Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Orde en netheid zijn de grote vijanden van het productiebedrijf. Rommel is een van de oorzaken van werkongevallen. ‘Hou je werkplaats schoon’ is dan ook meer dan een holle frase, helaas is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Dit keer wilde ik het eens over een andere boeg gooien. Voor 2018 bedacht ik een nieuw plan om het netjes te krijgen in onze fabriek. Geen rondslingerende slijptollen meer, geen snoeren in de koop en een zaagbank die schoon achter gelaten wordt. Met een fototoestel in de aanslag ga ik aan de slag. Rommel in iedere hoek wordt vastgelegd om de dader er straks mee te confronteren. Het wordt al snel een teleurstellende rondgang door onze fabriek. In een hoek tref ik tien weggemoffelde lege colaflessen aan. De rommel bij de zaagbank is niet te overzien. ‘Ja, dat heb ik niet gedaan. Dat heeft Piet gedaan of Jan. Iedereen gebruikt die zaagbank hier. Het is geen vaste werkplek’, moppert een van mijn medewerkers als hij mij er een foto van ziet maken. Een ander roept : ‘ik was het in ieder geval niet’. Waar gewerkt wordt, wordt rotzooi gemaakt Op kantoor voorzie ik al mijn foto’s met de nodige commentaar inclusief een paar grappige gezichtjes erbij om het toch maar wat luchtiger te houden. We hebben een cola-verslaafde rondlopen, iemand die zijn peuken laat rondslingeren en een lasser die een kanjer is in knoop in mijn lasdraad leggen. Dit tot grote ergernis van mijn bedrijfsleider. ‘Toch ongelofelijk, we hebben de laatste tijd niet eens zoveel zaagwerk’. Een andere collega komt binnen en suggereert : ‘waar gewerkt wordt, daar wordt rotzooi gemaakt’. ‘Ja, dat zegt mijn man thuis ook altijd , grap ik terug. 'En als hij aan het koken is en de spetters van spaghettisaus zitten op het plafond’. ‘Dan kook jij toch? Moet je nu ook niet zeuren’, roept hij dan terug. De nieuwe insteek om het orde en netheid-probleem op te lossen wordt : confronteren en humor in het spel zetten. Ik ga dus maar snel aan de slag met het in elkaar prutsen van een Powerpoint, waarbij het idee is om prijzen uit te delen. De gelukkige winnaar krijgt een bezem. De presentatie gaat van start en we krijgen al snel een reactie van een van de winnaars. Hij heeft een nieuwe kast nodig, waarop zijn collega reageert : ‘al geven we jou drie kasten, dan nog maak je er een rotzooi van’. Een discussie ontstaat, waarbij we teleurgesteld het gesprek afronden. Orde en netheid het blijft een continu proces. Net als ik denk dat het een zinloos plan was, komt de volgende dag de bezemwinnaar binnen: ‘Kristel, kom eens kijken naar mijn werkplaats. Nog nooit zo schoon geweest. Je kan van de vloer eten’. Nu wachten hoe lang het beklijft.

Columnisten & Experts

Naming en shaming op de werkvloer

MT-columniste Kristel Groenenboom confronteert medewerkers met hun nonchanlante houding. En verrek, het helpt ook nog.

author Kristel Groenenboom

clock 2 min

Ondernemer Kristel Groenenboom vraagt zich af waarom ze eigenlijk niks met bitcoins doet, want iedereen doet dat nu toch? Ze besluit zich te verdiepen in de digitale munten, want hoe gevaarlijk kan het zijn?

Columnisten & Experts

Bitcoins: niemand won ooit de loterij zonder een lot te kopen

Ondernemer Kristel Groenenboom vraagt zich af waarom ze eigenlijk niks met bitcoins doet, want iedereen doet dat nu toch? Ze...

author Kristel Groenenboom

clock 2 min

Het nieuwe jaar is een paar weken geleden ingeluid en we struinen van de ene nieuwjaarsreceptie naar de andere. MT-columnist Kristel Groenenboom staat ook regelmatig op een borrel. Ze deelt in deze column haar grootste receptie-blunders.

Columnisten & Experts

De grootste nieuwjaarsreceptie-blunders

Het nieuwe jaar is een paar weken geleden ingeluid en we struinen van de ene nieuwjaarsreceptie naar de andere. MT-columnist...

author Kristel Groenenboom

clock 2,5 min

Al hebben vrouwen een technische opleiding achter de rug, toch belandt 65 procent niet in de techniek. En dat terwijl slechts 18 procent van de dames hebben een technisch beroep heeft in Nederland. Hoe komt dit in hemelsnaam, vraagt een journalist van VNO-NCW mij. Is er dan zo’n groot verschil tussen de studententijd en het beroepsleven? Wat moet ik hier nou op zeggen? Natuurlijk is er een verschil. Je gaat toch ook niet eens per jaar in je pyjama naar werk? Op de universiteit is dat allemaal mogelijk. Of ’s ochtends naar een feestje nog voordat je werk begint? Studentenleven Het werkelijke leven is wel even wat anders dan een studententijd. Vrouwen op de werkvloer lopen tegen allerlei hindernissen aan. Het begint al bij het sollicitatiegesprek. Veel werkgevers zitten nog steeds in hun maag met het  zwangerschapsverlof. Iedereen denkt dat hier in Nederland niet meer op beoordeeld wordt, maar schijn bedriegt. Een vrouw hoeft niet zwanger te zijn, maar het feit dat ze überhaupt drie maanden thuis kan blijven zitten vinden veel werkgevers al lastig. Om mannen dan ook maar drie maanden verlof te geven, lijkt mij niet echt de oplossing. Men gaat er vanuit dat vrouwen sneller gaan parttimen, eerder naar huis gaan voor een ziek kind en waarschijnlijk toch al niet zo technisch zijn als mannen. Vooroordelen Dit zijn allemaal vooroordelen. Mijn moeder kan sneller een IKEA-kast in elkaar zetten dan mijn vader. Veel mannen zijn bereid om bij te dragen in de opvoeding van hun kinderen. Niet iedere vrouw moet dus eerder naar huis om haar kind eten te geven. Enkel wordt haar salaris hier wel op berekend. Vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen voor dezelfde functie. Waarom heb ik dan niet veel vrouwelijke werknemers in dienst? Ben ik net als de rest bevooroordeeld? Nee. In onze sector zijn er gewoon geen vrouwen te vinden. En dit is geen flauw, goedkoop antwoord. Ik ben nog geen vrouwelijke stagiaire werktuigbouwkunde tegengekomen, evenals een vrouwelijke lasser, constructiebankwerker of industrieel spuiter. Wel moet ik erbij vermelden dat er een algemeen tekort is aan technisch personeel in de metaalsector. Volgens onze brancheorganisatie is dat tekort nu 5 procent en gaat dit nog toenemen. We zitten dus te springen om technische dames! België Wat enigszins zou helpen is kinderopvang beter regelen en goedkoper maken. In België, waar ik heb gestudeerd en nu woon, zie je veel meer meisjes op technische opleidingen. De mogelijkheden van voor- en naschoolse opvang zijn daar groter en vooral ook goedkoper. Vrouwen werken vaak ook fulltime, terwijl vrouwen in Nederland vaak parttime werken, ook als ze nog geen kinderen hebben. Dat maakt waarschijnlijk ook uit bij het vinden van een baan in de techniek. Daarnaast moeten meisjes meer technische rolmodellen zien. Als je techniek voor meisjes promoot, moet je dat niet laten doen door een oude grijze meneer. Laat zien dat vrouwen ook technisch zijn of directeur kunnen worden. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Columnisten & Experts

Waarom werken er zo weinig vrouwen in de techniek?

