Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Hoe Wageningen zijn suffe landbouwimago afschudde en een magneet voor startups werd

Wilde je rond 2005 een startup beginnen in Wageningen, dan werd je raar aangekeken. Je kon toch net als pa en ma de landbouw in, of anders aan de slag bij een corporate? Na jaren van hard werken lijkt het universiteitsstad Wageningen anno 2021 dan eindelijk gelukt om zijn landbouwveren af te schudden en een startupstad te worden.

Jelmer Luimstra
Je leest nu: Hoe Wageningen zijn suffe landbouwimago afschudde en een magneet voor startups werd

Saskia Tersteeg is druk bezig achter haar laptop, in een klein kantoortje aan de campus van de Wageningen Universiteit. Tersteeg is productontwikkelaar voor de startup Time-travelling Milkman, dat vetten ontwikkelt om bijvoorbeeld veganistische kaas romiger te maken. Vorige week haalde het bedrijf 550.000 euro op bij investeerders. Begin volgend jaar moet hun innovatie al verwerkt worden in producten in het supermarktschap, vertelt de twintiger, dus er is genoeg werk te verzetten.

Time-travelling Milkman is opgericht door een doctorandus aan de universiteit en Tersteeg zelf studeerde er ook af. ‘Dat we in Wageningen zitten, is handig bij het leggen van contacten’, zegt Tersteeg. ‘Er zitten hier veel grotere en kleinere bedrijven.’

Startup Hotspots
Dit is de tweede aflevering van de rubriek Startup Hotspots, waarin MT/Sprout de belangrijkste startup-regio’s van Nederland bezoekt. Alle edities zijn hier te vinden.

Een etage lager staart de Griekse Evangelos Kontos naar een Word-document op zijn scherm. De student entomologie aan de Wageningen Universiteit werkt aan een wetenschappelijk onderzoek, dat bedoeld is voor de startup waarbij hij stage loopt, InsectSense. Het jonge bedrijf zet bijen in om coronabesmettingen bij mensen te detecteren.

‘Honden kunnen het ook, dus wij dachten: waarom proberen we het niet met bijen?’, legt Kontos uit. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat ze dit met 92 procent nauwkeurigheid kunnen meten. We willen daarom een bijencabine creëren waar bezoekers van evenementen kunnen instappen. Nadat je ‘píng’ hoort, weet je dat je geen covid hebt. Op die manier hoef je geen test meer te doen.’

Evangelos Kontos werkt aan een paper voor zijn werkgever, startup InsectSense.

Product testen

Beide bedrijven huren kantoorruimte in het pand Plus Ultra 2, dat een centrale rol vervult in het startup-leven van Wageningen. In dit pand is Starthub Wageningen gevestigd, een tak van de universiteit die zich erop richt ondernemende studenten te helpen bij het testen van hun product. ‘Prototypen’, noemt de van origine Oostenrijkse Starthub-coördinator Gitte Schober (foto bovenaan artikel) het. Terwijl we door het universiteitslab lopen, wijst ze allerhande apparaten aan. ‘Kijk, we hebben hier een bioreactor en daar zie je 3D-printers, snijd- en lasapparaten.’ Startups kunnen hiervan gebruikmaken bij het ontwikkelen van hun innovaties, legt ze uit.

Kleeft aan de Wageningen Universiteit nog altijd het imago van een ouderwetse landbouwuniversiteit, in feite is het dat al lang niet meer. De universiteit richt zich anno 2021 op onderzoek in onder meer de agrotech en voedingswetenschappen. De regio waar Wageningen deel van uitmaakt, wordt dan ook ‘Foodvalley’ genoemd. Startups worden er aangespoord om met duurzame producten te komen en bedrijfjes zoals die van Versteeg en Kontos zijn daar het directe gevolg van.

Spin-offs

De afgelopen twee jaar, zo blijkt uit cijfers van de universiteit, ontstonden in totaal zes van dit soort spin-offs, oftewel startups die vanuit de universiteit het licht zagen. Wageningen zelf telt momenteel 123 startups, blijkt uit Dealroom-gegevens. Gezamenlijk bieden zij werk aan zo’n 700 werknemers, een groei van 240 arbeidsplaatsen sinds 2019.

