Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Apple start zijn tv-offensief

Steve Jobs kijkt mee met de rest van de tech-wereld als Apple vandaag zijn nieuwe plannen en producten lanceert. Speculaties zijn er genoeg: over een nieuw besturingssysteem, nieuwe laptops, maar vooral: vandaag start Apple zijn tv-offensief.

Het is altijd feest op de Apple Worldwide Developers Conference (WWDC), in San Francisco. Apple onthult er regelmatig zijn belangrijkste nieuwe software en andere producten. Ook vandaag zal Apple-ceo Tim Cook wat (software)primeurs uit zijn mouw schudden, gelardeerd met fenomenale verkoopcijfers en de vertrouwde superlatieven. De afgelopen weken is door alle techliefhebers driftig gespeculeerd op waar Cook mee zal komen.

iOS6, Maps, Macbooks

Het meest zeker is de opvolger van Apple's besturingssysteem voor iPad en iPhone, iOS. Versie 6 bevat nuttige verbeteringen, waaronder de spraakbesturing van Siri voor de iPad, maar er is ook slecht nieuws: de eerste generatie iPads draait er niet meer op. Waarschijnlijk komt Apple ook met een eigen versie van Google Maps, in 3D. Wat de computerhardwarebetreft, rekent de buitenwacht ook op nieuwe laptops. De opvallendste vernieuwing van de Macbook Pro zal het scherm zijn: hoog tijd dat die de enorm hoge resolutie van de laatste iPad en iPhones volgen.

TV…

Onzekerder en veel spannender wordt wat Cook te melden heeft over de tv-plannen van zijn bedrijf. Uit de biografie van Steve Jobs wisten we al, dat hij er tot en met zijn sterfbed op de bekende obsessionele wijze mee bezig was: Apple moet zijn magie eindelijk eens binnenbrengen in de tv-wereld. Ja, dat deed het al jaren met Apple TV, de kleine kastjes voor onder het scherm die aanvankelijk een uitgeklede Mac waren, en in een tweede versie nog kleiner en meer gericht op het doorgeven van films uit Apple's iTuneswinkel. Maar het wordt tijd om door te pakken, met een eigen toestel dat alle andere overbodig maakt. 

… maar geen TV

Dat toestel zelf neemt Cook waarschijnlijk nog niet mee. Maar de hardware is dan ook een beetje bijzaak voor het plan om de televisiewereld op zijn kop te zetten: iedereen kan een mogelijke Apple tv zó uittekenen, daarin zal de revolutie niet schuilen. De tv-wereld op zijn kop zetten gaat eerder om het bedieningsgemak en vooral de toegang tot – excusez-le-mot – content. Bij de nieuwste tv's die nu al met het internet zijn verbonden, verloopt die via apps. Vandaar dat Apple waarschijnlijk zijn ontwikkelaars de beschikking zal geven over een SDK (software developers kit) waarmee ze apps kunnen gaan knutselen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Apps maken het verschil

We waren het misschien alweer vergeten, maar de iPhone werd pas écht een doorslaand succes, toen derden er software voor mochten gaan ontwikkelen. Vandaar dat Apple voor zijn nieuwe tv-platform, alvast iTV gedoopt, ook een apart besturingssysteem in de maak heeft, waarvoor het vandaag de ontwikkelaars enthousiast wil krijgen. Nou zijn apps voor de tv niets nieuws. Philips, Samsung, Sony, alle grote televisiefabrikanten zetten stevig in op de combinatie van connected tv's met apps. Ook Google stapte een tijd geleden in de strijd. Die slimme toestellen verkopen goed, maar het gebruik dat kijkers maken van de interactieve extra's komt nauwelijks van de grond.

Apps volgens Apple

Dat doet ergens aan denken. Als we de iPhone er weer even bij mogen halen: ook dat was het zoveelste toestel dat mobiele software accepteerde. Nokia's konden dat al sinds jaar en dag, met vlaggenschip Communicator als stamvader aller smartphones. Ook Windows Mobile was al aan zijn zesde versie toe, met telkens de mogelijkheid om software te downloaden en te installeren. De iPhone was het eerste toestel waarop die mogelijkheid ook echt lekker werkte, de rest is geschiedenis. Inmiddels worstelt Nokia om zich terug te vechten in de hogere segmenten van de telefoonmarkt. Nu zal niemand verwachten dat Apple Samsung op de knieën dwingt in de tv-wereld, maar razend benieuwd maakt het wel: tv volgens Apple.

Lees ook:

AI-FOMO: de angst om achter te lopen verlamt bedrijven

De angst om hopeloos achter te lopen met AI leeft bij veel bedrijven, ziet columnist en AI-watcher Aaron Mirck. Maar hoe zorg je dat je niet te laat bent met een innovatie óf deze juist overhaast omarmt? 'Je hebt zowel innovatie-fetisjisten als innovatie-foben nodig.'

de angst om achter te lopen met AI verlamt bedrijven
Diversiteit in het personeelsbestand helpt om innovaties niet te overschatten of te onderschatten, schrijft Aaron Mirck. Foto: Getty Images

Jarenlang is ons FOMO, the Fear Of Missing Out aangepraat. In flitsende keynotes volgden de voorbeelden van baanbrekende technologische mogelijkheden elkaar in rap tempo op. De wereld zou nooit meer hetzelfde zijn door de komst van blockchain, bitcoin, 3D-printing, biohacking, Metaverse, NFT en Clubhouse.

