Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

‘Koppel de AI van Amsterdam aan de hightech van Eindhoven en je hebt een Europese techmacht’

AI uit Amsterdam en hightech uit Eindhoven: twee werelden die elkaar steeds meer nodig hebben, maar nog te weinig samenwerken. Onderzoekers van de VU Amsterdam en Rabobank pleiten daarom voor een techcorridor die de innovatieclusters in beide steden verbindt.

Foto: ASML/Bart van Overbeeke

Het Eindhovense Prodrive Technologies nam onlangs een belang in het Amsterdamse Fortaegis. Eerstgenoemde ontwikkelt elektronische componenten en systemen voor de hightech industrie en is een van belangrijkste toeleveranciers van ASML; de tweede is een scaleup die ‘onkraakbare’ chips ontwikkelt.

Prodrive investeert niet alleen in Fortaegis, het bedrijf gaat ook op grote schaal chipsystemen van het bedrijf produceren. De samenwerking slaat een brug tussen Eindhoven en Amsterdam – precies hoe onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam en Rabobank het graag zien.

In twee woensdag verschenen rapporten pleiten ze voor een ‘techcorridor’ tussen Brainport Eindhoven en de Metropoolregio Amsterdam (MRA of Groot-Amsterdam), die de gebieden met elkaar moet verbinden en samenwerking en innovatie moet stimuleren.

Kwart van het bpp

Samen zijn Groot-Amsterdam (21,3 procent) en Brainport Eindhoven (5,7 procent) goed voor meer dan een kwart van het Nederlandse bbp. De arbeidsproductiviteit is er bovendien structureel hoger dan in de rest van Nederland.

De regio’s behoren ook tot de Europese top. Amsterdam loopt met bedrijven als Adyen en Booking voorop in digitale technologie en AI-ontwikkeling, en Brainport Eindhoven is koploper in de hightech maakindustrie en halfgeleidersector – met ASML als kroonjuweel.

Alleen opereren ze te veel als onafhankelijke eilandjes, concluderen VU-onderzoekers Haroon Sheikh, bijzonder hoogleraar strategic governance of global technologies, en Thijmen Vernède. Dat is problematisch, aangezien het vergrijzende Nederland juist alle zeilen moet bijzetten om de productiviteitsgroei, en daarmee onze welvaart, op peil te houden.

Oud-ASML-topman en kabinetsadviseur Peter Wennink kwam in zijn veelbesproken rapport Wennink met dezelfde waarschuwing.

Lees ook: Kabinetsfluisteraar Peter Wennink: ‘Hou alsjeblieft op met R&D een kostenpost noemen’

Koppel de software- en AI-expertise van Amsterdam aan de hightech van Eindhoven, stellen Sheikh en Vernède voor in hun rapport. Die zijn namelijk op veel vlakken complementair. Ze onderscheiden negen kruisbestuivingen of synergieën, samenwerkingen waarbij de optelsom groter is dan de som der delen. Het ontwikkelen van AI voor chips, machines en systemen is volgens de onderzoekers de meest voor de hand liggende vorm.

ASML naar Amsterdam

AI-modellen om operationele processen te optimaliseren bijvoorbeeld. KLM gebruikt kunstmatige intelligentie om te voorspellen wanneer onderhoud aan haar toestellen nodig is, dat kan ASML ook. Dat is geen theoretisch idee: zo’n samenwerking is al in de maak met het AIndustry Lab, dat uit de koker komt van de AI Coalitie 4 NL (AIC4NL).

ASML kijkt al langer naar oplossingen naar Amsterdam. De chipmachinemaker nam in 2014 het initiatief voor het Advanced Research Center for Nanolithography (ARCNL), dat neerstreek in het Amsterdamse Science Park. Hier wordt onderzoek gedaan naar technologieën waarvoor binnen de operatie van ASML geen ruimte is, maar die cruciaal kunnen zijn voor de toekomst van de halfgeleiderindustrie.

