Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

ASR krijgt met Ingrid de Swart een ceo die thuis is in klassieke literatuur én AI

Pas na haar studie ontdekte Ingrid de Swart haar leiderschapstalent. Maar ja, vind maar eens een managementtraineeship met een diploma Nederlands. Nu wordt ze ceo van ASR, een van de grootste verzekeraars van Nederland. 'Fantastisch dat er aan de top van een AEX-bedrijf ruimte is voor iemand als Ingrid.'

Ingrid de Swart ASR
Financiële zelfredzaamheid is een belangrijk thema voor Ingrid de Swart, zowel persoonlijk als professioneel. Foto: ASR/Elisa Smook

De meeste topbestuurders hebben een achtergrond in economie, rechten of bestuurskunde. Ingrid de Swart (56), op 20 mei benoemd tot ceo van verzekeraar ASR, is literatuurwetenschapper. Ze studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht – schrijver Ronald Giphart en stadsdichter Ingmar Heytze waren jaargenoten – met als specialisatie renaissanceliteratuur.

P.C. Hooft, Joost van den Vondel, Constantijn Huygens – De Swart weet alles van de grootheden uit die tijd. Maar je kunt ook bij haar terecht voor actuelere boekentips. Geert Mak en A.F.Th. van der Heijden zijn twee van haar favorieten, vertelt ze in de podcast Leaders in Finance, onder meer vanwege het ‘prachtige taalgebruik’.

Natuurlijk is iemand die zo belezen is zelf ook goed met woorden, zegt Auke van den Hout, techinvesteerder en managing partner bij alumnifonds Graduate Ventures. Hij leerde De Swart zo’n tien jaar geleden kennen bij de intervisiegroep waarin ze beiden zitten. ‘Wat me al snel opviel, is haar vermogen om de onderstroom binnen de groep te duiden’, zegt hij. ‘Ze ziet niet alleen de feiten, maar ook de gevoelens en emoties die eronder liggen, en ze weet daar de juiste woorden aan te geven. Dat is de neerlandicus in haar.’

Hoog IQ, hoog EQ

De Swart combineert een hoog IQ met een hoog EQ, voegt Kaya de Lange toe, ceo van pensioenuitvoerder BeFrank. ‘Dat is een gouden combinatie, en in de financiële wereld ook best een unieke. Ik vind het fantastisch dat er aan de top van een AEX-bedrijf ruimte is voor iemand als Ingrid. Ze snapt de complexe materie van het verzekeringswezen én hoe je grote groepen mensen moet aansturen. Juist die emotionele intelligentie gaat het verschil maken, denk ik.’

Lees ook: Kaya de Lange (BeFrank): ‘Ik heb geleerd om veel explicieter de leiding te pakken’

De Swart volgt een van de langstzittende ceo’s van Nederland op. Haar voorganger, Jos Baeten, zwaaide ruim twintig jaar de scepter bij de beursgenoteerde verzekeraar. Ze werken sinds 2019 samen, toen De Swart zich als cto en coo bij het bestuur van ASR voegde.

‘Laat ik vooropstellen dat ik niet over mijn eigen opvolging ga’, zegt Baeten. ‘Maar ik heb de raad van commissarissen wel beloofd dat, als het zover was, er goede interne kandidaten zouden klaarstaan. Het was voor mij zonneklaar dat Ingrid een van die kandidaten was. Ik heb haar gepolst om naar ASR te komen omdat ik dacht dat ze hier goed zou passen, maar de rest heeft ze zelf gedaan.’

Baeten kent De Swart al meer dan twintig jaar. ‘We zijn allebei groot geworden in het verzekeringsvak. Ingrid is tien jaar jonger dan ik, maar onze carrières lopen redelijk parallel. Ik heb haar leren kennen toen ze bij Delta Lloyd werkte, net voordat ze de leiding over ABN Amro Verzekeringen kreeg (destijds onderdeel van Delta Lloyd, red.).’

De Swart was toen 39 en op dat moment een van de weinige vrouwelijke verzekeringsbestuurders die al op zo’n jonge leeftijd zware leidinggevende functies bekleedde, zegt Baeten. ‘Ze viel nogal op in een zee van grijze pakken, dat zal ik niet ontkennen. Maar ze bleef me vooral bij omdat ze gewoon een heel leuk mens is. Iemand met wie je niet alleen over het vak kunt praten, maar ook over kunst, over familie. Ze maakt heel makkelijk contact.’

Bleu, maar ook razend nieuwsgierig

Joyce Schroor, die met De Swart studeerde en al bijna veertig jaar met haar bevriend is, moet daar wel een beetje om lachen. ‘Zo was ze toen ik haar leerde kennen niet. Ze was een beetje houterig. Stuntelig. Niet gek ook: ze was achttien toen ze ging studeren, vers van het vwo, en kwam terecht in een groep studenten waarvan er veel wat ouder waren. En dan was ze ook nog de enige Brabo tussen Randstedelingen. Ze had echt een zachte G. Wij dachten: wat hebben we nou aan onze fiets hangen? Ik denk dat ze in het allereerste begin misschien niet echt een leuke tijd heeft gehad.’

