Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Qurius

Qurius is een Europese, integrale IT-dienstverlener voor middelgrote bedrijven. Qurius wil toonaangevend zijn op het gebied van duurzame technologie en gelooft dat IT cruciaal is om bedrijven en processen slimmer en efficiënter te organiseren, kosten te besparen en dus duurzamer te maken.
 

Dit streven wordt toegelicht door CFO Michiel Wolfswinkel van Qurius: “Wij helpen onze klanten met slimme, complete IT-oplossingen om hun organisatie en bedrijfsprocessen goed in te richten en goed te kunnen managen. Als een van de weinige spelers in de markt kunnen we de complete ICT-omgeving van een klant ontwerpen, realiseren en beheren. Van oplossingen op het gebied van ERP, CRM en platformtechnologie tot en met de complete infrastructuur, bij de klant op locatie of in ons hostingcenter. Om onze klanten goed te kunnen bedienen is het cruciaal dat we hen goed begrijpen. Qurius is met name in Nederland erg succesvol in de milieusector, de zorg, de distributie en de zakelijke dienstverlening.”
Het is de bedoeling dat Qurius in 2014 honderd procent duurzaam is én dat Qurius dan de leidende IT-dienstverlener is op het gebied van duurzame ICT. Wolfswinkel vertelt hoe dit gerealiseerd gaat worden: “Dankzij onze kennis van de markt kunnen we onze klanten helpen om de eisen die ook aan hen worden gesteld op het gebied van duurzaamheid te ondersteunen met onze IT-oplossingen.”

Het Nieuwe Werken

Volgens Qurius betekent duurzaamheid niet alleen groen, en Wolfswinkel legt dit uit: “Duurzaamheid houdt ook in dat je je bij het bouwen van een organisatie realiseert hoe je het bedrijf wilt achterlaten voor de volgende generatie. Het betekent dat je geen bedrijf bent waar uitsluitend witte mannen van tussen de dertig en veertig jaar oud werken, maar dat je een goede representatieve doorsnede van de bevolking laat zien: dus ook vrouwen aan boord en aantrekkelijk zijn voor andere leeftijdscategorieën en minderheden. Het betekent ook dat je een bedrijf bouwt dat zorgvuldig omgaat met energie- en CO2-uitstoot, en dat je dus rekening houdt met de omgeving en de mensen om je heen. Qurius transformeert allereerst de eigen organisatie naar een honderd procent duurzaam bedrijf in 2014. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar ons energieverbruik, het brandstofverbruik en hoe we dat kunnen reduceren. We promoten intern Het Nieuwe Werken. Dit betekent dat de manier waarop je met elkaar werkt en prestaties meet anders moet worden ingericht. Thuiswerken en variabele werktijden vallen daaronder, maar ook vergaderen via internet, ook internationaal. Dit levert vanzelfsprekend flinke besparingen op en enthousiaste medewerkers die effectiever kunnen werken. Die effecten zijn er nu al.”

Green IT 2.0

Bij groene IT denken de meeste organisaties op dit moment vooral aan Green IT 1.0; Qurius wil zich onderscheiden met Green IT 2.0. Wolfswinkel: “Green IT 1.0 is rechttoe rechtaan het terugdringen van bijvoorbeeld energieverbruik van je hostingcenter. Dit levert direct een kostenbesparing op. Green IT 2.0 is het vervolg daarop: hoe je je ERP-systemen zodanig kunt inrichten dat je je duurzaamheidsdoelstellingen meetbaar maakt. Daarvoor is functionaliteit nodig in je systemen.”
Corporate Communication Manager Suzanne Schaapman vult aan: “Streven is om op deze manier bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van de hele logistieke keten in beeld te brengen.”
Wolfswinkel: “Vanuit de overheid komt er steeds meer nadruk te liggen op het goed in beeld hebben van je eigen duurzaamheidsprofiel. Als bedrijven zaken willen doen met een overheid en vervolgens ook met andere partijen, moeten ze ervoor zorgen dat hun hele keten duurzaam is. Slimme IT kan dit mogelijk maken. Qurius werkt onder andere nauw samen met Microsoft om dergelijke Green IT 2.0-oplossingen te ontwikkelen.”

