‘Wereldwijd investeerde Shell meer dan 20 miljard dollar in koolstofarme oplossingen. Maar in de praktijk blijkt het moeilijk om deze projecten echt rendabel te krijgen. (…) Daarbij vragen onze aandeelhouders een gezond rendement op investeringen die Shell doet.’
In zijn afscheidsinterview voor het bedrijfsblad Shell Venster schetst vertrekkend president-directeur Frans Everts van Shell Nederland glashelder hoe de vlag erbij hangt. Een ‘gezond rendement’ voor aandeelhouders staat op één en daaraan worden alle investeringen afgemeten. Groen én grijs.
Per 1 september start Thomas de Boer als nieuwe baas van Shell in Nederland. Hij heeft ruime internationale ervaring binnen de multinational aan zowel de fossiele kant (verkoop van motorbrandstoffen en kerosine) als bij alternatieve energie (sinds 2024 is hij vicepresident bij Shell Biogas in Europa).
In een persbericht van begin juni zegt De Boer: ‘Ik zie enorme kansen voor Shell, voor Nederland en voor de Nederlandse industrie. Een duurzame industrie en betrouwbare energievoorziening zijn cruciaal voor de transitie en onze strategische onafhankelijkheid als land. Hier hebben we als Shell een belangrijke rol te spelen en daar zet ik me de komende jaren graag voor in.’
Nederland gedegradeerd binnen Shell
De nieuwe chef Nederland krijgt wel te maken met de realiteit dat ons land in breder Shell-perspectief de afgelopen jaren uit het centrum van de macht is verdreven. Die degradatie binnen de hiërarchie van Shell heeft te maken met drie ontwikkelingen.
Op de eerste plaats is er het wegvallen van het grote gasveld bij Slochteren in Groningen, dat in 2024 definitief werd gesloten. Via het belang van Shell in de NAM was Nederland decennia lang een belangrijk gasland voor het bedrijf. Uit de jaarverslagen blijkt bijvoorbeeld dat Shell in 2018 nog zo’n 7,6 miljard kuub uit Nederlandse gasvelden haalde, terwijl dit afgelopen jaar was geslonken tot circa 750 miljoen kuub, dus ongeveer een tiende.
Een tweede klap was de verhuizing van hoofdkantoor van Shell van Den Haag naar Londen in 2022 – door Everts in zijn afscheidsinterview diep betreurd: ‘Ik begrijp de keuze, ik steunde het, maar dat deed echt pijn. Nederland heeft in Shell een iconisch bedrijf tussen de vingers laten glippen, wat denk ik onnodig was.’
Shell is de facto een volledig Brits bedrijf geworden, wat serieuze invloed heeft gehad op de strategische koers van het bedrijf, inclusief de investeringen in duurzame energie. Dat werd in 2023 goed zichtbaar met de bestuurswissel aan de top. De Nederlander Ben van Beurden maakte als ceo van de multinational plaats voor de in Dubai en Canada opgegroeide Wael Sawan: dat was de derde belangrijke verandering van de afgelopen jaren.
Competitie met Amerikaanse olie- en gasreuzen bepaalt strategie
Waar Van Beurden nog het uitgangspunt hanteerde dat Shell geleidelijk kon groeien met hernieuwbare energie, kiest Sawan zonder aarzelen voor substantiële desinvesteringen van alternatieve energie.
Dit jaar werden bijvoorbeeld zowel de Indiase tak voor hernieuwbare energie als de Europese portfolio van zon en wind op land van de hand gedaan. Dat laatste betekent ook dat Shell in Nederland afscheid neemt van vijf zonneparken en het gecombineerde wind- en zonnepark Pottendijk in Emmen.
Pijnlijk voor Nederland was ook het afblazen van de bouw van een nieuwe, grote fabriek voor biobrandstof in 2025, wat wel in lijn was met vergelijkbare beslissingen van collega’s BP en UPM. Aan de andere kant telde Shell in april van dit jaar bijna 14 miljard dollar neer voor de Canadese gas- en olieproducent ARC Resources.
