Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

De economie draait op onbetaald werk van vrouwen: ‘Een vrouwenstaking in Nederland? Ik zou het fantastisch vinden’

Van peperdure kinderopvang tot designdraagzakken; rondom het ouderschap is een hele industrie ontstaan, signaleert econoom Sophie van Gool. Waarbij iedereen financieel profiteert, behalve de moeder. 'Ik heb vrouwen nog nooit horen zeggen: het valt een beetje tegen allemaal, ik geef mijn mamadag weer terug.’

Sophie van Gool
Moeder worder leerde Sophie van Gool hoe diepgeworteld de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is. 'Trek het verlof gelijk en dan komt het goed, dacht ik eerst.' Foto: Lilian van Rooij

Op 24 oktober 1975 kwam IJsland tot stilstand. Banken, fabrieken en winkels moesten sluiten. Scholen en kinderdagverblijven gingen dicht. Een lockdown of nationale ramp? Nee, 90 procent van de IJslandse vrouwen had het werk voor een dag neergelegd. Ál het werk.

De actie heette Women’s Day Off, maar de meeste mannen herinneren zich de dag als ‘Lange Vrijdag’. Vrouwen gingen niet naar hun werk, zorgden niet voor hun kinderen, wasten niet en kookten niet. Dus bleven de vaders zelf maar thuis of namen ze hun kinderen mee naar kantoor. Waar ze niets gedaan kregen, omdat het niet lukte om ze stil te houden.

In de supermarkt waren die avond alle worstjes uitverkocht, want die waren makkelijk te bereiden.

De maandag erop was alles weer als vanouds. Maar de boodschap was duidelijk: de economie, wilden de actievoerders laten zien, draaide grotendeels op de onzichtbare en onbetaalde arbeid van vrouwen. Econoom, schrijver en FD-columnist Sophie van Gool maakt hetzelfde punt in haar recent verschenen boek Je kind is een goudmijn. Met als veelzeggende ondertitel: Waarom iedereen verdient aan je kind behalve jij.

Genoeg om voor te strijden

Van de fertiliteitsindustrie tot makers van dure kinderwagens en designdraagzakken; rondom het ouderschap is een hele industrie ontstaan, signaleert ze. Waarbij iedereen financieel profiteert, behalve de moeder.

Vijftig jaar na Women’s Day Off is er dus nog genoeg om voor te strijden. Zeker in Nederland. ‘Ik denk dat zo’n staking hier wat lastiger te organiseren is dan in IJsland, want daar woonden in de jaren ‘70 nog geen 300.000 mensen’, lacht ze. ‘Maar het lijkt me fantastisch als dit ook in Nederland zou gebeuren.’

Met haar eerste boek, Waarom vrouwen minder verdienen, spoorde Van Gool werkgevers en beleidsmakers aan om de hardnekkige loonkloof aan te pakken.

‘Ik heb altijd gedacht dat het qua gelijkwaardigheid allemaal best goed geregeld was in Nederland’, vertelt ze. ‘Tot ik als consultant op de Zuidas ging werken. Bij de Boston Consulting Group, mijn eerste baan. In het begin had ik het niet zo door, maar naarmate ik er langer werkte, begonnen me bepaalde patronen op te vallen. Dat ik altijd de enige vrouw in het team was, dat de cultuur behoorlijk macho was. Die Mad Men-sfeer van de jaren ‘50. Alsof ik in een oude film rondliep.’

Ongelukkig of overspannen

Er werden wel jonge vrouwen aangenomen, maar die waren na een paar jaar allemaal ‘ongelukkig of overspannen’, en vertrokken. Van Gool: ‘Dat vond ik onrechtvaardig en bedrijfsmatig ook niet slim. Je doet veel moeite om deze vrouwen aan te nemen en vervolgens komen ze niet tot bloei.’

Ze vond het dan ook hoopvol dat BCG haar vroeg om in kaart te brengen wat er misging en hoe het beter kon. ‘Tot ik ontdekte dat iemand dat vijftien jaar geleden ook al eens had gedaan. Met precies dezelfde conclusies en aanbevelingen.’

MT/Sprout Inclusive 30

Sophie van Gool stond in 2022 in de MT/Sprout Inclusive30, de lijst van mensen die zich sterk maken voor diversiteit en inclusie in het bedrijfsleven. 

Je kind is een goudmijn cover

Als consultant ontdekte ze hoe groot de (salaris)ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog steeds is. Na vijf jaar op de Zuidas begint ze samen met Erwin Hieltjes Salaristijger. Het bedrijf helpt medewerkers met onderhandelen en organisaties om de loonkloof aan te pakken. 

Van Gool is co-host van de podcast I’m speaking en columnist bij het FD. Je kind is een goudmijn is haar tweede boek.

Het systeem van binnenuit veranderen? Dat ging op deze manier niet lukken, concludeerde ze. ‘Dit is niet iets dat je op organisatieniveau kunt veranderen. Je moet het nog steeds proberen als je bij zo’n soort bedrijf werkt, denk ik. Maar de problemen zijn veel groter en structureler.’

Moeder worden – Van Gool heeft twee kinderen – leerde haar hoe diepgeworteld de ongelijkheid tussen man en vrouw is. Specifieker: tussen vaders en moeders. De baby’s die vrouwen op de wereld zetten, zijn de ondernemers en werknemers van de toekomst. Maar in al die jaren dat ze economie studeerde, leerde ze nou nooit iets over wie er jarenlang gratis voor de nieuwe generatie belastingbetalers zorgt.

Momfluencers

Die zorg komt nog steeds vooral op de moeders neer, die vaak minder gaan werken. Na de geboorte van hun eerste kind daalt het inkomen van vrouwen volgens het CBS met gemiddeld 35 procent. Omdat ze minder werken en per uur veel minder verdienen, bouwen ze ook minder pensioen op, gemiddeld 40 procent.

De enige vrouwen die er door het moederschap wél financieel op vooruitgaan, zijn momfluencers. Razend slimme zakenvrouwen, vindt Van Gool, al is ze kritisch op het verdienmodel. ‘Ze verdienen hun geld door te doen alsof ze ‘thuisblijfmoeders’ zijn. En hoe ethisch is het om je kinderen in te zetten voor commercieel gewin?’

Ondertussen verandert er voor vaders financieel vrijwel niets. De meesten (93 procent) blijven evenveel werken, vaak gaan ze nog meer verdienen ook. Ze zullen wel kostwinner zijn en hebben dus een hoog salaris nodig. Je leest het zo vaak, schrijft ze. ‘De interviews met topmannen die vol trots vertellen over hun baan én hun gezin, zonder er ooit expliciet bij te zeggen dat ze alleen maar zoveel kunnen werken en zo’n riant salaris krijgen dankzij het werk van vrouwen.’

215 miljard euro onbetaalde zorg

Terwijl dat werk wél van grote waarde is. In Nederland heeft de onbetaalde zorg – voor kinderen, naasten en het huishouden – een economische waarde van 215 miljard euro per jaar, berekende het Instituut voor de Publieke Economie voor De Correspondent. Dat staat gelijk aan een kwart van het bruto binnenlands product. Die economische waarde is in geen enkel rekenmodel meegenomen, maar wordt bijvoorbeeld zichtbaar bij het bedrag dat ouders betalen als ze die zorg uitbesteden.

Sophie van Gool
Onbetaalde zorg is voor de maatschappij van grote waarde, ziet Sopie van Gool. ‘En die zorg komt nog steeds vooral op vrouwen neer.’ Foto: Nadiia Piddubna

Neem de kinderopvang, zegt Van Gool. Zij en haar vriend betalen 1.600 euro per maand bruto voor drie dagen, voor één kind. ‘Bij zulke bedragen slaan ouders aan het rekenen: wie moet er minder gaan werken, wat is wijsheid? Al voor de komst van kinderen zie je dat mannen vaak meer verdienen dan hun vrouwelijke partners. Vrouwen werken vaak in sectoren waar het salaris lager is, zoals het onderwijs en de zorg. En ze zijn ook vaak wat jonger dan hun vriend of man.’

Via toeslagen betaalt de overheid ongeveer tweederde van de opvangkosten. Terwijl de kinderopvang in Nederland sinds 2005 is geprivatiseerd: aan de markt overgelaten, met het doel om meer opvangplekken te creëren en zo meer vrouwen de arbeidsmarkt op te krijgen. Maar dus ook met de toezegging dat de staat voor een groot deel van de rekening opdraait.

Dat maakt het een aantrekkelijke markt voor private equity en investeerders; het ondernemersrisico is immers laag. De gehoopte uitkomst was dat de commercialisatie tot meer en goedkopere opvangplekken zou leiden, schrijft Van Gool. Het pakte anders uit. Twintig jaar later zijn er lange wachtlijsten en schreeuwende personeelstekorten, en is ons stelsel een van de duurste van Europa.

Gestoord systeem

Maak de kinderopvang een publieke zaak, net als het onderwijs, betoogt ze. ‘Dit systeem is natuurlijk ook gewoon gestoord. Die enorme bedragen die via de toeslagen worden rondgepompt alleen al. Dat is zó foutgevoelig, dat hebben we met de toeslagenaffaire gezien.’

Daar komt bij dat vrouwen de hoge rekening als een soort straf ervaren, omdat ze ervoor kiezen om (fulltime) te blijven werken naast hun gezin. ‘Dat zie je terug in beleidsdiscussies en hoe cijfers worden gepresenteerd. De kosten van de kinderopvang worden altijd afgezet tegen het inkomen van de vrouw.’