Toen we begonnen, was het nog niet sexy om te ondernemen

Het lijkt dus de goede kant op te gaan met startup-stad Wageningen, al heeft dat jaren geduurd, weet Schober. ‘Wij werken sinds 2005 aan Starthub Wageningen (aanvankelijk onder een andere naam, red.), maar voor die tijd was het niet sexy om te ondernemen. De middelen en de netwerken daarvoor ontbraken. De meeste studenten gingen na hun studie daarom bij grote bedrijven aan de slag. Alleen de meest koppige mensen, zoals Lucas Noldus, begonnen vanuit de universiteit een eigen bedrijf.’

Landbouwstempel

Al doet de Wageningse universiteit er alles aan zich te ontdoen van het aloude landbouwstempel, toch zijn er nog altijd veel studenten afkomstig uit boerengezinnen. Niet alleen uit Nederland, maar uit de hele wereld, vertelt Schober. ‘We staan wereldwijd bekend als de beste universiteit in dit vakgebied, waardoor bijvoorbeeld ook succesvolle boeren uit Spanje hun kinderen hier naartoe sturen.’

Je hebt hier veel geitenwollensokkentypes. Geld is vies, vinden zij

De boerenzonen en -dochters zijn dikwijls bevlogen types die de wereld groener willen maken, weet Schober. Mooi vindt ze dat, maar bedrijfstechnisch levert het soms barrières op. ‘Je hebt hier veel geitenwollensokkentypes. Het zijn wereldverbeteraars, maar hun ambitie zit ze in de weg. Ik krijg ze met geen geweld Wageningen uit, terwijl je de wereld in moet om problemen op te lossen. Geld is vies, vinden velen. Ze gaan hier niet voor geld, maar impact. Dan verkopen ze hun prototype bijvoorbeeld al vroeg aan een corporate, terwijl ze ook door middel van investeringsrondes hadden kunnen groeien.’

Startlife-directeur Laura Thissen en -marketinghoofd Bram van Beek.

StartLife

Ondernemers die niets voelen voor zo’n te vroege exit, kunnen in hetzelfde pand aankloppen bij Laura Thissen en Bram van Beek. Zij zijn respectievelijk directeur en marketinghoofd van StartLife, een semi-publiek gefinancierde startup-incubator en -accelerator. Twee keer per jaar kunnen startups er meedoen aan een drie maanden durend acceleratorprogramma, waar zij – in Thissens woorden – worden ‘klaargestoomd voor investor readiness‘.

StartLife stelt zo’n veertig mentoren aangesloten te hebben, die startups ook buiten het accelerator-programma om bijstaan. Startups kunnen tevens gebruikmaken van een StartLife-lening van tussen de 75.000 en 250.000 euro. Thissen vertelt dat haar organisatie de afgelopen tien jaar zo’n 400 startups begeleidde. Slechts 10 procent van deze bedrijven komt van de Wageningen Universiteit, stelt ze; driekwart komt uit het buitenland. Wel moeten ze allen iets met agrotech doen.

Bedrijven die de zoveelste nieuwe vegaburger hebben ontwikkeld, moeten we vaak ‘nee’ verkopen

‘We willen naar een duurzame voedselketen toe’, zegt Van Beek, ‘en startups moeten daaraan bijdragen’. Toch kom je niet zomaar binnen bij StartLife: slechts 10- tot 15 procent van de startups wordt toegelaten. Van Beek: ‘We kunnen niet iedereen toelaten, dus zeggen we vaak “nee” tegen mensen die de zoveelste vegaburger met een nieuw smaakje hebben bedacht.’

Zakelijke markt

Veel van de startups die meedoen, richten zich op de zakelijke markt, legt hij uit. Ze ontwikkelen duurzame voedseltechnieken om consumentenproducten te verbeteren, maar maken zelf geen eindproduct. Bijvoorbeeld startup Rival Foods, dat een nieuwe productiewijze ontwikkelt voor vegetarische kip, of het eerder aangehaalde Time-travelling Milkman, dat veganistische kazen romiger wil maken. Toch is het geen ijzeren regel dat consumentenproducten worden geweigerd, stelt Van Beek breed glimlachend: ‘Als Mosa Meat hier had aangeklopt, hadden ze zeker een kans gemaakt.’

