Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Van gerecyclede luiers tot kweekleer: waarom veelbelovende startups hun droom waarmaken in Limburg

In samenwerking met Brightlands Startup League - Wegwerpluiers recyclen? Veel mensen haalden er hun neus voor op, maar bij Brightlands in Limburg vond ondernemer Melvin Kizito wél een lab, geld en mensen die ook geloofden in zijn idee. Hij is niet de enige: van kweekleer tot simulators voor hartoperaties, Brightlands blijkt een belangrijke springplank voor ambitieuze startups.

Alkyl Recycling
Alkyl Recycling werkt aan een proeffabriek op Brightlands, die dagelijks zo’n 1.000 kilo luierafval moet gaan verwerken. Foto: Brightlands/Alkyl Recycling

Het was een sprong in het diepe. In het voorjaar van 2022 boekte de Keniaanse ondernemer Melvin Kizito een enkeltje naar Nederland, om van zijn businessplan een bedrijf te maken. Zonder geld – zo’n rotsvast geloof had hij in zijn idee.

In Kenia had Kizito bijna een jaar gezocht naar een laboratorium waar hij zijn chemische recyclingproces voor wegwerpluiers kon doorontwikkelen. Voor het opschalen van dat proces waren gespecialiseerde laboratoria en deeptechfinanciering nodig, voorzieningen die maar weinig ecosystemen ter wereld in dit stadium konden bieden. Om nog maar te zwijgen van het feit dat geen enkele instelling met het ‘giftige’ luierafval wilde werken.

Kizito verdiende zijn sporen in de startup-scene van Nairobi, waar hij als medeoprichter van startup LeafyLife internationale erkenning verwierf. Hij richtte LeafyLife met twee studievrienden op om de enorme berg luierafval in Kenia aan te pakken. Daarop werden de ondernemers gewezen op de mogelijkheid van een startupvisum; ook in Europa was behoefte aan hun oplossing.

Van de drie oprichters was Kizito de enige die de stap durfde te wagen, en emigreerde.

Nieuwe start in Limburg

Hij maakte een nieuwe start, met een nieuw bedrijf en een nieuwe naam, Alkyl Recycling. Wat niet veranderde, waren zijn ambities: de wereld verlossen van de miljarden wegwerpluiers die jaarlijks op de vuilnisbelt of in de verbrandingsoven belanden.

In Nederland liep Kizito in eerste instantie tegen hetzelfde probleem op als in Kenia: niemand was bereid om laboratoria beschikbaar te stellen voor geëxperimenteer met ‘vieze luiers’. Tot hij bij Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen aanklopte.

Hugo Delissen, businessdeveloper bij Brightlands, en Remon Plummen, investment manager bij de Limburgse Ontwikkelingsmaatschappij (LIOF), waren meteen enthousiast. ‘Limburg wil een koploper zijn in de transitie naar het hergebruik van grondstoffen zoals plastics, in plaats van nieuw plastic uit olie’, zegt Plummen. ‘En luiers bestaan voor 80 procent uit plastic en cellulose; uiterst bruikbare materialen.’

Vier innovatiecampussen

LIOF vormt samen met de Provincie Limburg, de Universiteit van Maastricht en Brightlands de drijvende kracht achter de Brightlands Startup League. Met het initiatief ondersteunen zij innovatieve startups als Alkyl met advies, toegang tot de juiste faciliteiten en kennis en samenwerkingen die de groei versnellen.

Dat begint met een werkplek op een van de innovatiecampussen van Brightlands. De campussen zijn broedplaatsen waar ondernemers, wetenschappers en studenten praktische oplossingen ontwikkelen voor ingewikkelde vraagstukken. Door kennis en bedrijvigheid zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen, ontstaan hier nieuwe samenwerkingen, worden innovaties sneller ontwikkeld en vinden ze ook sneller hun weg naar de praktijk.

