Het valt niet te ontkennen: op de arbeidsmarkt is op vele niveaus en terreinen de verkoper (van bloed, zweet en tranen) weer aan de macht. De koper ziet het lijdzaam aan. Hij moet dieper in de buidel tasten.
Dat kwaliteit duurder wordt, is geen enkel probleem. Goede medewerkers verdienen zichzelf dubbel en dwars terug. En juist zij weten ook dat er een keerzijde zit aan hun stijgende prijskaartje: ze worden erop afgerekend.
Erger is dat hogere salarissen voor de toppers en toppertjes ook doordringen tot de betaalde vertegenwoordigers van de grijze middenmaat, de heren en dames van de vakbonden. Die zullen de stijging van de vraagprijs van talenten aangrijpen om het hele salarisgebouw een impuls omhoog te geven en werkgevers doen keurig mee. Dat gebeurt niet op grond van zakelijke, maar op grond van emotionele argumenten. Niet omdat er schaarste is, maar omdat er eerlijk gedeeld moet worden. En anders gaan we/ze naar de Dam…
Wie op de middelbare school bij economie een beetje heeft opgelet, kent de consequenties. De kurkentrekker naar economische ellende begint door dat in de jaren ’70 uitgevonden automatisme te draaien.
Het zou goed zijn als de terugkeer van het polderen, waarvoor Balkenende IV toch staat, eens wordt aangegrepen voor een tegendraadse actie: het doorbreken van het salarismechanisme. Sterker: dat hele salarisgebouw moet maar eens worden platgegooid. Als er ooit een moment was (en komt) dat medewerkers de steun van de pamperende vakbonden helemaal niet meer nodig hebben omdat hun product (arbeid) schaars is, is het nu. En straks. En dat geldt ook voor lager opgeleide medewerkers, ja.
Dat de vakbonden zo’n plannetje onzalig vinden, spreekt voor zich vakbondsbestuurders zijn conservatiever dan VVD’ers. Daarom moeten we soepel zijn: we doen het alleen bij bedrijven waar meer dan 50 procent van de medewerkers vrijwillig (!) lid is van zo’n club…



