Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Te snel ‘ja’ zeggen tegen leidinggeven is vragen om problemen

Steeds meer verantwoordelijkheid lijkt een logische volgende stap in je carrière. Voordat je 'ja' zegt tegen een leidinggevende functie, is er één veel belangrijkere vraag, schrijft Kirsten de Roo, auteur van het boek 'Ik ben (niet) gemaakt om leiding te geven'. Past die rol eigenlijk wel bij jou?

Een goede carrière begint niet met de vraag welke functie je hierna wilt, maar met zelfkennis, stelt hr-strateeg Kirsten de Roo. Foto: Getty Images

Of ik de nieuwe locatiemanager wilde worden. Ik was 26 jaar en hoefde eigenlijk niet lang na te denken. Natuurlijk zei ik ja. Ik zag het als een kans. Daarom had ik ook gesolliciteerd, alweer 18 jaar geleden.

Ineens was ik verantwoordelijk voor de hele operatie van drie kinderdagverblijven, tientallen medewerkers, roosters, verzuim en alles wat maar te maken had met leidinggeven.

Ik heb er ontzettend veel geleerd. Over mensen, het ‘managen’ van emoties, over organisaties en misschien nog wel het meest over mezelf. Want ik ontdekte ook iets anders.

Het was niet mijn omgeving, daar lag het vooral aan. Mensen helpen ontwikkelen gaf me juist energie. Maar de constante operationele druk, de vele brandjes blussen en altijd ‘aan’ moeten staan, putten me uit.

Prachtige stap, aan de buitenkant

Aan de buitenkant leek ik een prachtige carrièrestap te hebben gemaakt. Van binnen voelde het gedurende de tijd steeds minder als een stap die echt bij mij paste. Ik had het niet willen missen en deze periode van drie jaar heeft me veel gebracht in mijn ontwikkeling. Het was tegelijkertijd ook goed dat ik na drie jaar afscheid nam en een andere keuze ging maken.

Lees ook: Te vaak blijven leidinggevenden zitten, terwijl iedereen ziet dat het misgaat

We zeggen opvallend vaak automatisch ‘ja’ tegen een volgende stap. Een leidinggevende functie voelt als een compliment. Als erkenning. Als succes. En wie zegt daar nu nee tegen?

Dat is ook niet zo vreemd. Al van jongs af aan leren we dat groeien betekent dat je steeds een trede hoger komt. Op school draait het om cijfers. Daarna om het niveau van je opleiding. Vervolgens om promoties, functietitels en steeds meer verantwoordelijkheid. Van junior naar senior. Van specialist naar manager. Van manager naar directeur. Alsof succes maar één richting kent.

Maar misschien is de vraag niet óf een leidinggevende functie een kans is. Een veel belangrijkere vraag: waar zeg je eigenlijk ja tegen? En waar zeg je tegelijkertijd nee tegen?

Mensen in plaats van inhoud

Met een leidinggevende rol zeg je namelijk vaak ook nee tegen een deel van het werk waar je juist goed in bent en energie van krijgt. De inhoud maakt plaats voor mensen. Je bent minder bezig met je eigen expertise en steeds meer met het creëren van de omstandigheden waarin anderen succesvol kunnen zijn. Je succes wordt niet langer bepaald door wat jij zelf bereikt, maar door wat jouw team bereikt.

Dat vraagt niet alleen andere vaardigheden. Het vraagt ook om een andere motivatie. In mijn werk als mentor van leiders en ondernemers begeleid ik dagelijks mensen die deze stap (ooit) hebben gezet. Vakspecialisten die manager zijn geworden. Ondernemers die begonnen met een goed idee en inmiddels een team aansturen. Teamleiders die doorgroeien naar een rol in het MT.