Bedrijven steunen

Qurius helpt bedrijven met dergelijke duurzaamheidsvraagstukken, en Wolfswinkel legt uit hoe dat in z’n werk gaat: “We zijn in gesprek met de directies van onze klanten en praten met ze over hun duurzaamheidsambities, hun wensen en wat ze de komende jaren op zich af zien komen.” Juist voor de financiële sector is duurzaamheid zeer relevant, want sustainability gaat immers niet alleen over groen, maar ook over stabiliteit, vertrouwen, risico’s minimaliseren, diversiteit, gezondheid en mobiliteit. Wolfswinkel zegt daarover: “Duurzaamheid is eigenlijk een thema dat CFO’s primair zou moeten aanspreken. Duurzaamheid is ook dat je er morgen nog bent. Het is bovendien direct zichtbaar in je winst-en-verliesrekening. Het is een uitstekend thema om tegelijkertijd goed op je kosten te letten. CFO’s en ICT-managers van bedrijven kunnen samen besparen door het slim organiseren van de bedrijfsinformatievoorzieningen en duurzaamheidsaspecten, en dus kostenbesparingen hierin zichtbaar en meetbaar maken. Veel grote bedrijven houden zich bezig met groene ICT, maar er zijn nog veel meer, vooral kleinere bedrijven die daar nog mee aan de slag moeten. Dat zijn juist onze primaire klanten.”
Suzanne Schaapman sluit af met: “Succes lijkt vaak iets van korte termijnen, maar wij streven – samen met de klant – naar duurzaam succes, op de lange termijn.”

Qurius N.V.

Van Voordenpark 1a, 5301 KP Zaltbommel
Postbus 258, 5300 AG Zaltbommel
Telefoon: (0418) 68 35 00
Fax: (0418) 68 35 35
E-mail: [email protected]
www.qurius.com
 

Peak-oprichter Johan van Mil vertrekt na 19 jaar: ‘Er is nu meer geld beschikbaar dan goede bedrijven’

Peak, het eerste 'ondernemende' venture capitalfonds van Nederland, begon ooit als informeel clubje angels. Nu vertrekt medeoprichter en managing partner Johan van Mil en laat hij een flinke Europese investeerder achter. Maar nog steeds draait alles om ondernemers. 'We wilden geen institutionele investeerders.'

Een jaar in een ver land bivakkeren? Die zeiltocht rond de wereld waar hij het weleens over heeft? Johan van Mil, medeoprichter van venture capitalfirma Peak, houdt ook na 19 jaar buffelen zijn sabbatical overzichtelijk. Er gaat geen roer radicaal om: een halfjaar moet genoeg zijn om deze deur achter zich te sluiten, om een volgende rit te kunnen openen.

‘Ik heb een hele grote tuin die ik flink wil aanpakken, ik ga hiken met vrienden en heb een paar weken retraite gepland, zeiltripjes, dat soort dingen. En ik wil tijd doorbrengen met mijn kinderen, want die wonen ook niet meer eeuwig thuis.’ Kopjes koffie? Ja, die drinkt hij regelmatig. Maar niet om zich nu direct voor businessplannen te laten porren. ‘Ik hoef even helemaal niks van mezelf de komende tijd. Is ook weleens fijn.’

Vertrek bij Peak

Eind mei maakte Van Mil via LinkedIn bekend dat hij vertrekt als managing partner bij Peak: ‘Time to move on‘. Er staat een prima team klaar om de boel te runnen, dus het voelde als het juiste moment ‘om een stap terug te doen en ruimte te maken voor de volgende generatie.’

Wat nu officieel is, had hij eigenlijk drie jaar geleden al besloten. Dat was tijdens een reflectiereis zoals hij die binnenkort weer gaat maken. ‘Ik heb altijd geloofd dat het uiteindelijk de taak van een ondernemer is om zichzelf overbodig te maken in het bedrijf. Daarvoor moet je mensen aannemen die veel beter zijn dan jij. Dat is me in al die jaren goed gelukt.’

250 miljoen van Europese founders

‘Daar hoort bij dat je ze moet vertrouwen, en moet kunnen loslaten. Het volgende Peak-fonds wilde ik overdragen aan die nieuwe generatie. Ik heb mijn rol de afgelopen tijd stelselmatig afgebouwd en ben ook uit het investment committee gestapt.’

Wat Van Mil aan dat team partners overdraagt, is een firma met bijna 250 miljoen in zijn fondsen, afkomstig van meer dan 250 Europese founders en kantoren in Amsterdam, Stockholm en Berlijn. Nogal een contrast met dat clubje waarmee het begon.

The other side of the table

Serie-ondernemer Van Mil had al een trits eigen bedrijven achter de rug voordat hij in 2007 als investeerder ‘the other side of the table‘ opzocht. Hij was betrokken bij online telefoongids Scoot, was samen met mediaondernemer Willem Sijthoff medeoprichter van The Floor, een financiële nieuwswebsite die eerst BNR Nieuwsradio overnam en later opging in de FD Mediagroep.

Digitale marketing – toen nog vooral via e-mail – kwam in die tijd flink op gang, en Van Mil werd dankzij een van zijn volgende bedrijven voorzitter van IPAN, de brancheclub van digitale media-ondernemers. Door de dotcomcrisis ging IPAN bijna door het putje. Maar het team dat de boel overeind wist te houden, kreeg daardoor wel een bijzondere band.

Informeel investeringsclubje

Met onder anderen IPAN-collega’s Heleen Dura-Van Oord en Christiaan Alberdink Thijm en zijn hockeymaatje Hein Siemerink startte Van Mil Peak Capital. Een informeel investeringsclubje dat samen een miljoen euro had ingelegd.

‘Ik was zelf als angel aan het investeren met nogal wisselend succes. Het idee was: laten we onze krachten en netwerken bundelen. Elke maand kwamen we bij elkaar, maar dat was bepaald geen gestructureerd overleg’, lacht hij. ‘Het was meer: kijken wie zich via onze netwerken gemeld had en geld nodig had.’

Dat Peak I investeerde in die vroege fase toch al in succesvolle startups als Radionomy en Seatme, dat later samenging met restaurantreserveerder Iens. ‘Dat werd gekocht door Tripadvisor en is uiteindelijk ook een erg mooie exit geworden. Net als Radionomy, dat door het Franse beursgenoteerde Vivendi werd gekocht.’

Huiswerk dankzij de Seed Capital-regeling

Na dat eerste miljoen smaakte zo’n venture capitalfonds runnen naar meer. Het volgende Peak Capital-fonds kon zijn omvang verdubbelen dankzij een achtergestelde lening van wat tegenwoordig de Seed capital-regeling van RVO is. De voorwaarden van EZ zorgden wel voor meer papierwerk, en de noodzaak om een Investment Committee op te tuigen en te rapporteren.

Lees ook: Seed Capital-regeling hielp 831 startups groeien, tijd voor een variant voor scaleups?

‘Dat was best een schok’, zegt Van Mil. ‘Wat eerst liefdewerk oud papier was, leverde ineens veel meer huiswerk op. Maar het is ook logisch dat je aan regels wordt gehouden. En de regeling heeft enorm bijgedragen aan de ontwikkeling van het venture capital in Nederland.’

In die periode deden Van Mil en zijn ondernemende mede-investeerders nog maar één investering per jaar, terwijl ze zelf hun eigen bedrijven runden. ‘Als we het allemaal zagen zitten, stapten we pas in.’

Ondernemers naast de founder

Opnieuw stapten Van Mil c.s. in klinkende namen als Catawiki en online meubelwinkel Flinders. De founders wisten Peak goed te vinden, onder meer via de ondernemers erachter. Daar kwamen ze ook juist op af, stelt hij. ‘Als je met een ondernemer praat, heb je gewoon een andere dynamiek dan met iemand die vanuit de advieskant nadenkt. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het maakt echt verschil.’

