Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Universiteitsstad Delft brengt talloze startups voort, maar raakt ze ook zo weer kwijt

Delft brengt de ene na de andere hightech-startup voort, maar de stad kampt met een probleem: zodra de bedrijven groter worden, kunnen ze in de universiteitsstad lang niet altijd voldoende werk- en labruimte vinden. Dat leidt tot een exodus aan scaleups. Met een nieuw megapand probeert de TU Delft het tij te keren.

Yes!Delft
Jelmer Luimstra
Je leest nu: Universiteitsstad Delft brengt talloze startups voort, maar raakt ze ook zo weer kwijt

Jarenlang woonde ontwerpingenieur Sal Jua Bosman in een kraakpand in de Amsterdamse Spuistraat, tot hij het een paar jaar geleden welletjes vond in de hoofdstad. Kraakpanden werden door de gemeente gesloten, terwijl er dikwijls dure appartementen voor terugkwamen. Bosman besloot naar Delft te verhuizen, de stad van de technische universiteit waar hij toch al enkele jaren onderzoek deed naar quantumtechnologie.

Startup Hotspots
Dit is de vijfde aflevering van de rubriek Startup Hotspots, waarin MT/Sprout de belangrijkste startup-regio’s van Nederland bezoekt. Alle edities zijn hier te vinden.

‘Er kwamen veel te veel regeltjes in Amsterdam’, klaagt Bosman, terwijl hij een peukje rookt in de werkplaats van zijn nieuwe onderkomen op bedrijventerrein Kabeldistrict. Bosman oogt er nog altijd als een anti-establishment-kraker, met warrig middellang haar en bretels.

Toch runt hij inmiddels een succesvol bedrijf – Delft Circuits – dat kabels levert voor quantumcomputers, met grote klanten in dertig landen. ‘Delft leek me aanvankelijk suf, maar kijk eens om je heen’, zegt Bosman. ‘Je hebt hier alle vrijheid.’ Hij loopt naar de koelkast voor een blikje bier. ‘Willen jullie er ook één?’

Kabeldistrict
Een oud bord in hipster- en startupenclave Kabeldistrict herinnert nog aan de dagen dat hier een kabelfabriek was gehuisvest.

Kabelfabriek voor startups

Het bedrijfsverzamelgebouw waar Bosman ruimte huurt, is gevestigd in een voormalige kabelfabriek, die leeg kwam te staan. Het gebied eromheen wordt omgebouwd tot woon- en werkomgeving. In de toekomst komen hier onder meer 3.250 woningen te staan. Daarnaast komt er nieuwbouw voor bedrijven met in totaal 1.250 arbeidsplaatsen, waar Bosman straks ook weer gebruik van hoopt te kunnen maken.

Maar de komende vijf tot tien jaar zijn de oude fabrieksgangen daarentegen een thuis voor foodtrucks, hightech-studententeams van de universiteit, een padelvereniging en startups. In het zogenoemde KD Lab huizen momenteel elf van dit soort startende bedrijven, met naast Bosmans onderneming ook advertentiebedrijf en voormalig Startup van de Week Turff en hightech-startup Spectal Industries, dat er aan sensoren werkt die de samenstelling van grondstoffen in de mijnbouw kunnen vaststellen.

Het Kabeldistrict is een mooi voorbeeld van hoe de startup-cultuur zich in universiteitsstad Delft ook buiten de campus om aan het verbreden is. De stad biedt een thuis aan 674 startups, blijkt uit gegevens van dataplatform Dealroom. Anno 2022 bieden ze werk aan 8.800 mensen, een stijging van liefst 4.200 arbeidsplekken ten opzichte van 2020.

Yes!Delft
Een open werkruimte in het hoofdpand van Yes!Delft.

TU Delft als motor achter startups

De motor achter het Delftse startup-ecosysteem is en blijft natuurlijk de TU Delft, die dit collegejaar ruim 28.000 technische studenten aantrekt. Een deel van die technici start tijdens de studietijd een eigen bedrijf, waardoor Delft is uitgegroeid tot mekka voor medtech-, robotica- en lucht- en ruimtevaartbedrijven. 

96 van dit soort bedrijfjes zijn gehuisvest in incubator en accelerator Yes!Delft, die zetelt in een ruim opgezet pand aan het campusterrein. De publiek gefinancierde incubator werd in 2005 opgericht door een groep ondernemers die samen ruimte wilden huren. Het groeide uit tot een van de grotere tech-incubators van Europa, met werkruimte voor zo’n 1.500 startup-medewerkers. Aanstormende ondernemers krijgen er les in elementaire bedrijfszaken, zoals het aantrekken van kapitaal, het vinden van werknemers en juridische zaken.

