De digitale soevereiniteit van Europa is het nieuwe gat in de markt voor big tech. Amerikaanse bedrijven lanceren het ene na het andere initiatief om minder afhankelijk te worden van… Amerikaanse bedrijven.
Microsoft heeft net in Amsterdam, Brussel en München Europese studio’s geopend voor soevereiniteit en digitale weerbaarheid. Ze zijn bedoeld om Europese overheden en bedrijven te helpen bij het ontwerpen van cloud- en AI-infrastructuren, zodat data en operationele controle binnen de Europese grenzen blijven. Zo is de Azure cloud bijvoorbeeld al ‘lokaal losgekoppeld’ en daarin kan Microsoft 365 lokaal draaien.
Het al even Amerikaanse Red Hat heeft recent een online assessment voor bedrijven gelanceerd. Daarmee kunnen organisaties zelf meten hoe volwassen ze zijn op het vlak van digitale soevereiniteit. En een routekaart opstellen naar een meer veerkrachtige digitale toekomst.
Big tech gelooft erin
AWS heeft half januari de Europese soevereine cloud geopend for business. Daarvoor heeft het een nieuw moederbedrijf en drie dochterbedrijven opgezet in Duitsland. Zo scheidt het de clouddiensten fysiek van de VS. Ook komen er nog lokale cloudzones bij, onder meer in Nederland en België.
Doen ze dat omdat ze zich misschien toch een tikkeltje zorgen beginnen te maken over de groeiende Europese inspanningen voor meer onafhankelijkheid? Het omgekeerde lijkt eerder aan de hand.
Amerikaanse bedrijven blaken van het zelfvertrouwen. De cijfers geven ze gelijk: Europa heeft vorig jaar slechts een half procent minder cloudcapaciteit van de Amerikanen afgenomen. De VS domineren de Europese cloudmarkt nu met 84,5 procent, becijferde Synergy Research Group. Amazon, Google en Microsoft hebben daarvan 70 procent in handen. Wat de software voor bedrijven betreft, is het Amerikaanse marktaandeel 59 procent. ‘De Amerikaanse technologieplatforms zullen voorlopig niet uit Europa verdwijnen’, concludeert CNBC.
Waarom is het toch zo moeilijk om stevige stappen te zetten naar digitale soevereiniteit? MT/Sprout stelt de vraag aan drie experts.
Amerikanen zitten dieper in de keten dan iedereen denkt
‘Volledige digitale soevereiniteit is een illusie’, reageert Michiel Steltman, onafhankelijk digitaal expert en voormalig directeur van Digitale Infrastructuur Nederland. ‘Mensen hebben namelijk niet door waar de knelpunten zitten. Het lijkt zo simpel. Je hoeft alleen maar van cloudleverancier te veranderen, en dat moet dan geen Amerikaans bedrijf zijn.’
Maar de hele keten, van AI-chip tot cloud, wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven. ‘Het Duitse Nextcloud of het Franse cloudbedrijf Bleu zijn soeverein, maar als je onderliggend en dieper in de keten kijkt, kunnen die ook issues hebben met hun soevereiniteit. Ik zeg niet dat het zo is, maar de risico’s zitten op plekken die je misschien niet verwacht.’
Lees ook: Ceo Nextcloud vindt Europese cloud helemaal niet nodig
Bedrijven die claimen onafhankelijk te zijn van big tech staan vandaag overal vooraan. ‘Maar hoe weet je dat zeker? Ook deze leveranciers kunnen ergens in de keten een afhankelijkheid hebben van een Chinese of Amerikaanse partij. Zonder dat ze dat zelf door hebben.’
Open source als alternatief
Ook open source – softwareprogramma’s waarvan de broncode openbaar is – wordt er steeds vaker bijgehaald als alternatief voor big tech. Die broncodes kunnen worden gedownload, gecheckt en in eigen huis blijvend worden gecontroleerd. Steltman: ‘Het hele internet draait op open source. Maar de meeste code staat op GitHub, en dat is van Microsoft.’
De ontwikkelaars die aan die open source werken, werken vaak bij Google, Amazon en Microsoft. ‘Als je zelf niet fors investeert, maak je je alsnog afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven waar de ontwikkelaars zitten die deze open source bijhouden, patchen en verbeteren. Ik zeg niet dat het niet veilig is, of niet goed, maar ook dit is no free lunch.’
Weerstand tegen verandering is groot
Een regelmatig terugkerend argument om niet over te stappen naar Europese alternatieven is dat die niet volwassen genoeg zijn. De Nederlandsche Bank liet afgelopen dinsdag nog aan NOS weten dat de switch nog vijf jaar zal duren, omdat er geen Europese alternatieven zijn voor de cloud of de digitale diensten van de techreuzen.