En laat ik duidelijk zijn: wanneer leidinggeven echt bij iemand past, is het misschien wel het mooiste vak dat er is. Ik zie leiders groeien in hun rol, mensen ontwikkelen en teams sterker maken. Juist die ontwikkeling begeleiden is een van de mooiste onderdelen van mijn werk.

Het is zeker geen uitzondering dat ik ook een heel andere vraag hoor: past deze rol eigenlijk wel bij mij? Niet omdat iemand de verantwoordelijkheid uit de weg wil gaan of niet hard wil werken, maar omdat iemand merkt dat de energie langzaam steeds meer weglekt. Dat het werk steeds meer kost dan oplevert. Of omdat iemand ontdekt dat zijn of haar kracht veel meer ligt in de inhoud dan in het dagelijks begeleiden van mensen.

Lees ook: Psycholoog Jempi Moens: ‘Leiders verwaarlozen zichzelf en hun organisaties zijn de dupe’

Eerlijkste vraag

Dat is geen teken van zwakte. Het is misschien wel de eerlijkste vraag die je jezelf kunt stellen. Want goed zijn in je vak betekent nog niet dat leidinggeven ook jouw vak is.

Toch blijven organisaties hun beste vakspecialisten promoveren naar leidinggevende functies, zonder eerst stil te staan bij een veel belangrijkere vraag: wil iemand dit eigenlijk echt? Of is vooral het salaris en de functietitel leidend? En past het bij wie iemand is, in deze omgeving?

We kijken vooral naar prestaties uit het verleden en veel minder naar iemands natuurlijke motivatie, persoonlijkheid, talenten en gedragspatronen (onder druk).

En juist daar gaat het vaak mis. Mensen voelen feilloos aan wanneer iemand leidinggeeft omdat het de volgende stap op de carrièreladder was, in plaats van omdat hij of zij bewust voor leiderschap heeft gekozen. Lastige gesprekken worden uitgesteld. Feedback blijft achterwege. Richting ontbreekt. Talent ontwikkelt zich onvoldoende. Uiteindelijk betaalt niet alleen de leidinggevende daarvoor de prijs, maar het hele team.

Leiderschap is niet alleen een verzameling vaardigheden die je tijdens een training kunt aanleren. Natuurlijk kun je leren coachen, feedback geven en betere gesprekken voeren. Maar als je niet van nature nieuwsgierig bent naar mensen, weinig aan zelfreflectie doet of vooral energie haalt uit de inhoud van je vak, blijft leidinggeven vaak een voortdurende inspanning in plaats van iets dat echt bij je past.

Zelfkennis is de basis

Daarom geloof ik dat een goede carrière niet begint met de vraag welke functie je hierna wilt. Het begint met zelfkennis. Ken je je talenten? Weet je in welke omgeving je het beste tot je recht komt? Durf je eerlijk te kijken naar wat je energie geeft en wat je uitput?

Wat zijn jouw gedragspatronen en jouw overtuigingen die impact hebben op hoe je functioneert. Weet je welke verantwoordelijkheden bij je passen en welke je beter kunt overlaten aan mensen die jou aanvullen?

Sterke leiders zijn niet de mensen die overal goed in zijn. Het zijn de mensen die precies weten waar hun kracht ligt. En misschien nog wel belangrijker: waar die níét ligt. Misschien is het daarom tijd dat we stoppen met doen alsof leidinggeven de ultieme carrièrestap is. Niet iedereen hoeft manager of directeur te worden (of te blijven) om succesvol te zijn.

Sterker nog, soms is de moedigste carrièrekeuze niet om ‘ja’ te zeggen tegen een promotie, maar om bewust ‘nee’ te zeggen. Omdat je weet waar jij het meeste waarde toevoegt en waar jij de meeste energie van krijgt. Want uiteindelijk draait een succesvolle carrière niet om hoe hoog je komt, maar om hoe goed de plek past waarop je terechtkomt.

Lees ook: Veel leidinggevenden durven niet duidelijk te zijn, en dat is een stille productiviteitskiller