Van de 23 mensen die vanuit grootaandeelhouder TU Delft bij Yes!Delft werken, heeft vrijwel de helft een ondernemersachtergrond. Zo ook de praatgrage directeur Evert Jaap Lugt (hoofdfoto boven), die in het verleden verscheidene techbedrijven startte en succesvol verkocht. De zestiger wijst naar een prent aan de muur waarop de verschillende groeifases van startups staan vermeld. Helemaal links onderaan staat ‘validatie’.

Ondernemerschap is net als Formule 1. Voor je een Ferrari instapt, moet je weten waar het gas zit

‘Daar richten wij ons dus op’, zegt Lugt. ‘Veel ondernemers starten een bedrijf zonder het businessmodel voldoende te hebben gevalideerd. Dan halen ze bijvoorbeeld 2 miljoen euro op en zetten ze meteen twintig man op de loonlijst. En dat terwijl ze nog geen product-market fit hebben.’ Dat is vragen om problemen, vindt de directeur. ‘Ondernemerschap is net als Formule 1. Je stapt in een Ferrari, maar voor je de baan opgaat, moet je goed weten waar het gas zit.’

Aan Rotterdammer Lugt en zijn team om startende ondernemers uit te leggen ‘waar het gas zit’. Dat stelt ze soms voor uitdagingen, want in technologiestad Delft vind je logischerwijs vooral bèta-startups. Er zijn dus veel – om in startup-termen te spreken – ‘hackers’, oftewel: technici, maar wat minder ‘hustlers’, die er aardigheid in hebben het product te vermarkten. Lugt: ‘Iemand die veel over robotica weet, vindt het soms al eng om de telefoon te pakken om klanten te benaderen. Daar geven wij ze dan les in.’

Scaleups verlaten Delft

Weten ondernemers echter eenmaal het gaspedaal te vinden, dan drukken ze het soms weleens zo hard in dat Delft te klein wordt. Marnix Broer van scaleup StuDocu is zo iemand. Samen met zijn toenmalige huisgenoot Jacques Huppes en twee vrienden begon hij in 2010 een site voor studiesamenvattingen, StudeerSnel geheten.

Ze werkten vanuit hun studentenkamers en wisten hun service al na enkele weken binnen de ‘kleine gemeenschap’ van Delftse studenten gemeengoed te maken. De ondernemers gingen gewoon alle studentenhuizen af en vertelden over hun site, blikt Marnix aan de telefoon terug. ‘Dan heb je al snel zo’n twintig gebruikers te pakken.’

We vonden Delft wat te klein worden. We hadden de stad wel wat uitgespeeld

Na een paar jaar in Delft waren ze er echter ‘een beetje uitgegroeid’, zegt de ondernemer. StuDocu vertrok naar een antikraakpand in Amsterdam-West en zetelt inmiddels aan een groot gebouw aan de grachtengordel. ‘In Amsterdam kon je veel gemakkelijker antikraakpanden vinden dan in Delft’, blikt Broer terug. ‘Daarnaast heb je er veel meer investeerders zitten. Ook voor ons eigen leven wilden we gewoon naar Amsterdam verhuizen. We werden getrokken door het grootse en massale van Amsterdam en vonden Delft te klein. We hadden de stad voor ons gevoel wel uitgespeeld.’

Hardt Hyperloop
Ondernemer Tim Houter van scaleup Hardt Hyperloop poseert voor de Delftse incubator Buccaneer, die hij medio dit jaar zal verruilen voor Rotterdam. ‘We groeien hier een beetje uit ons jasje.’

Zelfs TU Delft-bedrijf pur sang Hardt Hyperloop verlaat medio dit jaar de stad. Het concern dat werkt aan de Hyperloop van Elon Musk ontstond aan de TU Delft, waar de oprichters meededen aan een projectgroep rondom deze hypersnelle ov-oplossing. Een ‘Dream Team’, noemen ze dit soort projectgroepen aan de TU Delft.

De startup telt inmiddels veertig mensen. ‘We groeien hier een beetje uit ons jasje’, verklaart mede-oprichter Tim Houter, zittend aan een tafel in zijn kantoor, gevestigd in incubator voor groene energie- en offshore-startups Buccaneer.