En vorig jaar stak de chipmachinefabrikant nog 1,3 miljard euro in Mistral, in een overeenkomst die de AI-modellen van de Franse scaleup in de hele productielijn implementeert.

‘Met AI gaan we een volgende fase in met het nog verder verbeteren van de softwaremodellen en kwaliteit en productiviteit van onze machines’, zei cfo Roger Dassen daarover tegen het ED. Met een nieuw ontwikkeld AI-model kan de oorzaak van een fout in een machineonderdeel bijvoorbeeld voortaan binnen 8 minuten worden opgespoord. ‘Normaal gesproken zou een specialist van ASML daar meer dan tien uur voor nodig hebben.’

Geen gescheiden werelden meer

Software en hardware zijn geen gescheiden werelden meer, zegt ook VU-hoogleraar Sheikh op BNR. ‘In Amerika zijn deze samenwerkingen al heel gangbaar. AI-bedrijven die hun eigen applicaties ontwikkelen, die investeren in chips en datacenters. Dat hebben we als uitgangspunt genomen in ons onderzoek.’

Een andere mogelijke synergie is de ontwikkeling van AI-chips, het type waar Nvidia groot mee geworden is. De Eindhovense deeptechscaleups Axelera AI en Euclyd werken aan chips die beter zijn toegespitst op AI-toepassingen.

Lees ook: In de schaduw van Nvidia staat in Eindhoven een uitdager op met $250 miljoen vers kapitaal

Het rapport citeert Euclyd-oprichter Bernardo Kastrup, die stelt dat de chips van Nvidia niet voor AI bedoeld waren. ‘Ze zijn ontwikkeld voor de game-industrie, met als gevolg dat het chipgebruik nu ongelooflijk inefficiënt is en enorme hoeveelheden energie gebruikt.’ Het idee achter het bedrijf Euclyd is om een totaal ander ontwerp te gebruiken dat wel voor AI bedoeld is en dus veel efficiënter is.

Fortaegis wil zich dan weer onderscheiden met chips die data ultraveilig kunnen verwerken en opslaan, en zowel voor civiele als militaire toepassingen kunnen worden gebruikt. Ook daar zien de onderzoekers potentie: tech voor defensie, zoals de dronesamenwerking tussen VDL en Deltaquad.

Te klein om in regio’s te denken

Wat de as Eindhoven-Amsterdam de BV Nederland kan opleveren? Individueel behoren de regio’s tot de Europese top, maar niet tot de absolute kopgroep. Die positie is voor innovatieclusters die economisch nog beter presteren: Dublin, München, Kopenhagen en Stuttgart.

Dat heeft vooral te maken met de investeringen in R&D, plus het feit dat Europese equivalenten van Brainport Eindhoven wél bijna altijd onderdeel zijn van een grotere metropoolregio. Een voorbeeld is het automotivecluster in Böblingen, bij Stuttgart.

Maar tel de economieën van Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven bij elkaar op en er ontstaat een schaal en structuur die wél kan concurreren met deze innovatiekoplopers, becijfert Rabobank, dat de economische merites van de techcorridor onderzocht. Goed, Amsterdam en Eindhoven liggen weliswaar verder van elkaar dan Böblingen en Stuttgart, maar op wereldniveau is die afstand verwaarloosbaar.

Nederland telt meer gespecialiseerde innovatieregio’s. Nijmegen speelt een belangrijke rol in de halfgeleiderindustrie, Delft heeft een bloeiend quantum-ecosysteem, Twente is sterk in machinebouw en engineering en Leiden in biotechnologie. Maar een structurele verbinding en gezamenlijke programmering tussen die regionale specialisaties ontbreekt.

De techcorridor tussen Amsterdam en Eindhoven is wat de VU-onderzoekers betreft slechts het begin. ‘Dit zou kunnen leiden tot een meer gezamenlijke Nederlandse propositie in digitale technologieën’, zegt Sheikh tegen BNR. ‘Nederland is te klein om in losse regio’s te denken.’

Lees ook: Nederland innoveert volop, maar de stap van idee naar markt blijft struikelblok