Deze waarschuwingen landden op een vruchtbare bodem. Het is niet eens heel erg lang geleden dat Obama de verkiezingen won door handig gebruik te maken van Facebook. Of dat de gemeente Haren op z’n kop werd gezet door een verjaardagsfeestje dat viraal ging. Om nog maar te zwijgen over bedrijven als Blokker en V&D die plots uit het straatbeeld verdwenen omdat ze werden ingehaald door online concurrenten.

De vrees van veel ondernemers en bestuurders is begrijpelijk: wie zich niet inleest in technologische ontwikkelingen, loopt het risico ontwricht te worden door nieuwe trends of een technologiegedreven uitdager.

Niet elke technologische belofte lost zijn verwachting in. Er zijn maar weinig vergaderingen in de Metaverse, Clubhouse bleek een covid-trend, blockchain verdween van de voorpagina’s en niemand rekent z’n boodschappen af met bitcoin. Maar de vraag is: hoe bewaak je de balans? Deze tips behoeden je voor blunders:

1. Zorg dat AI een tool is, geen doel

Zo wordt bijvoorbeeld sneller duidelijker welke taken (in welke mate) geautomatiseerd kunnen worden met AI en welke niet. Misschien blijkt dat bepaalde werkzaamheden nog steeds het beste door mensen kunnen worden uitgevoerd, omdat de investering in AI zich niet terugverdient. Het zou immers heel erg zonde zijn om werken met als doel te hebben. Je wil zo effectief mogelijk werken en AI kan daarvoor het middel (de tool) zijn.

Dat iets kan worden geautomatiseerd, betekent niet dat dat ook moet. Familiebedrijven kenmerken zich bijvoorbeeld door warme relaties met hun klanten en afnemers. Zorg ervoor dat dit contact persoonlijk blijft. In een wereld waarin er massaal ChatGPT-gegenereerde mails gestuurd worden, stijgt juist de waarde van persoonlijk contact.

Lees ook: AI-managers rukken op en dat is geen goed nieuws

2. Zie AI als een Zwitsers zakmes

Wie zich wil leren verhouden tot AI, zou de technologie kunnen zien als een Zwitsers zakmes. Het heeft veel functies en het is aan organisaties om te ontdekken welke relevant zijn. Soms is dat maar één functie, soms zijn dat er meer en soms gebruik je het hele zakmes. Daarom is het belangrijk om met AI te experimenteren en verschillende toepassingen te testen om zo te ontdekken wat relevant is. Zolang dat veilig gebeurt.

3. Zorg voor strategische diversiteit

Diversiteit in het personeelsbestand helpt om innovaties niet te overschatten of te onderschatten. Aan de ene kant heb je de innovators die heel enthousiast zijn over nieuwe trends. Aan de andere kant staan mensen die kritischer zijn op innovaties. Je hebt beide groepen nodig in een organisatie.

Stel je voor dat niemand in de organisatie kritische vragen stelt, omdat er alleen maar innovatie-enthousiastelingen zijn aangenomen. Dan heeft niemand oog voor de risico’s. Daarom is het zo belangrijk om te streven naar strategische diversiteit: innovatie-fetisjisten en innovatie-foben.

Lees ook: Door AI begin je steeds meer op je collega te lijken

4. Overhaast innovatie niet

Veel ondernemers en managers worstelen met de wildgroei aan mogelijkheden omtrent AI. Ze vragen zich af of hun organisatie gebruik moet maken van de nieuwste AI-toepassingen, welke toepassingen waarde toevoegen en welke slechts een hype zijn. Een van de oplossingen is om innovatie niet te overhaasten.

Wees nieuwsgierig naar de manier waarop AI je business kan veranderen maar waak er tegelijkertijd voor dat de organisatie te snel te verandert, want dat levert ook bepaalde risico’s op. Het belangrijkste is dat je als organisatie niet in jezelf gekeerd bent. Ondernemers en leiders die zichzelf te serieus nemen en niet open staan voor verandering of nieuwe inzichten zijn een bedreiging van een organisatie. Mogelijk is een gebrek aan nieuwsgierigheid wel een grotere bedreiging dan te laat zijn met het implementeren van een innovatie. Immers: je kan altijd nog aanhaken, maar wie leert jou of je organisatie om open te staan voor nieuwe concepten.

5. Ontspan, AI is op hetzelfde punt als het internet in 1995

Vaak moet ik aan dit interview met Bill Gates denken. Ik geloof dat het een prima verbeelding is van waar we nu zijn qua AI:

Bill Gates legde in 1995 het internet uit en legde uit dat het internet en email nog eens best belangrijk worden. Dat is heel knap voorspeld. Maar sommige dingen waren niet voorspeld, omdat niemand het zich kon voorstellen. Zoals: had iemand de ontwrichting van de taxisector door het internet (Uber) zien aankomen?

Net zoals we in 1995 stonden aan de vooravond voor de massale implementatie van een systeemtechniek, staan we nu op hetzelfde punt. De enige zekerheid is dat AI de wereld gaat veranderen op manieren die we ons niet kunnen voorstellen. Misschien hebben we het over tien jaar niet meer over chatbots of hebben we het over de revolutie die AI betekend heeft op de productie van fysieke objecten. Wellicht barst er eerst een AI-bubbel, net zoals bij dotcom. En zien we daarna wie de Amazon.com’s en de Pets.com’s van dit tijdperk gaat zijn.

Wat ik wil zeggen: het AI-tijdperk gaat nog wel even duren, zoals het internet heel erg lang happening was. Houd dat in je achterhoofd. En Festina Lente (haast je langzaam).

Lees ook: AI-godfather gelooft niet in chatbots als Claude en ChatGPT: ‘Niet eens slimmer dan een kat’