‘Dat is waar als je het gaat zoeken bij één leverancier’, zegt Ruud Alaerds, managing director van de Dutch Cloud Community. Maar een consortium van Nederlandse of Europese bedrijven kan ook leveren wat Microsoft, Google of Amazon met hun ‘one stop shop’ doen. Hij wijst erop dat het wel degelijk mogelijk is om van big tech los te komen. ‘Alles is al te krijgen in Nederland. Het aanbod is ook zeer divers.’
Lees ook: Europa moet stoppen met zeuren over achterstand op de VS, vindt Signal-topvrouw
Misschien ziet het er allemaal niet zo gelikt uit, maar als erin wordt geïnvesteerd, wordt het vanzelf beter. ‘De vraag is ook of je die rijkdom aan functionaliteiten van big tech wel nodig hebt.’
Meer de markt opgaan
Bedrijven en overheden kunnen vaker de markt op gaan met hun vragen, vult Steltman aan. ‘De aanbodkant zal daar hard mee aan de gang gaan. En daarin stap voor stap verbeteren. Daarmee komen ze net zo ver als de Amerikanen. Herinner je je nog de eerste producten van Microsoft Office? Dat was een drama, totale bagger.’
Heel veel digitaal gebruik is vandaag gewoon standaardspul, merkt hij op. ‘Tachtig procent van wat we nodig hebben, draait al in Nederland of in Europa. Dat is beschikbaar en goed genoeg. Het is alleen anders, en dat roept weerstand op. Voor velen is dat de nachtmerrie. Mensen willen niet veranderen.’
Europese constructies van big tech moeten zich nog bewijzen
Natuurlijk zorgen Amerikaanse bedrijven het liefst zelf voor Europese soevereiniteit. Kunnen ze dat wel? Dat is nog even afwachten. Als ze exclusief onder Europese wetgeving vallen, dan zouden ze eventuele oekazes van een Donald Trump niet mogen uitvoeren.
‘Dat is wat Europa ook wil. Niemand zou hier Amerikaanse wetgeving, boycotten of chantage moeten kunnen doordrukken’, vindt Steltman. Toch is het nog maar de vraag wat die Europese onafhankelijkheid echt waard is voor deze bedrijven.
‘Als er echt zware druk wordt uitgeoefend en bestuurders worden bedreigd met zware gevangenisstraffen, dan ben ik benieuwd of ze nog steeds nee zeggen. Zolang ze dat niet spijkerhard bewijzen, zal het wantrouwen blijven.’
Broodjeaapverhaal
Alaerds vindt de Europese initiatieven van big tech eerder ‘soevereiniteitswashing’. ‘Het is gewoon een broodjeaapverhaal. Deze bedrijven vallen onder het Amerikaans recht. Ze zullen nog steeds moeten beantwoorden aan wettelijke verzoeken. Daar zul je misschien niet eens iets van merken, omdat er bij sanctiebeleid bijvoorbeeld een gag order wordt opgelegd. Bedrijven moeten data van gebruikers afgeven, maar ze mogen het niet aan de buitenwereld vertellen.’
Lees ook: Europa worstelt met de groeiende macht van Elon Musk
Die Europese initiatieven van big tech zorgen intussen wel voor de nodige verwarring. Daarom werkt de Dutch Cloud Community hard aan het opzetten van een accreditatie voor digitale soevereiniteit voor cloudaanbieders. ‘Daarmee willen we het kaf van het koren scheiden.’
Het gevoel van machteloosheid overheerst
De overheid sukkelt nog het meest met digitale soevereiniteit. Dat is gebleken bij het recente Kamerdebat over de overname van het Nederlandse techbedrijf Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl.
Solvinity is de leverancier van het platform van DigiD en MijnOverheid. Het techbedrijf verzorgt ook de communicatie over verkeersboetes en van zorgverzekeraars, en bijna al het interne digitale verkeer van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarmee heeft het toegang tot gevoelige gegevens van zo’n beetje alle Nederlanders.
De Tweede Kamer baalt er unaniem van, tekent het AD op, maar staat machteloos. Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) toetst nu of Kyndryl Solvinity mag overnemen. Bij een eventuele blokkade moet de toezichthouder dan wel kunnen aantonen dat de overname een gevaar voor de nationale veiligheid is.
NS geeft worsteling toe
De NS raakte weer in opspraak nadat bekend werd dat het in zee gaat met een Amerikaans bedrijf. Het spoorbedrijf besteedt een deel van de IT uit aan Enterprise Services Nederland, een onderdeel van het Amerikaanse DXC. Het contract van 400 miljoen euro geldt voor zes jaar, met een optie voor nog eens zes jaar.
Experts noemen deze move zorgelijk, noteert RTL Nieuws, maar de NS zegt geen andere keuze te hebben op basis van de Europese aanbesteding. Het bedrijf geeft toe hiermee ‘te worstelen’ en vervolgt geruststellend dat ‘missie-kritische systemen’ wel zijn ondergebracht bij een Nederlandse IT-partij.