Ondernemer Kristel Groenenboom vraagt zich af waarom er zo weinig vrouwen te vinden zijn in de techniek. Heeft het te...

author Kristel Groenenboom

clock 2 min

Mensen ontslaan is niet gemakkelijk, maar mensen aannemen ook niet. Goed personeel vinden is een hele queeste. Zie uit een berg sollicitatiebrieven maar eens de goede kandidaat te vinden. Wij werkgevers zijn ook maar mensen en er komt altijd emotie en irrationaliteit bij kijken. Al pak je het sollicitatieproces nog zo professioneel aan. De gekste sollicitaties Het is niet dat wij rare vragen stellen, zoals: ‘Als je een dier was, welk dier zou je dan zijn? Wat zou je doen met een miljoen?  En hoe zou je een olifant wegen zonder weegschaal?’ Dit soort vragen zou ik niet durven stellen tijdens een sollicitatiegesprek zonder zelf van de lach onder de tafel te kruipen. Wij stellen brave vragen. Alleen verloopt het ene gesprek toch hilarischer dan het andere. Sommige kandidaten kunnen het niet laten om op de tafel te tikken, rare gezichten te trekken of te beweren echt alles te kunnen behalve lassen. Toevallig waren wij nu net op zoek naar een lasser… Tja, dat moet je dan maar even over het hoofd zien. Hierbij mijn top-10 van vreemdste sollicitatie-ervaringen: ‘Ik ben bereid om heel de wereld over te reizen. Ik ben de grootste globetrotter die je maar kan bedenken. Dit komt vast van pas tijdens mijn functie als lasser bij u op de vaste vestiging in Oosterhout?’ ‘Een speciaal verzoek voor na mijn sollicitatiegesprek. Zou u een metalenbak willen construeren voor mijn huisdieren? Mijn slangen hebben iedere dag verse kuikentjes nodig en daar heb ik een metalenbak voor nodig. Waarschijnlijk kan ik de bak straks zelf wel bouwen als ik bij jullie word aangenomen.’ ‘Mijn droom is om industrieel spuiter te worden. Op jullie website heb ik gezien dat jullie containerkranen, containers en enorme constructiedelen spuiten. Ik heb alleen hoogtevrees. Dit is toch geen probleem?’ ‘Ik stuur u deze mail, omdat ik moet solliciteren van het UWV. Ik neem aan dat dit voldoende is en dat ik niet langs moet komen.’ ‘Bij mijn vorige werkgever heb ik veel ervaring opgedaan met metaal. Wij moesten daar metalen kooien bouwen met SM-attributen. Dit was voor de gay club van mijn ex-baas. Ik kan u hier heel smeuïge verhalen over vertellen. Wat wilt u weten?’ ‘Sorry van mijn blauwe oog. Ik ben met carnaval gevallen, toen ik mijn sleutel in het slot draaide.’ ‘Ik neem aan dat het voor de vacature schoonmaakster geen probleem is dat ik een allergie heb? Mijn huid kan absoluut geen water verdragen.’ ‘Een mooi bedrijf, goh ik heb wel altijd in een andere sector gewerkt. Ik heb verstand van glas. Jaren heb ik achter het glas gestaan om ramen te verkopen.’ ‘Vroeger was ik een Netflix-kijker. Een beter alternatief dan een hondenvoerproever, maar ik wilde nu een carrièreswitch maken en hier komen werken als constructiebankwerker. Verzekeringen of leningen verkopen lijkt mij trouwens ook beren interessant.’ ‘Mijn lengte is 1,94 meter en ik heb de ideale buikomvang. Ik weet dat u geen modellenbureau heeft, maar mijn maten komen toch altijd van pas. U weet maar nooit.’ Blijven klagen als werkgever over de zoektocht naar het vinden van geschikt personeel is zinloos. Maar je kan zeggen wat je wil: echt onterecht klagen is het niet. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Columnisten & Experts

10x de vreemdste sollicitanten

Kristel Groenenboom is ondernemer en eigenaar van een containerbedrijf. Tijdens haar zoektocht naar goed personeel stuit ze op de de...

author Kristel Groenenboom

clock 2,5 min

Management & Leiderschap

Beoordeeld op uiterlijk

MT-columnist Kristel Groenenboom windt zich op over het feit dat al haar kledingkeuzes onder een vergrootglas lijken te liggen.

author Kristel Groenenboom

clock 2 min

Zijn laatkomers niet-punctuele, nonchalante aandachttrekkers met wie je geen afspraak kunt maken? Waar ligt de maatschappelijk aanvaarde grens rond te laat komen? Is te vroeg komen niet nog irritanter? De vooroordelen zijn soms zo sterk dat een sollicitant de kans op een topfunctie bij een multinational miste, omdat hij bij de eerste kennismaking te laat kwam. Het bedrijf vond dit een enorme tekortkoming voor een CEO in wording en besloot de kandidaat geen kans te geven. Te laat komen doe je niet als directeur. Mijn vader grapt regelmatig dat ik maar eenmaal in mijn leven op tijd gekomen ben: tijdens mijn geboorte, precies op de uitgerekende dag. Op tijd komen is niet mijn gewoonte en mijn omgeving hanteert vaak allerlei irritante trucs om niet op mij te hoeven wachten. Zo geeft mijn moeder nooit de juiste tijd door voor een afspraak, maar altijd een kwartier te vroeg. Of ze verzet de wijzers van de klok naar een eerder tijdstip. Allemaal slimmigheidjes om mij op tijd op een afspraak te laten verschijnen. Ik kan daar flink kwaad om worden. Ze doen net alsof ik expres te laat kom, maar dat is gewoon niet zo. Ik kom mijn afspraken echt wel na en het heeft niets met respect te maken als ik iets te laat verschijn op een afspraak. Ik wil gewoon te veel dingen tegelijk doen en kom regelmatig tijd tekort. Mijn tijdsbesef is gewoon anders, ik kan het niet anders verklaren. Ik moet eerlijk opbiechten dat ik mijn vliegtuig al een keer heb gemist, over de pechstrook ben gereden om een trein te halen en ook voor de regeringslunch tijdens het staatsbezoek Nederland-België bijzondere capriolen heb uitgehaald. Als je in de lente twee strepen ziet in het prachtige, paarsgekleurde tulpenplantsoen op het Lange Voorhout: mijn excuses, dat was ik die hier als een idioot doorheen reed om op tijd bij Máxima in de Ridderzaal te komen. Het is echt geen onwil, het voelt gewoon alsof ik er niks aan kan doen. Het is heel gênant om te laat binnen te komen op een vergadering terwijl dertig keurig geklede mannen in pak je aanstaren. “Sorry, heren. Ik stond voor een dichte brug.” “O,” zegt een van de heren, “toch raar dat op het hele traject van uw bedrijf tot hier geen enkele brug voorkomt.” Oeps… Dit doe je gewoon niet expres. Wat is waar over te laat komen? Wat zegt te laat komen nu eigenlijk over mij? Over ons? Zijn we niet serieus met ons werk bezig? Stellen we de verkeerde prioriteiten? Of hebben we gewoon te veel werk? Let wel, ik heb het hier over de structurele laatkomers. Incidenteel een keer vertraging oplopen doordat er echt een brug dicht is, telt niet. Jeff Conte, professor aan de universiteit van San Diego, deed onderzoek[1] naar laatkomers. Uit de studie blijkt dat multitaskers vaak telaatkomers zijn. Mensen die multitasken geven er de voorkeur aan om verschillende taken tegelijk uit te voeren en activiteiten te combineren. Ze hebben er geen problemen mee als ze hun werk moeten onderbreken en houden zich minder dan hun tegenpolen aan vaste schema’s en strakke deadlines. Mensen van dit type lezen de krant terwijl ze hun boterhammen opeten en ondertussen telefoneren. De niet-multitasker, die een grote kans heeft om op tijd te komen, werkt taak voor taak af in één bepaald tijdsblok. Hij houdt er niet van om onderbroken te worden tijdens het uitvoeren van die ene activiteit. Deze niet-multitasker verandert zijn schema liever niet, houdt zich aan een meer gedetailleerde planning en is minder tot weinig flexibel. Het gevolg? Hij verschijnt perfect op tijd op een afspraak. Verschillende types Je kunt er dus niet altijd iets aan doen dat je structureel te laat komt. Volgens professor Conte is het wetenschappelijk bewezen dat het afhankelijk is van je persoonlijkheidstype of je de neiging hebt tot te laat komen of niet. Het zit in ons systeem, als iets oncontroleerbaars. Zo heb je volgens Conte twee typen persoonlijkheden: type A heeft een tijdsdrang (time urgent) en is gefocust op tijd. Mensen van dit type kijken continu op hun horloge en werken onder druk om deadlines te halen. Type A maakt lijstjes, is zeer punctueel en houdt zich strikt aan een deadline. Type B is relaxter, minder gefocust op tijd en houdt zich minder aan deadlines. Door dit gedrag maakt type B minder kans om op tijd te komen dan type A. Wel zijn mensen met dit persoonlijkheidstype creatiever, geduldiger, meer onderzoekend en hebben ze een groter inlevingsvermogen. Ook zijn type B-personen grotere optimisten, doordat ze altijd denken meer tijd te hebben dan ze werkelijk hebben. Structureel te laat komen heeft niets met luiheid, egoïsme of onbeleefd gedrag te maken. Het hangt af van het persoonlijkheidstype dat jij bent. Absolute wetenschap is het echter niet. Het wil dus niet zeggen dat lijstjes maken de kans vergroot dat je op tijd komt. Het is afhankelijk van je totale persoonlijkheid en je tijdsbesef of je een laatkomer bent of niet. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Columnisten & Experts

