Bram Schaper werkte veertien jaar als senior manager bij NS toen een podcast zijn kijk op geld en goede doelen veranderde. Daarin hoorde hij een metafoor over een brandweerman die een kind uit een brandend huis redt. De boodschap: mensen in rijke landen met een modaal of hoger inkomen kunnen ieder jaar zo’n brandweerman zijn, simpelweg door effectief te doneren.
Schaper deed al vrijwilligerswerk en gaf geld aan goede doelen. Alleen had hij zichzelf nooit de vraag gesteld hoeveel verschil zijn donaties daadwerkelijk maakten. Hij verdiepte zich erin, raakte betrokken bij de beweging rond effectief doneren en besloot uiteindelijk zijn carrière bij NS ervoor achter zich te laten.
Bekende goede doelen zijn niet per se de beste
Een van de problemen is volgens Schaper dat de markt voor goede doelen heel anders werkt dan een gewone markt. Koop je een slecht product, dan merk je dat meestal snel. Bij een donatie ontbreekt die feedback. De ontvanger is vaak ver weg en als donateur zie je nauwelijks wat er uiteindelijk met jouw euro gebeurt.
Daardoor kunnen organisaties vooral worden beloond omdat ze bekend zijn of goed zijn in marketing, terwijl dat weinig zegt over hun daadwerkelijke impact. Onafhankelijke onderzoekers proberen daarom te berekenen hoeveel maatschappelijke winst goede doelen per gedoneerde euro boeken, en de verschillen blijken enorm.
Bomen planten klinkt bijvoorbeeld als een logische manier om klimaatverandering tegen te gaan. Volgens Schaper kunnen minder zichtbare interventies, zoals beleidsbeïnvloeding of het stimuleren van innovatie in duurzame energie, per euro echter veel meer CO2-uitstoot voorkomen. Bij gezondheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen als vaccinaties en vitamine A-suppletie op grote schaal levens redden.
Drie potjes voor je geld
Dat betekent niet dat je voortaan alleen nog met een spreadsheet naast je bankrekening hoeft te bepalen aan wie je geeft. Schaper begrijpt dat mensen graag doneren aan doelen waarmee ze een persoonlijke band hebben. Een sponsoractie van een bekende of een lokaal initiatief voelt nu eenmaal dichterbij dan een organisatie aan de andere kant van de wereld.
Daarom werkt hij met het driepotjesprincipe. Het eerste potje is voor jezelf en de mensen om je heen. Het tweede is voor goede doelen die je persoonlijk raken. En het derde reserveer je voor organisaties die volgens onafhankelijk onderzoek zoveel mogelijk maatschappelijke impact per euro realiseren. Zo kunnen gevoel en effectiviteit naast elkaar bestaan.
Bedrijven kunnen veel meer doen
Ook voor bedrijven ligt hier volgens Schaper een kans. Veel organisaties doneren incidenteel, terwijl ze maatschappelijke impact ook structureel kunnen opnemen in strategie, beleid en governance.
Daarvoor hoeven bedrijven niet meteen grote delen van hun winst weg te geven. Wereldwijd doneren bedrijven volgens Schaper gemiddeld minder dan één procent van hun winst. Een relatief klein percentage kan dus al veel betekenen, zeker wanneer het structureel wordt ingezet.
Bovendien beschikken bedrijven juist over een vaardigheid die bij effectief doneren goed van pas komt. Ze zijn gewend om te kijken hoe ze met zo min mogelijk middelen zoveel mogelijk resultaat kunnen bereiken, stelt Schaper. Pas datzelfde principe toe op donaties, adviseert hij. Vraag niet alleen óf je geld weggeeft, maar vooral hoeveel maatschappelijke impact iedere euro oplevert.
Wie zelf wil beginnen, hoeft volgens hem geen expert te worden. Er bestaan fondsen die onafhankelijk laten onderzoeken welke organisaties binnen thema’s als armoede en gezondheid, klimaat, vrouwenemancipatie en dierenwelzijn op dat moment de meeste impact kunnen maken.
Dat vraagt soms wel om een andere manier van denken. Een geplante boom kun je zien, beleidsbeïnvloeding niet. Toch kan juist die minder tastbare interventie uiteindelijk veel meer opleveren. Maatschappelijke betrokkenheid gaat niet alleen over hoeveel je geeft, maar vooral over wat je geld daadwerkelijk teweegbrengt, aldus Schapers boodschap.
3 takeaways
- Een goede intentie betekent niet automatisch een grote impact. Kijk bij doneren niet alleen naar het verhaal of de bekendheid van een goed doel, maar ook naar wat er aantoonbaar met iedere gedoneerde euro wordt bereikt.
- Effectief doneren hoeft persoonlijke betrokkenheid niet te vervangen. Met het driepotjesprincipe kun je ruimte houden voor jezelf, doelen waar je persoonlijk om geeft én doelen die onafhankelijk als zeer effectief zijn beoordeeld.
- Ook kleine bedragen kunnen verschil maken. Voor zowel particulieren als bedrijven is vooral belangrijk dat doneren structureel gebeurt en dat het beschikbare geld terechtkomt waar het de grootste maatschappelijke impact kan realiseren.
Beluister de nieuwste aflevering van de podcast ‘De Werkprofessor’. Of abonneer je via de podcast-app van jouw keuze. Nieuwe afleveringen verschijnen elke twee weken op maandag.
Heb je vragen of input? Neem dan contact op met Wendy van Ierschot via [email protected]. Benieuwd naar de volgende gast in ‘De Werkprofessor’ of wil jij als eerste de teaser van de volgende aflevering horen? Volg dan ‘De Werkprofessor’ op LinkedIn.



