Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Nieuw onderzoek bevestigt trend: helft ceo’s van AEX-bedrijven is niet-Nederlands

Buitenlandse bazen aan de top: het is geen toeval meer, maar een trend. Bij de helft van de AEX-bedrijven staat inmiddels een niet-Nederlander aan het roer, zo blijkt uit een nieuw rapport. Toch vragen bedrijven nog altijd om een Nederlandse ceo, tenzij er een 'betere buitenlander' is.

Alleen in Zwitserland valt de keuze nog vaker op een ceo uit het buitenland. Foto: Getty Images

Wie wordt de nieuwe ceo van Heineken? Als statistieken een goede voorspeller zijn, is de kans groot dat het een niet-Nederlander wordt. Misschien halen ze hem of haar wel uit Frankrijk, gezien de populariteit van Franse topmannen en -vrouwen in Nederland. ASML, ABN Amro, AkzoNobel en Ahold Delhaize hebben er namelijk al één.

‘Het is wel een trend’, zegt Imke Lampe tegen MT/Sprout. Ze is managing partner voor Nederland bij leiderschapsconsultant Heidrick & Struggles en daarmee zoekt ze zelf ook naar dit soort profielen. Nederland ligt goed in de markt bij de Franse executives. Maar deze toppers scoren ook hoog met hun internationale carrières. ‘Het zijn niet typische Fransen, want dat zou met de Nederlandse cultuur best een uitdaging kunnen worden.’

De Fransen zijn veel hiërarchischer, geeft ze aan. ‘Als ze zeggen dat ze naar links gaan, dan zijn ze gewend dat er ook naar links wordt gegaan. De gemiddelde Nederlander gaat dat ter discussie stellen. Die wil naar rechts en wel hierom. Dat zorgt voor een andere dynamiek in de boardroom. Idealiter heeft zo’n ceo al een keertje voor een Nederlandse vestiging gewerkt, met Nederlandse mensen in zijn team, of een tijd in Nederland gewoond of gewerkt. Dat maakt de kans op succes groter.’

Steeds meer buitenlandse ceo’s

Zo’n Franse ceo heeft ook voordelen, hoort ze vanuit de boardroom. ‘Ze nemen eigenaarschap. Ze zijn verantwoordelijk en ze gaan het fixen. Waar het in de Nederlandse cultuur toch vaak meer is van wij. Ik merk dat raden van commissarissen dat ownership als heel plezierig ervaren.’

Botsingen met het typisch Nederlandse poldermodel staan niet alleen Franse ceo’s te wachten. Buitenlandse ceo’s worden steeds meer een dingetje in Nederland. De cijfers bevestigen dat ook. Voor het tweede jaar op rij is het aandeel van buitenlandse ceo’s bij de AEX-bedrijven gestegen: van 39 procent in 2023 naar 50 procent nu.

Alleen in Zwitserland valt de keuze nog vaker op een ceo uit het buitenland. Dat blijkt uit de nieuwste editie van het rapport Route to the top 2026 van Heidrick & Struggles. ‘Zwitserland en Nederland zijn super internationaal’, zegt Lampe. ‘Bij beursgenoteerde bedrijven gaat het toch vaak wat meer om aandeelhouderswaarde dan om samenlevingswaarde. Maar voor de Nederlandse samenleving zouden wat meer Nederlanders goed zijn op deze rollen.’

Lees ook: Zichtbare ceo’s: reputatieboost of risico?

Minder oranjegevoel

Dat sluit aan bij de oproep van Philips-ceo Roy Jakobs, die eerder in het FD zijn zorgen uitsprak over het groeiende aantal buitenlanders aan de top bij Nederlandse bedrijven. ‘Een Nederlandse ceo brengt automatisch het Nederlandse belang mee aan internationale tafels’, aldus Jakobs.

De topman kreeg bijval van onder meer oud-topman van Unilever Antony Burgmans, die vindt dat ‘het oranjegevoel’ in het bedrijfsleven aan het dalen is. Al kwam het hem ook op een uitbrander van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) te staan. Voorzitter Gerben Everts herkent die zorgen niet en wil niet ‘denken in termen van nationalisme’, zei hij op BNR.

Toch krijgt Lampe van elke cliënt nog altijd de vraag: ‘Liefst een Nederlander, tenzij er een betere buitenlander is.’ Daarbij gaat het ook om de beschikbaarheid. ‘We hebben de perfecte Nederlander gevonden, maar die komt pas over twee jaar vrij. Bedrijven moeten nu iemand hebben, het komende jaar. Daar lopen we natuurlijk ook vaak tegenaan. En dan ga je kijken: wat is het beste buitenlandse alternatief? Nederland is uiteindelijk maar een klein landje.’

