Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Nederland bij koplopers in digitale soevereiniteit, maar overheid blijft hangen bij big tech

Nederlanders 'geven wel degelijk om de plek' waar hun softwaretools en data worden opgeslagen. Dat blijkt uit de nieuwe digitale soevereiniteitsindex van Nextcloud, waarin ons land op de derde plaats eindigt na Finland en Duitsland. Nederlandse bedrijven kiezen voor eigen servers, de overheid blijft bij big tech.

nextcloud onderzoek digitale soevereiniteit nederland
Foto: Getty Images

De VS dreigt begint dit jaar Starlink af te sluiten als Oekraïne de grondstoffendeal niet ondertekent. Het satellietsysteem is daar hard nodig voor de gevechten tegen de Russen. Nog een stap verder is de blokkade van het Internationaal Strafhof dit voorjaar.

De Amerikaanse president Donald Trump laat het mailadres van hoofdaanklager Karim Khan afsluiten en zijn bankrekeningen bevriezen. Dit na het uitvaardigen van arrestatiebevelen tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en oud-minister van Defensie Yoav Gallant.

Amerikaanse techbedrijven die op de knieën gaan voor de grillen van Trump, het is een wake-upcall voor Europa. Het besef groeit opnieuw dat Europa zelf de controle moet krijgen over digitale diensten, van software- en AI-tools tot de opslag van data in de cloud. Digitale soevereiniteit moet meer worden dan een buzzwoord.

Beweging naar meer autonomie

Voor Nederland is dat zelfs geen vraag meer. De overheid moet een eigen rijkscloud krijgen, zo klinkt het in Den Haag. Al kan het nog wel even duren voor die er is. Het bouwen daarvan kost jaren, en vele miljarden.

Brussel laat dezelfde geluiden horen. Europa zet niet in op een ander dominant alternatief, maar op een netwerk van aanbieders, schrijft ABN Amro. De bedoeling is dat software en cloud hierin ook gemakkelijker van elkaar los kunnen worden gekoppeld.

Ook bedrijven komen in beweging. Zo heeft het Duitse moederbedrijf van Lidl, Stackit, recent aangekondigd miljarden te gaan steken in een eigen cloud en eigen datacenters. Daar kunnen ook andere bedrijven terecht, meldt het FD. De ceo, Bernd Wagner, hamert op het belang van digitale autonomie.

Lees ook: Overstappen naar de Europese cloud? Hier moet je op letten

Big tech blijft dominant

Alle goede voornemens ten spijt, de Amerikaanse bigtechbedrijven zijn nog altijd dominant. Amazon, Microsoft en Google hebben 70 procent van de Europese markt voor de cloud in handen. De grootste lokale spelers, SAP en Deutsche Telekom, komen elk aan 2 procent, volgens een recent overzicht van de Amerikaanse Synergy Research Group.

Bovendien blijven de Amerikanen elk kwartaal zo’n 10 miljard dollar in Europa investeren, wat ‘een onoverkomelijke hindernis is voor bedrijven die hun marktleiderschap serieus willen uitdagen’, aldus John Dinsdale, hoofdonderzoeker van Synergy.

Voor Europese cloudaanbieders blijven alleen niches over, klanten die ‘specifieke lokale behoeften hebben’, klinkt het een tikkeltje arrogant. Of ze werken in hybride vormen, als partners van diverse Amerikaanse bedrijven. De Europese bedrijven zullen wel blijven groeien, maar ze zullen volgens hem nooit serieuze impact hebben.

Nieuwe index

Is dat zo? Het Duitse Nextcloud, een steeds populairder wordend opensource samenwerkingsplatform, heeft net onderzocht hoe het nu staat met die digitale soevereiniteit. Daarbij is gekeken naar zelfhosting in meer dan vijftig landen. Eigen servers of infrastructuur dus in plaats van Amerikaanse big tech.