Lees ook: Waarom Shell, BP en UPM geen biobrandstof willen maken in Rotterdam: ‘Niet winstgevend te krijgen’
De belangrijkste overweging bij dit alles is dat Shell qua rendement voor aandeelhouders op de beurs niet mag onderdoen voor de grote Amerikaanse concurrenten ExxonMobil en Chevron. Het aandeel Shell is op de beurs ondergewaardeerd, vergeleken met de Amerikaanse rivalen en het opdrijven van de beurskoers heeft daardoor prioriteit
‘Dit gaat dieper dan het persoonlijke stempel dat de ceo op een bedrijf drukt’, zegt voormalig Shell-manager Arjan Keizer over de nieuwe strategische koers. Hij werkte tot mei 2025 bijna zeven jaar bij Shell, onder meer bij het team voor e-mobility in Nederland. Na zijn vertrek bij de multinational was Keizer medeoprichter van de non-profitorganisatie Medewerkers voor Onze Toekomst, die werknemers binnen bedrijven wil inspireren om zich hard te maken voor duurzame verandering.
‘De aandeelhoudersbasis van Shell is langzaamaan geamerikaniseerd, met als gevolg een toegenomen focus op kortetermijnrendement’, aldus Keizer. ‘Nederlandse pensioenfondsen zoals ABP, die tegenwicht boden aan het Angelsaksische aandeelhoudersdenken, zijn juist uitgestapt. Dat blijkt niet zonder gevolgen voor de strategische koers van het management. Iets wat je overigens breder ziet, onder meer bij Unilever.’
Stille krimp bij werknemers in Nederland
Geen Groningse gasbel meer, geen speciale positie als vestigingsland van het wereldwijde hoofdkantoor en een ceo die volledig in dienst staat van aandeelhouders met een focus op kortetermijnrendement. Dat is de context waarin Shell Nederland tegenwoordig opereert.
Hoewel het Nederlandse personeelsbestand van Shell afgelopen jaar nog altijd aanzienlijk was met 8.000 mensen, was dat toch zo’n 2.000 minder dan een jaar eerder. Keizer acht een verdere krimp goed mogelijk, gelet op de huidige strategische prioriteiten en de gecommuniceerde wereldwijde bezuingingsdoelstellingen van 5 tot 7 miljard dollar voor 2028.
‘Als je breder kijkt naar de strategie van Shell dan zijn er serieuze, deels publieke signalen dat de tevredenheid onder werknemers daar onder lijdt’, zegt Keizer. ‘Toch betwijfel ik of dit echt een punt van zorg is voor bijvoorbeeld het topmanagement en de raad van commissarissen. Misschien krijgt werknemerstevredenheid minder prioriteit, als je toch al van plan bent om bedrijfsonderdelen te verkopen of te snijden in landenorganisaties waar werknemers zich zorgen maken.’

Petrochemie in Rotterdam onder druk
Voor Nederland wordt in eerste instantie cruciaal wat Shell doet met de Rotterdamse petrochemie in Pernis en Moerdijk. Deze week meldde zakenkrant FT op basis van goed geïnformeerde bronnen dat Shell voorbereidingen treft om de chemie-activiteiten in de VS te verkopen. Dat leidde meteen tot speculaties dat Europa – inclusief Rotterdam – als volgende aan de beurt is.
Vakbond CNV meldde in juni nog over reorganisatieplannen van Shell bij de chemietak in Moerdijk. Opmerkelijk genoeg was het voornemen van Shell toen om Moerdijk op bepaalde vlakken juist nauwer te laten samen met de Amerikaanse chemiefabrieken. CNV-bestuurder Aron Foppen geeft desgevraagd aan nog niet te zijn benaderd door Shell met aanvullende informatie. ‘We zijn wel van plan om hierover samen FNV contact op te nemen met Shell.’
Lees ook: Shell veroorzaakte al 1,42 biljoen euro aan klimaatschade: voer voor meer rechtszaken?
De woordvoerder van Shell Nederland zegt op dit moment geen verdere toelichting te kunnen geven op wat Shell in maart 2025 heeft gecommuniceerd. Toen was de boodschap dat het bedrijf meer waarde uit de chemie-activiteiten wil halen ‘door strategische kansen en samenwerkingsmogelijkheden in de VS te verkennen, en door in Europa zowel de kwaliteit van onze activiteiten te verbeteren als selectieve sluitingen door te voeren.’
Wereldwijd staat de chemieportfolio van Shell al een aantal jaar onder druk, mede door mondiale overcapaciteit, zwakkere groei van de vraag naar plastics en in Europa ook strengere eisen rond duurzaamheid. ‘Daarbij kun je als bedrijf besluiten dat je niet alles wilt doen en kiest voor datgene waarin je het beste bent. Activiteiten die voor jou niet meer passen, kunnen dan voor andere, gespecialiseerde spelers nog wel interessant zijn’, legt hoogleraar Energy Economics Machiel Mulder van de Universiteit Groningen uit.
