Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Wanneer ga je de strijd aan met collega’s en wanneer buig je mee?

Omgaan met collega's is niet altijd makkelijk, omdat belangen kunnen botsen. Twee wetenschappers hebben vijf typen werkrelaties gedefinieerd. Om te slagen op de werkvloer moet je de juiste balans vinden tussen samenwerken en concurreren.

omgaan met collega's werkvloer
Getty Images
Je leest nu: Wanneer ga je de strijd aan met collega’s en wanneer buig je mee?

Randall S. Peterson en Kristin J. Behfar van de London Business School doen al meer dan een kwart eeuw onderzoek naar rivaliteit op de werkvloer. In een artikel op Harvard Business Review delen ze hun bevindingen.

Of je op een lijn zit met een collega hangt voornamelijk af van gezamenlijke of juist afwijkende belangen. Elk type relatie vraagt om een andere tactiek. Zelfs uit negatieve relaties valt winst te behalen, terwijl positieve relaties juist zeer kwetsbaar kunnen blijken.

De kunst is volgens Peterson en Behfar om individuele belangen en gemeenschappelijke belangen te onderscheiden en een zorgvuldige risico-afweging te maken.

Positieve en negatieve relaties

Vrijwel alle werkrelaties bevatten positieve én negatieve aspecten. Je kunt spreken van een negatieve relatie als botsende individuele belangen overheersen. Van een positieve relatie is sprake als mensen vooral belangen delen en samenwerken om specifieke doelen te bereiken.

Een positieve relatie lijkt voor iedereen het aantrekkelijkst, maar schijn kan bedriegen. Daarom is het goed om te begrijpen hoe de individuele en de collectieve belangen zich tot elkaar verhouden.

Om daar goed op te kunnen anticiperen onderscheiden Peterson en Behfar vijf typen werkrelaties, waar je als bescheiden pion in het schaakspel van de werkvloer je voordeel mee kunt doen.

1. Conflict

In een rechtstreeks conflict is het in ieder geval helder: jij en je collega hebben botsende belangen, bijvoorbeeld omdat jullie azen op dezelfde functie binnen het bedrijf. In deze verhouding wordt het pleit uiteindelijk beslecht doordat één van de twee partijen volledig krijgt wat hij of zij wil. De ander staat met lege handen.

Het is lastig om de juiste strategie te kiezen: negeer je de concurrentiestrijd, dan loop je kans dat je de kaas makkelijk van je brood laat eten. Collega’s kunnen dat zien als zwaktebod. Maar als je té nadrukkelijk de confrontatie zoekt, loop je het risico dat anderen het gevoel hebben dat ze partij moeten kiezen. En dat pakt lang niet altijd in je voordeel uit.

2. Rivaliteit

In een rivaliserende relatie zijn er uiteenlopende belangen, maar gaat het niet per se om een alles-of-niets-oplossing. Al azen de verschillende partijen wel op hetzelfde doel. Dat vraagt om een subtiele strategie. Door de concurrentiestrijd er te dik bovenop te leggen, kun je irritatie wekken bij de ander. Maar door te voorzichtig te manoeuvreren, kun je in de opgezette val van de ander stappen. En als je je te agressief opstelt, zet je zomaar je eigen reputatie op het spel.

Het verstandigst is hier om de gezamenlijke en individuele belangen te benoemen en te kijken op welke punten je in ieder geval wél kunt samenwerken. Door alert te zijn op onverwachte acties van de ander verstevig je de basis en voorkom je teleurstelling. Als je beiden de oorsprong van de rivaliteit herkent, kun je voor een groot deel de angel eruit halen.

3. Onafhankelijkheid

In het midden van het ‘rivaliteit-coöperatiespectrum’ bevindt zich onafhankelijkheid, waarbij je je afhankelijkheidsrelatie met anderen bewust tot een minimum beperkt. Je gaat een mogelijke botsing met een collega uit de weg, in plaats van op zoek te gaan naar een oplossing. Daarmee voorkom je op korte termijn conflicten, maar op langere termijn loop je het risico geïsoleerd te raken. Beter kun je deze werkrelatie hetzelfde benaderen als een conflict of rivaliteit, zeggen Peterson en Behfar.

4. Coöperatie

In een coöperatieve samenwerking spelen zowel gezamenlijke als individuele belangen. Het is dan verstandig om samen te werken op punten waar beide partijen voordeel bij hebben, en niet de concurrentie aan te gaan waar de belangen uiteenlopen. Door gezonde afstand te bewaren blijven de risico’s dan beperkt. Al is het verstandig om wel meteen afspraken te maken met het oog op eventuele toekomstige veranderingen.

5. Integratie

Bij werkrelaties met veel gemeenschappelijke belangen kan het lonen om te investeren in de onderlinge relatie en integratie van projecten. Als jij bijvoorbeeld sterk bent in klantrelaties en de ander in coaching, kunnen jullie beiden profiteren van een gemeenschappelijke opdracht.

Het enige gevaar is dat het lastig kan zijn om bij te sturen als de belangen verschuiven. Daarom is het essentieel dat je de onderlinge relatie rustig opbouwt en de tijd neemt om elkaars belangen en verplichtingen op waarde te schatten. Dat kan onder meer door gedetailleerde plannen voor verschillende scenario’s te ontwikkelen en procedures zorgvuldig vast te leggen.

werk kantoor relaties

Kortom: conflict is bijna onvermijdelijk

Met welke werkverhoudingen je ook te maken krijgt, de optie om alleen de positieve relaties aan te gaan en de negatieve te vermijden is te simpel. Concurrentie en conflict zijn vrijwel onvermijdelijk. De kunst is om ze op de juiste manier te beheren.

Belangen en doelstellingen kunnen zomaar verschuiven. Relatiebeheer is cruciaal voor een succesvolle carrière, dus pak het grondig aan, adviseren Peterson en Behfar. Dat is het best voor jezelf én je concullega’s.

Tips voor omgaan met collega’s op de werkvloer:

  • Kijk goed wat je belang is en wat de belangen van anderen zijn. Dat bepaalt voor een belangrijk deel de positie die je het best kunt innemen.
  • Het is goed om mee te buigen waar nodig. Maar laat je niet te makkelijk de kaas van het brood eten. Anders sta je met lege handen.
  • Samenwerking op basis van gedeelde belangen lijkt aantrekkelijk, maar wees op je hoede voor verschuivende belangen of verborgen agenda’s.

Lees meer over omgaan met collega’s: