Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Die irritante collega moet zich aanpassen, denk je. Het echte probleem ligt ergens anders

Als er een conflict is op je werk, denken we altijd: die persoon is het probleem, die moet zich aanpassen. Organisatiepsycholoog Marijke Spanjersberg ziet dat anders. Het probleem zit niet ín die persoon, maar tússen jullie - in hoe jullie op elkaar reageren.

werkprofessor marijke spanjersberg tussentaal

‘Mag het probleem weer het probleem zijn?’ De vraag klinkt bijna rebels uit de mond van Marijke Spanjersberg. De organisatiepsycholoog en auteur van Tussentaal ziet in het bedrijfsleven een hardnekkig patroon: zodra er iets misgaat, wijzen we naar het individu. Die persoon is te dominant, niet flexibel genoeg of haalt de targets niet.

De oplossing? Ontslag. ‘En dan is de volgende degene die het minst presteert’, zegt Spanjersberg nuchter in de podcast De Werkprofessor.

Spanjersberg promoveerde op complexe besluitvorming en conflictoplossing aan de Radboud Universiteit. Sinds 1995 runt ze haar eigen adviesbureau en helpt ze bestuurders bij vastgelopen samenwerkingen. Ze is docent aan onder andere De Ambachtsschool voor Organiseren en Veranderen. Met haar boek Tussentaal wil ze de aandacht verleggen van wat er in mensen zit naar wat er tussen mensen gebeurt.

Van beschuldigen naar beschrijven

Het probleem zit volgens haar in onze taal. We gebruiken voortdurend ‘in-mensen-taal’: hoe voel je je, waar zit je weerstand, wat houdt je tegen. ‘We hebben heel veel taal over onze eigen binnenkant’, legt Spanjersberg uit. Deze focus op het individu legt een grote verantwoordelijkheid bij één persoon en ziet over het hoofd dat relaties een belangrijke factor zijn in hoe mensen zich gedragen.

Neem het voorbeeld van een ‘dominante baas‘. Dat klinkt als een persoonlijkheidskenmerk. Maar in tussentaal wordt het: deze baas is dominanter dan andere bazen. ‘Dan heb je het opeens over bandbreedte’, zegt Spanjersberg. ‘En dan ontstaat de vraag: wat is eigenlijk onze bandbreedte? Wat vinden we oké en wat niet?’ Het maakt de taal minder beschuldigend en meer beschrijvend.

Circulaire patronen doorbreken

Deze verschuiving heeft gevolgen voor hoe je problemen aanpakt. Leiderschapstrainingen zijn volgens Spanjersberg sterk gericht op de persoon van de leider en op het omgaan met incompetente individuen. ‘Maar stel je nu eens voor dat niet de leider op cursus gaat, maar dat de relatie op cursus gaat’, vraagt ze zich af. ‘Wat zou je dan te leren hebben?’

Spanjersberg noemt het voorbeeld van patroontaal. Bij het patroon ‘overtuigen-overtuigen’ heeft de ene persoon zeven argumenten, de ander acht. Hoe meer de één overtuigt, hoe meer de ander dat ook doet. Of het patroon ‘dempen-versterken’: de één vindt iets cruciaal, de ander wil het juist niet groter maken dan het is.

‘Als ik niet zie dat het patroon tussen ons de basis is geworden, dan denk ik alleen: die ander snapt het niet’, zegt ze. ‘Maar ik moet ook kunnen zien dat wat die ander doet, te maken heeft met wat ik doe.’

Lees ook: Zo gebruik je taal voor een sterke organisatiecultuur

De onzichtbare verbinders

In conflictsituaties ziet Spanjersberg nog een groep over het hoofd: de tussenpersonen. Mensen die niet in één kamp zitten en nuance blijven zien. ‘Ze zeggen: het is echt wel ingewikkeld, maar laten we het niet overdrijven. Ik zie dat ze allebei een punt hebben’, vertelt ze. Deze mensen spreken vanzelf tussentaal, maar worden vaak niet opgemerkt omdat ze zichzelf naar achteren duwen. ‘Terwijl ze cruciaal zijn om het gesprek weer te kunnen voeren op een toon die ergens toe kan leiden.’

Ook emoties kunnen volgens Spanjersberg anders worden benaderd. In plaats van te vragen ‘waarom ben jij boos’, vraagt tussentaal: waar wil deze boosheid voor strijden en voor wie is deze boosheid bedoeld? ‘De emoties zijn relationeel. Het is taal voor de ander’, legt ze uit. ‘Dus uiteindelijk gaat het helemaal niet over de psyche van Henk, maar Henk wil ergens voor de barricade op.’

Kijk naar het heen-en-weer

De sterke focus op het individu heeft diepe wortels. Spanjersberg verwijst naar de Canadese filosoof Charles Taylor, die beschrijft hoe de westerse cultuur al 23 eeuwen in een proces van voortgaande individualisering zit. Het idee dat je in jezelf moet kijken om een beter mens te worden is diep verankerd. ‘Dus het is ook onze cultuurgeschiedenis’, zegt ze.

Maar volgens Spanjersberg wordt het tijd om naast de rijkdom van de binnenwereld ook taal te ontwikkelen voor wat er tussen mensen gebeurt. Haar ezelsbruggetje: ‘Wat gaat er heen en weer? Wat gaat er de hele tijd heen en weer tussen jou en mij?’ Door die vraag te blijven stellen, verschuift de aandacht van individuele tekortkomingen naar relationele dynamiek.

Het resultaat is een andere manier van leiding geven. ‘Op het moment dat ik mij gehoord en gezien voel in: oké, ik doe de dingen net een beetje anders’, zegt Spanjersberg, ‘dan worden we veel slimmer in het bedenken van manieren om met die verschillen om te gaan.’ En dat, concludeert ze, maakt sociale systemen als het goed is slimmer.

Takeaways uit de podcast:

  • Richt problemen minder op het individu en meer op de tussenruimte: veel gedrag ontstaat in relaties, niet in persoonlijkheden.
  • Tussenpersonen en nuance zijn cruciale, maar vaak onzichtbare, bronnen van verbinding in teams en conflictsituaties.
  • Door emoties en gedrag relationeel te duiden, als iets dat heen en weer gaat, ontstaat taal die minder beschuldigt, meer verbindt en leidt tot effectievere oplossingen.

Beluister de nieuwste aflevering van de podcast ‘De Werkprofessor’. Of abonneer je via de podcast-app van jouw keuze. Nieuwe afleveringen verschijnen elke twee weken op maandag.

Heb je vragen of input? Neem dan contact op met Wendy van Ierschot via [email protected]. Benieuwd naar de volgende gast in ‘De Werkprofessor’ of wil jij als eerste de teaser van de volgende aflevering horen? Volg dan ‘De Werkprofessor’ op LinkedIn.