Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Deze Nederlandse scaleup bouwt mee aan een Europese industrie voor zonnepanelen, batterijen en chips

Europa is voor duurzame energietechnologie, zoals zonnepanelen en batterijen, sterk afhankelijk van China. Het Nederlandse bedrijf Resilicon wil een belangrijke schakel worden in Europese productieketens. ‘Dat is niet alleen een ambitie, het kan ook echt.’

resilicon-fabriek
Impresssie van de polysiliciumfabriek die Resilicon wil bouwen in Delfzijl. Foto: Resilicon

Beetje bij beetje begint het te dagen in Europa: controle over grondstoffen en industriële ketens is meer dan een spel dat alleen maar draait om marktconcurrentie. In een snel veranderende wereld waarin politieke wereldspelers zoals de VS, Rusland en China zich doen gelden, worden niet alleen olie en gas ingezet als politiek drukmiddel. Hetzelfde geldt voor technologieën die cruciaal zijn voor de duurzame energietransitie: van zonnepanelen en batterijen tot computerchips.

‘De productieketen van zonnepanelen bestaat uit zo’n vijf onderdelen. Als er één of twee daarvan helemaal ontbreken in Europa, blijf je enorm afhankelijk van China’, schetst ondernemer Jan Vesseur. ‘Je staat dan zwak als er met economische middelen politieke druk wordt uitgeoefend.’

Tot augustus 2025 was Vesseur acht jaar lang ceo van de Nederlandse zonnepanelenproducent Solarge, het bedrijf dat hij samen met Huib van den Heuvel en Gerard de Leede oprichtte. Afgelopen maand werd Vesseur voorzitter van het publiek-private groeifondsconsortium SolarNL.

Daarnaast is hij sinds november als strategisch adviseur betrokken bij Resilicon, een Nederlandse scaleup die voorbereidingen treft voor de bouw van een fabriek van zo’n 900 miljoen euro in Delfzijl om zeer zuiver polysilicium te produceren.

Naar een Europees ecosysteem

Polysilicium is een essentieel halffabricaat voor zonnepanelen en computerchips, terwijl nevenproducten zoals silaangas belangrijk zijn voor onderdelen van batterijen. ‘Europa telt één fabrikant van polysilicium, het Duitse Wacker. Die levert vrijwel uitsluitend aan de halfgeleiderindustrie, terwijl China dominant is bij de productie van polysilicium voor zonnepanelen’, licht ceo Remco Rijn van Resilicon toe.

Als industrieveteraan wil Rijn met de nieuwe fabriek in Delfzijl meebouwen aan een Europees ecosysteem voor groene industriële technologie. Zijn ervaring met chips gaat terug tot de jaren 1990, toen hij bij Philips werkte. Daarna had hij onder meer hoge managementfuncties bij Shell en kredietverzekeraar Atradius.

Het team van Resilicon is momenteel bezig met het basisontwerp van de fabriek en de uiteindelijke financiering. ‘Ik verwacht dat de finale investeringsbeslissing begin 2027 kan worden genomen’, zegt Rijn.

Nederlandse ‘ontwikkelingshulp’

China domineert de mondiale productie van zonnepanelen en heeft samen met Taiwan ook een sleutelpositie bij de fabricage van batterijen en chips. Rijn geeft aan dat het opvoeren van eigen productiecapaciteit helpt om de strategische positie van Europa te versterken.

‘Je hoeft niet volledig zelfvoorzienend te worden, maar als je met een Europese industrie een substantieel deel van de Europese vraag kunt bedienen, maakt dat al een serieus verschil’, zegt Rijn. ‘Bovendien hebben we nu de kans om dat duurzaam en circulair in te richten.’

Nederland kan binnen Europa veel betekenen voor industriële ketens die aan de basis liggen van de duurzame energietransitie. ‘Wat Nederland zo mooi maakt is dat we veel kennis hebben op het gebied van halfgeleiders, zonne-energie en materiaaltechnologie voor batterijen. Dat komt onder meer bij instellingen als TNO vandaan’, vertelt Rijn. ‘Veel innovaties worden hier bedacht, maar we geven dat vaak als een soort ontwikkelingshulp weg aan anderen die dat verder uitbouwen.’

Zelfstandige ketens bouwen

De nadruk moet volgens Rijn liggen op het ontwikkelen van zelfstandige industriële ketens voor groene energie. ‘Gunstig voor een nieuwe fabriek in Delfzijl is bijvoorbeeld dat er al een chemieplatform is in de Eemshaven. Als je daar polysilicium en silaangas produceert, kan het interessant worden om er een ingot- en waferfabriek naast te zetten, plus een anodefabriek voor batterijen. Dat is allemaal positief voor de noordelijke regio die het de afgelopen jaren moeilijk heeft gehad.’

Wat betreft de toeleveringsketen van zonnepanelen is er in Europa, naast een gebrek aan eigen productiecapaciteit voor polysilicium, ook nauwelijks lokale fabricage van ingots (uit polysilicium gegoten staven en blokken) en wafers (ultradunne schijven die uit de staven en blokken worden gezaagd). En met de productie van zonnecellen loopt Europa eveneens achter.

Toch zijn er hoopvolle ontwikkelingen, geeft Vesseur aan: ‘In Spanje is het bedrijf Sunwafe bezig met het opzetten van een fabriek voor ingots en wafers met een jaarcapaciteit van 20 gigawatt. Daarvoor is 300 miljoen euro financiering toegekend. Verder heb je in Frankrijk partijen zoals HoloSolis en Carbon Solar, die zonnecellen en modules gaan produceren. De uitbouw van een Europees ecosysteem voor zonne-energie is dus niet alleen een ambitie, het kan ook echt.’