Te laat komen doe je niet (expres)

Hoe kijkt onze maatschappij tegen laatkomers aan? Je kunt er sollicitatiegesprekken met verknallen, deals verprutsen en mensen irriteren. Maar is...

author Kristel Groenenboom

clock 3,5 min

Het moet niet gekker worden. En het is in Nederland al zo erg gesteld met de economische onafhankelijkheid van vrouwen. Net iets meer dan de helft van de vrouwen is economisch zelfstandig. In slechts 8 procent van de Nederlandse gezinnen werken beide ouders fulltime. 73 procent van de Nederlandse vrouwen werkt parttime, en dat zijn niet alleen vrouwen met kinderen. Lekker modern zijn we in Nederland hoor. Kabinet Op dit moment gaan we zelfs achteruit in plaats van vooruit. Twee derde van het nieuwe kabinet bestaat uit mannen. Rutte III is een drama voor de vrouwenemancipatie. De man/vrouw-verdeling wordt secundair bevonden door onze premier. Maar we geven de hoop niet op. Soms ga je tien stappen achteruit, om er daarna twintig vooruit te zetten. Voor het volgende kabinet gaan we gewoon voor 50 procent vrouwen en misschien wel een vrouwelijke premier. Kwaliteiten Hoewel vrouwen niet echt voor elkaar opkomen, beschikken ze wel over uitzonderlijke kwaliteiten. Vrouwen gaan minder snel failliet vanwege hun risicomijdende gedrag en ze passen beter op de centjes. Vrouwen zijn net zulke goede managers als mannen en soms zelfs beter: ze kunnen beter luisteren, zijn meer gericht op samenwerking en kunnen hun ego opzij zetten als het nodig is. Nederland is toe aan vrouwelijke directeuren. Alleen zijn de dames zich zelf hier nog niet bewust van. Recent stond er een steengoede column in het NRC van Joshua Livestro. Ik kan het niet beter verwoorden dan hij deed: ‘Mijn dochter heeft recht op grote dromen. En recht op het waarmaken van die dromen.’ Hij wil dat zijn dochter in Nederland ook premier, hoofdredacteur of CEO kan worden. Hij is niet de enige die dit wil, ik namelijk ook. Gelijkheid Ik geloof echt in dat gezeur over genderneutraliteit. Gelijkheid kan bestaan en het gaat er ook komen. Al willen sommige dames hier zelf nog niet aan geloven. De eerste stappen zijn al gezet en de premier krijgt flink op zijn kop over zijn achterhaalde kabinetsverdeling. Niet enkel Rutte moet terechtgewezen worden, maar ook de vrouwen die ons niet helpen op weg naar de top. Kom op dames. Je wilt toch ook dat je dochter later een premie kan worden of Zakenvrouw van het Jaar. Waar is al die ambitie gebleven? Of blijven we over 100 jaar nog achter het aanrecht hangen? Voor het volgende kabinet wil ik een vrouw zien staan.

Columnisten & Experts

Vrouw achter het aanrecht is niet de schuld van de man

Wat mij verbaast en zelfs choqueert is dat niet mannen vinden dat we moeten zwijgen over gelijkheid tussen man en...

author Kristel Groenenboom

clock 1,5 min

Loop je in een korte broek rond op de werkvloer, dan ben je niet representatief. ‘Kristel, het is toch raar als je een afspraak hebt bij je financiële instelling en de bankier loopt rond in een korte broek’, vraagt mijn moeder me bijvoorbeeld. ‘Hoezo, mam? Doet hij zijn werk dan opeens minder goed?’ Representatief kleden Op de korte broek heerst nog steeds een taboe. Al is er een hittegolf, dan nog lopen mijn collega-ondernemers in een maatpak rond. Je ziet ze zweten in hun chique kostuums tijdens een lunchvergadering op de golfbaan om enkele punten door te spreken van de ondernemersclub. Het lijkt wel zelfkastijding en al dat gezweet vind ik ook niet erg representatief. Accountantskantoren hebben helemaal een streng anti-korte broeken beleid. Niet dat hun klanten dit opleggen, nee ze doen dit enkel zichzelf aan. ‘Peter, trek toch gewoon je korte broek aan als je de audit bij ons komt uitvoeren. Als dit niet meer op een camping kan, waar dan wel?’, roept zijn klant laconiek uit. Peter volgt het advies op en gaat even bij het accountantskantoor zijn spullen ophalen voordat hij naar de campingeigenaar vertrekt. ‘Peter, wat ga jij doen in korte broek? Je denkt toch niet om zo langs de receptie te kunnen lopen? In korte broek naar een klant, geen denken aan. Je gaat naar thuis om je om te kleden!’ Als vrouw kun je tijdens een hittegolf nog makkelijk een jurkje dragen en is het eenvoudig om een beetje fris gekleed op het werk te verschijnen. Is dit een van de enige kwesties waarop mannen gediscrimineerd worden en vrouwen niet? Mag de ondernemer die korte broek eigenlijk wel verbieden? Bedrijfskleding Een leidinggevende mag kledingvoorschriften opstellen als die echt een zwaarwegend bedrijfsbelang hebben. Het lijkt mij logisch dat losse kettingen verboden mogen worden als je werkt aan gevaarlijke machines. En dat het als secretaresse niet de bedoeling is om het hoofd van je collega op hol te brengen met een te laag decolleté. Het is een kwestie van gezond verstand en de wet is hierin moeilijk te interpreteren. Je kleding mag het imago van het bedrijf niet schaden en een werkgever kan goede redenen hebben om je kleding deel uit te laten maken van een bedrijfshuisstijl. Maar dit moet wel van te voren worden meegedeeld. Het grijze gebied wordt steeds groter, omdat er maatschappelijk veel meer wordt toegestaan. Een brandweerman of een constructiebankwerker in korte broek is om veiligheidsredenen gevaarlijk. Maar een postbode is wel gerechtigd om rond te lopen in korte broek. Een bankdirecteur over een paar jaar waarschijnlijk ook. Voorstander van korte broeken Pas als ondernemer maar op met al die kledingvoorschriften. Voordat je het weet overtreedt je als directeur zelf de regels. Doe je jezelf niet de das om met al die reglementen? Je dwingt jezelf in het keurslijf van een maatpak. Ik ben in ieder geval pro-korte broek (mits dit veilig is). Niks mis met een paar harige mannenbenen als de temperatuur buiten stijgt tot boven de 30 graden. Het is in ieder geval een preventieve maatregel om te voorkomen dat een mannelijke werknemer in rok verschijnt naar het werk. Ga je klant dat maar eens uitleggen. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Columnisten & Experts