Tegenwoordig zijn er zat fondsen die beloven dat ze founders kunnen helpen met de entrepreneurs uit hun netwerk. Startupondernemers zijn daar zelf vaak sceptisch over. Van Mil is het met ze eens. ‘Je kunt een entrepreneur in residence hebben of een adviseur in je netwerk. Maar het is iets anders als iemand die zelf ervaring heeft naast een founder gaat zitten om een probleem op te lossen.’

Fulltime job met Peak Capital

In die early days van Peak waren er nog weinig venture capitalfondsen in Nederland, en al helemaal geen partijen die in de allervroegste fase investeerden in startups. Zelfs Startupbootcamp en Rockstart moesten nog worden uitgevonden.

In 2015 werd het serieuzere business, en voor Van Mil voortaan een fulltime job. Hij werd daardoor van ondernemer investeerder, en bewust. ‘Mijn vader was ondernemer en miste heel veel dingen in ons gezin’, zegt hij. ‘Dat ga ik anders doen, had ik besloten. Het is voor mij één van de redenen geweest om ooit over te stappen. Ik had in die tijd jonge kinderen en was ook nog interim-voorzitter van brancheclub DDMA. Als founder werkte ik toen 80 tot 100 uur per week in en aan mijn bedrijf.’

Fundathons, open office hours

Samen met nieuwe partner Stefan Bary lanceerde hij een soort all star fonds, als je kijkt naar de ondernemers die hun geld erop inzetten. Marcel Beemsterboer (Vakantieveilingen), Marco Aarnink (Drukwerkdeal), Peter Driessen (Spil Games): grote namen destijds. Peak ging actief kennis en zijn netwerk delen, organiseerde fundathons en open office hours. ‘We gaven feedback op elk plan dat we binnenkregen, ook als het niks werd. We beantwoordden altijd elke mail van ondernemers.’

Bij de volgende schaalsprong werd Nederland te klein voor Peak. ‘De concurrentie groeide, het werd interessant voor vc’s om internationaler te werken en onze analyse wees uit dat er in Europa kansen lagen in de Nordics, de DACH-regio en de Benelux.’

Netwerk bouwen in Berlijn

Peak IV, gelanceerd in 2019 met 66 miljoen euro in kas, was daarmee het eerste Europese fonds, met een kantoor in Berlijn. ‘Als je internationaal gaat kun je dat op verschillende manieren doen. Vanuit Nederland, of je co-investeert met een lokale partij. Maar wij hebben het de moeilijke manier gedaan’, zegt Van Mil. ‘We hebben mensen neergezet die een lokaal netwerk konden opbouwen.’

In Berlijn waren nog geen onafhankelijke venture capitalbedrijven die zich richtten op de vroege fase. Het was al jaren een hotspot voor de grote Amerikaanse fondsen, maar voor hen waren de tickets die Peak bood te klein.

‘In Duitsland hadden we eigenlijk minder concurrentie dan we dachten. Er waren veel investeerders, maar weinig fondsen die op onze manier werkten. En Duitsers en Nederlanders gaan goed samen’, zegt Van Mil. ‘Ze waarderen de directe, ondernemende mentaliteit. Veel Duitse founders weten dat ze als ze moeten internationaliseren, een Europees fonds een logische partner is.’

125 miljoen van Europese ondernemers

Stockholm volgde op dezelfde manier. En wat hetzelfde bleef: de investeerders achter het fonds, de zogeheten limited partners of LP’s, waren stuk voor stuk zelf ondernemer, onder wie oprichters van startups waarin Van Mil eerder had geïnvesteerd.

Lees ook: Investeerder Peak lanceert fonds van 150 miljoen: ‘Wij geloven niet in de Gorillas en Getirs’

Vanwege zijn internationale scope haalde het volgende Peak-fonds de 125 miljoen euro daarom op bij Europese ondernemers. Twee keer per jaar komt een flink deel daarvan bijeen. Niet alleen om de resultaten te bespreken, maar ook voor het netwerk en om ondernemers uit de portefeuille te ontmoeten. ‘Je ziet dan vaak dat iemand uit het netwerk naar een founder toestapt en zegt: ik wil daar wel mee helpen.’