Als Shell er inderdaad voor zou kiezen om de Rotterdamse chemie over te doen aan een andere partij die daar meer uit denkt te kunnen halen, zijn de gevolgen voor de aanwezigheid in Nederland serieus. De vraag is daarbij dan nog in hoeverre dan ook de positie van de raffinage-activiteiten ter discussie komt te staan.
Pernis is met meer dan zestig fabrieken de grootste raffinaderij van Europa. Shell verwerkt er dagelijks ruim 400.000 vaten ruwe olie tot diesel, benzine, kerosine, basisoliën, lpg en stookolie. Producten als nafta uit Pernis dienen vervolgens als basis om in Moerdijk chemicaliën zoals etheen en propeen te maken. Het fabriekscomplex in Moerdijk heeft inclusief bijproducten een totale capaciteit van 4,5 miljoen ton per jaar.
Blijven groene waterstof en CO2-opslag relevant?
Bij verkoop van de Rotterdamse chemie zou Shell een stuk minder ‘fossiel’ worden in Nederland. Wanneer de raffinage in Pernis ook ter discussie komt te staan, kan dat grote gevolgen hebben voor twee andere activiteiten: de productie van groene waterstof en de betrokkenheid van Shell bij twee grote projecten voor opslag van CO2 onder de Noordzee.
In augustus presenteerde Shell, in aanwezigheid van premier Rob Jetten, de bouwwerkzaamheden van de Holland Hydrogen 1-fabriek, die vanaf 2027 groene waterstof moet produceren via elektrolyse. Met een capaciteit van 200 megawatt bedient deze fabriek dan in eerste instantie een deel van de waterstofvraag van de operaties in Pernis. Elektriciteit van windpark Hollandse Kust Noord voedt de elektrolysers, die jaarlijks ruim 20.000 ton groene waterstof kunnen produceren.
Doordat groene waterstof relatief duur is, heeft Shell als pionier gebruikgemaakt van overheidssubsidies voor de ontwikkeling Holland Hydrogen 1. De vraag is echter hoe aantrekkelijk groene waterstof blijft voor Shell als die niet gekoppeld is aan de vergroening van eigen productieprocessen.
Zowel Mulder als Keizer denkt dat de logica van het ontwikkelen van groene waterstof in Rotterdam voor Shell grotendeels wegvalt als het bedrijf volledig afscheid neemt van zijn petrochemische activiteiten. Keizer: ‘Voor het duurzame imago is de waterstoffabriek natuurlijk wel belangrijk, dus een gefaseerde verkoop zou ik me dan ook kunnen voorstellen. Tenzij er door regelgeving of subsidies een substantieel sterker verdienmodel komt voor groene waterstof.’
Volgens Mulder zou Shell wel een rol kunnen houden bij projecten voor de afvang en opslag van CO2 onder de Noordzee, zoals Porthos en Aramis. Voor het Porthos-project geldt dat Shell daar CO2 uit fabrieken in Pernis gaat opslaan om de uitstoot naar netto nul te brengen in 2050. Van belang is dus of Shell voorlopig vasthoudt aan de raffinaderij in Pernis. Bij verkoop van de chemie Moerdijk zou Shell zich in ieder geval niet meer hoeven te bekommeren om de uitstoot van die fabrieken.
‘Het bedrijf zou ook een positie kunnen innemen als aanbieder van CO2-opslagcapaciteit voor andere industriespelers’, zegt Mulder. ‘Die expertise kan relevant zijn, als opvang en opslag van CO2 internationaal een commerciële groeimarkt wordt.’
Gas blijft interessant voor Shell
Een onderdeel van de fossiele activiteiten in Rotterdam dat interessant blijft, is de handel en het transport van vloeibaar aardgas (LNG). Shell beschikt in Nederland over aanzienlijke capaciteit van installaties die vloeibaar aardgas dat per schip wordt aangevoerd, omzetten naar pijpleidinggas. Mulder: ‘Nederland blijft voorlopig een belangrijk handelsland voor aardgas en dit past ook goed bij de internationale LNG-activiteiten van Shell.’
Een potentiële groeimarkt voor Shell is ook de ontwikkeling van biogas dat wordt verkregen door vergisting van mest en andere biomassa. Dit kan vervolgens opgewaardeerd worden tot groen gas met dezelfde kwaliteiten als fossiel aardgas.
De nieuwe president-directeur Thomas de Boer is sinds 2024 werkzaam bij Shell Biogas, dat vooral vanuit Denemarken sterk is ontwikkeld. In Nederland heeft Shell één vergistingsfabriek voor biomassa in Almere en er zijn plannen voor nieuwe installaties in Coevorden, Den Helder en Emmen.