Om daar een beeld van te krijgen, is geturfd op hoeveel van die servers vijftig populaire softwaretools en apps draaien, legt Jos Poortvliet, de Nederlandse mede-oprichter, uit. Geen klein grut, ze moesten op minstens duizend servers draaien om meegeteld te worden. Ook is er naar beheersapplicaties gekeken voor hosting.

De optelsom komt uit op meer dan 7,2 miljoen servers. Elk van deze servers kan 1 of 100.000 gebruikers hebben. ‘Als je kijkt naar de verdeling, dan hebben burgers en bedrijven meer eigen servers draaien dan overheden en multinationals. Waar het ons om gaat, is dat dit wel iets zegt over de keuzes die mensen maken.’

nextcloud digitale soevereiniteitsindex finland duitsland nederland
Dit is de digitale soevereiniteitsindex: Finland en Duitsland scoren groen, Nederland niet. Bron: Nextcloud

Finland aan kop

Alle landen krijgen een score van nul tot honderd, waarmee ze worden gerangschikt in de nieuwe Digitale Soevereiniteits Index (DSI). Finland (64,5) heeft de hoogste adoptie van digitale soevereine infrastructuur, gevolgd door Duitsland (53,8) en Nederland (36,3).

Poortvliet wijst niet zozeer op de cijfers, het is nog maar de eerste index, maar op het gedrag. ‘Er zijn in deze landen toch veel mensen die beslissen om hun software en data niet uit te besteden aan Amerikaanse bedrijven.’

De scores voor Finland vindt Poortvliet logisch, ‘gezien het buurland Rusland, zijn ze enorm gefocust op alles in eigen handen houden’. Ook Duitsland staat op het beschermen van de privacy, en is dus geen fan van de externe opslag van data bij big tech.

Lees ook: Europa een openluchtmuseum? ‘We lopen niet achter met talent’

Kloof met overheid

Nederland scoort daarin iets minder, vindt hij. ‘Maar toch laat dit onderzoek zien dat Nederlanders er wel degelijk om geven waar hun informatie staat. Wat dat betreft, is er ook een duidelijke kloof met de overheid die nog altijd sterk afhankelijk is van big tech.’

Het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Noorwegen, Denemarken en België lopen het meest achter. Zij scoren allemaal onder de tien. Het Europese gemiddelde bedraagt 16,3.

Harald Wehnes, hoogleraar computerwetenschappen aan de universiteit van Würzburg, heeft het onderzoek van Nextcloud gevalideerd. Ook is het voorgelegd aan Pernille Tranberg, onafhankelijk adviseur in data en AI-ethiek, en Sebastian Raible, directeur EU-relaties van Apell (de Europese businessclub voor opensource) in Brussel.

148 miljard euro

Zij wijzen voor Nextcloud eensgezind op het belang van minder afhankelijkheid van big tech. Die afhankelijkheid kan de overheid veel gaan kosten, waarschuwt Wehnes naar aanleiding van dit onderzoek. ‘De overheid loopt het risico om op de lange termijn exorbitante prijzen te betalen met belastinggeld.’

Elk jaar stijgen de prijzen voor softwarelicenties, clouddiensten en andere kosten fors vanwege dit monopolie, wat hij ‘digitale kolonisering’ noemt. De manier waarop hij dat inzichtelijk maakt, is met een vergelijking van de handelstegoeden.

Het Europese handelstekort voor digitale diensten ten opzichte van de VS is vorig jaar opgelopen tot 148 miljard euro. Dat is een stijging met 36 procent. Voor dit jaar schat hij het bedrag in op meer dan 200 miljard euro. Omgerekend kost dat een gezin van vier personen 1.790 euro per jaar. Tegen 2029 kan dat oplopen tot 6.580 euro per jaar.

‘Die 148 miljard gaat dus rechtstreeks naar de VS’, voegt Poortvliet er zelf nog aan toe. ‘Als de Europese techindustrie dit geld zou krijgen, dan kunnen we de digitale achterstand enorm inlopen. Al een fractie hiervan kan een enorme boost betekenen.’

Lees ook: Een eigen cloud voor Europa? ‘Niet nodig’, zegt de ceo van het Duitse Nextcloud