Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Dit gebeurt er als je carrière je identiteit bepaalt

Heb jij soms ook het gevoel dat je werk je identiteit is geworden? Dat is geen probleem, zolang het een bewuste keuze is.

werk identiteit Getty Images
Je leest nu: Dit gebeurt er als je carrière je identiteit bepaalt

Wie ben je? Wat doe je? Of hoe gaat het met je? De kans dat jij je werk ter sprake brengt bij het beantwoorden van deze vragen is vrij groot. Maar is dat wel goed? Laten we ons werk niet te veel bepalen hoe we ons voelen en wie we zijn? Natuurlijk, werk vormt een wezenlijk onderdeel van ons leven. We spenderen veel van onze tijd aan werk. Het is dan misschien ook niet zo gek dat onze identiteit mede gevormd wordt door onze banen, functies en carrières.

Identiteitscrisis

Steven Pont, systeemtherapeut en ontwikkelingspsycholoog, beaamt dat een deel van onze identiteit door ons werk bepaald wordt: ‘Dit is voor een deel terecht. Je werk zegt iets over jezelf. Bovendien heb je meestal meerdere identiteiten, een daarvan is ons werk.’ Maar wat nu als je je hele identiteit daaraan ontleent? Je moet er toch niet aan denken wat er dan gebeurt als je ontslagen wordt of met pensioen gaat. Een heuse identiteitscrisis ligt op de loer. Want, wie ben je nog zonder je werk?

Verstrengeling van werk en identiteit

Zo’n identiteitscrisis hoeft echter niet pas te ontstaan op het moment dat je niet meer aan het werk bent. Het kan ook gebeuren als je je tijdens je werk afvraagt waar je in vredesnaam mee bezig bent: wat doe ik hier eigenlijk? Wil ik dit wel? Te veel van dit soort vragen en twijfels leiden tot angst en onzekerheid. Misschien zelfs tot burn-out of depressie. Dit blijkt vooral voor te komen bij mensen die onder hoge druk moeten presteren.

De situatie waarin grenzen tussen mensen vervagen en individuele identiteiten minder belangrijk worden, wordt in de psychologie enmeshment (verstrengeling) genoemd. Deze situatie voorkomt de ontwikkeling van een stabiel en onafhankelijk zelfbeeld. Als je werk je identiteit bepaalt, ben je dus niet verstrengeld met een andere persoon, maar met je carrière. Het is goed om je hier bewust van te zijn, maar het kan dus ook leiden tot existentiële crises.

Is jouw identiteit verstrengeld met je carrière?

Volgens psycholoog Janna Koretz kun je jezelf onderstaande vragen stellen om erachter te komen of je te veel verstrengeld bent met je werk.

1. Hoeveel denk je over je baan buiten het kantoor? Heb je vaak werkgerelateerde gedachten? Is het moeilijk om deel te nemen aan gesprekken met anderen die niet over je werk gaan?

2. Hoe beschrijf jij jezelf? Hoeveel van deze beschrijving hangt samen met je functie, titel of bedrijf? Zijn er nog andere manieren waarop je jezelf zou omschrijven? Hoe snel vertel je mensen die je net hebt ontmoet over je baan?

3.Waar breng je de meeste tijd door? Heeft iemand ooit tegen je geklaagd dat je te veel op kantoor zit (of thuis aan het werk bent)?

4. Heb je naast je werk hobby’s die niet direct verband houden met werkgerelateerde vaardigheden en capaciteiten? Kan je consequent tijd besteden aan het trainen van andere delen van je hersenen?

5. Hoe zou je het vinden als je niet meer verder zou kunnen met je beroep? Hoe vervelend zou dit voor je zijn?

Als de antwoorden op deze vragen voor jou reden zijn tot zorg kan je volgens Koretz verschillende stappen ondernemen om iets te veranderen. Denk eens aan het inbouwen van meer vrije tijd en het ontwikkelen van vaardigheden die niets met je werk te maken hebben.