Gaandeweg leerden Schroor en haar medestudenten met andere ogen naar het ‘bleue meisje’ met de grote bruine ogen kijken. ‘Ik zag dat ze leergierig en nieuwsgierig was. En slim – haar gedachten gaan razendsnel. Ze is ook zorgzaam. Ze heeft hart voor andere mensen en hart voor wat ze doet. Als ik haar over ASR hoor praten, is wel duidelijk dat dat diep zit.’

Lees ook: Jos Baeten (ASR): ‘Er is niets mis mee om te zeggen dat je het als leider niet weet’

Al duurde het even voor De Swart de leider in zichzelf ontdekte. Dat kwam na haar studie pas, toen ze als afgestudeerd neerlandicus de arbeidsmarkt opkwam – om te ontdekken dat er geen banen waren. Ondertussen moest er wel geld worden verdiend, dus ging ze via een uitzendbureau aan de slag als secretaresse bij het Afval Overlegorgaan (AOO), een platform voor overleg tussen het rijk, provincies en gemeenten over afvalbeheer.

Het duurde niet lang voor ze het secretariaat leidde, en vervolgens ook de voorlichting op zich nam. ‘Nederlandse taal- en letterkunde was eigenlijk haar plan B’, legt Schroor uit. ‘Ze wilde hbo communicatie studeren, maar werd uitgeloot. Als het niet linksom kan, dan maar rechtsom, dacht ze.’

Opnieuw een plan B nodig

Haar volgende baan werd haar eerste echte communicatiefunctie: als consultant hielp De Swart bedrijven in en om de Rotterdamse Haven effectiever met hun teams te communiceren. In de praktijk kwam dat er vooral op neer dat ze managers aan het adviseren was hoe ze beter contact konden krijgen met hun mensen. Daar viel het kwartje definitief: kon ze dit niet net zo goed zelf?

Maar ja, vind maar eens een managementtraineeship met een diploma Nederlands.

Opnieuw was er een plan B nodig: een communicatiebaan in een sector met voldoende geld en ruimte voor professionele ontwikkeling, én mogelijkheden om horizontaal over te stappen. Het moest ook een branche zijn waar mensen centraal staan. ‘Zakelijke dienstverlening lag voor de hand’, zegt De Swart tegen Leaders in finance. ‘Delta Lloyd had net Nuts-Ohra gekocht en zocht een communicatieadviseur die de bedrijven aan elkaar kon smeden. Ik ben die gesprekken ingegaan met één belangrijke voorwaarde: als ik het drie jaar goed had gedaan, zou ik leidinggevende mogen worden.’

Ingrid de Swar
De Swart zocht een baan in een sector met geld en ruimte voor professionele ontwikkeling, én mogelijkheden om horizontaal over te stappen. ‘Zakelijke dienstverlening lag voor de hand.’ Foto: ASR/Eliza Smook

De Swart, geboren in het Brabantse Kaatsheuvel en opgegroeid in Udenhout, was de eerste uit haar familie die ging studeren. Het gezin van vijf – ze heeft een jongere broer en zus – had het niet breed. Haar vader was monteur en ging later graaflaadcombinaties verkopen, maar dat was een onzekere business. Hij verkocht ongeveer zes machines per jaar: twee orders meer of minder maakten het verschil tussen wel of niet ontspannen de kerstdagen in, wel of geen zomervakantie.

Voor de Esprit-jas die De Swart als tiener graag wilde, moest ze zelf werken. Op zaterdagen, in de banketbakkerij tegenover de kerk. ‘Als student had ze ook allerlei bijbaantjes’, zegt Schroor. ‘Studeren is niet goedkoop, maar Ingrid wilde van niets of niemand afhankelijk zijn.’

Eigen boontjes doppen

Zelfredzaamheid – specifieker: financiële zelfredzaamheid – is een rode draad in haar leven. De Swart wil haar eigen boontjes kunnen doppen. ‘In de prins op het witte paard heb ik nooit geloofd’, zegt ze tegen Leaders in Finance. ‘Omdat ik altijd dacht: “Ik kan ook weer van dat paard afvallen en uiteindelijk moet ik het dan zelf regelen.”’

Dat komt natuurlijk ergens vandaan. Haar moeder drukte haar en haar zus al van jongs af aan op het hart hoe belangrijk het is om je eigen geld te verdienen. Zelf moest ze stoppen met werken toen ze in 1969 zwanger werd; doorwerken bij een huwelijk of zwangerschap was in Nederland toen nog bij wet verboden.