Van groot belang in dit verband is nieuwe Nederlandse wetgeving die in 2027 in werking moet treden. Dat moet de vraag naar groen gas stimuleren via een bijmengverplichting voor afnemers. De totale Nederlandse jaarproductie van groen gas moet daardoor tegen 2031 op zo’n 840 miljoen kuub uitkomen. ‘Het is waarschijnlijk interessant voor Shell om groen gas verder te ontwikkelen, zeker als er vanuit Europa ook strategische motieven zijn daar op in te zetten’, zegt Mulder.
Tankstations: van benzine en diesel naar elektrisch laden
Veel onzekerder is de toekomst van het netwerk van tankstations in Nederland, waarvan Shell er zo’n 570 heeft. Als het scenario van verkoop van de petrochemische activiteiten in Rotterdam werkelijkheid wordt, neemt Shell onder meer afscheid van de productie van benzine en diesel in Rotterdam. De vraag is hoe aantrekkelijk het distributienetwerk van retailstations dan nog blijft. TotalEnergies en BP hebben in enkele Europese landen hun netwerken al verkocht, dus dit zou niet uniek zijn in de sector.
Het bedrijf moet sowieso balanceren tussen aan de ene kant het vooruitzicht van een afnemende vraag naar benzine voor het wegvervoer – en op termijn ook diesel, als er meer E-trucks komen – en anderzijds de groei van elektrische laadnetwerken. Shell toont bij dat laatste vooralsnog enige ambitie en heeft naar eigen zeggen al zo’n 800 snellaadpunten in Nederland.
Keizer denkt dat het lot van de Nederlandse tankstations uiteindelijk op Europees niveau wordt bepaald bij Shell: ‘De bottom line zal zijn of het Europese retailnetwerk van tankstations voldoende rendement oplevert. Dat is op voorhand lastig te zeggen. Shell Energy Europe is bijvoorbeeld een grote trader op de Europese elektriciteitsmarkt, dus daar ligt mogelijk synergie met het exploiteren van een elektrisch laadnetwerk.‘
Aan de andere kant is het volgens Keizer de vraag of de merknaam Shell op de retailmarkt onderscheidend genoeg blijft ‘Dat kan gaan spelen als de publieke druk om te verduurzamen toeneemt en je steeds meer opschuift van motorbrandstoffen naar elektrisch laden. Ik kan me voorstellen dat je tankstations dan wilt verkopen voordat de vraag naar motorbrandstoffen echt substantieel inzakt.’

Wind op zee: geen strategische prioriteit meer
Het lijkt er intussen niet op dat Shell veel waarde hecht aan een model waarbij verdere investeringen in bijvoorbeeld windparken op zee groene stroom opleveren die ook een rol speelt in een eigen elektrisch laadnetwerk. Persbureau Bloomberg meldde begin juni op basis van goed geïnformeerde bronnen dat Shell internationale zakenbanken heeft gepolst om de verkoop voor te bereiden van belangen in offshore windparken ter waarde van 1 miljard dollar. Dit zou in 2027 z’n beslag moeten krijgen.
Hoewel nog niet duidelijk is of deze plannen ook betrekking hebben op Nederlandse windparken op zee, zou dat wel passen in het verlengde van de recente verkoop van Europese zon- en windparken aan TotalEnergies.
Shell is momenteel partner in vier windparken op de Noordzee: NoordzeeWind (2007), Borssele III & IV (Blauwwind, 2021), Hollandse Kust Noord (Crosswind, 2024) en Hollandse kust West (Ecowende, oplevering eind 2026). Sinds 2022 heeft het bedrijf echter geen nieuwe investeringen meer gedaan in Nederlandse windparken op zee
Shell in Nederland: mogelijk groener, vooral kleiner
Alles bij elkaar zou de toekomst van Shell in Nederland er in een krimpscenario vrij schraal kunnen uitzien: zonder chemie in Rotterdam, zonder windparken op zee en met een groot vraagteken bij het retailnetwerk van tank- en laadstations, en raffinage op de lange termijn.
Wat dan overblijft is grijs gas (LNG) en een ontluikende markt voor groen gas, plus een serieuze business als handelaar op energiemarkten en eventueel een rol als aanbieder van opslagdiensten voor CO2. Relatief gezien wordt Shell in Nederland dan iets groener, maar vooral veel kleiner.
Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., dat net als MT/Sprout onderdeel is van MT MediaGroep.



