In verwachting van gelijke behandeling. Zo heet de studie van het wetenschappelijke onderzoeksbureau SEO naar de omvang van zwangerschapsdiscriminatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. De resultaten laten zien dat we zover nog lang niet zijn. Bijna de helft (44 procent) van de vrouwen die tijdens hun zwangerschap werkten of werk zochten, heeft vermoedelijk zwangerschapsdiscriminatie meegemaakt.
Dat aandeel is niet alleen hoog, het is de laatste jaren bovendien nauwelijks veranderd. Uit eerdere onderzoeken van het College van de Rechten van de Mens blijkt dat het percentage al jaren op dit niveau schommelt. In 2012 was het 45 procent, in 2016 en 2019 daalde het iets naar 43 procent, om in 2025 weer licht te stijgen naar 44 procent.
Bij wet verboden
Zwangerschapsdiscriminatie is in Nederland bij wet verboden. Het wordt beschouwd als onderscheid op grond van geslacht, en is daarmee in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).
Voor werkgevers betekent dat concreet dat ze het feit dat iemand zwanger is – of moeder, of kinderen wil – niet mogen meewegen bij personele beslissingen. Het besluit om iemand aan te nemen of promotie te geven bijvoorbeeld, of bij het wijzigen of beëindigen van contracten.
Lees ook: Gelijke kansen? ‘Nederlandse vrouwen worden in hun carrière ingehaald rond hun 30ste’
Alleen kent bijna tweederde (63 procent) van de werkgevers de regels niet goed. Emma Lok, directeur van vrouwenrechtenorganisatie Women Inc., ziet een mismatch tussen de intenties van bedrijven en hun feitelijke kennis. ‘Ze vinden gelijke behandeling heus belangrijk, maar weten simpelweg niet wat wel en niet mag. Het takenpakket van een zwangere werknemer eenzijdig aanpassen bijvoorbeeld; veel werkgevers schrikken als ze horen dat dat wettelijk verboden is.’
Lastig om vinger op te leggen
Dat maakt het lastig om er goed de vinger op te leggen, vult Barbara van der Veen aan, arbeidsrechtadvocaat bij Van Doorne. ‘Het zit vaak in kleine dingen. Een beoordeling die net iets lager uitvalt, in het jaar dat iemand moeder is geworden, of het uitstellen van een salarisstap of promotie. Een opleiding die pas later mag worden gevolgd. Daarom is het aandeel ook zo hoog. Het is een wijdverspreid probleem, het manifesteert zich in verschillende situaties.’
Vrouwen herkennen de signalen zelf ook niet altijd. De onderzoekers legden de 1.156 respondenten, vrouwen die in de afgelopen vier jaar zijn bevallen, ook situaties voor waarin sprake was van zwangerschapsdiscriminatie, zonder het expliciet zo te noemen. Daaruit blijkt dat slechts 42 procent van de mensen die zwangerschapsdiscriminatie ervoer, dat als zodanig herkende. Daar zit wel een stijgende lijn in: in 2012, bij de eerste meting, was dit nog 28 procent.
Meer zichtbare voorbeelden zijn er ook. Zwangere vrouwen zijn het kwetsbaarst als ze solliciteren of een tijdelijk contract hebben. Ongeveer de helft (48%) krijgt hier tijdens sollicitaties mee te maken. Werkgevers die informeren naar een zwangerschap of kinderwens bijvoorbeeld, terwijl zulke vragen expliciet verboden zijn. Een derde van de vrouwen zegt dat de baan om die reden aan ze voorbij is gegaan. Vier van de tien vrouwen met een contract dat tijdens of vlak na hun zwangerschap afliep, geven aan dat dat werd beëindigd of niet naar een vast contract omgezet.
‘Duur en een risico’
Werkgevers vinden zwangere vrouwen namelijk maar lastig. Bijna de helft stelt tegen ‘praktische knelpunten’ aan te lopen, de personeelsplanning bijvoorbeeld. Hoewel het UWV het verlof vergoedt, blijven werkgevers een zwangere werknemer als kostenpost zien omdat ze vervanging moeten regelen, zegt Van der Veen.