Waarom dragen mannen geen korte broek in de zomer?

Ondernemer Kristel Groenenboom kent veel vooroordelen tegen vrouwen in het bedrijfsleven. Dit keer schrijft ze echter over discriminatie tegen mannen....

author Kristel Groenenboom

clock 2,5 min

Een te grote auto rondrijden kan schadelijk zijn voor je imago, maar is een te kleine auto niet veel afkeuringswaardiger? Een teken dat de zaken slecht gaan? Voordat je het weet word je veroordeeld tot armoedzaaier met die te kleine auto. Wat is een fatsoenlijke auto? In ieder land denken ze hier anders over. Voor Chinezen is een auto meer dan een statussymbool. Hoe groter de bolide, des te meer succes je uitstraalt. Zelfs ruimte op de achterbank is belangrijk. Een grote achterbank is een teken dat je wordt rondgereden door een privéchauffeur. Speciaal voor de Chinese markt worden extra lange versies van limousines ontworpen. Langer, langer, langst. Statussymbool Dure auto’s vervullen in Turkije ook een belangrijke rol. Ze geven het signaal dat je kredietwaardig bent en je verplichtingen kan nakomen. Zakenmensen huren in Turkije zelfs grotere auto’s dan hun eigen wagen, alleen maar om deftig naar een klant te kunnen rijden. Alles voor de uitstraling en de geloofwaardigheid. Zelfs net over de grens in België heersen er al andere autonormen. Je krijgt in België minder commentaar op de parkeerplaats. Het is alleen not done om in een duurdere wagen te rijden dan je baas. Dit past niet in de hiërarchie van een Belgische onderneming. Een kleinere wagen dan de directeur is een voorwaarde om te voldoen aan de geldende autonorm binnen het bedrijf. (Te) kleine auto Een te kleine wagen heeft ook zijn nadelen, vooral in bepaalde sectoren. Een bevriende advocate kreeg flink commentaar van haar medevennoten over haar Ford-K. ‘Koop eens een fatsoenlijke auto, je rijdt hier mee voor schut als je naar klanten gaat’, was de reactie van haar collega’s. Ze probeerde de keuze te rechtvaardigen, door het tekort aan parkeerplaatsen bij de rechtbank aan te halen. Maar echt goed kwam ze hier niet mee weg. Deurwaarders daarentegen rijden vaak rond in extreem kleine autootjes. Makkelijk om te parkeren in de binnenstad? Dat is niet de hoofdreden. Ze willen ‘beschaafd’ overkomen en de kans verhogen dat hun klanten sneller betalen. Een afleidingsmanoeuvre voor een verhoging van de betalingsbereidheid van hun cliënteel. (Te) grote auto Banken hebben zo ook hun mening over de grootte van de auto voor het verstrekken van een financiering. Er wordt bewust uit het raam gekeken om een blik te werpen op de bedrijfsparkeerplaats. Erik in ’t Groen, medeauteur van ‘Zwaar Weer Ondernemen’, bevestigt het vooroordeel. Met welke auto een ondernemer rondrijdt is een heel gevoelig punt bij de bank. Te groot, te luxe, splinternieuw: allemaal signalen die meewegen in de uiteindelijke beslissing of je financiering krijgt. Kom je terecht bij de afdeling bijzonder beheer, dan wordt de autokeuze van de directeur helemaal een moeilijk punt. Kom je aan met een Bentley, dan gaan de haren van de bankier gelijk recht omhoog staan. Volgens Erik in ’t Groen raak je hiermee ook een gevoelige snaar bij de fiscus als je vraagt om uitstel van betaling. Al is de auto privé aangekocht, dan nog geef je het verkeerde signaal af. Door de Bentley kom je in het hokje terecht van onbetrouwbare, geldverkwistende, excentrieke onderneming. Als je de patserbak parkeert op het beste plaatsje voor het bedrijf, dan zegt dit helemaal iets over de ondernemer. Je wordt dubbel in het hokje gestopt van arrogante en geldverkwistende directeur. Soms is het ook heel krom: een dure Tesla kan wel, maar een Porsche blijft uit de boze. Erik haalde er een anekdote bij van een collega bij de bank die verzekeringen verkocht. Door met een Porsche bij klanten langs te komen, kreeg de collega direct de beeldvorming tegen. Hij kwam onbetrouwbaar over met zijn auto. Dit is niet erg handig als je verzekeringen verkoopt. Een kleinere auto vergroot de kans op het verkrijgen van een lening. Rijd je al rond in een patserbak, dan kan je deze niet zomaar verruilen voor een goedkopere versie. Dit heeft namelijk consequenties. De grote auto heeft een functie en een uitstraling van succes, die kan je niet zomaar inruilen. Bentley Erik haalde een situatie aan waarbij een klant terecht gekomen was bij bijzonder beheer. De bank had ervoor gekozen om de Bentley van de klant weg te halen en in te ruilen voor een goedkopere versie. Een slechte keuze, aangezien de klant iedere vrijdag met zijn Bentley op klantenbezoek ging. Het was heel zichtbaar geworden dat de zaken slecht gingen bij de ondernemer. Het maakte niet uit dat hij nog in een dure auto rond reed van 50.000 euro in plaats van 250.000 euro. Het kwaad was al geschiet, het was een duidelijke afgang voor de ondernemer nu zijn Bentley de deur uit was. Je kan soms echt de plank misslaan met een te kleine auto.

Columnisten & Experts

Hoe groot mag je auto zijn als ondernemer?

