‘We worden niet moe van de inspanning. We worden moe van het gebrek aan herstel.’ Met die observatie raakt Rita Zijlstra meteen de kern van een probleem dat Nederlandse werkgevers jaarlijks miljarden kost.
De klinisch neuropsycholoog en voormalig bestuurder vertaalde de afgelopen jaren wetenschappelijke inzichten over de werking van ons brein naar praktische oplossingen voor organisaties. Haar boodschap is helder: digitale overbelasting is het nieuwe arbeidsrisico dat we structureel onderschatten.
In de podcast De Werkprofessor legt Zijlstra uit waarom organisaties zich niet alleen moeten richten op symptoombestrijding, maar ook op de grondoorzaak van veel verzuim. En die ligt volgens haar in iets wat we dagelijks gebruiken: onze digitale apparaten.
Van zorg naar bedrijfsleven
Zijlstra’s route naar dit inzicht is onconventioneel. Ze promoveerde in organisatie-orthopedagogiek – in gewone mensentaal: professionele opvoedkunde en gedragsbeïnvloeding. Daarnaast is ze klinisch neuropsycholoog, heeft ze een MBA in bedrijfskunde én een MBA in business & it. Die vier disciplines samen maken haar perspectief op digital wellbeing uniek.
Vijftien jaar werkte ze aan verschillende universiteiten, daarna in de zorg. Tot ze in 2019 de overstap maakte naar Zorg van de Zaak, waar ze nog steeds bestuurder is. ‘Wat ik in de zorg mis, is de focus op aan het werk blijven’, schrijft ze in haar LinkedIn-bio. Die focus bracht haar bij een onderbelicht probleem: de impact van digitalisering op ons brein.
Gaargekookt brein
De cijfers die Zijlstra noemt zijn confronterend. Van de 17 miljard euro die Nederland jaarlijks kwijt is aan verzuimkosten, is ongeveer 8 miljard werkgerelateerd. Daarvan komt de helft door psychische klachten: 4 miljard euro.
Van die 4 miljard, stelt Zijlstra, hangt de helft samen met digitale overbelasting. ‘Dan hebben we het over digitale overbelasting die samenhangt met psychische klachten. Dat is een enorm probleem waar we wat mee moeten.’
Het probleem sluipt er langzaam in, stelt ze. Digitalisering kookt ons brein langzaam gaar, zoals een kikker in langzaam opwarmend water. We merken niet hoe we geleidelijk aan overbelast raken door de constante stroom aan informatie, notificaties en schermtijd.
Haar diagnose is scherp: ‘Multitasken bestaat niet. Dat zijn allemaal dingen die je achter elkaar doet, maar dan heel snel. Dat snelle schakelen zorgt voor die enorme overbelasting van je brein.’ Het kost werknemers volgens onderzoek maar liefst 40 procent van hun productiviteit. ‘Die switchkosten zijn hoog. Je wordt trager, je wordt langzamer.’
Digitaal tandenpoetsen
De oplossing ligt volgens Zijlstra niet in grote interventies, maar in kleine, dagelijkse gewoontes. Ze vergelijkt het met tandenpoetsen: ”Net zoals twee minuten tandenpoetsen gaatjes voorkomt, geldt datzelfde voor digitaal welzijn.’
Concreet pleit ze voor de 20-20-2-regel: na 20 minuten naar je scherm kijken, 20 seconden wegkijken. En zorg dat je per dag twee uur helemaal niet met schermen bezig bent. ‘Ga sporten, ga leuke dingen doen met je vrienden of met je gezin. Zorg dat je helemaal loskomt van die digitale middelen, zodat je echt even kan resetten.’
Maar het is niet makkelijk, erkent ze. Op het moment dat je tot rust komt, pak je vanuit jezelf die telefoon. Dat doet je brein vanzelf. ‘Je hersenen zijn is gewend aan veel informatie en willen die stimulans blijven krijgen.’ Haar tip: leg die telefoon drie meter verder weg, zodat je op moet staan. ‘Dan denk je: nou, dat doe ik straks wel.’
Meer dan een hr-kwestie
Het gaat niet alleen om productiviteit of welzijn, benadrukt Zijlstra. Het is ook een cybersecurity-risico. Een vermoeid brein is een onveilig brein. ‘Als iemand van jou mag scrollen tot twee uur ‘s nachts, leg je de veiligheid van je eigen bedrijf in handen van iemands gewoonte. Dat wil je toch niet?’
Ze illustreert het met een voorbeeld: een secretaresse die steeds vroeger begon om al het werk af te krijgen, tot ze om kwart over zeven binnenkwam. ‘Ze opende meteen die mail. Toen heeft ze acht keer op een linkje geklikt, omdat-ie maar niet opende. Foute boel.’
Daarom moet digitaal welzijn volgens Zijlstra niet alleen bij hr liggen, maar ook in het veiligheidsbeleid. Organisaties kunnen nog zulke goede systemen hebben om veilig te zijn, maar als medewerkers moe zijn en verkeerde beslissingen nemen, staan de deurtjes open. ‘Je moet zorgen dat mensen het goede gedrag kunnen laten zien door een breinvriendelijke omgeving te organiseren.’
Mag een werkgever zich hier überhaupt mee bemoeien? Volgens het CBS is bijna 80 procent van het verzuim niet werkgerelateerd is. ‘Je mag het er wel over hebben en zeker het gesprek voeren’, vindt Zijlstra. ‘Waarom zou je het er niet over hebben als je ziet wat er gebeurt? Dat is toch gewoon goed werkgeverschap?’
Ze sluit af met een helder adagium: ‘Rust is niet iets wat je verdient na hard werken. Rust is een randvoorwaarde om goed te kunnen werken.’
Takeaways uit de podcast:
- Pas de 20-20-2-regel toe – Na 20 minuten schermwerk, 20 seconden wegkijken. En zorg voor minimaal 2 uur per dag zonder schermen om je brein te laten herstellen.
- Organiseer op output, niet op bereikbaarheid – Maak afspraken over wat je verwacht dat medewerkers leveren, en gun ze tijd waarin ze niet bereikbaar zijn. Een uitgerust brein levert betere resultaten.
- Digitaal welzijn is een cybersecurity-kwestie – Een moe brein klikt eerder op verkeerde linkjes. Daarom hoort digitaal welzijn in je veiligheidsbeleid, niet alleen bij hr.
Beluister de nieuwste aflevering van de podcast ‘De Werkprofessor’. Of abonneer je via de podcast-app van jouw keuze. Nieuwe afleveringen verschijnen elke twee weken op maandag.
Heb je vragen of input? Neem dan contact op met Wendy van Ierschot via [email protected]. Benieuwd naar de volgende gast in ‘De Werkprofessor’ of wil jij als eerste de teaser van de volgende aflevering horen? Volg dan ‘De Werkprofessor’ op LinkedIn.



