AI en robotlabs bieden kans voor duurzame chemie in Nederland: ‘Qua innovatiekracht doen we het helemaal niet slecht’
Het Nederlandse onderzoeksproject Big Chemistry wil doorbraken op het gebied van duurzame chemie versnellen met robotlabs en AI. Dat biedt grote strategische kansen voor de chemiesector in Nederland en Europa.
Wetenschappelijk directeur Wilhelm Huck (l) en managing director Guuske Busscher (r) van Big Chemistry. | Foto: Big Chemistry.
‘Verduurzaming in de chemie is voor flink wat producten veel complexer, vergeleken met uitdagingen in de energietransitie. Bij elektriciteit maakt het niet uit of elektronen die door je computer stromen van een windturbine of een kolencentrale komen. Maar als je op aardolie gebaseerde bouwstenen in zeep, verf of medicijnen wilt vervangen door moleculen uit biologische reststromen, wordt het een stuk ingewikkelder. Dat geldt specifiek voor producten die zijn opgebouwd uit mengsels van complexe moleculen.’
Hoogleraar fysisch-organische chemie Wilhelm Huck van de Radboud Universiteit Nijmegen opereert aan de wetenschappelijke frontlinie van wat je gerust de grootste opgave voor de verduurzaming van de economie in de komende vijfentwintig jaar kunt noemen. ‘Het gaat niet alleen om een academische koerswijziging, maar vooral ook om een industriële omslag’, zegt hij.
Wetenschappelijk directeur Wilhelm Huck van Big Chemistry. Foto: Marcel van Hoorn
Eén van de belangrijkste opgaven is hoe je alledaagse producten als zeep en verf met behoud van hoge kwaliteit grootschalig produceert zónder aardolie. Huck denkt dat de sleutel ligt bij het drastisch versnellen van onderzoeksprocessen in de chemie met behulp van ‘robotlabs’ en kunstmatige intelligentie (AI). Dat is ook de kern van het project Big Chemistry (zie kader), waarvoor hij als wetenschappelijk directeur fungeert.
Huck werkt nauw samen met zo’n vijfentwintig collegawetenschappers aan de universiteit in Eindhoven, Nijmegen, Groningen en bij onderzoeksinstituut Amolf. Daarnaast is hij bestuurslid van de stichting Big Chemistry, samen met Marcel Wubbolts en Stan Gielen.
Gielen voert als voorzitter van de stichting onder meer de regie over het koppelen van wetenschappelijke innovatie aan impact voor het bedrijfsleven. ‘De interesse vanuit het bedrijfsleven is behoorlijk groot; we hebben inmiddels contacten met zo’n vijftig bedrijven die gebruik willen maken van onze R&D-faciliteiten voor pilotprojecten.’
Big Chemistry: AI en robotlabs
Big Chemistry is een samenwerkingsverband van drie universiteiten (Radboud Universiteit Nijmegen, TU Eindhoven en Rijksuniversiteit Groningen), onderzoeksinstituut Amolf en de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Het project startte eind 2023 en loopt tot 2030, gesteund door een subsidie van 97 miljoen euro van het Nationaal Groeifonds.
De volautomatische chemische laboratoria (robotlabs) zijn een belangrijk onderdeel van het project. Daar worden continu tests gedaan met bijvoorbeeld basisoplossingen voor het produceren van mengsels. De testresultaten leveren hoogwaardige data op over de samenstelling en eigenschappen van mengsels, waarmee AI-modellen kunnen worden getraind.
Doel is dat de AI-modellen daardoor betere voorspellingen gaan doen over potentiële nieuwe mengsels en de daarvoor benodigde complexe moleculen. Op basis van de output van AI-modellen kunnen ook weer praktijktests worden gedaan in de robotlabs. Zo kan de cyclus van chemisch onderzoek drastisch worden versneld.
Het onderzoek van Big Chemistry richt zich op toepassingen voor persoonlijke verzorging (o.a. zeep), de verfindustrie, medicijnen en voeding. Er zijn enkele onderzoeksprojecten met bedrijven uit deze sectoren. Daarnaast kunnen ondernemingen voor hun R&D-activiteiten testaanvragen doen bij de robotlabs van Big Chemistry.
Tot de doelen van het project behoren onder andere het opleveren van nieuwe duurzame producten, de verduurzaming van bestaande producten en een besparing van 10 miljoen euro op de R&D-kosten van bedrijven. Daarnaast moeten 225 mensen worden opgeleid op het gebied van data- en AI-gedreven chemie.