Lees ook: Nederland bij koplopers in digitale soevereiniteit, maar overheid blijft hangen bij big tech
De overheid is volgens experts niet machteloos. Er zijn wel degelijk mogelijkheden, zegt Alaerds. De regering zou kritische overheidsdiensten kunnen opknippen of kunnen laten beheren door een consortium van bedrijven. ‘Zulke contracten kunnen ook losgezet worden van de rest van de business, of er kan een aparte stichting onder gezet worden. De overheid kan ook zelf zo’n bedrijf overnemen. Het zijn allemaal argumenten die op een of andere manier wel weerlegd kunnen worden.’
Technologie is nog te vaak het sluitstuk
Onno Eric Blom is directeur van Herprogrammeer de Overheid. Een stichting die met de Tweede Kamer, beleidsdepartementen en uitvoeringsorganisaties werkt aan het verbeteren van digitalisering op concrete projecten en technologiebeleid.
De fout die wordt gemaakt, legt hij uit, is soevereiniteit als een juridisch vraagstuk beschouwen. ‘Daarmee gaan we er niet komen. Er zijn structurele weeffouten in hoe de overheid nu met technologie omgaat. Die moeten eerst worden opgelost.’
Vier grote Amerikaanse partijen, genre Capgemini en Microsoft, trekken bijna alle grote aanbestedingen naar zich toe, schetst hij. ‘Die leveren vaak middelmatig tot ondermaatse kwaliteit voor ongelooflijk veel geld. Wij hebben bijvoorbeeld 200 miljoen euro afgerekend voor een omzetbelastingsysteem aan een Amerikaanse partij (Fast Enterprises, red). Stel je voor: 83 miljard aan rijksinkomsten zijn daar straks afhankelijk van.’
Ingehaald door realiteit
De overheid moet veel meer zelf gaan bouwen, die grote aanbestedingen opknippen in onderdelen en verdelen over de markt. ‘Dan kun je wel gebruik maken van allemaal kleinere bedrijven die veel meer resultaat gedreven werken. Beter en goedkoper, terwijl de overheid zelf de regie en de controle houdt.’
Blom is ervan overtuigd dat Nederland daartoe prima in staat is. Alleen is ‘de bouwspier’ van de overheid nu nog niet sterk genoeg, geeft hij aan. Daarvoor moet flink in kennis en kunde worden geïnvesteerd.
De grootste uitdaging hierbij is de cultuurverandering. Technologie moet niet langer als sluitstuk worden beschouwd. ‘Het duurt soms jaren voordat de beleids- en uitvoeringskeuzes gemaakt zijn. Dan pas komt de technologie in beeld. Zo word je continu ingehaald door de realiteit.’ En die realiteit is dat voornamelijk big tech met dit soort complexe dossiers aan de haal gaat.
IT wordt niet beschouwd als het managen van risico’s
Het kan dat de nieuwe eigenaar van DigiD na een belletje van Donald Trump de boel op zwart zet. Het kan zijn dat Microsoft open source software corrumpeert. Zo zijn er nog duizend-en-één-risico’s te bedenken. Een risicovrije wereld bestaat niet, zegt Steltman. En die komt er dankzij een China of Amerika voorlopig ook niet.
Soevereiniteit is nu een veel te emotioneel beladen politiek thema geworden, vindt hij. ‘Ik snap dat je een vervelend gevoel hebt over afhankelijkheid. Amerikaanse bedrijven zijn veel te groot en hebben veel te veel macht. Maar de digitale wereld is een mondiale wereld, en daar zitten risico’s aan vast. Met die risico’s moet je dealen.’
Hij raadt aan om met een andere bril naar dit onderwerp te gaan kijken: die van risicomanagement. ‘Dan is het nog altijd geen mooi plaatje, want er kleven enorme risico’s aan. Alleen al vanwege het feit dat je al je eieren in één mandje legt.’
Risico’s meer spreiden
Die risico’s moeten worden gespreid. Daarbij moet naar de hele keten worden gekeken met de vraag: wat als? ‘Je moet ervanuit gaan dat het een keer misgaat. Dat gebeurt gewoon en wat doe je dan?’
Dat is de kern van het nieuwe Europese beleid rond soevereiniteit, geeft Steltman aan: in risico’s en falen denken. In volwassen en globaal opererende industrieën is die denkwijze allang omarmd. Met de faalmodus en effectanalyse (FMEA) worden oorzaken en oplossingen voor risico’s gevonden.
Eigenlijk is het raar dat die risicoanalyses in de IT-sector nog niet of amper worden gebruikt, vindt de digitaal expert. ‘Het gaat er niet om of het nu een brand, kortsluiting of Trump is waardoor de boel op zwart gaat. Wat ga je dan doen, dat is toch echt wat je nu zou moeten weten.’
Lees ook: Overstappen naar Europese cloud? Hier moet je op letten als ondernemer