Te groot, te opvallend of te klein. Voor elk autoformaat bestaan voors en tegens, stelt MT-columnist Kristel Groenenboom. Ze vraagt...

author Kristel Groenenboom

clock 3,5 min

‘Kristel, wil je even naar boven komen? Je hond heeft net recht onder mijn bureau gekakt’, hoor ik. ‘Ja, leuk hoor Mark. Zeker een verlate 1 april grap’, en ik leg de hoorn van de telefoon weer neer. Binnen twee minuten belt mijn huurder van een van onze kantoren boos terug: ‘Kristel, ik ga dit echt niet zelf opruimen. Het kan wel de hond van de directeur zijn, maar zelfs haar kak stinkt.’ ‘Het is al goed, ik kom eraan’, antwoord ik. Het positieve effect van de kantoorhond Een hond op kantoor, een teken van onprofessionaliteit? Of gewoon een nieuwe hype in managementland? Dit voorval was heel gênant, maar ik moet wel toegeven dat we er vreselijk om gelachen hebben. Een hond op de zaak is zeker een sfeermaker en dan hoeft ze niet eens op een ongepaste plek gekakt te hebben. Een aantal van onze systeemplafondplaten zijn gesneuveld door een potje voetbal met mijn hond Luna. Af en toe pikt ze weleens een boterham van een medewerker of zit ze met haar kop in de cappuccino van een klant. ‘Sorry meneer, maar Luna lust graag koffie. Bier trouwens ook.’ En iedereen moet weer lachen. Een Amerikaans onderzoek van de Virginia  Commonwealth University heeft aangetoond dat een kantoorhond een positief effect heeft op de perceptie van stress. Een onderzoek van de psycholoog Stephen Colarelli van de Central Michigan University heeft bewezen dat een hond de vertrouwensrelatie tussen teamleden verhoogt. Een hond op kantoor bevordert de collegialiteit. Andere wetenschappers beweren zelfs dat een hond op de werkvloer de arbeidsproductiviteit verhoogd en een positief effect heeft op de beleving van zowel klanten als medewerkers. Heb je een winkel, dan is het aan te raden om je hond mee te nemen. Dit zou je omzet doen stijgen. Eigenlijk zou ieder modern bedrijf gewoon een hond op kantoor moeten hebben. Wees lief voor de hond van de baas De hond van de directeur is belangrijker dan je denkt. Hij of zij is de beste vriend van je leidinggevende. De volgende opmerkingen zijn heel gevaarlijk: ‘Luna je hebt misschien wel iets teveel gegeten’ of ‘Luna toch, je baasje zou toch eens iets meer met je moeten gaan wandelen’. Kijk uit wat je zegt over de hond van de baas, want het wordt je persoonlijk kwalijk genomen. Tegen de ondernemer zelf zeg je toch ook niet dat hij wel een flinke bierbuik heeft gekregen? Als de hond niet goed luistert, is dit dan een gebrek aan autoriteit van de ondernemer? Wat zegt die hond eigenlijk over de ondernemer zelf? Bij een Bullmastiff (dit ras vind ik trouwens geen aanrader als kantoorhond) kun je je afvragen of de leidinggevende een agressief karaktertrekje heeft. Een Herdershond: je werkgever is een machtswellusteling? Een Franse Bulldog: je baas ligt onder de sloof bij zijn vrouw? Ik moet toegeven dat een hond iets zegt over je persoonlijkheid. Ik heb geen reusachtige hond, zeker geen monster waar je bang voor moet zijn. Luna is een Duck Toller Retriever, een middelgroot ras van 20 kilogram, een flinke zwemmer en ze is af en toe een ADHD‘er. Buiten die hyperactiviteit is ze redelijk goed opgevoed. En ik neem haar enkel mee naar kantoor als ik weet dat ze een engeltje gaat zijn en de dag ervoor de longen uit haar lijf heeft gelopen. Dit om stalking van personeel met een tennisbal te voorkomen en het zorgt er ook voor dat niet al mijn plafondplaten sneuvelen als medewerkers de hond laten apporteren. Ook let ik erop dat klanten die niet van honden houden geen hinder ondervinden. Mijn hond weet waar ze mag komen, de vergaderzaal en de kantine horen niet tot haar grondgebied. Wel vraag ik bij sollicitatiegesprekken regelmatig of men niet bang is voor honden. Voor een medewerker in de fabriek is dit geen probleem, maar kom je bij ons op kantoor terecht dan is het niet zo handig als je een hekel hebt aan een harige viervoeter die vast een keer je boterham gaat pikken. Kom je aan de hond van de directeur, dan kom je aan hem. Zo had een medewerkster van mij expres de deur opengezet zodat mijn hond naar buiten kon glippen naar het industrieterrein waar aan alle kanten vrachtwagens langsrijden. Op onze kantoordeuren hangt het verzoek duidelijk geplakt om de deuren te sluiten, aangezien de hond anders wegloopt. Laat staan dat je de hond naar buiten gaat lokken. Dit was geen slimme zet van de dame in kwestie. De hond was snel gered, maar haar baan niet. Dit was voor mij echt de bekende druppel die de emmer deed overlopen bij een al lopend functioneringstraject. Als je de frustratie ten opzichte van je leidinggevende gaat africhten op haar hond, dan ga je echt een stap te ver bij mij. Een nieuwe trend Terwijl het vroeger uit den boze was om je hond mee te nemen naar kantoor, zie je de trend nu keren. Het is geen teken meer van onprofessionaliteit. Steeds meer ondernemers nemen hun hond mee naar kantoor. Mijn Belgische accountant neemt elke dag zijn zwarte labrador mee naar zijn zaak, onze leverancier van heftrucks heeft altijd zijn kleine bulldog mee en zelfs Vivienne van Eijkelenborg (zakenvrouw van het jaar 2016) neemt af en toe haar hond mee naar het bedrijf. In België declareren ondernemers zelfs hondenvoer op de zaak, want de hond heeft een officiële medewerkersfunctie gekregen. Namelijk: de bewaking van het terrein of als sfeermaker op kantoor. Bedrijven moedigen zelfs werknemers aan om hun hond mee te nemen naar hun werkplek. Nestle en Mars hebben een compleet hondenbeleid en zijn ingericht op een viervoeter die een dagje meegaat werken. In Amerika is een hond helemaal een graag geziene passieve medewerker op kantoor. Bij bedrijven als Google en Amazon heerst een hondencultuur en men vindt het zelfs raar als je je viervoeter een dagje thuislaat. Andere bedrijven beginnen met een jaarlijkse hondendag op kantoor om het positieve effect van ‘de nieuwe medewerker’ een beetje af te tasten. Het startschot is gegeven: een hond op kantoor, eigenlijk zou iedere ondernemer het moeten doen.

Columnisten & Experts

Trend: een kantoorhond op de werkvloer

Steeds meer ondernemers doen het, stelt MT-columnist Kristel Groenenboom in een nieuwe column. Hun hond mee naar kantoor nemen. En...

