Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Zonder moed en zelfvertrouwen gaan de leiders van nu het niet redden

Moed en zelfvertrouwen zijn niet zomaar goede eigenschappen voor een leider. Ze vormen de basis en het fundament voor effectief leiderschap, schrijft headhunter en columnist Ralf Knegtmans. Hij legt ook uit waarom ze vandaag zo hard nodig zijn.

moed-zelfvertrouwen-leiders

Moed en zelfvertrouwen, ze klinken voor de hand liggend voor leiders. Maar het zijn meer dan gewoon mooie eigenschappen voor een leider. Ze vormen de basis en het fundament voor effectief leiderschap in een digitale wereld. Bij het ontbreken ervan wordt het vrijwel onmogelijk om teams te laten innoveren en door onzekere tijden te loodsen.

Waar hebben ze die moed en dat zelfvertrouwen voor nodig? Dit zijn drie belangrijker redenen.

#1 De kunst van het loslaten

Vanwege de razendsnelle ontwikkeling van technologie kunnen leiders het tegenwoordig niet allemaal zelf meer weten. Ze moeten durven loslaten en op de experts van deelgebieden binnen het bedrijf durven vertrouwen (bijvoorbeeld cyber security, AI, of corporate social responsibility).

Ze snappen dat het niet mogelijk is om op alle terreinen de slimste en alwetende persoon te zijn. De erkenning daarvan vereist moed en zelfvertrouwen. Waar grote leiders net genoeg weten om de juiste vragen te stellen en anderen te vertrouwen alvorens besluiten te nemen, vervallen matige leiders in het spiegelbeeld daarvan: micromanagement.

#2 Besluitvaardigheid voor populariteit

Leiders moeten voortdurend besluiten nemen die lastig zijn en weerstand oproepen. Vaak draait het om impopulaire maatregelen waarbij het simpelweg niet mogelijk is om de belangen van iedereen in dezelfde mate te dienen. Harmonie is fijn, maar in de meeste gevallen een utopie. Ook dit vereist moed en zelfvertrouwen.

#3 Kwetsbaarheid is geen zwakte, maar een teken van moed

Hedendaagse leiders moeten hun bedrijf beter en winstgevender laten draaien, maar simultaan ook innoveren. Het is niet langer of/of, maar en/en. Maar als je innovatie serieus op de agenda wilt krijgen, moet je accepteren dat er geëxperimenteerd wordt en er dus fouten gemaakt worden.

Het vereist veel zelfvertrouwen om als leider toe te geven dat je dingen verkeerd hebt gedaan, of het soms ook niet meteen weet. Het is echter cruciaal bij het creëren van een cultuur voor innovatie. De voorbeeldfunctie die een leider op dit terrein heeft, valt niet te onderschatten en is een noodzakelijke voorwaarde voor psychologische veiligheid.

Moed en kwetsbaarheid

Een van de absolute pioniers op dit terrein is de Amerikaanse hoogleraar Brené Brown. In haar boek Durf te Leiden stelt zij dat moed en kwetsbaarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Ze deed jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar leiderschap en concludeerde dat effectieve leiders niet krampachtig proberen om fouten, onzekerheid en lastige gesprekken te vermijden. Ze accepteren dat het erbij hoort en leren hoe ze er het beste mee om kunnen gaan. Kwetsbaarheid is volgens haar geen zwakte, maar de ultieme graadmeter voor moed.

Het inzicht dat moed en zelfvertrouwen essentieel zijn, is overigens al langer geleden ingedaald bij grote leiders. Nelson Mandela zei er bijvoorbeeld over: ‘Ik heb geleerd dat moed niet de afwezigheid van angst is, maar de overwinning erop. De moedige man is niet hij die niet bang is, maar hij die die angst overwint.’

Groot geschenk

Ook Jack Welch, voormalig topman van het General Electric conglomeraat, sprak met regelmaat over de relevantie van moed en zelfvertrouwen voor leiders. In zijn autobiografische werk Jack. Straight from the gut maakte hij de balans op aan het einde van zijn corporate carrière.

