De cijfers liegen er niet om. Sinds 2020 is de Nederlandse schoonmaakmarkt in een enorme groeiversnelling terechtgekomen. Belangrijkste aanjagers van die groei? Naast een toegenomen vraag naar schoonmaakdiensten is er binnen de sector ook een verdere professionalisering gaande. Schoonmaakbedrijven investeren in technologie en innovatie, zoals data-gedreven schoonmaak, robotisering en duurzame oplossingen. Daardoor zijn zij in staat om aanvullende diensten aan te bieden.
Vooruitkijken is lastig
Veel nieuwe ontwikkelingen dus. Maar wat betekent dat concreet? Hoe zal de schoonmaakbranche er over vijf of tien jaar uitzien? Lopen er dan op veel plekken humanoïde robots met poetsdoeken rond? Of gaat het nog veel langer duren voor het zover is?
Ook op het digitale vlak gebeurt er veel. Wat brengt bijvoorbeeld de snelle ontwikkeling van Agentic AI, die autonoom beslissingen kan nemen? Welke ondersteunende en administratieve taken kunnen schoonmaakbedrijven straks aan digitale agents toevertrouwen? Niemand die het weet. Moeten schoonmaakbedrijven volop inzetten op innovatie? Of schoonmaakwerk aantrekkelijker maken en zo meer mensen aantrekken?
Het kan (en moet) allebei!
Janna Steinbusch, algemeen directeur bij Gom Schoonhouden, denkt niet in of/of- maar in en/en-scenario’s. Zij ziet een toekomst voor zich met innovatieve oplossingen die schoonmakers en ondersteunende afdelingen helpen om hun werk niet alleen sneller, maar ook op een prettigere en minder belastende manier te doen.
Samen een robotarm ontwikkelen
Voorbeeld? ‘Op sommige plekken maken onze schoonmakers gebruik van hogedrukspuiten. Dat gebeurt op locaties die echt brandschoon moeten zijn, zoals de productielijnen van voedingsbedrijven. Maar werken met een hogedrukspuit is fysiek zeer belastend. En dat zien we ook terug in de verzuimcijfers.’
‘Dat is een probleem’, vervolgt Steinbusch. ‘Daarom hebben we robotengineers van TU Delft gevraagd om een exoskelet te ontwikkelen. Een robotarm voor mensen, zeg maar. Dat doen ze in nauw overleg met enkele van onze schoonmakers. Die schoonmakers testen de prototypes uit, waarbij TU Delft hun feedback gebruikt om verbeteringen door te voeren. Stap voor stap komen ze zo dichter bij een versie die geschikt is om op grotere schaal in te zetten.’
Professionals met goede ideeën
Technologie inzetten om zware schoonmaakklussen voor mensen te verlichten: dat lukt volgens Steinbusch alleen door goed naar schoonmakers te luisteren. ‘Ze komen vaak met goede ideeën. Het zijn professionals die heel goed weten wat ze nodig hebben en waar nog efficiëntieslagen mogelijk zijn. Samen kijken we hoe dingen makkelijker kunnen. Hebben ze een voorkeur voor specifieke schoonmaakartikelen? Dan schaffen we die voor ze aan, ook als dat betekent dat we wat duurder uit zijn.’
Gedrag veranderen
Veel opdrachtgevers staan open voor verbetertrajecten. Zo werkt Gom Schoonhouden samen met gedragswetenschappers om ervoor te zorgen dat gebruikers van een gebouw hun afval netjes opruimen.
Steinbusch: ‘Het werkt verrassend goed als gebruikers van een pand zien wie hun rotzooi opruimt. Dus laten we schoonmakers nu vaker overdag hogescholen en universiteiten schoonmaken. Ook zeer effectief: in het gebouw afbeeldingen tonen waarop zowel een student als een schoonmaker te zien zijn. Dankzij de gedragswetenschap weten we nu dat de schoonmaker op zo’n poster recht in de camera moet kijken.’
Slimmer gebruik van data
Gom Schoonhouden kijkt hoe technologie kan bijdragen aan betere werkomstandigheden, zoals de inzet van schoonmaakrobots. ‘We proberen daarnaast ook slimmer gebruik te maken van data’, geeft Steinbusch aan. ‘Hoe intensief wordt een ruimte gebruikt? Waarom dagelijks een kamer intensief schoonmaken terwijl daar maar zelden iemand werkt? Als je over gebruikersdata beschikt, kun je de schoonmaak daarop afstemmen. Zo kunnen onze klanten geld besparen en kunnen wij onze schoonmakers op andere plekken inzetten.’
Data is daarnaast volgens Steinbusch ook cruciaal om ondersteunende en administratieve processen slimmer in te richten. ‘Ook daar kunnen digitale toepassingen helpen om repetitieve taken efficiënter uit te voeren. Hoe beter onze data op orde zijn, hoe effectiever we technologie kunnen inzetten.’
Vernieuwend én mensgericht
Genoeg innovatieve ontwikkelingen dus. Maar volgens Steinbusch schuilt daarin ook een risico. ‘Je kunt wel de meest vernieuwende schoonmaakorganisatie zijn, maar het is minstens zo belangrijk om oog te hebben voor de wensen en behoeften van schoonmakers. Dat lukt alleen met een mensgerichte aanpak, ook als het gaat om zaken als digitalisering en robotisering. Of beter gezegd: juist als het gaat om dat soort ontwikkelingen. Want schoonmakers willen natuurlijk weten wat dat voor hun werk betekent.’
Totaal andere gesprekken
‘Schoonmakers zijn onmisbaar’, benadrukt Steinbusch. ‘En dat laten we niet alleen hen, maar ook onze opdrachtgevers weten. Daarbij willen we met opdrachtgevers niet alleen het gesprek aangaan over hoeveel het schoonmaakwerk kost, maar ook hoe dat op een efficiënte en voor schoonmakers zo prettig mogelijke manier kan worden georganiseerd. Met die insteek krijg je totaal andere gesprekken, zowel met schoonmakers als met opdrachtgevers. En dat is precies wat we bedoelen met échte aandacht: de term die centraal staat in onze strategie.’



