Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Werknemers willen verduurzaming, maar vrezen werkdruk en label klimaatactivist: ‘Wij willen die middengroep overtuigen’

Tweederde van de werknemers vindt dat hun werkgever meer moet doen om te verduurzamen en wil daar graag bij helpen. Medewerkers voor onze Toekomst wil die ‘stille meerderheid’ mobiliseren. ‘Niet om te gaan staken of ontslag te nemen, maar om zoveel mogelijk ruimte te krijgen om met duurzaamheid aan de slag te gaan.’

Arjan Keizer
Medewerkers kunnen meer invloed uitoefenen op de duurzame koers van een bedrijf dan ze denken, zegt oud-Shell-man Arjan Keizer. Foto: Medewerkers voor onze Toekomst

Mensen zijn geneigd om zich in groepen te voegen naar de sociale norm. Of beter gezegd: naar wat ze dénken dat de sociale norm is. Pluralistic ignorance, in jargon. Vooral in het corporate bedrijfsleven is dat fenomeen hardnekkig. Dat staat verduurzaming in de weg, stelt Arjan Keizer, medeoprichter en voorzitter van Medewerkers voor onze Toekomst (MvoT).

Hij ziet bijvoorbeeld dat medewerkers duurzame alternatieven niet bespreekbaar durven te maken, uit angst dat er geen draagvlak voor is. ‘Maar wat nou als je met zes mensen in een vergadering zit en degenen links en rechts van je er precies hetzelfde over blijken te denken? Dan ben je ineens met drie en kun je gewicht in de schaal leggen.’

Keizer richtte Medewerkers voor onze Toekomst afgelopen september op met onder meer Mathieu Baas (CSR officer bij TNO), Hein Brekelmans (nu nog duurzaamheidsexpert bij ABN Amro, hij stapt binnenkort over naar Triodos) en Wouter Lut (project lead sustainable finance bij ING) om die ‘stille meerderheid’ zichtbaar te maken. MvoT heeft nu circa 2.000 volgers op Linkedin; ruim 350 mensen hebben een profiel aangemaakt.

Lees ook: ‘Veel werknemers maken zich zorgen om het klimaat, maar willen niet als activist worden gezien’

‘Want je hoort ze bijna nooit’, zegt Keizer. ‘Intern niet, extern niet. Als medewerkers publiekelijk al iets mogen zeggen, moet dat via de persafdeling. En het beeld wat daar naar buiten wordt gebracht, komt niet per definitie overeen met wat medewerkers zelf vinden.’ 

Tweederde werknemers bezorgd om klimaat

Waar zijn medeoprichters moeten schakelen met de communicatieafdelingen van hun werkgevers als ze interviews geven, kan Keizer een stuk vrijer praten. Hij is niet namelijk niet meer aan een bedrijf gebonden. Tot april 2025 werkte hij bij Shell, maar hij vertrok omdat hij zich niet meer kon vinden in de koers van het bedrijf. Voor Shell werkte hij als consultant bij McKinsey.

Arjan Keizer
Arjan Keizer vertrok bij Shell omdat hij zich niet meer kon vinden in de koers. ‘Ik mist de urgentie aan de top.’ Foto: Medewerkers voor onze Toekomst

Als ex-McKinseyaan weet hij: als je iets wilt agenderen, heb je keiharde data nodig. ‘We wisten dat er in het corporate bedrijfsleven veel mensen rondlopen die zich, net als wij, zorgen maken over het klimaat. Maar hoe groot die groep was, daar hadden we geen zicht op. Nu wel.’

In samenwerking met onderzoeksbureau Populytics deed Medewerkers voor onze Toekomst onderzoek onder ongeveer 1.500 Nederlandse werknemers. Tweederde komt uit de eigen groene achterban (963 mensen, voor 97% theoretisch opgeleid), de rest bestaat uit een ‘representatieve groep van doorsnee Nederlanders’ (583 mensen, voor 40% theoretisch opgeleid). Om vertekening van de resultaten te voorkomen, zijn de resultaten van die laatste groep in het onderzoek als uitgangspunt genomen.

Wat blijkt: ook buiten de groene bubbel van de oprichters maken werknemers zich zorgen over het klimaat. Ruim tweederde (68%) wil helpen hun bedrijf een groenere kant op te sturen: door met collega’s draagvlak te creëren voor duurzame besluiten en investeringen bijvoorbeeld (19%), door vaker de fiets of het ov te pakken voor werk (18%) of door vragen te kunnen stellen aan leidinggevenden over de keuzes en strategie (16%).

Cruciale info in voetnoten

Want ze vinden dat bedrijven nu niet genoeg doen. Een derde van de ondervraagden stelt dat hun werkgever zich groener voordoet dan het bedrijf in werkelijkheid is. ‘In duurzaamheidsrapportages worden groene initiatieven bijvoorbeeld groot uitgemeten, met mooie foto’s en alles’, vertelt Keizer. ‘Terwijl echt belangrijke punten in subtiele zinnetjes en voetnoten worden weggestopt. Je moet een expert zijn om zo’n rapport goed te kunnen doorgronden.’

Neem zijn oud-werkgever Shell, die bakken kritiek kreeg op de twee jaar geleden gepresenteerde Energy Transition Strategy. Dat liep over van de verwijzingen naar het streven om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Maar er stond ook in dat het bedrijf de CO2-reductiedoelstelling van 45 procent over scope 1, 2 en 3 voor 2035 volledig overboord gooit.

Alleen was dat slechts op twee plekken in de tekst te lezen, waarvan één keer in kleine lettertjes in een voetnoot.

Lees verder op Change Inc.: Greenwashing Shell verzakt van doortrapt en frustrerend naar ronduit gênant

Op Shells ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn, heeft Keizer ook wel het een en ander aan te merken. ‘In een ander rapport stond, ook in een voetnoot, een disclaimer bij die doelstelling. Namelijk dat de maatschappij dan óók net-zero moet zijn. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Dus dan weten we eigenlijk nu al dat Shell die doelstelling hoogstwaarschijnlijk ook niet gaat halen. Eén van de redenen dat ik er ben vertrokken, is het gebrek aan urgentie in de top. Als je ziet dat bestuurders het echt belangrijk vinden, kun je er wel op vertrouwen dat het net-zero target misschien wel gehaald gaat worden. Dat gevoel had ik nu niet.’

Spelregels van het kapitalisme

Het echte gesprek over wat daarvoor nodig is, wordt volgens Keizer niet tot nauwelijks gevoerd. ‘Hoe krachtig zou het zijn als een ceo publiekelijk zou zeggen: “Ik maak me zorgen over het klimaat. Er is meer actie nodig, want we zijn niet on track om onze doelen te halen.” Dat gebeurt nu gewoon niet.’

Hij weet ook waarom. ‘Allereerst willen aandeelhouders – specifieker: Amerikaanse aandeelhouders – het niet horen. Die eisen rendement op de korte termijn, terwijl groene investeringen vaak pas op de lange termijn renderen. Er moet gewoon een businesscase zijn. Ja, Shell maakt miljardenwinsten. Maar het bedrijf kan die miljarden niet in verduurzaming steken als daar verlies op wordt gemaakt. Want het is niet hun geld, hè? Dat zijn helaas de spelregels die we met elkaar hebben afgesproken in het kapitalisme.’

Oprichters Medewerkers voor onze Toekomst
Vier van de oprichters (v.l.n.r.): Wouter Lut (ING), Mathieu Baas (TNO), Arjan Keizer (ex-Shell) en Hein Brekelmans (ABN Amro). Foto: Medewerkers voor onze Toekomst

Dat speelt niet alleen Shell parten, maar ook bedrijven als Unilever, nuanceert Keizer. ‘Ik vind het belangrijk dat het niet alleen over Shell gaat. Dit is een systeemprobleem.’