In buurstad Rotterdam vond Houter een groter kantoor, maar Delft zal hij naar eigen zeggen wel missen want, ja, er is geen startup-stad die Houten beter kent. Hij wijst naar het glazen kantoor dat aan dat van Hardt grenst. ‘Daar zit de startup die voortkwam uit het waterstof-team van de TU Delft. En daar, even verderop, zit het oude Solar Boat-team.’

Te weinig laboratoria

Dat scaleups Delft verlaten merkt ook Bas Vollebregt, wethouder Economie voor de lokale studentenpartij Studenten Techniek In Politiek (STIP). STIP werd al in 1993 opgericht en is inmiddels met zes zetels de grootste partij van studentenstad Delft, een plaats die de partij deelt met GroenLinks en D66. De 31-jarige, goedlachse wethouder studeerde zelf in 2015 af aan de TU Delft. We spreken af in Yes!Delft, waar een nieuwe lichting afgestudeerden startups uit de grond stampt.

Studenten mogen dan volop startups uit de grond stampen in Delft, ze groeien er al snel, net als Hardt, uit hun jasje, meent Vollebregt. ‘Ze hebben bijvoorbeeld grotere labs nodig om hun robotica-innovaties te testen. Die ruimte heb je hier niet altijd en dat is zonde. Daardoor wijken bedrijven uit naar andere steden, terwijl je ze eigenlijk in de regio zou willen behouden.’

Iedereen denkt dat het goed gaat met Delft, maar onze werkgelegenheid loopt achter op die van Nederland

Dat heeft zijn effect op de lokale werkgelegenheid. De Delftse banenmarkt kan niet profiteren van het 87-koppige team van StuDocu, dat al jaren in Amsterdam zetelt. Ook met de verhuizing van Hardt naar Rotterdam raakt de stad straks weer veertig slimme koppen kwijt. Vollebregt: ‘Iedereen denkt altijd dat het hier in de Randstad wel goed gaat, omdat we pal naast Den Haag liggen. Toch loopt onze werkgelegenheidsgroei hier al een paar jaar achter op de rest van Nederland.’

De wethouder vindt het dan ook belangrijk om subsidie te blijven verlenen aan bijvoorbeeld Yes!Delft. Wel geeft dat soms discussie in de gemeenteraad, vertelt hij. ‘Sommige partijen vragen zich dan af of dit wel de rol van de overheid is. Ze vinden bijvoorbeeld dat er meer geld naar buurthuizen moet in plaats van het subsidiëren van Yes!Delft. Mijn lijn is dat je door te investeren in de kenniseconomie zorgt dat er over een paar jaar nog buurthuizen in de stad zijn.’

Next Delft
In het bedrijfspand van Next Delft groeien bomen. Sensoren van Yes!Delft-startup Nurtio houden bij of de temperatuur voor de bomen goed is en of ze voldoende water krijgen.

Scaleups in de stad behouden

Om naast startups ook scaleups in de stad te behouden, investeerde de gemeente recent 1,25 miljoen euro in een nieuw pand dat pal naast de twee gebouwen van Yes!Delft staat, Next Delft geheten. In dit 10.000 vierkante meter tellende pand is voldoende ruimte voor het huisvesten van zo’n vijftien scaleups die grote laboratoria nodig hebben. De gemeente en universiteit wisten verzekeraar ASR zover te krijgen om 35 miljoen euro te investeren en daarmee eigenaar te worden van het pand.

Omdat snelgroeiende scaleups geen langetermijncontracten voor werkruimte willen afsluiten, is het voor ASR namelijk een enigszins risicovolle belegging. De gemeente wist dat risico af te dekken door te verzekeren de overige helft van de huurinkomsten te vergoeden, mocht het pand slechts voor de helft verhuurd worden. 

Het bleek niet nodig, want de bedrijfsruimte in Next Delft is al voor 85 procent verhuurd – voor de resterende ruimte stelt ASR in ‘vergevorderde gesprekken’ te zijn. Het pand is nog maar net opgeleverd en de vloeren liggen nog vol met afdekfolie. Bouwlieden werken op de begane grond nog volop aan de laatste details, maar op de tweede verdieping zit de eerste scaleup-ondernemer al druk op zijn laptop te tikken. De rest volgt de komende maanden. 

CarbonX
CarbonX-oprichter Rutger van Raalten toont autobanden met koolstofmateriaal van zijn startup.

Doorgroeien in Delft

Een van de toekomstige huurders is Rutger van Raalten, mede-oprichter en ceo van scaleup CarbonX. Zijn bedrijf ontwikkelde een nieuw type koolstofmateriaal. Voeg je dit toe aan autobanden, dan houdt de koolstof het rubber flexibel en gaan de banden langer mee, zo is het idee. Van Raalten laat MT/Sprout zijn kantoor zien, dat nu nog volledig gehuisvest is in een van de panden van Yes!Delft, het pand met laboratoria. De ondernemer huurt er een verdieping, waar allerhande apparaten staan opgesteld om zijn koolstofinnovatie te vervaardigen.

‘Als we al onze machines aan zouden zetten, zouden we in één keer alle oplaadpunten van elektrische auto’s eruit trekken’, zegt Van Raalten, terwijl hij een autoband met zijn koolstofmix vastpakt; het resultaat van het werk van die machines. ‘In Next Delft heb je dat probleem niet. Het pand is helemaal ingericht of industriële bedrijven, zoals de onze.’ 

Van Raalten hoeft de stad dus niet te verlaten om zijn bedrijf verder te laten groeien. Sterker nog, ASR wil in 2023 een tweede Next-gebouw aan het huidige vast bouwen en Van Raalten heeft daar nu al een huuroptie voor afgesloten. Hij heeft nu nog dertig medewerkers (30 fte) voor zich werken, maar wil het team uitbreiden naar veertig mensen. Ruimte zat, in ieder geval. CarbonX zal dus niet uit zijn jasje groeien in Delft.

Physee
Physee-oprichter Ferdinand Grapperhaus, in zijn plantrijke kantoor in Delft. ‘Ik dank een belangrijk deel van ons succes aan de stad.’

Toch niet naar Amsterdam

Even verderop aan de campus huist Physee, een bedrijf dat gevels met geïntegreerde zonnecellen en sensoren ontwikkelt. Over de met hangplanten en varens versierde werkvloer schalt indiemuziek en er werken allerlei twintigers en dertigers. Best gezellig kantoortje, dus. Toch twijfelde oprichter Ferdinand Grapperhaus – inderdaad: de zoon van – lange tijd over de vraag of hij ‘de hele boel’ niet beter naar zijn thuisstad Amsterdam zou kunnen verhuizen. 

Daar, in Amsterdam, zitten immers veel meer investeerders, terwijl het Delftse ecosysteem volgens Grapperhaus nog niet volwassen genoeg is. ‘In Eindhoven heb je grote partijen zoals Philips en ASML, die jonge startups verder helpen door bijvoorbeeld te investeren. In Delft heb je dat nog niet zo.’ 

Startups in Delft ontwikkelen geen Tinder voor katten, ze lossen wereldproblemen op

En dat terwijl Delftse startups volgens Grapperhaus juist bovengemiddeld veel groeikapitaal nodig hebben. ‘In Delft zitten veel deeptech-bedrijven, die technologie ontwikkelen waar intellectueel eigendom voor nodig is. Patentaanvragen en het ontwikkelen van de hardware kosten veel geld. Het is niet zomaar even een Tinder voor katten ontwikkelen, het draait hier om technieken waarmee we de energietransitie kunnen versnellen of voedselproblemen kunnen oplossen.’ Tegelijkertijd leidt de TU Delft volgens Grapperhaus vooral ingenieurs op, die ‘heel erg met hun handen en voeten in de technologie zitten, maar minder goed zijn in netwerken met investeerders’.

Dat Grapperhaus toch in Delft is gebleven met zijn bedrijf is omdat hij hier pal naast de TU Delft zit. ‘Wij produceren sensoren en ontwikkelen coatings’, zegt Grapperhaus. Hij wijst naar achteren. ‘Daar zit de universiteitscampus. De mensen die daar afstuderen, kunnen hier spreekwoordelijk direct via de deur naar binnenlopen. Bovendien zijn de huurprijzen in Delft veel normaler dan in Amsterdam. Ik heb zelf in Delft gestudeerd en ken hier veel mensen, dus kan hier relatief makkelijk wat voor elkaar krijgen. In Amsterdam zouden we daarentegen een van de vele duizenden bedrijven zijn.’

En ach, met die investeerders is het voor Grapperhaus uiteindelijk wel goedgekomen. Hij mag dan als ingenieur opgeleid zijn, toch weet Grapperhaus prima hoe hij moet netwerken met geldschieters. Afgelopen jaar haalde zijn bedrijf dan ook een mooie 12 miljoen euro op. Grapperhaus heeft inmiddels bijna veertig mensen op de loonlijst. De meesten van hen hebben een diploma van de TU Delft, zegt de ondernemer. 

Hij kijkt even uit het raam en concludeert dan: ‘Weet je? Uiteindelijk dank ik ons succes voor een belangrijk deel aan Delft.’