author Kristel Groenenboom

clock 4,5 min

'Later, als ik groot ben, wil ik het bedrijf van mijn vader overnemen.' Dat is helemaal geen rare opmerking. Maar als je dit op 3-jarige leeftijd al roept, vinden mensen dat heel lachwekkend. Hoe weet je op zo’n jonge leeftijd al wat je wilt worden? Het zal je wel opgedrongen zijn. Je kunt zeggen wat je wilt, maar dit heeft geen zin. Geloofwaardiger word je er toch niet op. Veel beroepen gaan over van vader op dochter of zoon. Chefkok Sergio Herman heeft in Oud Sluis het vak geleerd van zijn pa. Notarissen moeten nu in België na jaren een examen afleggen zodat ze niet klakkeloos het beroep van hun vader kunnen overnemen. Liefde voor het vak Je krijgt de liefde voor een vak mee en een ambacht dat op een bijna natuurlijke wijze wordt overgedragen. Een slager leert zijn kind uitbenen, een hovenier vertelt zijn zoon over de soorten bloemen en planten, een marktkramer toont zijn dochter de kunst van het verkopen. Ieder kind van een ondernemer krijgt een ambacht mee. Als dochter van een zakenman is dit de voorsprong die je hebt op een ander. Heb je geluk, dan slaat de liefde voor het vak zelfs over, maar dit is niet altijd het geval. Ik werd als kind doodgegooid met containers, containerkranen en nog eens containers. Mijn man heeft pas al mijn vaders oude video’s op dvd gebrand. Je wilt niet weten hoeveel containers hij is tegengekomen. 'Goh, je ziet meteen waar je vaders interesses liggen. Komt hij aan in een prachtige cruiseterminal, filmt hij 25 minuten de plaatselijke containerterminal en maar 3 minuten het stadje.' Tja, daar konden we niks op terug zeggen: mijn vaders fascinatie voor zijn werk was er 24 uur per dag, 7 dagen per week. Hij was niet te stoppen. Andere opties Het werd er bij mij met de paplepel ingegoten, maar dat wil niet zeggen dat ik werd gedwongen om het bedrijf over te nemen. Dat er geen andere optie was. Nee, absoluut niet. Dankzij mijn diploma stonden alle deuren voor me open, maar ik heb bewust voor de containers gekozen. Van andere ondernemers hoor ik vaak hetzelfde verhaal. Carla, een dochter van de slager die tot een van de beste van Nederland is uitgeroepen, heeft bedrijfseconomie gestudeerd en wilde in de weekends bij pa komen werken. Hij verbood het haar eerst, omdat hij vond dat ze te veel had gestudeerd om in een slagerij te werken. Alleen had ze de liefde voor het vak al te pakken en wilde ze niks liever dan later het bedrijf overnemen. Dit heeft ze ook gedaan, volledig uit vrije wil. Motief Je kunt allerlei motieven hebben om het familiebedrijf over te nemen, zoals uit loyaliteit of voor het geld, maar liefde voor het vak is het beste motief. En heb je er uit andere beweegredenen voor gekozen, dan loop je vroeg of laat tegen de lamp. Je moet eerlijk zijn tegenover jezelf en het bedrijf. Past het beroep bij je? Ben je er geschikt voor? Of heb je een andere droombaan voor ogen? Het is natuurlijk het ideaalbeeld van iedere ouder dat het familiebedrijf overgaat naar de volgende generatie, maar die droom moet wel haalbaar zijn. Volgens hoogleraar aan de Nyenrode business school, Roberto Flören, is het familiebedrijf opener geworden. Men gaat eerst kijken of er binnen de familie geschikte opvolgers zijn. Zo niet, dan regelen ze een niet-familiale opvolging. Het moet een bewuste en eerlijke keuze zijn, waarbij ook ruimte moet zijn om te denken aan een andere weg dan die van het familiebedrijf. Andere mogelijkheden bekijken moet ook kunnen. Er staan genoeg deuren open. Wees eerlijk als je het niet aankunt. Een familiebedrijf overnemen is moeilijker dan een ander bedrijf overnemen of vanaf nul een bedrijf opbouwen. Bezint eer ge begint.

Columnisten & Experts

Niet iedereen neemt gedwongen het familiebedrijf over

Als jong kind droomde ondernemer Kristel Groenenboom er al van om haar vaders bedrijf over te nemen. Die droom liet...

author Kristel Groenenboom

clock 2,5 min

Deuken rijden en dergelijke : Ga je het eerlijk op de zaak vertellen als je een deuk hebt gereden? Of steek je dat krasje in de doofpot? Heb je jezelf als directeur nu ook schuldig gemaakt aan bedrijfsschade veroorzaken of kan je nog steeds je personeel op het matje roepen als ze met de heftruck een steunpaal van het gebouw rammen? Een lastige kwestie! Een zakenrelatie komt bij ons op bezoek om een containertje te komen halen. Hij heeft altijd de gewoonte om nogal hard de oprit op-en af te rijden. Niet het perfecte voorbeeld rijgedrag voor een eigenaar van een aanzienlijk transportbedrijf. Ook dit keer verliet hij in allerhaast ons kantoor. Al telefonerend stapt hij in zijn auto met volle gas achteruit. Enkel stond het stambeeld van mij en mijn vader in de weg. Met volle vaart knalt hij tegen ‘ de ijzeren versie’ van mijn vader aan. Kwaad stapt hij uit zijn auto, terwijl wij verbaasd uit het raam staan te kijken. Woedend schopt hij een extra keer tegen zijn bumper, zodat deze nog schever aan zijn auto hangt en stapt weer in zijn auto. Op het beeld is geen schrammetje te bekennen , enkel een beetje verf van de bumper van zijn BMW. Diezelfde week kom ik de relatie weer tegen op een receptie. ‘ Zo, jij was ook snel vertrokken’, grapte ik. ‘ Nee, jullie maar lachen achter dat raam.’, antwoorde hij terug. ‘ Ik moet wel zeggen dat mijn vader overeind bleef staan. Maar die BMW van jou was er slechter aan toe.’, ik kon het niet laten hem wat te plagen. ‘Ja, dat is waar. Enkel heb ik net een nieuwe wagen besteld en deze auto al verkocht. Nu zit ik met die stomme deuk.’ ‘En, heb je het op de zaak verteld?’ ‘ Je denkt toch niet dat ik gek ben. Ik heb gezegd dat een vrouwtje tegen mij is aangereden en weggereden is zonder schadeformulier in te vullen.’ ‘ Ja, dat geloven ze vast bij jouw op de zaak? Hopelijk roddelt mijn personeel niet tegen die werknemers van jou’, roep ik terug. Lekke band Hoe los je zo’n gênante situatie op? Als je gelogen hebt en de waarheid komt later boven water, dan heb je toch een probleem. Je kan als directeur toch ook weleens een inschattingsfoutje maken. Bandenverbruik of stoepranden rijden: alles is zichtbaar op een bedrijf, zeker bij mijn vader die lijstjes opstelde voor het bandengebruik en het schadevrij rijden van zijn chauffeurs. Hij maakte er een wedstrijd van met scores en bonussen. Hij hanteerde zelfs verschillende categorieën: de zuinigste rijder qua brandstof, de netste chauffeur die geen stoprandjes raakt of veel banden verslijt. De hoofdprijs ging naar de chauffeur die een jaarlang totaal schadevrij had gereden. Kanttekeningen hierbij waren wel, dat chauffeurs met een hoge score zich ziekmelden bij sneeuw en hagel om geen botsingen te veroorzaken en zo hoog in het tabelletje van pa te eindigen. Er waren geen excuses voor een schrammetje of een beschadigde velg: pa zag alles, echt alles. En niet enkel pa (de oud eigenaar), personeel ziet helemaal alles. Ze hoeven enkel een blik uit het raam te werpen op de bedrijfsparking en ieder schrammetje is zichtbaar. Is het wel handig om als directeur een deuk eerlijk toe te geven of komt je voorbeeldfunctie dan in het gedrang? Ik ben een grote voorstander van alle ongelukjes direct eerlijk opbiechten. Het maakt je menselijker en sympathieker als je eerlijk je deuk opbiecht. Vertellen dus, ook al ben je de baas. Maar indien er echt geen getuigen zijn en je hebt niemand anders schade berokkend, dan natuurlijk ook geen slapende honden wakker maken onder je personeel! Als directeur zijn er naast deuken rijden, nog meer autoblunders die je kunnen overkomen. Bijvoorbeeld: in allerhaast wegrijden met de bedrijfsfolders nog op het dak van je auto. Dit zorgt wel voor een snelle distributie van de brochures, enkel was dit niet helemaal de bedoeling. Of vertrekken met een draaiende auto zonder de autosleutel. Dit kan gebeuren met een automatisch start- en stopsysteem op je auto. Enkel vond mijn echtgenoot het minder leuk om even de sleutel langs te brengen. Een noodgeval: ik was wel aangekomen op de plaats van bestemming zonder sleutel (minstens een uur rijden) , maar ik kon niet meer vertrekken. Mijn personeel kon er wel smakelijk om lachen. Fouten maken is menselijk, zelfs als de directeur het doet.

