Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Opmars e-book niet meer te stuiten

In 2009 werd in heel Europa voor 23 miljard euro aan boeken verkocht. Toch ziet de toekomst er niet bepaald zonnig uit, nu het e-book recordomzetten haalt.

 

Erger nog: bijna de helft van de mensen die daarop overstapt, zegt nóóit meer een papieren boek te zullen kopen.

De cijfers van de Federation of European Publishers (FEP) zijn indrukwekkend. In 2009, het dieptepunt van de crisis, gingen nog steeds evenveel boeken over de Europese toonbanken als in 2008. De omzet van 23 miljard euro was slechts een fractie lager dan in 2008. ‘Mensen herontdekken de waarde van boeken – en hun value for money – voor allerlei doelen: als geschenk, als middel om vaardigheden te ontwikkelen en zelfs als een manier om de crisis beter te begrijpen – of om hem te vergeten’, verklaarde FEP-voorzitter Fergal Tobin de mooie cijfers.
Sterker nog: de stroom nieuwe boeken lijkt welhaast onstuitbaar. In 2009 kwam het onvoorstelbare aantal van 515.000 nieuwe titels in de boekhandel, dat is omgerekend ongeveer 1 boek per 1.400 Europeanen. De boekuitgeverij biedt bovendien (full time) werk aan zo’n 135.000 mensen.

Opmars onmiskenbaar

Die mensen mogen zich – ondanks de schijnbare crisisbestendigheid van het vak – echter wel zorgen gaan maken. De opkomst van het e-book is immers onmiskenbaar en lijkt nu ineens in een stroomversnelling te raken. De omzet van ebooks bedroeg in de VS in de eerste drie kwartalen van dit jaar ruim 288 miljoen dollar.
Jarenlang leek de online revolutie aan de boekwinkel voorbij te gaan. Waar downloaden de muziekindustrie bijkans de nek omdraaide, en de filmindustrie een aardige klap toediende, leek de boekenwereld het digitale tijdperk moeiteloos te ontlopen.
Die tijd is echter voorbij. De initiatieven om ook het lezen digitaal te krijgen buitelen over elkaar heen. Zo lanceerde Google deze week zijn eBooks, een webwinkel voor digitale boeken, dat al een bibliotheek herbergt van ruim drie miljoen titels. Bijzonder is dat de boeken niet worden gedownload, maar gelezen worden in de cloud; ze blijven dus op de servers van het zoekmachinebedrijf staan, maar zijn wel te lezen via e-lezers, smartphones en tablets.
Webwinkel Amazon kwam onlangs ook al met een nieuwe manier om haar e-books te lezen. Met Kindle for the Web kunnen gebruikers hun digitale boeken nu ook via een webbrowser lezen.

Domino project

Ondertussen werkt internet- en marketinggoeroe Seth Godin aan een manier om het klassieke uitgeefmodel helemaal te omzeilen. Hij heeft, samen met Amazon, het Domino Project aangekondigd. In dit project zullen verschillende auteurs zes boeken gaan schrijven, die door Amazon worden uitgegeven, maar door Godin worden geproduceerd. Hij probeert op die manier de traditionele uitgevers, die hij ooit ‘fundamenteel defect’ noemde, overbodig te maken.
Maar misschien nog wel het meest zorgwekkende voor de aloude boekenuitgever is de consument. Die blijkt volgens een recent onderzoek namelijk helemaal niet zo van papier te houden als vaak wordt gedacht, maar, eenmaal overstag voor het e-book, daar ook meteen niet meer vanaf te krijgen. Van de recente e-bookkopers zegt een bijna onvoorstelbare hoeveelheid van 98 procent daarmee ‘bijzonder tevreden’ te zijn. Ook zegt 42 procent van hen besloten te hebben nooit meer papieren boeken aan te schaffen. En dat blijken vooral heavy users te zijn, gedomineerd door 35 tot 50-jarigen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Slechts één hoop lijkt de boekuitgevers nog te resteren. We worden allemaal elk jaar weer jarig. En elk jaar vieren we weer Sinterklaas en Kerstmis. En zo’n e-book een beetje leuk inpakken en onder de boom leggen, tja, daar moeten ze nog een keer iets op vinden…

Elke week het beste van TechBusiness in de mail? Vraag de nieuwsbrief aan.