Of ze wel eens iets merken van de scepsis die lokale ondernemers zouden hebben tegenover geld? Thissen: ‘Nee, dat merken wij nooit.’ Van Beek: ‘Nou, er zitten hier ongetwijfeld studenten die zeggen: geld is vies. Maar dat is omdat duurzaamheid en een betere wereld zo belangrijk zijn. Duurzaamheid is hier niet slechts een buzzword. Je hebt planet, people en profit. Profit staat bij veel mensen hier minder prominent bovenaan op het lijstje. Thissen: ‘Maar wij geloven dat je geld nodig hebt om te groeien.’

Voor agrotech-startups is het vaak een kwestie van de lange adem

Groeigeld is nodig, want veel van de bedrijven uit de stal van StartLife hebben een lange ontwikkelperiode, legt Thissen uit. ‘Het is een kwestie van de lange adem, omdat het om agrotech-bedrijven gaat, die voedseltechnische vernieuwingen leveren. Deze innovaties moeten uitvoerig worden getest en gevalideerd voordat ze de markt op kunnen.’

Eiwitvervangers

Een goed voorbeeld van een ‘StartLife-alumnus’ dat het spel van de lange adem speelt, is startup Fumi Ingredients. Het bedrijf werd in 2019 opgericht door twee wetenschappers aan de Wageningen Universiteit. De twee werken aan eiwitvervangers die als bindingsmateriaal voor vegetarische hamburgers en gehaktballen kunnen fungeren. Nu worden daar nog veelal kippeneiwitten voor gebruikt, vertelt mede-oprichter Corjan van den Berg. Verwissel je dat voor een plantaardig initiatief, dan scheelt dit zo’n 80 procent CO2-uitstoot.

Afgelopen jaar kreeg Fumi Ingredients een investering van een half miljoen euro, waarmee het bedrijf zijn product kon testen. Inmiddels kunnen Van den Berg en zijn compagnon 100 kilo eiwitvervanger per week produceren. ‘Maar dat is nog geen commerciële schaal’, zegt Van den Berg. ‘Begin 2023 willen we daarom een fabriek openen waarmee we 2000 ton per jaar kunnen produceren.’

Bedrijven zoals Fumi Ingredients kunnen voor potentiële afnemers aankloppen bij een van de voedselcorporates die zijn neergestreken aan de Wageningse Campus. Danone zetelde er jarenlang, maar tegenwoordig zitten FrieslandCampina en Unilever er met een vestiging. Unilever huisvest er sinds 2019 zelfs zijn wereldwijde innovatiecentrum, op een steenworp afstand van startup-hofleverancier Plus Ultra 2.

Unilever-manager Wendy van Herpen voor het innovatiecentrum in Wageningen.

Unilevers innovatiecentrum

Vanwege Unilevers coronaprotocol mogen we niet naar binnen, maar directeur ecosystemen Wendy van Herpen is niet te beroerd om ons op de stoep voor het glazen kantoorgebouw toch iets van een rondleiding te geven. Van Herpen wijst naar binnen: kijk, daar zie je Unilevers eigen ontwikkelingskeuken en verder naar links is de galerij, een open ruimte waar mensen straks, na de coronatijd, vrij met hun laptop kunnen werken.

Lees ook: Waarom Unilever zijn innovatiecentrum pal naast een universiteit bouwde

Waarom Unilever hier aan de campus zijn ontwikkelingscentrum opende? ‘Dit is de omgeving waar mensen werken aan de grote uitdagingen die er zijn binnen het voedselsysteem’, legt de manager uit. ‘Bijvoorbeeld op het gebied van voedselverspilling, de transformatie naar plantaardige voeding en duurzamere verpakkingen. De universiteit zit er en dat werkt als een magneet voor startups en andere bedrijven. Bovendien zitten hier veel van onze partners.’