In dit boek geeft de bekendste managementgoeroe van de 20ste eeuw zijn visie op het werven van the best and the brightest en een opsomming van de criteria van toptalent. In het eerste hoofdstuk illustreert Welch de relevantie van het kweken van zelfvertrouwen. Volgens Jack gaat het hier om een van de cruciale universele eigenschappen van toptalent.

Hij zag het als een van de grootste geschenken die hij ooit van zijn moeder kreeg en zocht dat in elke manager die hij ooit aannam. Zelf zei Welch daarover: ‘Zelfvertrouwen geeft je moed en stelt je in staat om grotere (gecalculeerde) risico’s te nemen en grotere prestaties te leveren dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Het bewijs van zelfvertrouwen wordt primair gevormd door de moed om open te staan voor veranderingen en nieuwe ideeën.’

Volgens Welch bestaat leiderschap dan ook voor een groot deel uit het kweken van zelfvertrouwen bij je collega’s. Zelf gaf hij aan weliswaar slim, maar nooit de allerslimste op de universiteit geweest te zijn. Toch konden veel van de allerbesten hem bij de afronding van zijn proefschrift niet bijbenen. Naar eigen zeggen puur op basis van een cocktail van zelfvertrouwen, moed en ongeduld.

Zelfvertrouwen werkt niet altijd

Ook leiderschapsgoeroe Simon Sinek heeft een mening over de relevantie van moed en zelfvertrouwen. Waar Jack Welch de nadruk legt op prestatie, competitie en resultaat legt Sinek veel meer de nadruk op vertrouwen, menselijke verhoudingen en de moed om kwetsbaar te zijn.

Zelfvertrouwen draait volgens Simon Sinek vooral om zekerheid: namelijk het gevoel dat je weet dat je zult slagen of een bepaald iets zal volbrengen. Dat kan een uitdaging in de sport zijn, maar ook een bepaalde rol op het werk. Bijvoorbeeld het houden van een presentatie of het geven van een speech.

Maar sport en werk zitten vol met onverwachte zaken en onzekerheden. Omdat je in veel ingewikkelde situaties nooit de garantie hebt dat het goedkomt omdat succes van veel factoren afhangt die je maar voor een deel kunt beïnvloeden, kun je daar in de ogen van Sinek geen zelfvertrouwen voor inzetten. Op die momenten heb je moed nodig. Moed is de bewuste keuze om in dat soort situaties toch in actie te komen, ondanks dat je bang bent of de uitkomst onzeker is.

Risico op ontsporing

Hoewel moed en zelfvertrouwen dus cruciaal zijn voor leiders, is te veel ervan meestal minder positief. In mijn vakgebied spreekt men in dit kader wel over derailers of ontsporingsrisico’s. Te veel zelfvertrouwen kan leiden tot arrogantie of erger nog tot narcisme. Eigenschappen waar je als bedrijf niet op zit te wachten.

Moed en zelfvertrouwen vormen het negende en laatste criterium van de negen universele criteria van toptalent. Alle negen zijn ze niet bij alle toptalenten in gelijke mate aanwezig. Er zijn geen twee talenten exact hetzelfde. Opvallend is dat de echte toppers vaak aan meerdere van deze universele criteria voldoen of zelfs alle eigenschappen in meer of mindere mate bezitten.

toptalent ralf knegtmans

Toptalent: de 9 niet te onderschatten universele criteria van toptalent is geschreven door Ralf Knegtmans. Het boek is onder meer te bestellen via managementboek.nl.

Het criterium van moed en zelfvertrouwen voegt daar wat aan toe: het kan de andere criteria enorm versterken en werken als een soort accelerator. Moed ‘sec’ is zoiets als domme kracht, maar in combinatie met de andere eigenschappen ontstaat er een soort hefboomeffect.

Meer lezen: