Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Bedrijven rekenen voor klimaatplannen met te rooskleurige scenario’s – en dat gaat pijn doen

Nederlandse bedrijven zijn veel te optimistisch als het om hun klimaatplannen gaat. Dat concludeert EY op basis van een onderzoek onder vijftig grote organisaties. Die stoten in 2050 mogelijk tot drie keer meer uit dan ze in hun eigen plannen voorschotelen.

Klimaatplan EY
Veel grote bedrijven hebben wel een klimaatplan, die zijn vaak niet realistisch, stelt EY. Foto: Getty Images

Het is de zevende keer dat EY de klimaatstrategieën van grote Nederlandse bedrijven evalueert. Dit jaar werden vijftig organisaties langs de meetlat gelegd, verdeeld over tien sectoren, waaronder landbouw, transport, finance en energie. Namen worden niet genoemd, wel meldt het adviesbureau dat ze ‘strategisch relevant’ zijn binnen hun sector.

Eerst het goede nieuws, want steeds meer bedrijven hebben een klimaattransitieplan. Het gaat om 58 procent van de onderzochte organisaties, tegen 50 procent een jaar eerder. Minder positief is dat slechts een derde van de bedrijven de groene plannen concreet onderbouwt: welke doelen zijn gesteld, welke acties daaraan zijn verbonden en hoe de plannen worden gefinancierd.

Lees ook: Nee, bedrijven laten hun groene doelen niet vallen. Ze praten er alleen veel minder over

Al blijft dat laatste een knelpunt. Slechts 27 procent van de bedrijven rapporteert over de investeringen en operationele uitgaven die nodig zijn voor de uitvoering van de groene plannen. Zonder is het lastig om te beoordelen of de plannen haalbaar zijn.

Vooral laaghangend fruit

Verder valt op dat de plannen langetermijnvisie missen. De meeste maatregelen zijn gericht op het laaghangende fruit: efficiënter met energie omgaan, meer groene stroom inkopen. Daar zien bedrijven volgens het rapport de meeste kansen. Maar weinig organisaties overwegen meer transformatieve maatregelen, zoals een kritische blik op het eigen product of businessmodel, of het hervormen van de supply chain.

Banken en verzekeraars doen het volgens EY het best. Van de organisaties die werden getoetst had 80 procent een plan, waarvan 60 procent het had uitgewerkt. De landbouw-, voedsel- en energiesector komen niet verder dan 33 procent.

Maar ook op de plannen die er liggen is kritiek. Volgens Taco Bosman, partner bij EY, zijn die ‘niet realistisch’. Bedrijven zijn voor het terugbrengen van hun uitstoot vaak afhankelijk van andere partijen in de keten en ontkomen dus niet aan schattingen, stelt hij in een toelichting. Alleen gaan ze daarbij vaak uit van het meest optimistische scenario.

Neem het energieverbruik. Bedrijven hebben wel een paar knoppen waaraan ze zelf kunnen draaien, energie besparen is er een. Maar verder zijn ze sterk afhankelijk van de snelheid waarop het elektriciteitsnet wordt vergroend en verzwaard.

Woorden versus daden

Hoe dat tijdpad eruitziet? Het Internationaal Energieagentschap heeft twee scenario’s voor 2050: het announced pledges– (APS) en het stated policies-scenario (STEPS). Het eerste is gebaseerd op de plannen van landen, ongeacht of die in wetten zijn gegoten of niet, de tweede op wat er daadwerkelijk in beleid is vastgelegd. Mooie woorden versus daden, zou je kunnen zeggen. Bedrijven rekenen bij de afbouw van hun CO2-uitstoot veelal met het eerste scenario, terwijl het tweede volgens EY een stuk realistischer is.

Lees ook: China’s greep op kritieke grondstoffen bedreigt de wereldwijde energiezekerheid

Dat betekent dat bedrijven in 2050 mogelijk drie keer meer uitstoten dan ze in hun eigen plannen voorschotelen. Dat is niet alleen desastreus voor het klimaat; organisaties kunnen daar zelf ook last van krijgen. Bosman: ‘De huidige transitieplannen kunnen bedrijven blootstellen aan aanzienlijke risico’s.’

Zo wordt CO₂-uitstoot binnen het Europese emissiehandelssysteem steeds zwaarder belast. Daarnaast krijgen burgers en non-profitorganisaties steeds meer juridische mogelijkheden om grote vervuilers verantwoordelijk te stellen voor de CO2 die ze de atmosfeer in pompen.

Buiten de invloedssfeer

Aanvullend punt van kritiek is dat bedrijven in hun duurzaamheidsrapportages veel te stellig zijn. Emissiereducties worden vaak als vaste waarden gepresenteerd. Terwijl het door alle onzekerheden waarmee de duurzame transitie is omgeven – onzekerheden die zich meestal buiten de invloedssfeer van bedrijven bevinden, bovendien – onmogelijk is om daar keiharde cijfers op te plakken.

Want hoe zit het naast de beschikbaarheid van groene stroom met die van waterstof, en hoe gaan de prijzen zich ontwikkelen? Zijn er straks genoeg duurzamere grondstoffen beschikbaar, zoals groen staal of koolstofarme meststoffen? En stel dat dat leidt tot duurdere producten, accepteert de consument dat?

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Bandbreedtes zijn volgens EY een stuk realistischer, daarnaast is de transparantie over de onzekerheden waarmee bedrijven worstelen volgens de firma ver te zoeken.

Organisaties moeten nu actie ondernemen, waarschuwt Bosman. Anders zouden de gevolgen zomaar eens heel vervelend kunnen worden. Klimaatdoelen missen kan een dure grap worden, reputatieschade ook. Hij pleit voor realistischere actieplannen met scenarioanalyses. ‘Zo kunnen bedrijven tijdig corrigerende maatregelen nemen, mochten de huidige inspanningen tekortschieten.’