AI nog niet slim genoeg
Een belangrijke uitdaging voor de toepassing van AI in de chemie is de beschikbaarheid van hoogwaardige data, legt Huck uit. ‘Het is in de scheikunde lastig om goed te voorspellen wat er met bijvoorbeeld de kwaliteit van verven en coatings gebeurt als je de samenstelling van mengsels aanpast. Een manco van huidige AI-modellen is dat ze hoofdzakelijk worden gevoed met taaldata. Je hebt veel meer chemische data nodig voor een beter begrip van complexere moleculen en mengsels. Daarvoor zijn de robotlabs belangrijk.’
Hoewel Big Chemistry zich inhoudelijk beperkt tot toepassingen die liggen in de hoek van verfproducten, persoonlijke verzorging, medicijnen en voedingsingrediënten, zijn er wel raakvlakken met andere initiatieven die zich richten op de inzet van AI voor chemisch onderzoek.
Zo is er contact met de startup CuspAI van hoogleraar Max Welling, die afgelopen jaar 100 miljoen dollar aan groeifinanciering ophaalde. CuspAI richt zich onder meer op een aantal belangrijke onderwerpen op het gebied van duurzaamheid, zoals het identificeren van materialen die op een efficiëntere manier CO2 uit de lucht filteren (metal-organic frameworks).
‘Je kunt AI-modellen inzetten om potentieel geschikte nieuwe materialen te identificeren, maar het helpt daarvoor enorm als je betere chemische data hebt’, zegt Huck. ‘Efficiënte testfaciliteiten zijn ook cruciaal om te bepalen of nieuwe formules in de praktijk werken. Daarin kun je elkaar ondersteunen.’
Voordeel robotlabs voor bedrijven
De robotlabs van Big Chemistry bieden een nieuwe infrastructuur waar verschillende bedrijven gebruik van kunnen maken. Huck: ‘Voor individuele bedrijven is het vaak duur om zo’n lab zelfstandig op te zetten. We richten ons op thema’s die voor verschillende ondernemingen interessant zijn om de waarde van de laboratoria te vergroten.’
Ondernemingen kunnen in de vroege R&D-fase ideeën testen in de labs. ‘Als daar interessante resultaten uit voortvloeien, kunnen bedrijven zelf vervolgstappen zetten. Omdat ze dan al meer weten over een nieuwe aanpak, wordt het investeringsrisico lager.’
Binnen Europa zijn de activiteiten van Big Chemistry potentieel van grote strategische waarde, gelet op de uitdagingen waar de chemiesector voor staat. Onder meer in Rotterdam voelt de basischemie zware concurrentiedruk uit China, terwijl er tegelijk een noodzaak is om te verduurzamen.
‘Kwaliteit uitzonderlijk hoog’
Hoe onderscheidend is de combinatie van robotlabs en AI als je kijkt naar wat er buiten Europa gebeurt? Voorzitter Gielen van Big Chemistry zegt dat er inmiddels vergelijkbare projecten zijn gelanceerd, onder meer in Canada en China. ‘Wat betreft de innovatiekracht doet Big Chemistry het helemaal niet slecht. In onze robotlabs kun je bijvoorbeeld in drie minuten tests doen die voorheen een paar dagen in beslag namen. Dat is een enorme vooruitgang.’
‘Tegelijk is het zo dat we hier drie labs hebben van elk zo’n twintig bij twintig meter, terwijl er in China momenteel robotlabs worden gebouwd die per stuk de omvang van een voetbalveld hebben. Het niveau van de investeringen is daar van een andere orde.’
Voorzitter Stan Gielen van Big Chemistry. Foto: Marcel van Hoorn.
Toch zijn Nederland en Europa hiermee niet bij voorbaat kansloos, zegt Gielen. ‘De kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek is hier uitzonderlijk hoog en dat bepaalt mede hoe effectief de inzet van zelfsturende labs en AI is.’
Tekenend is dat er vanuit China interesse is voor de activiteiten van Big Chemistry. Gielen: ‘Aan de ene kant is dat natuurlijk positief, want je wilt als wetenschap de mensheid in brede zin dienen. Maar het is uiteraard niet de bedoeling dat de commerciële waarde van kennis die hier wordt ontwikkeld, weglekt naar landen als China. Dus daar gaan we wel voorzichtig mee om.’
