Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Hoe overleef ik het testcircuit?

Intelligentie. Emotionele intelligentie. Spirituele intelligentie. Allemaal manieren, net als de Big Five-persoonlijkheidstest, het enneagram, het assessment en al die andere tests, om te bepalen of u in de smaak valt. MT-hoofdredacteur Jan Dijkgraaf heeft ze, bij gebrek aan persoonlijkheid, stuk voor stuk langs zien komen, er enthousiast aan deelgenomen en geconcludeerd: als ik ooit nog eens bij een managementblad ga werken, dient De Waarheid boven water gebracht te worden! Ziehier: De Waarheid.

Vraag 1

Lieve, lieve lezers en lezeressen,
Ik zeg: -232, -224, -208, -176…
en u zegt:
A – 144
B – 132
C – 112
D – 0

U denkt nu natuurlijk dat er vier opties zijn, maar er zijn er maar twee. U heeft het goed of u heeft het fout. Goed is dat u doorziet dat de reeks -232, -224, -208, -176 een reeks is die afloopt (eigenlijk toeneemt) met achtereenvolgens 8, 16 en 32 en dat het volgende getal van de reeks dús moet aflopen (eigenlijk toenemen) met 64. En -176 min (eigenlijk plus) 64 is -112.
Ik zei dat er twee mogelijkheden zijn (u heeft het goed of u heeft het fout), maar er zijn er in werkelijkheid meer. U kunt namelijk het juiste antwoord hebben gegeven, maar dat kan ook weer op twee manieren: bewust of onbewust. In het tweede geval had u mazzel (25 procent kans). In het eerste geval bent u vermoedelijk in het bezit van een hoog IQ.
Natuurlijk wilt u meer zekerheid in het leven dan ik u kon geven met deze ene vraag, dus we gooien er nog een paar vragen (en goede antwoorden) tegenaan.

Vraag 2

Maak de volgende reeks af: 8, 8, 8, 8, 8, 8, 8, 8, 1, 7, 7, 7, 7, 7, 7, 7, 2, 2…
A 6, 6, 6, 6, 6
B 2
C 9, 9, 9, 9, 9, 9
D geen van de andere antwoorden

Eigenlijk hoort nu een verwijzing te komen naar de laatste pagina óf hoort deze regel op zijn kop te worden afgedrukt, want wij gaan nu onthullen dat het juiste antwoord ‘d’ is – en zo’n verwijzing naar de laatste pagina of zo’n zinnetje op zijn kop is lekker mysterieus, houdt uw aandacht vast en zorgt er bovendien voor dat afkijken lastiger voor u is. Maar goed, aan die flauwekul gaan we u tegen Kerstmis niet blootstellen, het juiste antwoord is ‘d’, want u vindt acht achten, één één, zeven zevens en twee tweeën en bij de antwoorden ‘a’ tot en met ‘c’ vindt u achtereenvolgens vijf zessen, één twee en zes negens en dat is dus geen logische aanvulling op de reeks. Zes zessen zou dat wel zijn geweest, vandaar dat antwoordmogelijkheid ‘a’ geen zes zessen bevatte, wat ook geldt voor antwoordmogelijkheid ‘c’, die geen negen negens bevatte. U merkt: het leven van de IQ-testenmaker is ook niet makkelijk. Maar we gaan rustig verder met bewijzen dat uw IQ skyhigh the limit nadert.

Vraag 3

Als we een vierkant papier hebben en we knippen het met een stalen schaar in twee gelijke stukken en we doen dat met de overgebleven twee stukken telkens weer, hoe vaak kunnen we dan nog knippen?
A 2 keer
B 4 keer
C 8 keer
D in theorie oneindig vaak, in de praktijk hangt het van de grootte van het vierkante papier af hoe vaak precies

Die stalen schaar (waarom staal???) moet u in verwarring brengen en dat geldt eigenlijk ook voor de onjuiste antwoorden. Want u visualiseert natuurlijk meteen zo’n Post-it-velletje en begint denkbeeldig te knippen en snapt meteen dat u pas een probleem hebt als de velletjes papier zo klein zijn geworden dat ze zelfs met een pincet niet meer vast zijn te houden. Antwoord ’d’ dus. Of, denkt uw brein nu, zou het een strikvraag zijn en gaat het om de constructie ‘gelijke stukken’. Uw hoge IQ (toch?) zegt ‘d’, maar toch gaat u twijfelen (en de dommen onder ons vullen dan toch maar ‘a’, ‘b’ of ‘c’ in). Of eh… Snel verder!

Vraag 4

U heeft twee dobbelstenen. Kunt u deze dobbelstenen zodanig op uw bureau leggen dat twee vlakken elkaar beslist raken en er toch negen zijvlakken te zien zijn?
A Ja
B Nee, ik kom op acht zichtbare zijvlakken
C Alleen op een glazen bureau
D Alleen als ik hulpmiddelen mag gebruiken om een opstaande rand te creëren

Oké, de splitsing tussen Dumb en Dumber is nu wel gemaakt, want wie een laag IQ heeft (ja, dames, zonder ruimtelijk inzicht komt u moeilijk aan een hoog IQ) heeft er verder geen zin meer in. En alle anderen wisten binnen een paar seconden dat het geen enkel probleem is met die twee dobbelstenen. Natuurlijk kan dat! Gewoon driedimensionaal denken. Je legt één dobbelsteen op je bureau en de andere er bovenop. Twee vlakken raken elkaar, er zijn er negen zichtbaar.
Maar goed, zoals vrouwen geen ruimtelijk inzicht hebben (een generalisatie, nou en?) hebben mannen vaak moeite met woordjes. Dus hier komen de vragen waar de echte IQ-klantjes zich gaan onderscheiden van de massa der middelmatigheid.

Vraag 5

Straf staat tot misdrijf is als:
A arrestant staat tot politie
B bewaker staat tot gevangenis
C regen staat tot lagedrukgebied
D zon staat tot regen

Precies! Alleen ‘c’ deugt. Straf is het mogelijk gevolg van een misdrijf en regen is het mogelijk gevolg van een lagedrukgebied. Arrestant is niet het mogelijk gevolg van politie, bewaker niet het mogelijk gevolg van gevangenis en zon niet het mogelijk gevolg van regen. Hier, heertjes, komt het aan op taalgevoel. Nog eentje om het af te leren:

Vraag 6

Tuin staat tot schutting als:
A bloempot staat tot bloem
B schilderij staat tot lijst
C band staat tot fiets
D IQ staat tot EQ

En? Heeft u ‘m? De schutting staat om een tuin heen en van de vier antwoordmogelijkheden is de enige die daarmee vergelijkbaar is de lijst. Die zit namelijk om een schilderij heen. Dus is het antwoord ‘b’.
Alles goed? Dan heeft u gegarandeerd een hoog IQ. En mag ik u, mede namens de feestcommissie, van harte feliciteren. Voor wat dat waard is trouwens. Wat wel zeker is: je kunt tot op zekere hoogte beter een hoog IQ dan een laag IQ hebben. Maar let op: net als bij alles waar ‘te’ voor staat, geldt dat ook voor een hoog IQ – ik mocht ooit als gastspreker optreden op een avond van de hoogbegaafdenclub Mensa. Tot dat gezelschap word je, behalve als gastspreker, alleen toegelaten als je IQ minimaal 141 is. Nog nooit zag ik zo veel halve zolen bij elkaar! Maar dat terzijde.

Oké, nu u tot hier bent gekomen (de kersttijd is immers de tijd van het gezellig bij de familie verblijven), gaan we u meteen maar even inwijden in al die andere tests, zodat ze u nooit meer kunnen beschuldigen van
het bezit van eigenschappen die sociaal of
carrièretechnisch onwenselijk zijn.

Vraag 7

Bent u in staat om tegen vastliggende regels in te gaan?
A Ja
B Heel soms
C Alleen stiekem
D Nee
Wakker worden! Hier wordt uw spirituele intelligentie (SQ) getest en daarbij is geen sprake van één goed antwoord. Wel van behoorlijk niet zo prima, niet zo prima, best wel prima en prima antwoorden. In dit geval is ‘b’ best wel prima en ‘a’ helemaal primadeprima.
(Kijk, als u bij een assessment voor een sollicitatie bij een nogal ouderwets, hiërarchisch bedrijf met ‘a’ antwoordt en u denkt dat u op uw spiritualiteit wordt getest: DAT IS NIET WAAR!!! U valt bij deze vraag bij een a’tje bij zo’n bedrijf gigantisch door de mand omdat ze nu eenmaal een knipmes zoeken en niet een non-conformist die daardoor tot de meest briljante ideeën voor zijn werkgever komt. De boodschap: ken uw doelgroep! Gesnopen? Dan gaan we verder.)

Vraag 8

Bent u voor uw gevoel uniek?
A Absoluut
B Best wel
C Een beetje
D Nee

U heeft ’m: primadeprima is antwoord ‘a’ en de rest varieert van ‘best wel prima’ tot ‘niet zo prima’. Voor de spiritueel gehandicapten: antwoord ‘d’ is ‘niet zo prima’ – ook niet bij dat bedrijf dat bij vraag 7 knipmessen zocht trouwens, u mag daar niet uniek zijn, maar u moet dat niet van uzelf weten. Goed, mensen, we gaan knallen!

Vraag 9

Heeft u bij eten, drinken en roken zelfbeheersing?
A Zeker
B Als ik me lekker voel
C Nauwelijks
D Helaas!

Snappen we het systeem? De spiritueel hoogbegaafde heeft hier een a’tje ingevuld en hoe dichter bij de ‘d’, hoe lager het SQ. Wij vinden deze vragen zelf nog wel primadeprima, maar voor de echte hogere sectoren van het spirituele begaafdendom moeten we (sorry, sorry!) nog even door een echt zure appel heen bijten.

Vraag 10

Bent u geneigd om altijd naar het ‘waarom’ te vragen en te zoeken naar fundamentele antwoorden?
A Ja
B Nee


Natuurlijk, natuurlijk, de financial controller antwoordt bij deze vraag misschien ook met ‘a’, maar die doorziet dan – vanwege zijn aangeboren én door zijn werkgever gewenste rechtlijnigheid – de diepere lagen niet. Wie zich hier ten volle bewust is van het zweverigheidslevel van de vraag en toch ‘a’ pakt, heeft een SQ dat helemaal primadeprima hoog is.
Wat je ermee moet? Nou, dan zijn we dus bij het begin van dit verhaal. Je scoort er wellicht mee als je solliciteert bij het zenboedhistisch centrum De Gekleide Asbak in Wapenveld, maar wie een laag SQ heeft, zou zo’n sollicitatie wel achterwege laten. Dus.
Omdat we het zeer waarderen dat u tot hier bent gekomen ook nog een paar vragen voor de leut.

Vraag 11

Zou u een kleine teen af laten zetten in ruil voor uw droombaan?
A Zeker!
B Ligt aan het salaris
C Ik twijfel ernstig
D No way!

Deze vraag, lieve lezers en lezeressen, test uw ambitie. Als u ‘a’ antwoordt (waar is zo’n kleine teen immers voor nodig, hij krijgt vanaf uw vijftigste toch een kalknagel), bent u mateloos ambitieus. Maar mogen wij er nog een kwalificatie aan toevoegen: gewoon licht tot zwaar gestoord ook. Antwoord ‘d’ is totaal ambitieloos, maar wel het bewijs dat u ze allemaal op een rijtje heeft. Dat geldt ook voor ‘b’, want voor geld is immers alles te koop. Zeker de kleine teen.

Vraag 12

Vindt u het belangrijk in welke auto van welk bouwjaar u rijdt?
A Totaal niet
B Alleen tijdens kantooruren
C Alleen privé
D Absoluut!

Dit, u snapt het, is een ijdelheidstest. Hoe dichter bij ‘d’, hoe meer waarde u hecht aan uiterlijk vertoon. Wie ‘d’ invult, is ook zo iemand die geen winkelruit voorbij kan lopen zonder naar zichzelf te kijken en die het heel belangrijk vindt hoe zijn vrouw eruitziet als ze naar de Zeeman gaat. Eh… die woedend wordt áls zijn vrouw naar de Zeeman gaat, want ze mocht eens betrapt worden door de buren. (Wie ‘a’ invult, heeft vermoedelijk ook een afgeladen bureau vol broodkruimels – toch een minpuntje in corporate Nederland.)

Vraag 13

Bent u in staat om uw excuses te maken aan iemand die u niet mag?
A Ik doe het graag
B Ik doe het met moeite
C Ik doe het alleen als het moet van mijn baas
D Ik eet nog liever mijn tong op, niet dus!

Weer zo’n typische testvraag. Een echte imbeciel denkt wellicht dat antwoord ‘a’ het sociaal wenselijk ‘juiste’ antwoord is. Fout gemaakt, glimlach op en rechtzetten die fouten. Maar wij weten beter: antwoord ‘b’ is hier het enig juiste antwoord. Als je er geen moeite mee hebt om zo’n hufter of trut (pardon, megahufter of megatrut) je excuses te maken, ben je schaamteloos. En dat willen we niet. En als je het doet omdat het moet van je baas, val je de baas lastig met jouw privésores – en hij heeft het al zo druk (of zij). En niet je excuses maken maar je tong opeten, dat is gewoon dom.

Vraag 14

Een goede collega wijst u op uw slechte eigenschappen. Wat is uw reactie?
A U barst (bijna) in tranen uit
B U denkt na over zijn kritiek, want (ook) u bent niet perfect
C U legt de kritiek naast u neer
D U vindt de goede collega voortaan een slechte collega

‘B’. Toch?

Goed, mensen, we zijn aan het einde van deze testsessie. Is De Waarheid voldoende duidelijk geworden. Staat u na de kerstvakantie voor een assessement, bent u gehunt voor een nieuwe uitdaging (bah!) of wordt 2007 anderszins het jaar van De Grote Ommekeer en heeft u toch wel wat aan deze 14 testvragen gehad?
Vergeet het!
Er is maar één (1) testvraag echt bepalend voor de vraag of u die nieuwe job krijgt of niet. En hier komt ie:

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Vraag 15

Klikt het met uw nieuwe baas/leidinggevende/manager/werkgever?

En er is maar één (1) antwoord goed: 100 procent. In alle andere gevallen gaat het feest niet door of is het tot mislukken gedoemd.