Columnisten & Experts

Fouten maken is menselijk, ook voor managers

Fouten maken is menselijk, maar moet je als manager alles opbiechten aan je personeel? Kristel Groenenboom denkt van wel.

author Kristel Groenenboom

clock 3 min

Leeftijd is een omstreden begrip. Ik heb vaak rare opmerkingen naar mijn hoofd gekregen omdat ik op 23-jarige leeftijd het bedrijf van mijn vader overnam. Ik kreeg direct dertig man onder mij, met de bijhorende verantwoordelijkheden. Sommige klanten vonden het gewoon lachwekkend, terwijl je in onze huidige internetcultuur met veel jonge IT-directeuren (zoals Marc Zuckerberg) wel wat meer begrip zou verwachten. Niet alleen bij de overname van de zaak werd mijn leeftijd bekritiseerd. Dezelfde weerstand voelde ik toen ik mijn huis bouwde, deelnam aan een oldtimerrally en bij een makelaar appartementen ging bezichtigen. Ik voldeed niet aan het stereotiepe beeld dat bestond bij potentiële klanten. Ik was gewoonweg te jong. Ik ben niet de enige die af en toe gefrustreerd raakt over de vooroordelen omtrent leeftijd. Astrid Homan, professor aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt de uitdagingen waar jonge managers voor staan. Uit haar studies blijkt dat jonge leidinggevenden vaak worden afgewezen vanuit het vooroordeel dat ze gebrek aan expertise en kennis hebben. Die afwijzing heb ik ook vaak meegemaakt. Heel vervelend, maar het heeft mij wel sterker gemaakt. Het idee achter het vooroordeel is dat jonge bazen nog niet hard genoeg hebben gewerkt voor hun positie als leidinggevende. Hun aanstelling wordt als niet legitiem gezien en met moeite geaccepteerd door derden. Jongere leidinggevenden hebben nog niet de leeftijd bereikt waarop men er automatisch van uitgaat dat je genoeg status, ervaring, overwicht en kennis hebt verkregen. De eerste indruk die de omgeving van een ‘te jonge’ baas heeft, is moeilijk te beïnvloeden. Vaak krijg je allerlei onbeschofte opmerkingen naar je hoofd met de benadrukking dat je wel erg jong bent. Daarvoor heb ik inmiddels een standaardantwoord: “Oud word je vanzelf, dat is een van de weinige dingen in het leven waar je echt niks voor hoeft te doen.” Meestal krijg ik dan een glimlach terug, of de vraag: “Hoe oud bén jij eigenlijk?” – “Gelukkig net meerderjarig.” Jonge leidinggevenden moeten zich dubbel bewijzen. Homan spreekt zelfs over de noodzaak van een andere vorm van leiderschap. Dit kan een meer doordacht strategisch beleid zijn om als jonge directeur het overwicht te houden, of een stelselmatige aanpak. De jonge baas heeft het moelijker om zijn team aan te sturen en moet een gerichte leiderschapsstijl kiezen en zich hier consequent aan houden. Het is zonder meer moeilijker om een jongere baas te zijn, dat valt niet te betwisten. Het succes van de jonge hond Het valt niet mee om als snotneus zelf je positie als directeur te erkennen en te accepteren. Maar als je zelf ook zo’n jonge ondernemer bent, verlies dan niet je voorsprong uit het oog. Als puppy sta je onbevangen in het zakenleven en kijk je automatisch verder dan het vakgebied waarin je terechtgekomen bent. Je durft meer uitdagingen aan en hebt niet de belastende rugzak van een carrière met teleurstellingen en gemiste kansen in het bedrijfsleven. Met een frisse kijk begin je aan een enorme uitdaging. Het is te eenzijdig gedacht als je jonge honden enkel het voordeel van handig omgaan met IT en smartphones toedicht. Dat is gewoon te kort door de bocht. Enthousiasme, een open mind en een goede opleiding zijn troeven die ongelofelijk nuttig kunnen zijn in een vastgeroeste organisatie. Een jonge baas kan beter inspelen op veranderende markten, crisissituaties en een bedrijfsleven dat continu transformeert. Tijdens hun opleiding hebben de puppy’s geleerd dat banken failliet kunnen gaan, dat het niet meer gegarandeerd is dat pensioenmaatschappijen uitbetalen, dat de rente tot onder nul kan zakken en dat er na 2008 nog ontelbare crisissen gaan volgen. Dit is een ander wereldbeeld, maar wel een zeer realistische invalshoek om een bedrijf te leiden. Jonge bazen houden frequenter overleg, luisteren meer en zijn oprecht geïnteresseerd in het privéleven van hun personeel. Ze scoorden zeer hoog in het leiderschapsonderzoek van de KU Leuven. Jana Deprez, een van de onderzoeksters, was zelfs verbaasd over de grote prestaties. De leiderschapsstijl van de jongere baas wordt als bijzonder positief ervaren, zowel in het takenpakket (de expertise van de directeur) als op relationeel vlak (baas-werknemerrelatie). De jonge leidinggevende heeft meer aandacht voor de wensen van de medewerkers en communiceert zijn visie duidelijker. Hij heeft een actievere rol als baas, hij wil weten wie zijn mensen zijn en wat ze van hem verwachten. Hoe de jongere baas zijn rol invult, is afhankelijk van het bedrijf. Er wordt welbewust meer tijd besteed aan leidinggevende taken, zoals het voeren van functioneringsgesprekken en informele gesprekken met het team. De jongere baas is meer gericht op het behalen van goede resultaten. Hij heeft met overtuiging gekozen voor zijn leidinggevende functie en is niet als logisch gevolg van het beklimmen van de carrièreladder op deze plaats beland. Die bewuste keuze zorgt voor extra motivatie om helemaal voor de functie te gaan. Maar onderlinge verschillen blijven altijd bestaan. Je mag niet zomaar spreken van generatiebrede eigenschappen. Leeftijd op zich is geen indicator voor iemands kwaliteiten. Een jonge hond is niet automatisch een goede leidinggevende. Leidinggeven op jongere leeftijd is zwaar, maar dat wil niet zeggen dat je niet succesvol kunt zijn. Ik heb het als jonge ondernemer best heavy gehad. Zo heb ik echt voor mijn functie moeten knokken. Het is dubbel zo hard werken om serieus te worden genomen. Wel zie ik het als een enorme voorsprong om zo jong te starten. Beter jong geleerd dan oud gedaan. Soms is de situatie er gewoon naar dat je op jonge leeftijd een hoge positie krijgt. Je gaat er dan voor, ongeacht je leeftijd. Zo’n kans laat je niet liggen, al is het voor jezelf lastig om je eigen positie te accepteren. Op mijn dertigste ben ik nog steeds jong, alleen heb ik intussen wel geleerd om mijn positie te aanvaarden. Ik weet dat ik overwicht heb en dat mijn team mij respecteert. Ik heb voor een zware weg gekozen, maar het heeft mij enorm veel gebracht. Ondertussen heb ik veel kunnen opbouwen met mijn bedrijf. Terwijl andere 30-jarigen net starten met hun bedrijf, kan ik de volgende stap al zetten. Wacht niet te lang met het waarmaken van je dromen. Ik wens iedereen veel tijd toe, maar dat is nu eenmaal een schaars goed. Ik heb in ieder geval een stukje tijdspanne gewonnen door zo jong te starten. Die tijd neemt niemand mij meer af. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Columnisten & Experts

Hoezo te jong?