Swapfiets verliest directeur na salarisconflict, terwijl nieuwe wet bedrijven straks dwingt boekje open te doen over lonen

Suzanne Berings is vertrokken bij Swapfiets na een conflict over salarisverschillen in de top. Door de discussie aan te zwengelen, wilde de voormalig directeur Benelux juist voorsorteren op wetgeving die werkgevers per 2027 verplicht openheid te geven over salarissen en beloningsverschillen te verklaren.

Foto: Swapfiets

Directeur Suzanne Berings is dan toch vertrokken bij Swapfiets. Dit najaar raakte ze met haar werkgever in conflict toen ze de salarisverschillen binnen het bedrijf probeerde aan te kaarten – in het bijzonder het verschil tussen de top en de laag daaronder, waar zij als managing director Benelux deel van uitmaakte. RTL Nieuws merkte haar vertrek als eerste op.

Volgens Berings zat er een ‘te grote afstand’ tussen de beloningen van de C-level bestuurders en die van de general managers, waarbij de eerste groep vooral uit mannen bestond, en in de tweede juist veel vrouwen zaten. Ze vond haar vergoeding niet in lijn met de ‘leiding en impact van haar rol’ en met de ‘standaarden die de organisatie wil hanteren’. Dat blijkt uit het kort geding waarop de kwestie uitdraaide.

De salarissen zouden in elk geval tot eind 2026 niet worden herzien, omdat Swapfiets verlieslatend is; in 2024 bedroeg het nettoverlies 14,3 miljoen euro. Berings liet het er niet bij zitten. Een paar weken later bracht ze het onderwerp opnieuw bij de ceo ter sprake en stelde ze een extern benchmarkonderzoek voor.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

Niet om salarisverhoging af te dwingen, tekende Quote in de rechtszaal op, maar vanuit bestuurlijke verantwoordelijkheid. Volgend jaar moet in Nederland een wet van kracht worden die loontransparantie en gelijke beloning van mannen en vrouwen moet bevorderen.

Swapfiets, zo redeneerde Berings, kon maar beter goed voorbereid zijn. Berings en Swapfiets reageerden nog niet op het verzoek van MT/Sprout op verdere toelichting.

De betreffende wet vloeit voort uit een Europese richtlijn die drie jaar geleden in werking trad, de Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) diende vorige maand een voorstel in dat deze richtlijn per 2027 moet omzetten in nationale wetgeving.

Wat staat bedrijven concreet te wachten? De belangrijkste maatregel is dat ze meer openheid van zaken moeten geven over hun beloningsbeleid en de criteria die ze gebruiken om salarissen te bepalen. Zo moeten werkgevers voorafgaand aan een sollicitatiegesprek informatie geven over het startsalaris of de salarisschaal. Ook mogen ze sollicitanten niet meer vragen wat zij bij hun vorige werkgever verdienden.

Bewijslast omgedraaid

Medewerkers krijgen op hun beurt het recht om informatie op te vragen over hun eigen salaris en het gemiddelde salaris van collega’s die gelijk of gelijkwaardig werk doen. Dat kunnen ze bijvoorbeeld doen bij vermoedens van ongelijke betaling, zoals een oud-werknemer van Wehkamp een paar jaar geleden overkwam.

Een vrouwelijke jurist in dienst bij de webwinkel had ontdekt dat ze maandelijks 1.000 euro minder kreeg dan een mannelijke collega die hetzelfde werk deed – iemand die bovendien jonger was én minder werkervaring had.