Ook in haar professionele leven is het een terugkerend thema gebleken. De Swart gebruikte het podium voor haar verkiezing als Topvrouw van het Jaar 2017 – ze was net bestuurder bij Aegon – om aandacht te vragen voor hulp bij financiële problemen. Een jaar later lanceerde de verzekeraar het Actieplan Financiële Zelfredzaamheid. Bedoeld voor alle Nederlanders, zei De Swart bij de lancering. ‘Maar voor vrouwen in het bijzonder.’

Lees ook: Hoe dicht je de loonkloof? ASR heeft de code gekraakt

‘Als ik naar Ingrid kijk, zie ik een vrouw die haar zaakjes op orde heeft en onafhankelijk wil zijn’, zegt ook Kaya de Lange (BeFrank). ‘In haar werk, voor haar kinderen en voor zichzelf.’

Al komt zijzelf in dat rijtje op de laatste plaats, is Jos Baeten opgevallen. ‘Haar verantwoordelijkheidsgevoel kan haar ook in de weg zitten. Ik heb me nog nooit zorgen gemaakt of ze het allemaal redt – maar wel of ze niet te hard werkt. Ik heb haar weleens het vriendschappelijke advies gegeven om even gas terug te nemen en een paar dagen rustig aan te doen. Al is Ingrid niet iemand die zich naar huis laat sturen.’

Zoeken naar balans

De Lange leerde De Swart kennen als managementtrainee bij Delta Lloyd. ‘Als onderdeel daarvan waren er regelmatig contactmomenten tussen trainees en directieleden’, vertelt ze. ‘Ik vond Ingrid altijd heel benaderbaar, open en eerlijk. Dus ben ik haar ook buiten die momenten gaan opzoeken.’

De Lange heeft veel aan die gesprekken gehad. ‘Zeker toen ik zelf moeder werd, en ik aan Ingrid vroeg hoe zij het moederschap combineert met een drukke baan. Haar advies was om de rollen goed gescheiden te houden. Daarom houd ik bijvoorbeeld elke werkdag tussen 18.00 en 20.00 uur vrij voor mijn gezin.’

Dat klinkt misschien alsof die combinatie De Swart makkelijk zelf altijd is afgegaan, maar het kostte veel tijd en twijfel om die balans te vinden, voegt Schroor toe. ‘Ingrid is snel opgeklommen, maar dat ging af en toe gepaard met onzekerheid. Aan de ene kant wilde ze graag hogerop, aan de andere kant was er altijd de twijfel of ze dan wel een goede moeder was. Hoe hoog de functie ook is, ze heeft de uren altijd om haar kinderen heen proberen te plannen. Daar heeft ze veel moeite voor gedaan.’

Baeten vond het verfrissend. ‘Je gezin is je ankerpunt’, zegt hij. ‘Ik ben kritischer op mensen die geen aandacht hebben voor hun thuissituatie, dan op mensen die daar juist veel aandacht voor hebben.’

Lees ook: Goddank wil Gen Z geen partner worden: liever succes én een gezin dat heel blijft

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Vragenvuur

Als iemand die al ruim 25 jaar meedraait in het verzekeringswezen, heeft De Swart de digitale transformatie van haar sector vanaf het begin meegemaakt. De computer had net zijn intrede gedaan toen ze in 1999 in de financiële wereld begon, vertelt ze aan Managementscope. Haar afdeling had er eentje, mét toegang tot internet. Ze wilde er alles van weten.

De Swart zit bovenop de technologische ontwikkelingen, zegt Auke van den Hout. ‘Ze heeft een technische kennis en inhoudelijke diepgang die ik bij andere ceo’s niet zo snel zie. Eerst was ze volop bezig met digitalisering, nu met wat AI kan betekenen voor ASR. Onlangs was ze daarvoor in Silicon Valley. Zo’n bezoek bereidt ze minutieus voor. Ze weet precies welke bedrijven ze wil bezoeken en wie ze wil spreken.’

Hij somt op: ‘Ze is bij Anthropic, Microsoft, Google en Salesforce geweest. En bij Stanford natuurlijk. Ze heeft ook met mensen van Paypal gesproken.’

Daar komt die nieuwsgierigheid weer naar boven. Van den Hout: ‘We zijn allebei patron van fotomuseum Foam in Amsterdam. Bij studiobezoeken aan de fotografen blijft ze maar doorvragen. Over de cameratechnieken die ze gebruiken, maar ook over hun drijfveren als kunstenaar.’

Dat had ze als achttienjarige al, lacht vriendin Schroor. ‘Toen we elkaar leerden kennen, kon ze een heel vragenvuur op je afschieten. Ik dacht: wat is dit? Waarom wil je alles van mij weten, en weet ik bijna niets van jou? Inmiddels weet ik dat het oprechte interesse is. Ze kan helemaal opgaan in de ander.’