Vrije keuze

Toch hoeft het helemaal niet zo problematisch te zijn als je je hele identiteit aan je werk ontleent, vindt Pont. Zolang het maar een bewuste keuze is. ‘Het gaat om vrijheid van keuze. Pas als het ongezond voor jezelf of je omgeving wordt, ben je een slaaf van je identiteit. Dan wordt het giftig.’ Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als je werkzaam bent in een familiebedrijf en al op jonge leeftijd tot opvolger wordt gebombardeerd. Je kan je afvragen in hoeverre dit carrièrepad dan nog een vrije keuze is.

Lees ook: Luiheid: de meest onderschatte vaardigheid in het leven

Pont noemt het voorbeeld van een notaris die door de eisen die de omgeving aan hem stelde op zijn 42ste in een identiteitscrisis belandde. Toen hij bij zichzelf te rade ging, besefte hij dat hij liever onderwijzer wilde worden. Pont: ‘Om niet in conflict te raken met zijn familie had hij een bepaalde identiteit aangenomen. Het systeem drukte hem in die identiteit.’

Mozaïek van identiteiten

Systeemtheorie biedt een verklaring en oplossing voor veel factoren omtrent identiteit. Pont werkt momenteel aan een boek over systeemtheorie en management, waarin hij dit ter sprake brengt. Hij legt uit dat identiteit meestal geen eendimensionaal concept is, maar meer een mozaïek.We zijn een bouwsel van delen. Je bent bijvoorbeeld vader, vriend, partner en tennispartner. Het systeem bepaalt welke identiteit op dat moment een factor is in je gedragskeuze.’ Je kan dus heel veel identiteiten hebben en welke identiteit je de boventoon laat voeren, hangt helemaal af van de situatie en de mensen om je heen. ‘Identiteit is altijd relatief ten opzichte van systemen. Zonder systeem is er geen identiteit’, zegt Pont.

Authentieke en reactieve identiteit

Het hoeft dus geen drama te zijn als jij een belangrijk – of het belangrijkste – deel van je identiteit ontleent aan je werk. Tenminste, niet als je daar bewust voor kiest. Toch rest dan nog de vraag wat er gebeurt als je werk plotseling wegvalt.

Pont legt uit dat er twee basisidentiteiten zijn: je authentieke zelf en je reactieve zelf. Het authentieke zelf wordt gevormd door je genetische opmaak. Het reactieve zelf zou je kunnen omschrijven als het resultaat van de systemen. Als je werk om wat voor reden dan ook wegvalt, zal je weer helemaal terug moeten naar je authentieke zelf, naar de kern.

Lees ook: Dit is hoe je je ambities in goede banen leidt

Rollade bakken

Pont noemt het voorbeeld van een vrouw die een rollade aan het bakken is. Ze snijdt aan beide kanten de uiteindes eraf en legt ze aan weerszijden in de koekenpan. Haar nieuwe partner vraagt: ‘Waarom doe je dat eigenlijk?’ Ze antwoordt dat ze het zo heeft geleerd van haar moeder. Zijn vraag brengt haar echter toch aan het twijfelen. Ze gaat naar haar moeder en legt haar dezelfde vraag voor. Ook zij antwoordt dat ze het zo heeft geleerd van haar moeder. Vervolgens gaat de vrouw naar haar oma. Dan blijkt dat de oma de kapjes eraf sneed omdat ze maar een hele kleine koekenpan had in die tijd en geen geld had voor een grotere.

Oftewel: het afsnijden van de kapjes is doorgegeven van generatie op generatie zonder dat het oorspronkelijke doel nog een rol speelde. Dit is een reactief patroon. Door je bewust te worden van dit soort patronen kom je uiteindelijk weer in de buurt van je authentieke zelf. Hoe je weet of je op de goede weg bent? Pont: ‘Luister naar je lijf. Je lijf liegt niet. Je kan in gedachten tegen jezelf liegen maar het lijf heeft hier geen filter voor. Zo kan je voelen of je authentiek bezig bent.’