor scores of nps, werknemerstevredenheid, stress… Allemaal goedbedoeld, maar daardoor wordt er ‘van alles en niets gemeten’.

De auteurs maken echter gebruik van de data van meer dan 20 miljoen werknemers via het online vacatureplatform Indeed. Hiervoor is welzijn op de werkplek gedefinieerd als tevredenheid over het werk, een gevoel van betekenis hebben, de mate van geluk en van stress.

Met hun onderzoek helpen De Neve en Ward ook meteen hardnekkige misverstanden bij managers en bedrijven de wereld uit. Voor MT/Sprout zoomen we in op vijf ervan.

#1 Welzijn is vooral iets persoonlijks

Managers denken dat ze nul invloed kunnen uitoefenen op het welzijn op de werkplek. Ze wijzen vooral naar werknemers zelf, van hun genetische erfenis tot de files waar ze elke ochtend mee worstelen. Daar zit een kern van waarheid in, bevestigen de auteurs, maar het is tegelijkertijd ‘gevaarlijk misleidend’ om zo te denken.

Werknemers schrijven iets meer dan de helft van hun welzijn wel degelijk toe aan het werk, blijkt uit de data van Indeed. Daarbij gaat het vooral over het managen en organiseren van het werk, en dit van hoog tot laag in het bedrijf.

Nu niet meteen wijzen naar het hoofdkantoor dat het beleid bepaalt. Werknemers schrijven daar maar een kwart van hun welzijn aan toe. Lokaal beleid en managers hebben ‘net zoveel impact, of zelfs meer’.

Zes drivers

De auteurs raden aan om eerst aan werknemers te vragen wat ze van hun werk vinden en hoe ze zich daarbij voelen. ‘Niemand die meer weet van het herinrichten en verbeteren van werk dan de mensen die er meer dan een derde van hun actieve leven doorbrengen’, schrijven de auteurs.

‘Een recent experiment heeft al aangetoond dat alleen al het vragen van feedback aan werknemers over de arbeidsomstandigheden en de prestaties van het management het personeelsverloop en ziekteverzuim aantoonbaar verminderen.’

Wie vervolgens duurzaam vooruitgang wil boeken op het vlak van welzijn moet inzetten op het analyseren en verbeteren van de drijvende krachten. De Neve en Ward onderscheiden zes ‘drivers’ waar leiders wel degelijk invloed op kunnen uitoefenen:

  • Persoonlijke ontwikkeling en baanzekerheid
  • Relaties met collega’s en managers
  • Autonomie en flexibiliteit
  • Afwisseling en voldoening
  • Inkomen en arbeidsvoorwaarden
  • Gezondheid en veiligheid

#2 Een hoger salaris verbetert het welzijn

Managers zien het salaris als de belangrijkste factor voor welzijn op het werk, op de tweede plaats zetten ze flexibiliteit. Uit het onderzoek van de auteurs blijkt dat het om een veel bredere mix gaat. Bovenaan de lijst staat het gevoel om erbij te horen. Slechts 6 procent van de managers heeft dat element goed.

Op de tweede plaats staat het bereiken van doelen en op drie het vertrouwen in de mensen van de organisatie. Geld maakt dus ook de werkvloer niet gelukkig. Wie al veel verdient, maakt het niet zoveel uit of er wat bijkomt.

Voor deze groep werknemers werken maatregelen als een betere werk-privébalans, meer flexibiliteit of meer opleiding beter. De impact van loonsverhoging op het welzijn is groter bij mensen die een laag inkomen hebben.

Eerlijkheid speelt ook een belangrijke rol. Het kan werknemers niet zoveel schelen dat een manager meer verdient, maar een collega daarentegen… Dat levert een flinke daling in het welzijn op.

Lees ook: Jongeren willen gewoon een vaste baan met goed salaris

#3 Hr is hiervoor verantwoordelijk

Hoe het werk is ontworpen, georganiseerd en gemanaged heeft een flinke impact op alle facetten van welzijn. Nog veel te vaak wordt welzijn gezien als extraatje, als iets waar human resources zich maar mee bezig moet houden.