Het zegt volgens de econoom veel over hoe we als maatschappij naar werkende mannen en vrouwen kijken. Waar topmannen vrijwel nooit vragen krijgen over hun werk-privébalans, moeten topvrouwen tot in den treure in interviews uitleggen hoe ze dat nou doen, die drukke baan naast dat gezin.

‘Dat komt omdat ze afwijken van de norm’, zegt Van Gool. ‘Want het zijn er nog steeds weinig. Mensen zijn nieuwsgierig: hoe doet ze dat thuis, wie zorgt er voor de kinderen? Bij vrouwelijke politici zie je dat effect heel sterk. Uit een analyse van De Groene Amsterdammer blijkt dat vrouwen vooral vragen krijgen over hun huis en gezin. Terwijl mannen mogen praten over de inhoud van hun werk: het beleid en de financiën.’

Vaderschap als iets vrijblijvends

Waarom zijn vrouwen daar niet bozer over? ‘Goede vraag’, zegt Van Gool. ‘Ik denk dat de meesten er niet zo bij stilstaan. Die onzichtbare arbeid, het feit dat vrouwen het allemaal maar doen. Het wordt zo normaal gevonden. En de meeste vrouwen zijn ook gewoon moe.’

Ga maar na: sinds 2010 zijn vrouwen met thuiswonende kinderen wekelijks 15 uur meer gaan werken, terwijl mannen slechts 0,4 uur meer zijn gaan zorgen, blijkt uit het boek Who cares? van Mirte Wibaut en Bregje Feuth. ‘Mannen behandelen het vaderschap nog steeds als iets vrijblijvends.’

Trek het verlof gelijk en dan komt het goed, dacht ze eerst. Maar inmiddels kunnen mannen aanspraak maken op ruimere verlofregelingen: de mogelijkheid om naast de verplichte vrije week een aanvullend geboorteverlof van vijf weken op te nemen tegen 70 procent van het salaris, plus negen weken (deels) betaald ouderschapsverlof in het eerste jaar. ‘Dat laatste via een Europese richtlijn waar Nederland nota bene tegen stemde.’

Alleen maken lang niet alle vaders daar gebruik van. ‘Om te beginnen kunnen ze het geld niet altijd missen’, ziet Van Gool. ‘Maar het is ook deels onwil. Ik kom bij bedrijven die het vaderschapsverlof enorm aanmoedigen, bijvoorbeeld door het salaris aan te vullen of de periode te verlengen. En dan hoor ik alsnog: nou, ik neem maar één week op hoor, anders ga ik me zo vervelen thuis. Neem je verantwoordelijkheid, denk ik dan. Ik zie ook stellen die besluiten om allebei vier dagen te gaan werken. En dat de man dan na drie maanden terug wil naar fulltime, omdat het toch een beetje tegenvalt allemaal.’

Dat zullen vrouwen toch ook weleens denken? ‘Tuurlijk. Maar die heb ik nog nooit horen zeggen: oh, ik geef mijn mamadag weer terug.’

Verantwoordelijkheid werkgevers

Werkgevers hebben volgens de econoom ook een rol te spelen. Pak om te beginnen nu eindelijk die loonkloof eens aan, zegt ze. Die kun je op twee manieren meten: het totale loonverschil (m/v) en het verschil in beloning voor hetzelfde werk, na correctie voor factoren als ervaring, opleiding en gewerkte uren.

‘Mensen ongelijk betalen voor gelijk werk is al sinds 1975 verboden’, zegt Van Gool. ‘Toch doen heel veel bedrijven het nog steeds. Zwangerschapsdiscriminatie is ook verboden. Gebeurt ook nog steeds. Een deel van de loonverschillen binnen organisaties ontstaat omdat er veel minder vrouwen dan mannen doorstromen naar hogere posities. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat ze promoties mislopen door hun zwangerschap.’

Vanaf 2027 moeten grote bedrijven over de loonkloof in hun organisatie rapporteren. Duiken er tussen groepen werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk doen onverklaarbare verschillen op, dan is de werkgever verplicht om dat gat te dichten. Werkgeversorganisatie VNO-NCW is kritisch: de regels zouden te complex zijn en de administratieve druk te groot.

Een voorspelbare reactie, vindt Van Gool. ‘Dat zeggen ze bij alles waar ze geen zin in hebben. Hoe ingewikkeld kan het zijn? Ze hebben toch hun salarisadministratie? Als ze het echt zo moeilijk vinden – nou, geef me die cijfers maar, dan reken ik het wel voor ze uit. Ik denk dat ze het vooral ingewikkeld vinden om de waarheid onder ogen te zien.’