Lees ook: Wat Wehkamp kan leren van de IJslandse methode om de loonkloof te dichten

Maar waar deze vrouw nog zelf moest bewijzen dat ze werd onderbetaald, wordt de bewijslast met de nieuwe wet omgedraaid; straks zijn het de werkgevers die moeten kunnen aantonen dat ze gelijk belonen.

Mochten er verschillen (m/v) zijn die niet te verklaren zijn door objectieve factoren, bijvoorbeeld dat de mannen in een bepaalde functiegroep meer relevante werkervaring hebben, dan moeten bedrijven actie ondernemen om dat gat te dichten. Doen ze dat niet, dan is dat voer voor claims of rechtszaken.

Daarover ging de procedure tussen Suzanne Berings en Swapfiets overigens niet. Op haar voorstel om een loonbenchmark te laten doen volgde een ‘pittig’ telefoongesprek, en vervolgens een schorsing. Volgens haar werkgever had ze ‘aangestuurd op escalatie’ en was daarmee een vertrouwensbreuk ontstaan binnen het management, zo blijkt uit het rechtbankverslag. Berings spande een kort geding aan omdat ze haar werkzaamheden wilde hervatten, en werd door de rechtbank van Amsterdam in het gelijk gesteld.

Rapporteren over de loonkloof

Tussen de vrouwelijke jurist en Wehkamp kwam het tot een schikking: de webwinkel betaalde de ex-werknemer 113.000 euro. In de toekomst kunnen we meer van dit soort rechtszaken verwachten, zeiden experts eerder tegen MT/Sprout. Werknemers die door ongelijk belonen inkomsten zijn misgelopen, hebben namelijk recht op een volledige schadevergoeding.

Met het omdraaien van de bewijslast moeten werkgevers die data natuurlijk wel kunnen voorleggen. Ook dat is in het wetsvoorstel geregeld. Organisaties met 100 werknemers of meer zijn vanaf 2027 verplicht om gegevens over de loonkloof in hun organisatie in kaart te brengen en daarover te rapporteren aan het ministerie van SZW. Bedrijven met 250+ werknemers moeten dat jaarlijks doen, en bedrijven met 100 tot 250 werknemers elke drie jaar. Ondernemingen met minder dan 100 mensen in dienst zijn vrijgesteld van de rapportageverplichting.

Die transparantie is geen doel, maar een middel. Uiteindelijk moet de wet ervoor zorgen dat de gapende loonkloof eindelijk eens wordt gedicht.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Uurloon 10 procent lager

Loondiscriminatie is al sinds 1975 verboden. Toch is het gemiddelde uurloon van vrouwen in Nederland volgens het CBS nog steeds 10,5 procent lager dan dat van mannen – met de kanttekening dat die cijfers niet zijn uitgesplitst naar gelijke beloningen voor gelijk werk.

Dat verschil is deels te verklaren doordat de samenstelling van de verschillende groepen – werkende mannen en werkende vrouwen – verschilt. Mannen zijn oververtegenwoordigd in de hogere leeftijdsgroepen, waar de gemiddelde uurlonen vaak hoger liggen, terwijl jongere vrouwen gemiddeld meer uren werken dan oudere vrouwen.

Tegelijkertijd vertellen de cijfers daarmee ook iets over welke mensen in Nederland vaker de hogere, beter betaalde posities bekleden. Tot hun dertigste verschillen de salarissen van vrouwen en mannen gemiddeld weinig van elkaar, en verdienen vrouwen zelfs iets meer. Maar daarna begint het verschil in uurloon op te lopen, tot 18 procent bij 55- tot 60-jarigen.

‘We zien nog steeds dat vrouwen minder verdienen dan mannen’, zegt minister Vijlbrief daarover. ‘En het lastige is: vaak weten mensen dat niet eens. Dan kun je er ook niet over in gesprek met jouw werkgever.’

Lees ook: Bedrijven moeten straks bewijzen dat ze mannen en vrouwen gelijk betalen – en dat gaat impact hebben