Lídia Kuti (rechts) en haar broer Almos, de oprichters van biotech-startup Smobya, verhuisden in maart van Boedapest naar Limburg. Foto: Brightlands/Smobya

Onderwijs, onderzoek en ondernemerschap worden letterlijk samengebracht op locaties waar al sterke economische ecosystemen aanwezig zijn. Zo bouwt de campus in Sittard-Geleen, waar Alkyl kantoor houdt, voort op de kracht van Chemelot. In Venlo ontstond een campus midden in het tuinbouwcluster van Europa. Maastricht verbindt medische wetenschap met zorg en gezondheid. En Heerlen ontwikkelt digitale innovaties in een regio met een sterke IT- en datasector.

Samen vormen de vier campussen één verbonden ecosysteem. Of misschien beter gezegd: een ecosysteem van ecosystemen. Iedere campus heeft een eigen kracht, maar juist de verbinding tussen de campussen maakt Brightlands uniek.

Deze aanpak droeg er afgelopen juni mede aan bij dat Brightlands Limburg finalist werd bij de verkiezing van Intelligent Community of the Year. Met de finaleplaats mag de regio zich een van de zeven meest innovatieve regio’s ter wereld noemen.

Klassieke kip-ei-situatie

Alkyl is niet de enige (internationale) startup die hier zijn nieuwe thuisbasis vond. Ook het Hongaarse Smobya verhuisde in maart van dit jaar van Boedapest naar Limburg. Oprichter Lídia Kuti gebruikt fermentatie om alternatieven te ‘kweken’ voor twee van de meest vervuilende materialen wereldwijd: leer en plastic.

LIOF-investeerder Annemoon Borst ontdekte de biotech-startup twee jaar geleden op Slush in Helsinki, Europa’s grootste startupconferentie. Smobya zocht destijds groeigeld voor een demonstratiefabriek, maar was in een klassieke kip-ei-situatie beland. Het bedrijf had funding nodig om grotere volumes te produceren en daarmee grote klanten aan te trekken, maar investeerders aarzelden bij het ontbreken van die contracten om de portemonnee te trekken.

Borst besloot daarom vanuit LIOF het voortouw te nemen en met impact-investeerders Joanna Invests en Earthstar geld in de startup te steken. Hun gezamenlijke investering van maart is bedoeld voor de bouw van de vurig gewenste demoplant. Die komt op Brightlands Greenport Campus in Venlo, en moet deze zomer in gebruik worden genomen.

Proef- en demonstratiefabrieken

Ook Alkyl-oprichter Kizito zette op Brightlands Chemelot Campus al snel de stap van idee naar praktijk. Met financiële steun vanuit het LIOF-innovatieprogramma Limburg Toekomstbestendig kon hij in het lab bevestigen wat hij zelf al wist: zijn formule werkt.

Met een seedronde kon hij zijn technologie vervolgens in een proefopstelling testen, in een reactorvat waarin 150 kilo vuile luiers werden verwerkt. Het resultaat: drie ‘schone’ grondstoffenstromen met plastic korrels, houtpulp en een superabsorberende gel, waarmee je bijvoorbeeld lijm kunt maken.

Dat resultaat legde het fundament voor de volgende stap: de bouw van een proeffabriek op de Brightlands campus, die dagelijks zo’n 1.000 kilo luiers moet gaan verwerken. Volgende stip op de horizon is een demonstratiefabriek, die naar verwachting over drie jaar operationeel zal zijn en een vijftien keer grotere verwerkingscapaciteit krijgt.

Het geld dat voor deze volgende stappen nodig is, wil Kizito naast LIOF bij andere investeerders ophalen. ‘Zeker willen we aan boord blijven, maar we kunnen dit niet alleen’, zegt investmentmanager Plummen. ‘Alkyl heeft ook andere investeerders nodig.’