Nieuwe capaciteit

De Europese Unie mikt op een uitbreiding van de capaciteit voor zonne-energie tot 700 gigawatt in 2030, terwijl er afgelopen jaar iets meer dan 400 gigawatt stond opgesteld. Dit betekent dat er jaarlijks zo’n 60 gigawatt aan nieuwe capaciteit moet bijkomen.

‘Per gigawatt aan vermogen voor zonne-energie heb je ongeveer 2 kiloton polysilicium nodig’, rekent Vesseur voor. ‘Europa heeft in de Net Zero industry Act vastgelegd ongeveer 40 procent van de jaarlijkse groei van de zonnecapaciteit te willen bedienen met eigen productie. Dat gaat om ongeveer 28 tot 30 gigawatt. Op jaarbasis heb je dan ongeveer 60 kiloton polysilicium van Europese bodem nodig.’

Resilicon wil starten met een jaarcapaciteit van 13 kiloton. Vesseur: ‘Met extra investeringen kun je uitbreiden naar 26 en dan 52 kiloton. Wanneer een flink deel daarvan naar de zonne-industrie gaat, kom je in de buurt van die 40 procent dekking met Europese productie.’

Oude zonnepanelen hergebruiken

De ambitie van Resilicon is om nadrukkelijk voorop lopen op het gebied van duurzaamheid met de nieuwe polysiliciumfabriek. De productie is gebaseerd op de zogenoemde Siemens-methode, die in de VS is geoptimaliseerd door het bedrijf Advanced Material Systems (AMS).

‘We hebben met AMS een exclusieve overeenkomst gesloten voor de rechten op het gebruik van hun technologie in Europa. We betalen daar eenmalig voor en hebben vervolgens ook de mogelijkheid om verdere procesinnovaties door te voeren’, geeft Rijn aan.

Een van de dingen waar Resilcon naar kijkt, is de mogelijkheid om silicium uit oude zonnepanelen te hergebruiken. Rijn: ‘Als we materiaal weer kunnen opwerken tot zeer zuiver polysilicium, wordt het proces echt circulair. Daar willen we met TNO onderzoek naar doen, want hergebruik kan heel veel schelen voor de emissievoetafdruk van polysilicium.’

CO2-voetafdruk omlaag

Het omzetten van metallurgisch silicium naar zeer zuiver polysilicium behoort tot de meest energie-intensieve onderdelen in de productieketen van zonne-energie en halfgeleiders. Schattingen voor de productie van polysilicium in China gaan uit van een gemiddeld elektriciteitsverbruik van 94 kilowattuur per kilo polysilicium.

Resilicon wil met procesinnovaties flinke efficiëntiewinst boeken. ‘We denken richting de 50 kilowattuur per kilo polysilicium te kunnen komen’, geeft Rijn aan. Als Resilicon hierbij groene stroom van windparken op de Noordzee kan benutten, en daarnaast voor het productieproces gebruik kan maken van groene waterstof, levert dat extra milieuvoordelen op.

Een energiezuiniger productieproces van polysilicium met lagere emissies kan onder andere de CO2-voetafdruk van zonnepanelen verder omlaag brengen. Vesseur heeft de afgelopen jaren met modulefabrikant Solarge al zwaar ingezet op lagere emissies door te kiezen voor lichte zonnepanelen zonder glazen bovenlaag en aluminiumframe. Dat zorgde voor een snellere CO2-terugverdientijd. Dat wil zeggen: het aantal maanden of jaren dat je groene stroom moet opwekken met zonnepanelen, om de CO2-uitstoot van de fabricage te compenseren.

Drie grote uitdagingen

‘Solarge heeft de CO2-terugverdientijd voor zijn zonnepanelen teruggebracht naar ongeveer 1 jaar, wat een stuk beter is dan Chinese zonnepanelen ’, zegt Vesseur. ‘Als Resilicon onderdeel wordt van de toeleveringsketen, kan dat verder omlaag naar zes maanden.’

Als Europa op het gebied van duurzame energietechnologie zijn afhankelijkheid van China wil verkleinen, liggen er drie grote uitdagingen. Leemtes in toeleveringsketens (zoals de productie van polysilicium en wafers) moeten worden opgevuld door voor elke productiestap een minimum aan eigen capaciteit te hebben.

Daarnaast moeten Europese producenten eerlijk kunnen blijven concurreren, als ze extra kosten maken door duurzamer te produceren. En tot slot moet Europa eigen producenten kunnen beschermen tegen prijsdumping, op momenten dat bijvoorbeeld Chinese producenten met overcapaciteit kampen.

Nu aan de slag

De Europese Unie kan al ingrijpen, als Chinese producenten zich schuldig maken aan dumpingpraktijken. In de komende weken wordt er in Brussel ook besloten over de Industry Accelerator Act. Deze versterkt het wetgevend kader en versnelt het investeren in een duurzame industrie.

Sinds begin dit jaar is bovendien de Europese CO2-heffing aan de buitengrenzen officieel in werking getreden: het Carbon Border Adjustment Mechamism (CBAM). Dit is gericht op het belasten van geïmporteerde goederen met een hoge emissievoetafdruk, ter bescherming van duurzame productie in Europa.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

‘De CBAM-regelgeving geldt voor onder meer cement en staal, maar nog niet voor materialen als polysilicium’, zegt Vesseur. ‘Uitbreiding van de reikwijdte van CBAM staat pas in 2028 op de agenda. Dat kan de prijzen van Chinese zonnepanelen in theorie hard raken. Als je het verschil in CO2-voetafdruk per wattpiek doorrekent, zouden Chinese panelen 7 tot 8 cent per wattpiek duurder moeten zijn. Het duurt te lang om daar op te wachten. We moeten nu aan de slag.’

Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., het platform voor duurzaam nieuws in het bedrijfsleven.