Stop nu meteen met je smartphone in je slaapkamer te leggen. Het is een ‘digitale traktatiedoos’ die je brein alert houdt op wat er mogelijk kan binnenkomen. Maar zo kom je nooit echt goed in slaap. ‘Je smartphone is een dopamine-dealer. Een heroïneverslaafde slaapt ook niet rustig met een zakje heroïne naast zich.’
Stevige uitspraak van Rita Zijlstra, klinisch neuropsycholoog en bestuurder bij Zorg van de Zaak Netwerk. Een bedrijfsgezondheidsnetwerk dat ondersteuning biedt aan 67.000 werkgevers en ongeveer 1,3 miljoen medewerkers in Nederland.
Zijlstra heeft dan ook een missie: digitaal welzijn op de kaart zetten. Volgens haar leven we allemaal met een ‘gekookt brein’: constant aan, overprikkeld, zonder momenten van mentale rust. We krijgen op één dag ook meer prikkels te verwerken dan de prehistorische mens in een heel leven.
Vooral ingezet op efficiëntie
Dankzij al die dringende notificaties en slimme algoritmes zitten we vele uren voor een scherm. Zo verliezen we het vermogen om te reflecteren en echte verbinding aan te gaan. Het gevolg: eenzaamheid, kortere lontjes en een sluipend productiviteitsverlies dat niemand in de gaten heeft. ‘Op het moment dat je het in de gaten hebt, is het al te laat’, zegt ze tegen MT/Sprout.
Digitalisering is ondertussen vele tientallen jaren bezig, maar daarbij is vooral ingezet op efficiëntie en niet op hoe ons brein functioneert. Tachtig procent van de beroepsbevolking werkt nu met een of meerdere beeldschermen. Gemiddeld worden ze tachtig keer per dag afgeleid én besteden ze twee uur per werkdag aan persoonlijke mails en socials.
Werk en privé lopen flink door elkaar, iedereen is constant te bereiken, en dat eist wel degelijk zijn tol. Met de opkomst van de smartphone zien we tegelijkertijd de angststoornissen toenemen. Ook horen we steeds meer dat ziekteverzuim van jonge werknemers gekoppeld kan worden aan digitale overbelasting, geeft ze aan.
Lees ook: Hans Scheffer (HelloPrint) heeft weinig op met werk-privébalans
Psychische klachten kosten miljarden
‘Digitalisering als een van de grootste aanjagers van psychische klachten moet dan ook goed onderzocht worden. Het zijn niet alleen jonge werknemers die er last van hebben, dat geldt voor alle leeftijden.’
Dat kost enorm veel geld. Volgens de dinsdag verschenen Arbobalans van TNO kost verzuim door psychosociale arbeidsbelasting werkgevers inmiddels 4,9 miljard euro per jaar. Wanneer mensen zich ziek melden door psychische klachten, overspannenheid of een burn-out blijven ze ook het langst thuis: gemiddeld 63 werkdagen. In 75 procent van de gevallen geven de werknemers aan dat dit (deels) door het werk komt.
Vandaar dat werkgevers wel willen investeren in welzijn op de werkvloer. De vraag is of ze daarbij wel aan de goede knoppen draaien? Zouden ze meer focussen op digitaal welzijn, dan krijgen ze daar echt meer gezondere, gelukkigere en productievere werknemers voor terug. Maar alles begint met meer bewustwording van het effect van digitalisering op ons brein.
Meer balans vinden
Zijlstra heeft daar samen met Rijn Vogelaar net een boek over uitgebracht: Digital Wellbeing@Work. Ze is niet tegen technologie, ze ziet de voordelen, zoals efficiënter werken, minder repetitief werk doen, gemakkelijker verbinden bij hybride en internationaler werken.
Technologie zal blijven oprukken op de werkvloer, kijk maar naar het enthousiasme waarmee AI wordt omarmd. Juist daarom is het hoog tijd dat er meer balans wordt gevonden in de voor- en nadelen van digitalisering.
Een balans, benadrukt ze, dat is niet het verbieden van smartphones op scholen of het verbieden van TikTok voor jongeren. Dat is veel te polariserend en helpt toch niet. Beter is het om samen te leren hoe nu het beste om te gaan met die technologie. ‘Je geeft een 18-jarige ook niet zomaar de sleutels van een auto. Die laat je ook geleidelijk wennen aan autorijden en de verkeersregels voor die alleen het verkeer in mag.’
Lees ook: Vierdaagse werkweek maakt overgang naar AI gemakkelijker
Impact digitalisering op het brein
Wat is de impact van digitalisering op ons brein? Daarvoor wordt in het boek ingezoomd op de drie breinnetwerken in ons hoofd. Zo kost het negeren van digitale signalen veel energie aan de cockpit, het central executive network of centrale regelsysteem, wat tot mentale uitputting kan leiden. Dit netwerk is belangrijk voor complex werk en analytisch vermogen.
De spotter van kansen en bedreigingen, het salience-netwerk, raakt door al die appjes, mailtjes en notificaties overactief. Het is ook bijzonder gevoelig voor persoonlijke informatie van de algoritmes van sociale media. Dat betekent een verlies aan concentratie en doorzettingsvermogen. ‘Je blijft hangen in afleiding en raakt overweldigd door alle prikkels.’
De dagdromer, het default mode-netwerk, komt pas in actie bij nietsdoen, echt niksen. Dan komen de spontane ideeën en inzichten op, kan er worden gereflecteerd over zichzelf en de anderen. Alleen komt dit rustbrein door de constante digitale afleiding amper nog in beweging. Het gevolg: minder creativiteit en probleemoplossend vermogen, een slechter geheugen en minder goede sociale contacten.
‘Als je tien kilometer hebt hardgelopen, dan heb je ook even rust nodig om te herstellen. Zo moet je dat ook zien voor je brein. De eenvoudige en saaie taken zijn nu grotendeels geautomatiseerd, maar je kunt echt niet acht uur per dag werken aan complexe taken, je hebt pauzes, hersteltijd nodig. Scrollen op je socials is niet herstellen, maar topsport voor je brein.’
Blinde vlek voor digitaal welzijn
Bedrijven hebben nog altijd een blinde vlek voor digitaal welzijn, merkt Zijlstra op. Dat is geen weerstand, is haar ervaring. ‘Je weet ook niet wat je niet weet, zo simpel is het. Bij de werkgevers die het wel herkennen, ontstaat meestal een aha-gevoel.’
Is digitaal welzijn eigenlijk wel de verantwoordelijkheid van de werkgever? De meeste bedrijven willen zich toch niet bemoeien met wat er privé gebeurt? ‘Als iemand tot diep in de nacht ligt te scrollen, dan krijgt hij of zij niet genoeg slaap. Met weinig slaap ben je minder productief op het werk of er kunnen onveilige toestanden ontstaan. Daar kun je wel degelijk het gesprek over voeren.’
Tips voor gezondere digitale gewoontes
- Maak ruimte en tijd voor gefocust werken op aparte werkplekken
- Bouw meer rust in met offline pauzes
- Vertraag het tempo, doe minder en streef naar kwaliteit
- Zorg voor extra it-ondersteuning met bijvoorbeeld digicoaches
- Stimuleer het ontwikkelen van digitale vaardigheden
- Maak online vergaderen breinvriendelijker: korter en met minder deelnemers
- Bevorder sociaal contact met gezellige ontmoetingsruimtes
‘Het is heel belangrijk dat je ook met elkaar grenzen stelt. Als individu kun je dat echt niet alleen. Techbedrijven steken er vele miljarden in om jou lekker verslaafd te houden aan je smartphone. Dat kun je niet langer oplossen met een beetje meer zelfdiscipline, dat moet je als organisatie, als systeem oplossen.’
‘Als bedrijf kun je dus ook niet meer zeggen: dit is de technologie, hier gaan we het nu mee doen. Wanneer je naast de mail een chat introduceert, dan heb je afspraken nodig met elkaar. Wat doe je via de chat en wat via de mail? Stuur je na vijf uur nog mails? Mag je binnen 24 of binnen 48 uur reageren? Zet je nog altijd iedereen in kopie, zodat de mailboxen dichtslibben? Het is geen rocket science.’
Diagnose laten stellen
Digitaal welzijn moet in organisaties ook structureel op de agenda worden geplaatst, vindt Zijlstra. Nu blijft het nog te veel hangen in losse tips. Laat eerst een diagnose stellen via een digitaal welzijnsassessment. Maak het onderwerp vervolgens een vast onderdeel van de verplichte risico-inventarisatie.
Laat de leiders ook het goede voorbeeld geven. Zij kunnen morgen al het gesprek aangaan met hun teams over wat digitaal welzijn is. Bespreek de werkdruk, digitale vermoeidheid, het online vergaderen en het onbereikbaar mogen zijn.
Daarbij mogen ze zelf ook geen focustijd verstoren, blijven werken aan hun digitale fitheid en laten zien dat ze zelf ook offlinetijd in hun agenda blokkeren. ‘Als leider bepaal jij of technologie jouw team versterkt of verzwakt. De winst zit niet in meer of minder digitaal, maar in bewust digitaal.’
Lees ook: Hoger salaris is niet wat werknemers het belangrijkste vinden in hun baan