Strategisch belang voor Europa
Volgens Gielen is het essentieel dat er binnen Europa een nieuw ecosysteem wordt opgebouwd voor een duurzame chemische industrie. ‘We kijken met Big Chemistry al naar mogelijkheden om een gemeenschappelijke basis te creëren met wetenschappelijke instituten in Duitsland, zodat databases onderling toegankelijk en uitwisselbaar worden. Positief is ook dat we binnen het project al 150 mensen hebben opgeleid op hbo- en universitair niveau.’
Als Europa de toekomst van de eigen chemiesector serieus neemt, moeten overheden wat Gielen betreft de komende jaren doorpakken met gerichte financiële steun. ‘De resultaten van ons eigen project stemmen hoopvol, maar het zou zeer jammer zijn als dat bijvoorbeeld in 2030 stopt. Ik wil er daarom nu al voor pleiten bij de Nederlandse regering om ook daarna strategisch te investeren in dit type projecten, met een duidelijke kruisbestuiving tussen wetenschap en bedrijfsleven. Dan kun je ervoor zorgen dat we in Europa een duurzame en autonome basis ontwikkelen voor de chemische industrie.’
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Change Inc.
Ja duurzaamheidsbeslisser, je doet het goed. Maar is het genoeg?
In samenwerking met Future Fit - Duurzaamheid staat bijna overal hoog op de agenda, maar de systeemverandering hapert. De roep om leiderschap die intentie omzet in meetbare beweging groeit. ‘Hoogste tijd voor de Future Fit Accelerator’.
Nederlandse bestuurders geven hun eigen organisatie gemiddeld een 6,6 op duurzaamheid. Nederland als geheel krijgt een 5,5. Dat verschil lijkt op het eerste gezicht misschien logisch: iedereen kent de eigen inspanningen beter dan die van het systeem als geheel. Maar precies daarin schuilt het ongemak.
Rob van Tulder, emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, noemt dat de intention–realisation gap: de kloof tussen wat organisaties willen bereiken en wat ze daadwerkelijk realiseren. Daarachter zit volgens hem ook een veel voorkomend menselijk mechanisme: overplacement. ‘Overplacement is een van de meest voorkomende cognitieve biases onder leiders. Ze geloven oprecht dat ze beter presteren dan ze daadwerkelijk doen en dat geloof maakt hen minder ontvankelijk voor de signalen die het tegendeel bewijzen of minder geneigd om de wat pijnlijker maatregelen te nemen.’
Niet altijd in de prestatiecultuur
De afgelopen jaren is duurzaamheid opgeschoven van reputatievraagstuk naar een strategisch kernthema. Het raakt aan financiering, wetgeving, talent, energiezekerheid, ketenrisico’s, innovatie en concurrentiekracht. Geen bestuurder kan het zich nog veroorloven duurzaamheid alleen als communicatiethema te behandelen.
Karen Maas, wetenschappelijk directeur van Impact Centre Erasmus, vat dat spanningsveld kernachtig samen: ‘We zien dat duurzaamheid een onderwerp is in de boardroom. Maar zodra je vraagt wie er wordt afgerekend op de resultaten, wordt het stil. Intentie zonder accountability is geen strategie. Dat is een wensenlijst.’
Welkom in de Future-Fit gap. Organisaties bewegen, maar vaak nog binnen de logica van het bestaande systeem. Ze reduceren uitstoot, verduurzamen inkoop, verbeteren rapportages en zetten programma’s op. Dat is noodzakelijk. Maar zet niet automatisch een transitie in gang.
Het laaghangend fruit is geplukt
Voor veel bedrijven zijn de eerste stappen relatief overzichtelijk geweest: energie besparen, afval verminderen, mobiliteit verduurzamen, CO₂ in kaart brengen, rapporteren volgens nieuwe standaarden.
Maar de echte spanning ontstaat op plekken waar duurzaamheid botst met het verdienmodel, met investeringskeuzes, met klantverwachtingen of met ketenafspraken. Daar wordt duidelijk of duurzaamheid werkelijk strategisch is.
Future-fit leiderschap vraagt daarom om vier verschuivingen.
Van optimaliseren naar transformeren.
Niet alleen bestaande processen efficiënter maken, maar durven onderzoeken of het businessmodel zelf toekomstbestendig is.
Van interne doelen naar systeemimpact.
Niet alleen sturen op de eigen organisatie, maar begrijpen welke rol je speelt in ketens, sectoren en ecosystemen.
Van intentie naar accountability.
Niet alleen ambities formuleren, maar duurzame impact verankeren in besluitvorming, governance, beloning en prestatieafspraken.
Van individuele koplopers naar coalities van change agents.