De auteurs vinden het ‘niet eerlijk’ om hr-professionals volledig verantwoordelijk te maken voor welzijn op de werkplek. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid die juist een ‘fundamenteel onderdeel moet zijn van de strategie van een bedrijf’.

welzijn op het werk boek

In Why Workplace Wellbeing Matters The Science Behind Employee Happiness and Organizational Performance leggen Jan-Emmanuel De Neve en George Ward uit dat echt werkgeluk draait om erbij horen, niet om salaris of yogalessen. Het boek is te bestellen via managementboek.nl.

#4 Wellnessprogramma’s zijn een zinvolle bijdrage

Het verbeteren van de conditie, stoppen met roken, afvallen, stress leren managen, screenen van de gezondheid… dat zijn vaak onderdelen van wellnessprogramma’s. Alleen stapelen de bewijzen zich op dat dergelijke welzijnsprogramma’s ‘niet bijzonder effectief’ zijn.

Het zijn namelijk vaak de medewerkers die al een stuk gezonder en gelukkiger zijn dan de rest die zich voor dit soort programma’s aanmelden. Persoonlijke interventies die niets te maken hebben met de werkomstandigheden zijn ‘geen wondermiddel’ voor meer welzijn op de werkplek. ‘Je kunt met yoga nu eenmaal geen structurele uitdagingen op het werk oplossen.’

Programma’s die werknemers de kans geven om vooruit te gaan in hun carrière maken meer impact. Investeer in trainingen, in leer- of mentorprogramma’s, of geef mensen een eigen opleidingsbudget.

Lees ook: Werkgeluk is meer dan een teamuitje organiseren

#5 Welzijn wordt al jarenlang goed gemeten

Werknemerstevredenheid wordt jarenlang onderzocht bij bedrijven. Eigenlijk doen ze het verkeerd, vinden De Neve en Ward, waardoor ze nooit het volledige plaatje krijgen. Bovendien doen ze het veel te weinig.

Met een jaarlijks of tweejaarlijks werknemerstevredenheidsonderzoek lopen leiders achter de feiten aan. Een eventueel probleem kan dan al ‘onherstelbare schade’ hebben aangericht in de organisatie. Bovendien benutten bedrijven de gegevens die zo’n enquête oplevert niet goed. Waardoor uiteindelijk niets verandert.

Investeren levert veel op

De ‘ongemakkelijke waarheid’ is dat leiders serieus moeten nadenken over hoe werk is ontworpen en georganiseerd. Geen symptoombestrijding, maar nadenken over meer structurele zaken, zoals roosters, flexibiliteit, veiligheid, hoe werknemers dagelijks worden behandeld. ‘Het is vaak niet de werknemer die moet veranderen, maar eerder de werkplek en het werk zelf’, schrijven de auteurs.

Nu niet meteen de handdoek in de ring gooien. Wie slim genoeg is om serieus te investeren in welzijn, wordt beloond met een hogere productiviteit, meer tevreden klanten, het vinden en het behouden van talent en betere financiële resultaten.

De Neve en Ward hebben onder meer het effect van welzijn op de productiviteit bestudeerd bij een callcenter van British Telecom. Het verschil in wekelijkse verkopen tussen heel gelukkige en ongelukkige werknemers is 13 procent.

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Minder personeelsverloop

Via het platform van Indeed hebben de auteurs ook data verzameld over hoe vaak er wordt gesolliciteerd. Ongelukkige werknemers doen dat 60 procent meer dan gelukkige werknemers. Bedrijven die gemiddeld scoren op welzijn verliezen op jaarbasis een kwart minder werknemers.

Ander onderzoek is gedaan naar hoeveel salaris kandidaten willen inleveren om bij een bedrijf te werken waar werknemers iets gelukkiger zijn. Dat is zo’n 13 procent. Bij een bedrijf met veel meer gelukkige werknemers is dat bijna 17 procent. Dat zijn dus best overtuigende cijfers.