Geen instituten als investeerders

‘De ondernemende cultuur willen we vasthouden’, zegt Van Mil. Peak heeft dus geen instituten als investeerder achter zich. ‘Die willen vaak een stoel in het investment committee, willen meekijken in het risicobeheer, willen dat je een bepaald percentage in een bepaalde sector stopt. Dat past niet bij hoe wij werken.’

Dat maakte het fundraisen voor de fondsen niet echt lastiger. ‘Nee hoor, we hadden veel meer kunnen ophalen, bij dat laatste fonds makkelijk 200 miljoen. Maar dan moet je meer mensen aannemen voor governance en reporting. Je krijgt meer overhead en dat verandert de dynamiek van je fonds.’

Meestal thuis mee-eten

Vergeleken bij dat eerste miljoen dat bij de pizza’s werd verdeeld is het Europese Peak (dat Capital ging er op een gegeven moment af) een flink bedrijf. Van Mil zat zelf bijvoorbeeld 2 à 3 dagen per week in het buitenland. ‘Ik heb tot nu toe wel elke founder in de ogen gekeken – maar steeds vaker online. Als ik ‘s avonds naar Berlijn vloog, kon ik na 2 dagen vol meetings toch weer thuis mee-eten. Dat is me in al die jaren meestal wel gelukt. Ik was hockeycoach, kon vrijwel alle schooldingen van mijn kids bijwonen.’

Lees ook: Ex-Adyenners met 28 startups goed voor 1,8 miljard euro

Zijn functie als managing partner was daarbij wel compleet veranderd. Wat ook de bedoeling was van de ondernemer die zichzelf onmisbaar wil maken. ‘Ik denk dat ik uiteindelijk de meeste tijd stak in recruiten. Het beste team bouwen – en als we mensen moesten laten gaan, kwam dat ook op mijn bordje. Een tweede taak als leider: bepalen in welke richting we gingen als Peak, in een omgeving die telkens verandert. En natuurlijk was ik betrokken bij nieuwe investeringen en de portfolio.’

Startuplandschap compleet veranderd

Het Nederlandse startuplandschap van 2026 is compleet veranderd sinds 2007. Nu zie je tientallen fondsen, honderden angel investors en een permanente stroom aan startup-evenementen. Maar volgens Van Mil is het belangrijkste verschil de hoeveelheid kapitaal.

Er is meer kapitaal dan ooit, de concurrentie om de beste deals is heviger. ‘Bij Peak 1 en 2 was er nog meer vraag naar geld dan aanbod’, zegt Van Mil. ‘Nu is het omgekeerd. Er is meer geld beschikbaar dan er goede bedrijven zijn om in te investeren. Wij moeten tegenwoordig echt vechten voor iedere deal. En dat vind ik heel goed. Je moet echt waarde toevoegen als investeerder.’

Starten veel laagdrempeliger

Een tweede groot verschil met die early days: de drempel om een bedrijf te starten is opnieuw lager geworden door AI en flexibele contracten. ‘Vroeger moest je lange huurcontracten afsluiten, servers kopen, software aanschaffen, telefoonabonnementen afsluiten. Het is oneindig veel laagdrempeliger geworden. Dat betekent niet automatisch dat succes eenvoudiger is, je hebt als founder immers ook veel meer concurrentie, maar wel dat experimenteren goedkoper is geworden.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Volgens Van Mil verschuift daardoor ook de rol van investeerders. Het gaat minder om financiering en meer om het ondersteunen van groei en helpen bij het vinden van belangrijke teamleden en strategische keuzes. Zelf houdt Van Mil zich daar voortaan niet meer mee bezig; hij doet nadrukkelijk de deur achter zich dicht bij Peak.

‘Het bedrijf staat helemaal op eigen benen’, zegt hij. ‘En dat is precies wat je wilt als ondernemer. Ik ga me ook nergens mee bemoeien, word geen commissaris of zo. Ik heb zelf in eerdere levens gemerkt dat je dan in de weg gaat lopen en het team niet tot volle wasdom komt. Als je de deur dichtdoet, gaan er altijd andere deuren open. Maar je moet die deur wel eerst dichtdoen.’