Jonge ondernemers aan de top van een bedrijf hebben het vaak zwaar, stelt columnist Kristel Groenenboom. Veel (oudere) werknemers vragen...

author Kristel Groenenboom

clock 4,5 min

‘Zo mevrouw, u heeft een mooie auto!’ Ik sta te tanken bij het pompstation op de hoek van ons industrieterrein. ‘Mevrouw, u heeft wel een heel dikke auto. Hoe komt u hieraan?’, vraagt een onbekende vrachtwagenchauffeur. Ik reageer: ‘Hoe ik aan mijn wagen kom? Gewoon van een oude rijke vent gekregen. Wat had u anders gedacht?’ De chauffeur kijkt me indringend van top tot teen aan en loopt weg. Vrijdagmiddag, mijn collega loopt ons kantoor binnen. ‘Goh, Kristel heb jij toevallig met een chauffeur gesproken bij het benzinestation op de hoek?’ ‘Ja’, zeg ik. ‘Waarom vraag je dat?’ Mijn collega antwoordt: ‘Die man stond aan onze balie voor het lossen van een container en hij vertelde nogal een bizar verhaal. Hij vroeg een aantal keer van wie die zwarte auto is, geparkeerd voor onze voordeur. Ik wilde er eerst geen antwoord op geven, maar hij bleef aandringen. Hij moest en zou weten van wie die Porsche is.’ Ik vroeg hem: ‘En? Wat heb je gezegd?’ Hij antwoordt: ‘De waarheid, dat die auto van onze directrice is. De chauffeur vond dit nogal vreemd, want hij was deze week een jonge vrouw met lang donker haar op hoge hakken tegengekomen bij de benzinepomp en hij dacht dat ze een prostituee was. Of een golddigger, zo’n jonge vrouw die met een oude kerel getrouwd is voor het geld. Ik heb tegen hem gezegd dat hij zich wel vergist moest hebben en dat de auto echt van jou is.’ Ik moest hard lachen. ‘Ken jij die man dan?’, mompelt mijn collega. Ik antwoord: ‘Stel je achterlijke vragen, dan moet je ook niet verbaasd zijn om een dwaas antwoord terug te krijgen, toch?’ Mijn collega kijkt verward. ‘Nu begrijp ik het helemaal niet meer’, sist hij. Ik leg het hem uit. ‘Heel simpel. Wat zou jij antwoorden op de vraag: ‘’Hoe kom je aan die auto?’’ Maar jij bent een man, dus aan jou vragen ze dat soort idiote dingen niet!’ Hij lijkt het te snappen: ‘Oké, daarom ging de chauffeur helemaal verbouwereerd weg, zich excuserend dat hij zich inderdaad had vergist.’ ‘Haha’, glimlach ik terug. De volgende keer dat die chauffeur een vrouw in een Porsche ziet rijden, zal hij niet meer vragen of ze een dame van lichte zeden is. Hij heeft zijn lesje wel geleerd.’ Hij grapt terug: ‘Ik weet het wel zeker. Je had zijn gezicht moeten zien toen ik zei dat jij de eigenaar van deze zaak bent.’ Waarom kunnen vrouwen niet in dure auto’s rijden? Een Marokkaan in een Mercedes is toch ook niet automatisch een crimineel? En de BMW van een jonge gast is niet altijd een verjaardagscadeautje van zijn pa. De jonge kerel kan een succesvolle zakenman zijn of profvoetballer. Toch heerst er een taboe op vrouwen in luxe auto’s. Het aanschaffen van de auto alleen al is problematisch. Autoverkopers hebben geen oog voor de vrouw. Ze staan enkel tegen de echtgenoot te praten over velgen, het brandstofverbruik en het vermogen van de bolide. Bij de aankoop van mijn Porsche zei mijn man daarom ook: ‘Sorry, maar dit is onbeschoft en discriminerend. De wagen gaat het nieuwe speeltje van mevrouw worden. Stel de vragen aan haar.’ Hebben vrouwen geen verstand van auto’s? Flauwekul! Kiest ze een auto enkel omdat de kleur haar bevalt? Dat geloof je toch zelf niet. Vrouwen maken wel degelijk bewuste keuzes bij de aankoop van hun wagen. Enkel mannen doen zich beter voor en bluffen dat ze meer verstand hebben van auto’s dan vrouwen. Dat is het enige verschil. De verkopers in de garage waar ik vaste klant ben zijn gelukkig wel vrouwvriendelijk. Ik ben een van de jongste klanten en ze zijn zelfs vriendelijker tegen mij dan tegen mijn echtgenoot. Gelukkig bestaan er nog normale, niet vooringenomen autoverkopers, al is dit soort met uitsterven bedreigd. Wel zijn er veel misverstanden rond vrouwen en auto’s: een vrouw kan een dure auto niet zelf betalen, ze is niet in staat de bolide zelf aan te schaffen en ze is zelfs beter af met een kleinere (lees: goedkopere) auto, anders kan ze hem niet parkeren. Zie je twee auto’s op de oprit van een woonhuis staan, dan is de kleinere wagen van mevrouw en de grote bolide van de heer des huizes. Een auto is een teken van status. Mannen stoppen vrouwen nu eenmaal graag in een kleine Mini. Een vorm van machtsvertoon en onderdrukking. Maar dames, dat gebeurt alleen als je dit ook zelf toelaat. Er is niks mis met een flamboyante autosmaak, ook niet als die smaak van een vrouw is. Het is niet waar dat een kleine Clio de perfecte vrouwenauto is. Vrouwen rijden helemaal niet graag in een kleine auto. Mannen willen altijd in een grotere wagen rijden dan hun vrouw. Het bekende mannelijke haantjesgedrag komt dan naar voren. Kleine auto’s zouden makkelijker te parkeren zijn en praktischer zijn voor een vrouw. Allemaal vagen redenen om goed te praten dat er tegen de vrouw gediscrimineerd wordt. SUV’s zijn vaak standaard voorzien van achteruitrijd-camera’s, automatisch inparkerende auto’s worden meestal gekocht door mannen. Maar er passen volgens mij  meer boodschappentassen in die grote auto dan in die mini. Is dat niet juist vrouwvriendelijker? Waar moet je als dame anders al je winkeltassen laten? Geen excuses meer: een vrouw mag ook in een grote auto rijden. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: 'Mag ik meneer Kristel even spreken?' Je kunt het boek hier bestellen.

Management & Leiderschap

Hoe kom jij als jongedame aan die dure auto?

Die vraag schoot bij ondernemer Kristel Groenenboom in het verkeerde keelgat. Als hoofd van het bedrijf krijgt ze dit soort...

author Kristel Groenenboom

clock 4 min