Van Veldhoven naar Heerlen

Brightlands en LIOF zagen ook het potentieel van Anufy, een cybersecuritystartup die begin 2026 werd opgericht. Oprichters Esra Alinca en Kerim Gökarslan ontwikkelden Horusion, een AI-platform dat de online aanwezigheid van een bedrijf continu monitort vanuit een zogenoemd ‘outside-in’-perspectief.

Op die manier kunnen risico’s zoals blootgestelde systemen, gelekte inloggegevens en merkimitatie al in een vroeg stadium worden opgespoord, geprioriteerd en aangepakt, zonder cybersecurity onnodig ingewikkeld of duur te maken voor bedrijven.

Anufy
Anufy-oprichters Esra Alinca (rechts) en Kerim Gökarslan maakten dit voorjaar deel uit van de eerste lichting van het Brightlands AI-incubatorprogramma. Foto: Brightlands/Anufy

Alinca en Gökarslan, die oorspronkelijk uit Turkije komen, brachten ervaring mee van twee toonaangevende technologiebedrijven: Alinca werkte bij ASML, Gökarslan bij Booking.com. In hun vrije tijd, ’s avonds en in het weekend, werkten ze aan de ontwikkeling van hun platform. Ze bouwden het volledig zelf en ontdekten tijdens een eerste pilot met een klant dat de technologie werkte zoals ze hadden gehoopt: het bedrijf identificeerde risico’s in zijn systemen die eerder niet waren opgemerkt.

Voor de volgende stap, de overgang van productontwikkeling naar marktintroductie, klopten Alinca en Gökarslan aan bij de Brightlands Smart Services Campus en LIOF. De ontwikkelingsmaatschappij zag het potentieel van de startup en besloot te investeren.

Dankzij die pre-seedronde konden de oprichters hun banen opzeggen en zich vanaf mei 2026 volledig op hun bedrijf richten. Anufy, dat inmiddels in Heerlen is gevestigd, maakte in het voorjaar van 2026 ook deel uit van de eerste lichting van het Brightlands AI-incubatorprogramma.

Impact boven winst

Simurghy
De simulator van Simurghy wordt straks gebruikt voor het opleiden van duizenden hartchirurgen wereldwijd. Foto: Brightlands/Simurghy

Maar Limburg trekt niet alleen talent van buiten aan: binnen het Brightlands ecosysteem ontstaan ook veelbelovende startups van eigen bodem. Eén daarvan is Simurghy, dat is verbonden aan Brightlands Maastricht Health Campus en werd opgericht door hartchirurg Peyman Sardari Nia.

Samen met de Limburgse hightech-machinebouwer GDO ontwikkelde hij een simulator waarmee hartchirurgen (in opleiding) complexe hartoperaties, zoals ingrepen aan de aorta en hartkleppen, kunnen oefenen in een veilige en gecontroleerde omgeving. Zonder dat er ook maar een patiënt aan te pas komt, terwijl om de techniek goed te leren beheersen normaal gesproken zo’n tweehonderd operaties nodig zijn.

Daarmee neemt de kans op fouten ‘in het echt’ aanzienlijk af. ‘Het gaat niet om winst maken’, zegt Sardari Nia. ‘Maar om het verbeteren van de zorg en het leven van patiënten.’ Dankzij een investering van LIOF en investeerder Percival Participations kon Simurghy zijn simulatiesystemen verder verfijnen en uitbreiden.

Volgens operationeel manager Frederiek Verthé wordt de simulator inmiddels in meer dan twintig landen gebruikt. ‘Wat begon als een lokale vinding, wordt straks gebruikt in de opleiding van duizenden chirurgen wereldwijd’, zegt ze tegen De Limburger. Simulatie-gedreven training is straks niet meer weg te denken in de zorg, denkt ook Sardari Nia. ‘In de luchtvaart zijn piloten al jaren getraind in simulators. Het is tijd dat de gezondheidszorg ditzelfde pad volgt.’