Niet één duurzaamheidsmanager verantwoordelijk maken, maar teams bouwen die verandering kunnen dragen in strategie, finance, HR, commercie, operatie en innovatie.
Juist die laatste verschuiving is cruciaal, zegt Nicolette Loonen van duurzaamheidsconsultant TOSCA. ‘De transitie wordt niet versneld door één afdeling die harder gaat werken. Ze vraagt mensen op meerdere plekken in de organisatie die dezelfde taal spreken, dezelfde urgentie voelen en in hun eigen domein weten welke keuzes nodig zijn’.
Van duurzaamheidsambities naar concreet resultaat
Impact Centre Erasmus en TOSCA hebben de Future-Fit Accelerator ontwikkeld. Een uniek programma waarin je samen met andere bedrijven werkt aan versnelling van jouw duurzaamheidsambitie, kennisopbouw van je team én borging van duurzaamheid in de strategie en bedrijfsvoering.
De Future-Fit Accelerator combineert de laatste wetenschappelijke inzichten van het Impact Centre Erasmus (prof. Karen Maas) en RSM (prof. Rob van Tulder) en in-house begeleiding door duurzaamheidsexperts van TOSCA. Samen met 5 á 8 andere bedrijven volgt een accelerator team van vijf senior professionals het share&learn track. Zij worden opgeleid als change agents, en vertalen vervolgens de inzichten naar concrete resultaten in het in-company traject dat wordt begeleid door TOSCA. Een C-level ambassadeur binnen jouw organisatie zorgt voor borging in de strategie, en vertaling naar de businesscase.
De Future-Fit Accelerator is voor bedrijven die duurzaamheid willen verankeren in strategie en concurrentievermogen, en willen investeren in ‘change agents’ in hun organisatie. Of je de eerste stappen zet of al een stevige basis hebt: dit programma helpt je de volgende versnelling te vinden. Een unieke combinatie van kennis én praktijk, gericht op echte impact en blijvende verandering van binnenuit.
Dat vraagt om een ander type leiderschap, weet collega Ulrike de Jong. ‘Niet alleen inhoudelijke kennis over duurzaamheid, maar veranderkracht. Niet alleen kunnen rapporteren, maar kunnen beïnvloeden. Niet alleen weten wat de impact is, maar ook hoe je collega’s, klanten, leveranciers en partners meekrijgt’.
Van vooruitgang naar systeemverandering
Organisaties die echt versnellen, kijken voorbij hun eigen duurzaamheidsrapport. Ze vragen niet alleen: hoe reduceren wij onze negatieve impact? Maar ook: hoe veranderen wij de markt waarin we opereren?
Fairphone probeert niet alleen een duurzamere telefoon te maken, maar gebruikt het eigen businessmodel om de elektronica-industrie uit te dagen. Bij gebiedsgerichte oplossingen voor netcongestie blijkt dat de energietransitie niet alleen vraagt om technische maatregelen, maar om nieuwe vormen van samenwerking tussen bedrijven, overheden, netbeheerders en vastgoedeigenaren.
Ørsted laat zien dat een organisatie met een fossiel verleden zichzelf strategisch opnieuw kan uitvinden wanneer duurzaamheid niet langer een project is, maar de kern van het businessmodel wordt.
Philips laat zien dat een onderneming zichzelf vele malen opnieuw kan uitvinden en – ondank duidelijke tegenslagen – ook vast kan houden aan een groeistrategie gericht op de systeemverandering die nodig is om grote maatschappelijke vragen aan te pakken.
De voorbeelden laten zien wat er verandert wanneer organisaties de lat hoger leggen. Niet: hoe doen wij het ten opzichte van gisteren? Maar: leveren wij een aantoonbare bijdrage aan de verandering die nodig is?
Loonen formuleert het zo: ‘De vraag is niet: doen wij het goed? De vraag is: doen wij genoeg om aantoonbaar bij te dragen aan systeemverandering? Dat is een fundamenteel andere vraag. En de meeste leiders stellen hem niet of nog niet’.
Wil jij van duurzaamheidsambities naar echte impact? Sluit je aan bij een van de sessies speciaal voor duurzaamheidsprofessionals en maak kennis met de Future-Fit Accelerator. De sessies zijn op 16 en 30 juni in Rotterdam en Hilversum. Lees meer
Om onze site goed te laten functioneren, te verbeteren en u de beste ervaring te geven, gebruiken we cookies! Surfen op deze site = akkoord met cookies. OkLees verder
Privacy- & Cookiebeleid
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.