Niet zelden zijn dat startups, die duurzame voedseltechnieken leveren waar ze bij Unilever wel wat mee kunnen. Dit jaar sloten ze bijvoorbeeld een samenwerking af met de Schotse startup Enough, dat plantaardige eiwitten levert die Unilever-dochter De Vegetarische Slager kan gebruiken. ‘We sluiten dan vaak een joint development agreement af’, zegt Van Herpen. ‘We spreken daarbij af dat we gezamenlijk de technologie verder gaan ontwikkelen.’ Het aangaan van een minderheidsbelang behoort daarbij tot de opties, maar is volgens de manager geen vanzelfsprekendheid. ‘We kijken er altijd naar wat het beste samenwerkingsverband is.’

Blue Ocean Xlerator-ceo Bert Tournois en -cfo Raşit Görgülü.

Lokale slimmeriken

Iets verderop, aan het zogeheten Agro Business Park, zit een ander bedrijf dat profiteert van het innovatieve vermogen van de stad: Blue Ocean XLerator, ofwel Box NV. Het bedrijf, goed voor 49 fte’s, maakt er een sport van om lokale slimmeriken met een goed, liefst duurzaam idee aan te trekken. Box investeert vervolgens bedragen van grofweg een paar ton tot een miljoen euro in deze ideeën en koppelt de ondernemers in spe aan hun eigen onderzoeksafdeling. Heeft een ondernemer een machine nodig? Dan ontwikkelen ze die toch gewoon zelf, vinden ze hier.

Het idee komt uit de koker van Bert Tournois, die in de jaren ’80 scheikundig onderzoeker was aan de Universiteit Utrecht. Zelf komt hij uit een ondernemersgezin en het frustreerde hem er op universiteiten veel prille innovaties op de plank bleven liggen. In een poging hier eigenhandig wat aan te veranderen, richtte hij in 2000 een verre voorloper van Box op. Na een paar succesvolle verkopen van startups had Tournois genoeg kapitaal verzameld om zijn bedrijf te laten groeien.

We zetten ons eigen pensioengeld in de waag

Sindsdien lanceerde zijn concern liefst 45 startups, van een algenkweker tot een producent van bioplastics of een leverancier van koolhydraatarme boterhammen. De formule is door de jaren telkens dezelfde gebleven: is een startup klaar om de boer op te gaan, dan maakt Box een exit, zodat Tournois en zijn compagnons weer in nieuwe bedrijven kunnen investeren. Tournois: ‘We werken nooit met andermans geld, het is ons eigen pensioengeld dat we in de waag zetten.’ Cfo Raşit Görgülü lacht: ‘We feel the pain.’

Jaap Korteweg op bezoek

Op de kast prijkt een soort affiche met daarop een print, een tombstone geheten, van ontwikkelaar van vleesvervangers Ojah, een van de succesvolle exits van Tournois en zijn compagnons. Het was Ojah dat als eerste in zee ging met de vega-jongens van De Vegetarische Slager. Tournois herinnert het zich nog goed: ‘Oprichters Jaap Korteweg en Nico Koffeman zaten hier aan tafel. In hun zoektocht naar goede vleesvervangers hadden ze de hele wereld over gereisd tot in Maleisië aan toe, maar zonder succes. Toen we ze hier wat lieten proeven, zeiden ze: shit, dit is lekker!’ Ojah groeide de jaren daarop uit tot een multinational met tientallen miljoenen omzet.

Tournois denkt even na en concludeert dan: ‘Wij mogen het dan niet altijd van de daken schreeuwen, maar we lanceren hier aardig wat startups.’

Foodvalley
De Wageningse campus is het hart van wat men Food Valley is gaan noemen. Dit is een regio van acht steden die actief investeren in het succesvol maken van agrifood-startups. Naast Wageningen zijn dit Veenendaal, Ede, Barneveld, Rheden, Nijkerk, Scherpenzeel en Renswoude. Martin Ruiter, voorzitter van de Economic Board Regio Foodvalley: ‘We proberen het ecosysteem verder aan te jagen. Zo ontstonden de afgelopen jaren ook al startup-hubs in Ede en Barneveld. Ook bouwen we aan een strategische agenda. We vinden dat er nog meer werkplekken bij mogen komen en er mag best nog meer contact ontstaan tussen alle startups. Ondertussen werken we er hard aan goede financieringsinstrumenten te creëren. Oost NL is hier een belangrijke speler, maar we halen ook geld op bij partijen als Invest-NL.’