‘Zeker bij bedrijven waar veel vrouwen werken, is dat een continu planningsvraagstuk. Naast het zwangerschapsverlof vergoedt het UWV het betaald ouderschapsverlof van negen weken deels, tot 70 procent. Werkgevers kunnen ervoor kiezen om dat aan te vullen omdat een deel van de werknemers, vooral de vader, die weken nu niet opnemen. Ook dat betekent extra kosten.’
Lees ook: De economie draait op onbetaald werk van vrouwen: ‘Een vrouwenstaking? Lijkt me fantastisch’
Maar in de kern is zwangerschapsdiscriminatie geen kostenkwestie, stelt ze. ‘Het voornaamste probleem zijn de – al dan niet onbewuste – vooroordelen die kleven aan vrouwen die zwanger zijn of moeder worden. Het hardnekkige idee dat ze een risico zouden vormen vanwege een verhoogde kans op uitval, of omdat ze minder inzetbaar zijn. Moeders zouden minder flexibel zijn, minder ambitieus, minder bereid om hard te werken. Dat zie je ook terug bij zo’n voorbeeld dat er tijdens het zwangerschapsverlof verantwoordelijkheden bij iemand worden weggehaald zonder ze later terug te geven, en zonder overleg.’
Dat komt omdat de fulltime werkende man nog steeds de norm is op de arbeidsmarkt, vult Emma Lok (Women Inc.) aan. ‘Iedereen die daarvan afwijkt, wordt als risico gezien.’ Die norm – de man als kostwinner, de vrouw thuis met de kinderen – is al lang en breed achterhaald, maar heeft nog steeds gevolgen voor de economische positie van vrouwen, ziet ze. ‘In Nederland daalt het inkomen van vrouwen na de geboorte van hun eerste kind met gemiddeld 35 procent. Dat wordt de babyboete genoemd. Terwijl vaders juist meer gaan verdienen.’
Collectief probleem
Schrijver Dionne Maria Hallegraeff, verbonden aan vrouwenrechtenbeweging Dolle Mina in Amsterdam, wijst er daarnaast op dat zwangerschapsdiscriminatie onterecht als individueel probleem wordt gezien.
‘In de publieke opinie worden het zwangerschapsverlof en het faciliteren van ouderschap vaak teruggebracht tot een zakelijke beslissing. Het kost te veel geld, wordt dan gezegd, zeker van kleinere bedrijven zou je niet kunnen verwachten dat ze dat dragen, en waarom zou het collectief moeten betalen voor een individuele levenskeuze?’
Die redenering klopt alleen niet, zegt ze. ‘Alsof een zwangerschap een overbodige luxe is, en het zwangerschapsverlof een soort sabbatical. Nee – het is een maatschappelijke investering. De maatschappij heeft die kinderen nodig. Qua vergrijzing staan we nu al in het rood, en tegen 2040 hebben we nog maar 2,1 werkenden per gepensioneerde. Dat is een probleem in een stelsel waarin de werkenden de pensioenen van de gepensioneerden betalen. Tegen die tijd hebben we ook 700 duizend zorgmedewerkers nodig, die moeten ergens vandaan komen. Het is helemaal niet logisch om mensen die kinderen krijgen af te straffen. We moeten ze juist aanmoedigen.’
Bedrijven hebben volgens Hallegraeff ook de morele verplichting om goed voor hun medewerkers te zorgen. Daar profiteren de organisaties zelf ook van, vult Lok aan: ‘Ze snijden zichzelf in de vingers. De technische sector klopt nu bijvoorbeeld bij ons aan met de vraag hoe ze een betere werkgever kunnen worden voor vrouwen. In een krappe arbeidsmarkt kunnen bedrijven het helemaal niet veroorloven om mensen uit te sluiten.’