Spoeling is dunner

De spoeling is echt wel wat dunner geworden, merkt ze op. ‘Nederland heeft, ondanks zijn bescheiden omvang, in het verleden altijd opvallend veel goede leiders voortgebracht. Dat percentage is nu wat lager. Maar dat zijn mijn eigen woorden, dat staat niet in het onderzoek.’

Een van de verklaringen hiervoor ligt ook in het verleden. Nederland had stevige leiderschapsprogramma’s waarin heel wat mensen naar het buitenland werden gestuurd, om zich te ontwikkelen en zo uiteindelijk ceo te worden. Die vanzelfsprekendheid is aan het verdwijnen.

Grote bedrijven als Shell of Unilever zijn inmiddels niet meer Nederlands en bouwen hun ontwikkelprogramma’s af, of halen ze helemaal weg. ‘Uiteraard speelt ook mee dat er tegenwoordig vaker twee partners werken.’

Het is gewoon moeilijker geworden om talenten zo’n heel traject te laten doorlopen. ‘De ervaring leert wel dat je daardoor hele goede leiders ontwikkelt. En als jij ceo bent van een land, dan heb je eigenlijk vaak toch een beetje je eigen toko. Waardoor je superveel leert over hoe je een organisatie van A tot Z runt.’

Lees ook: Deze 6 hardnekkige mythes houden vrouwen buiten de boardroom

Impact op hele ecosysteem

Jakobs vreest dat de impact van niet-Nederlandse ceo’s op het hele ecosysteem te voelen zal zijn. Dat herkent Lampe ook, maar dat is ook logisch, geeft ze aan. Als er in het verleden goed is samengewerkt met een Franse of Britse partner, dan zal die ook in Nederland worden uitgenodigd. ‘Het gaat toch uiteindelijk om vertrouwen in elkaar; ga je kunnen leveren? Net als met Nederlanders onderling is dat ook met Fransen onderling.’

Ze vindt het positief dat in de boardroom steeds meer een hang naar Europese partijen ontstaat. ‘Dat is een levendige discussie momenteel en dat komt door alle geopolitieke spanningen. De board wil zich steeds minder afhankelijk maken van grootmachten zoals de VS en China.’

En over vertrouwen gesproken: niet-Nederlandse ceo’s nemen ook hun vertrouwelingen mee naar hun nieuwe werkgever. Het directieteam zal meestal snel worden aangepast. ‘Zo gaat dat in elke cultuur, ook een Nederlander die in het buitenland wordt benoemd tot ceo doet dat.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Feeling behouden

Het is belangrijk om in elk leiderschapsteam een aantal Nederlanders te behouden, vindt Lampe. In de raad van bestuur of in de raad van commissarissen, en liefst in beide. ‘Om die feeling met de Nederlandse maatschappij, politiek en dergelijke te houden. Je moet iemand hebben met dat lijntje naar Den Haag of VNO-NCW. Dat is essentieel om succesvol te kunnen zijn als bedrijf.’

Lampe benadrukt dat het bij de keuze van ceo’s puur om kwaliteit en competenties gaat. Die geven uiteindelijk de doorslag. ‘Ben je flexibel, kun je snel leren, heb je een bepaalde veerkracht? Kun jij je leiderschapsteam meekrijgen? En heb je een bepaalde visie die je ook kunt overbrengen? Dat is waarom mensen worden benoemd in deze rol. Als we dat als Nederland belangrijk vinden, dan moeten we mensen daar ook in ontwikkelen.’

Daar kunnen bedrijven maar beter snel aan beginnen, zo blijkt ook uit het onderzoek. Interne kandidaten wacht een fors langere route naar de top, vergeleken met onze buurlanden. Daar zit het gemiddelde op negen jaar. Dat was in Nederland tot 2023 ook zo, maar vandaag is dat opgelopen naar bijna vijftien jaar.

‘Maar de leeftijd van ceo’s is nog steeds 50 jaar, wat gemiddeld is in Europa’, zegt Lampe. ‘Dus als jij op je 35ste beslist dat je ceo wil worden, kan het nog vijftien jaar duren voordat je die stoel te pakken hebt. En buitenlandse ervaring blijft daarbij een grote plus.’

Lees ook: De ceo’s die alles kan en eindeloos meegaat? Vergeet het maar