Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Paul Honout (Microsoft): ‘AI creëert tijd, maar mensen creëren waarde’

In samenwerking met Microsoft - Paul Honout werkt al 23 jaar bij Microsoft, tegenwoordig als director solution engineering manager. Tijdens Amsterdam Business Forum 2026 ging hij tijdens een break-out in gesprek over wat er van mensen blijft nu AI steeds meer werk overneemt. ‘Ik denk dat we de AI-balans nog met elkaar moeten blijven zoeken.’

Wat Honout na 23 jaar nog altijd verrast, is het tempo waarin de techniek verandert. ‘De snelheid van innovatie, dat is wat mij altijd bijblijft. In mijn 23 jaar heb ik niet meegemaakt hoe snel het nu gaat. Vroeger konden we een plan maken voor drie jaar. Toen ik net begon hadden we Office 2010, daar deden we jaren mee. Later werd het Microsoft 365, dat elk jaar veranderde. Nu veranderen we elke maand. Elke maand is er weer een nieuw model, weer een nieuwe manier om erover na te denken.’

Dat tempo is volgens hem intern al lastig bij te houden, laat staan voor klanten. ‘Dus het draait mij om: hoe maken we die vertaalslag, hoe nemen we klanten zo goed mogelijk mee zonder ze compleet te verliezen? Dat kun je doen door te beginnen bij de uitdaging of het doel, niet bij de technologie. Zo houd je innovatie menselijk en doelgericht.’

Wat maakt je werk mooi?

Honout stelt bedrijven en teams steevast dezelfde vraag: wat is jullie eigen inbreng, wat maakt jullie werk uniek? ‘Aan elke organisatie vraag ik: wat is jullie IP? Waarom ga je naar je werk? Wat maakt het uniek, wat maakt het mooi? En waar zie je eigen toegevoegde waarde?’

Voor hemzelf is dat het contact met zijn team. ‘Ik heb een team van vijftien en de helft van mijn tijd ben ik bezig met mensen. Dat zal ik nooit laten vervangen door AI. Dat zijn de functioneringsgesprekken, maar ook het kritisch meedenken over hoe iemand kan groeien, welke stappen iemand kan zetten.’

Zijn observatie sluit aan bij het 2026 Work Trend Index-onderzoek van Microsoft. Gevraagd welke menselijke vaardigheden belangrijker worden nu AI meer werk overneemt, noemen gebruikers in Nederland kwaliteitscontrole op AI-output (50 procent) en kritisch denken (47 procent) als belangrijkste.

Leiderschap als sleutel

Wat Honout bij klanten steeds terugziet, is dat succesvolle invoering van AI begint bij leiderschap. ‘Een leider moet zeggen: dit gaan we omarmen, hier gaan we mee aan de slag. Zo was ik recent bij een grote organisatie op bezoek waar de leider zei: het op een goede manier toepassen van AI is essentieel voor ons voortbestaan. Als een leider dat zegt, gaat de hele organisatie denken: oké, hier moeten we iets mee.’

Daarna komt het aan op structuur, stelt hij: een klein team dat ontwikkelingen volgt, gevolgd door brede adoptie. ‘Je kunt niet zomaar licenties geven en zeggen: succes. Dan ga je het waarschijnlijk niet of onvoldoende gebruiken. Daarom is die adoptielaag daaronder zo belangrijk, evenals de basis waarop je AI gaat toevoegen. Is je data op orde, is je beveiliging op orde? Zodat mensen ook het vertrouwen hebben dat het goed gaat.’

Ook Microsoft moest het leren

Microsoft doorliep die weg zelf ook, aldus Honout. ‘We begonnen heel simpel met prompttests: hoe maak je een goede prompt en hoe krijg je daar een goede uitkomst uit? Per afdeling werd een ambassadeur aangewezen die collega’s meenam. Dat was stap één. De echte omslag kwam toen de kwaliteit van de modellen beter werd en mensen zagen: dit helpt me écht in mijn dagelijkse werk.’

Volgens het Work Trend Index-rapport stelt 58% van AI-gebruikers nu (door AI) werk te kunnen leveren dat voorheen niet altijd mogelijk was. Bij de meest gevorderde gebruikers, door Microsoft ‘Frontier Professionals’ genoemd, loopt dat op tot 80 procent. 

Over de vraag hoeveel tijd AI daadwerkelijk oplevert, is Honout kritischer. ‘In plaats van kijken hoeveel minuten tijdwinst iets oplevert, denk na over de volgende vragen: wat levert je die tijdwinst op? Ben je blij dat je deze taak niet meer hoeft te doen, of heb je nu meer ruimte voor complexere of creatievere zaken. Effectiviteit is naar mijn idee belangrijker dan efficiëntie.’

Balans tussen mens en machine

Honout ziet ook de risico’s van verkeerd AI-gebruik. ‘Die voorbeelden zijn er helaas best wel veel inmiddels. Op sociale media is intussen misschien wel zestig procent van de beelden gegenereerd. Het is vaak lastig om te onderscheiden wat echt is en wat niet.’

‘Maar diezelfde soort onrust hebben we ook gezien bij andere technologische omslagen’, stelt hij. ‘Tijdens de industriële revolutie en later bij IT, ook toen dachten mensen dat banen of rollen zouden verdwijnen. Dat is niet gebeurd. Ik geloof dat er ook nu weer een balans komt. AI creëert tijd, maar mensen creëren waarde.’

Straks agents in het organogram

Vooruitkijkend verwacht Honout dat AI-agents een vaste plek krijgen naast medewerkers. ‘Ik geloof dat we straks een heel team aan agents krijgen dat ons helpt’, stelt hij. ‘Agents doen het gestandaardiseerde werk en geven de signalen waarop ik als medewerker moet reageren. Dat wordt de volgende stap: dat er in het organogram ook agents aan ons rapporteren.’

Toch trekt hij zelf ook een grens. Hij geeft toe dat hij intern weleens van de ene AI-agent naar de andere werd doorverwezen omdat hij met een uitzondering op de regel zat. ‘Het draait om human in the loop. Je moet uiteindelijk wel ook met een mens kunnen communiceren.’

Nog steeds op zoek naar de balans

Honout heeft in 23 jaar meer technologische omwentelingen zien voorbijkomen, maar noemt AI toch anders, vooral vanwege het tempo. ‘Ik kan me heel goed herinneren dat ik voor het eerst in het Microsoft-hoofdkantoor in Seattle de hoogste baas hoorde praten over cloud. Ik dacht: hoe kom je erbij, iedereen houdt toch gewoon zijn eigen laptop en zijn eigen servertje onder het bureau. Kijk hoe snel dat gegaan is.’

Die ervaring, ooit zelf twijfelen aan iets dat sneller ging dan hij voor mogelijk hield, maakt hem terughoudend met stellige uitspraken over waar AI de mens straks wel of niet vervangt. ‘Waar moet de mens in de lead blijven en waar laten we AI in de lead? Ik denk dat we die balans nog met elkaar moeten blijven zoeken.’