Hij is teleurgesteld dat er in het rapport Wennink zo weinig aandacht was voor het herzien van deze ‘spelregels’. ‘Ik deel Wenninks probleemanalyse, maar in het rapport is soms wel voor de makkelijke uitweg gekozen. Ik mis een visie op hoe we het kapitaal in dienst kunnen stellen van verduurzaming en het maatschappelijk belang.’

Geitenpaadjes zoeken

Tweede reden voor de zwijgzaamheid van ceo’s is de angst voor rechtszaken. ‘Klimaatzaken zijn belangrijk om een systeemverandering te versnellen’, zegt Keizer. ‘De zaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat is een goed voorbeeld. Maar na overheden worden nu individuele bedrijven aangepakt. Gevolg: die bedrijven worden risicoavers. En als ze niets meer zeggen over de doelen uit het Parijsakkoord en of die nog wel of niet meer gehaald kunnen worden, helpt dat niet op het onderwerp bij de politiek op de agenda te houden.’

Een mens zou van minder moedeloos worden. Als de aandeelhoudersbelangen zo sterk zijn, wat kunnen werknemers dan doen?

Heel veel, zegt Keizer. ‘Bij Shell heb ik gepleit voor de overname van een bedrijf dat laadinfrastructuur bouwt voor elektrische bussen en vrachtwagens. Ik wist: dat gaat de toekomst worden. Toen Shell vroeg of de organisatie daarin mee moest gaan of niet, heb ik in de businesscase de synergieën aan de saleskant meegenomen en het reputatierisico ingeprijsd, de consequenties als we het niet zouden doen. Dat had ik ook niet kunnen doen, maar daarmee werd het plaatje veel positiever – en is die overname er uiteindelijk gekomen.’

Hij wil maar zeggen: medewerkers die echt willen, gaan geitenpaadjes zoeken om te zorgen dat groene projecten van de grond kunnen komen. ‘Ook als dat niet vanzelfsprekend is.’

Label ‘klimaatactivist’

En om terug te komen op de ‘stille meerderheid’: er zit kracht in die aantallen. Want uiteindelijk zijn de medewerkers degenen die voor de mooie financiële resultaten voor de aandeelhouders zorgen. Als zij overstappen naar een ander bedrijf omdat hun eigen werkgever te weinig aan duurzaamheid doet – iets wat 30 procent van de respondenten in zo’n geval zegt te overwegen – heb je een verhaal waarmee je als ceo kunt aankomen bij je aandeelhouders. Keizer: ‘Als medewerkers beginnen op te stappen, is dat een argument waarmee je in elk geval iets van druk kunt zetten.’

Lees ook: Vergeet Milieudefensie, Shell heeft een groter probleem als medewerkers uit onvrede weglopen

Vooropgesteld, vervolgt hij: dat is niet het doel van zijn beweging. ‘We roepen mensen niet op om te gaan staken of ontslag te nemen. Wij willen juist dat ze binnen de bedrijven waar ze werken zoveel mogelijk ruimte krijgen, of voelen, om met verduurzaming aan de slag te gaan. Dat is nu niet zo; tweederde van de medewerkers ervaart barrières. Zoals een hoge werkdruk, gebrek aan psychologische veiligheid of de angst om als ‘klimaatactivist’ te worden bestempeld.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dat label heeft Keizer in zijn tijd bij Shell vaak opgeplakt gekregen. Vond hij soms lastig. ‘Omdat ik mezelf juist als gebalanceerde professional zag’, zegt hij. ‘Iemand die opereerde binnen de realiteit van de business.’

Medewerkers voor onze Toekomst deelt het ‘gevoel van urgentie’ met klimaatactivisten, maar kijkt volgens hem anders naar de oplossingen. ‘Activisten hebben zeker een belangrijke rol in het debat, maar de huidige klimaatbeweging bereikt misschien 10 procent van de mensen. Terwijl we voor een sociaal kantelpunt 25 procent van de maatschappij nodig hebben. Wij willen die middengroep overtuigen om mee te doen. Door constructief te zijn en oog te hebben voor de realiteit.’