Tijdens de Dutch Design Week is Eindhoven het stralende middelpunt van een bonte mengeling van ontwerpideeën. Innovatief design varieert tussen exposities die naar kunst neigen en meer toegepaste concepten van startups en scaleups. Daar tussendoor tonen ook grotere bedrijven hun innovatiekracht, zag MT/Sprout tijdens een rondgang door de stad.
Biodesign: schuim van schimmels
Op de tafels pruttelen kleine fermentoren. We zijn in het Biodesign Warehouse, waar alles gemaakt is met behulp van fermentatie. (Precisie)fermentatie staat steeds meer in de belangstelling omdat er vernieuwende plantaardige voedselingrediënten mee kunnen worden gebrouwd, maar je kunt er óók materialen mee maken.

Neem de startup Foamlab, deze maand verhuisd van Delft naar een grotere ruimte in Bleiswijk. Daar moet over twee jaar een proeffabriek draaien met een capaciteit van 100 tot 1.000 kubieke meter. Foamlab maakt duurzaam schuim van zogenoemde bio-nanocellulose: een laag cellulose die op een bacteriecultuur groeit. In tegenstelling tot schuim op basis van fossiele grondstoffen is deze variant volledig composteerbaar.
‘Het schuim is voor heel veel dingen geschikt, van verpakkingen tot schoudervullingen’, vertelt een medewerker. ‘Het is niet alleen duurzamer, maar het presteert ook beter.’ Het groeien van het materiaal kost ongeveer tien dagen, gevolgd door drie dagen drogen. Binnen twee weken is het klaar.
Een circulaire energietransitie
De energietransitie laat onze omgeving er heel anders uitzien: daken liggen vol zonnepanelen, weilanden staan vol windmolens. Die zijn nuttig als ze in gebruik zijn, maar na hun levensduur vaak moeilijk te recyclen.
Biosphere Solar doet het daarom radicaal anders: met demontabele, recyclebare zonnepanelen. PV-modules worden dan niet dichtgelijmd, maar geseald, waardoor ze gemakkelijk uit elkaar kunnen worden gehaald. Dat is niet alleen handig als de onderdelen gerecycled moeten worden, maar kan ook al eerder helpen bij bijvoorbeeld reparatie of upgrades.
Ook Alliander werkt aan ideeën om de energietransitie circulairder te maken. Op Dutch Design Week presenteerde de netbeheerder een transformatorhuisje gemaakt van hout in plaats van beton, met gevelbekleding van gebroken dakpannen en andere restmaterialen. Het is een ontwerp van Rademacher de Vries Architecten. ‘De netbeheerder kennende duurt het nog een aantal jaar tot ze er echt staan, maar dan komen ze wel meteen met tienduizenden tegelijk’, zegt een medewerker.
‘Popcorn’ in de bodem
Planten hebben water en zuurstof nodig om te kunnen groeien, maar op beschadigde landbouwbodems krijgen ze die steeds minder. Vooral zware machines gooien roet in het eten. Boeren lossen dat op door te ploegen. ‘Maar dat vernielt veel van de biologische structuren in de bodem’, zegt Ifeoluwa Afolayan, medeoprichter van de Britse startup Muju Earth Technologies.
Lees ook: Eindhovense startup wil met ‘bliksemwater’ afrekenen met gifaardbeien
Muju ontwikkelde daarom de Aeropod: een kleine capsule van biobased materiaal die boeren samen met zaden in hun bodems kunnen stoppen. Eenmaal in de aarde ‘poppen’ de capsules open en zorgen ze op die manier voor meer zuurstof. ‘Dat is niet alleen beter, maar ook goedkoper dan ploegen’, zegt Afolayan.

Muju werkt al met klanten in het VK en wil nu ook uitbreiden naar Nederland. Nederlandse boeren op de DDW zijn enthousiast, zegt Afolayan, vooral door de belofte dat de Aeropod ook de opbrengst per hectare opstuwt. ‘Normaal gaat die juist iets omlaag als boeren regeneratief gaan werken.’
Zonnepanelen op kerken
Op gebouwen die al honderden of duizenden jaren oud zijn, mag je niet zomaar zonnepanelen plaatsen. Soluxa heeft een oplossing om monumentale gebouwen en beschermde stadsgezichten toch te verduurzamen: terracotta zonnepanelen. Het Nederlandse bedrijf ontwikkelde een gekleurd laagje voor bestaande zonnepanelen. Dat maakt de panelen makkelijker in te passen in de omgeving, zonder veel rendement in te leveren.
Lees ook: Elke voorspelling over ‘magische’ zonne-energie blijkt te voorzichtig, concludeert deze expert
Soluxa zegt zonnepanelen te kunnen produceren in alle mogelijke kleuren. Die zijn bovendien niet alleen voor daken, maar ook voor gevels geschikt. Op de zijkant van een Stadskantoor in Zwolle prijken bijvoorbeeld zonnepanelen in dezelfde kleur als de rest van het gebouw.
Bouwen met vezelhennep en koeienpoep
Op DDW wordt duidelijk dat je met van alles kunt bouwen, van vezelhennep tot koeienpoep. Interessant is bijvoorbeeld BLOK, een prefab houten huis waar allerlei duurzame materialen in zijn verwerkt. Het wekt zijn eigen stroom op en kan dus ook off-grid gebouwd worden.
Als het aan de overheid ligt, worden zulke prefab gebouwen grotendeels de norm. Een woning wordt dan in een fabriek geproduceerd en kan op de bouwplaats soms binnen een week in elkaar worden gezet. Dat zorgt voor minder bouwafval, minder vervoersbewegingen en een hogere arbeidsproductiviteit. En waar woningbouw gemiddeld 340 kilo CO2 per vierkante meter uitstoot, is dat bij fabrieksmatig gebouwde woningen slechts 187 kilo CO2 per vierkante meter.

Tegelijkertijd zorgt prefab bouwen ervoor dat alles op elkaar gaat lijken, zegt Tijn Hoyng. En dat is nou net wat hij níet wil. Daarom richtte hij TAM op, dat prefab bouwen wil combineren met artistieke vrijheid voor architecten. Het geheim: een grote ruimte in Eindhoven die vol 3D-printers staat.
Op DDW presenteert TAM het ‘House of Lights’: een 3D-geprint tuinhuisje van gerecycled plastic.
Dit artikel verscheen ook op Change Inc., dat net als MT/Sprout onderdeel is van MT MediaGroep.
Lees ook deze artikelen op Change Inc.:
- Nederlandse botenbouwer ontwikkelt 3D-geprinte sloep van gerecycled materiaal
- Hans Wolters maakte een warmtebatterij voor langdurige opslag: ‘Eigenlijk is dit de opvolger van het kolenhok’
- Met bouwmaterialen van riet en hennep brengt Klaske Postma boer en bouwer samen



