In de voedingsindustrie wordt fermentatie al jarenlang toegepast. Waarom niet ook om materialen te produceren? Dat is de visie van Lídia Kuti, oprichter en ceo van Smobya. Haar biotech-startup ‘kweekt’ alternatieven voor twee van de meest vervuilende materialen wereldwijd: leer en plastic. Dat doet Smobya met de in eigen huis ontwikkelde NanoTwine-technologie.
Bij dit proces wordt voedselafval door microben via precisiefermentatie omgezet in een materiaal met de naam bacteriële nanocellulose. Dat bestaat uit ultrafijne vezels op nanoschaal en heeft allerlei prettige eigenschappen. Niet alleen is het supersterk, flexibel en lichtgewicht, de productie vereist ook minder – veel minder – natuurlijke hulpbronnen. Er komt namelijk geen dier of druppel aardolie aan te pas.
Kweekleer uit de keuken
Smobya werd in mei 2022 opgericht, maar het zaadje is al jaren eerder geplant. In 2017 deed de Hongaarse Kuti in haar thuisland mee aan de Future of Fashion Competition van de Mercedes-Benz Fashion Week, met een inzending waar ze nu smakelijk om kan lachen. Ze was toen al in haar keuken en badkamer aan het experimenteren met wat ze ‘bacterieel leer’ noemt. Ze wilde vijf kledingstukken showen, en ze had een maand de tijd om die te laten groeien.
Onbegonnen werk natuurlijk. Hoewel die eerste thuistesten best goede resultaten opleverden, was het eindresultaat verre van catwalk-ready. Die mislukte poging leverde wél een belangrijk inzicht op. Het probleem, realiseerde Kuti, was niet de kwaliteit van het product zelf, maar het feit dat het werd gemaakt door levende micro-organismen. Levende wezens betekenen een onvoorspelbaar proces, en dus een onvoorspelbare output. Een grote bottleneck voor industriële opschaling, waar consistentie juist een vereiste is.
Smobya lost dit op met een eigen fermentatieplatform. Dat bestaat uit compacte bioreactoren met lagen cellulose op elkaar gestapeld, waar de omstandigheden waaronder de micro-organismen groeien exact worden gestuurd. Iedere fermentatiecyclus levert nieuwe data op, waardoor het proces met iedere ‘kweek’ slimmer wordt. Daardoor is de technologie volgens Kuti inmiddels op het punt dat die kostentechnisch met ‘traditionele’ materialen kan concurreren. ‘Onze kostprijs ligt lager dan de huidige industriestandaard.’
Brightlands Startup League Year Event
Student-ondernemers, startups, investeerders en anderen die willen bijdragen aan een sterk startup-ecosysteem in Limburg: kom naar een middag vol inspiratie en praktische inzichten, en leg contacten die je helpen sneller vooruit te komen.
lees verderHuidige systeem onhoudbaar
Het was niet vanzelfsprekend dat Kuti in de biotechnologie terechtkwam. Ze studeerde rechten en rolde daarna de mode-industrie in, als brand- en salesmanager bij een internationale groothandel voor mode- en schoenenmerken.
Ze was geschokt door de verspilling die ze tegenkwam. De overproductie, de duizenden producten die werden weggegooid of vernietigd vanwege kleine productiefouten. ‘Iedereen in de branche weet dat dit systeem niet houdbaar is’, legt ze uit bij Brightlands. ‘Maar de leer- en textielproductie is sterk afhankelijk van traditionele materialen en processen. Echte verandering vraagt tijd én bewijs.’
In haar vrije tijd verdiepte ze zich verder in de mogelijkheden van biomaterialen. Zoals mycelium, ‘leer’ uit schimmels, of plantaardige alternatieven. Maar die kwamen qua prestaties niet in de buurt van het bacteriële leer waarmee ze zelf experimenteerde. ‘Vanaf de eerste testen zagen we hoe sterk en veelzijdig het materiaal was.’
Na vier jaar eigen onderzoek besloot Kuti van haar side hustle haar werk te maken, en haalde ze econoom Almos Kuti (haar broer) en materiaalwetenschapper Reka Varga aan boord. Samen vormen ze het foundersteam van Smobya.
Biotechhub in Venlo
Het pilotlab in Boedapest is afgelopen mei verruild voor een groter laboratorium op de Greenport Campus in Venlo. Het is een van de vier Brightlands-innovatiecampussen in Limburg die onderling nauw samenwerken, elk vanuit hun eigen focus. Op de Health Campus in Maastricht staan gezondheid en life sciences centraal, op de Chemelot Campus bij Sittard-Geleen ligt de focus op circulaire materialen en biomedische innovaties, en op de Smart Services Campus in Heerlen draait het om AI en data science.
In Venlo wordt dan weer gewerkt aan duurzame voeding, future farming en de biocirculaire economie. ‘We zitten hier in een echte biotechhub’, zegt Kuti over de nieuwe stek. ‘Midden tussen toonaangevende instituten op het gebied van biotech, chemie en materialen. Dat ecosysteem is voor ons cruciaal.’
De Limburgse Ontwikkelingsmaatschappij (LIOF) speelde een belangrijke rol bij de verhuizing. De regionale ontwikkelingsmaatschappij vormt samen met de Provincie Limburg, de Universiteit van Maastricht en Brightlands zelf de drijvende kracht achter de Brightlands Startup League, bedoeld om innovatieve startups te ondersteunen. Met advies, toegang tot de juiste faciliteiten en kennis en samenwerkingen die de groei kunnen versnellen.
Klassieke kip-ei-situatie
LIOF-investeerder Annemoon Borst ontdekte Smobya twee jaar geleden op Slush in Helsinki, Europa’s grootste startupconferentie. Het bedrijf was het lab op dat punt al ontgroeid. Smobya zocht groeigeld voor een demonstratiefabriek, maar was in de klassieke kip-ei-situatie beland waar een grote zak geld nodig was om grotere volumes te kunnen produceren en daarmee klanten in de mode- en textielsector aan te trekken, maar zonder die contracten aarzelden investeerders om de portemonnee te trekken.
Wat niet hielp, is dat alternatieve materialen niet meer zo ‘hot’ waren als toen Kuti met Smobya begon. En dan stond er ook nog een verhuizing van Hongarije naar Nederland op de planning. Borst, die dat allemaal ook zag, besloot daarom vanuit LIOF het voortouw te nemen en samen met impact-investeerders Joanna Invests en Earthstar een consortium te vormen.
Een doorbraak, aldus Kuti. Hun gezamenlijke investering van maart is bedoeld voor de bouw van die vurig gewenste demoplant in Venlo, die deze zomer in gebruik moet worden genomen.
Van mode tot medische toepassingen
Een deel van het verse groeigeld gaat naar de validatie van materialen voor nieuwe toepassingen. Bij de start lag de focus op de mode-industrie, maar volgens Kuti zijn de mogelijkheden veel breder. Een groot voordeel van bacteriële cellulose is namelijk dat Smobya het materiaal tijdens en zelfs nog na de ‘kweek’ allerlei eigenschappen kan meegeven, afhankelijk van hoe het wordt gebruikt.
Naast een alternatief voor leer is het bijvoorbeeld geschikt voor autobekleding en isolatiemateriaal. Maar ook als basis voor coatings en lijmen, cosmetica en zelfs voor complexe medische structuren als botscaffolds; 3D-geprinte structuren die als tijdelijk skelet fungeren bij botregeneratie. Een soort duizend-dingen-doekje voor elke industrie die nu nog leunt op dierlijke producten of petrochemische stoffen, kortom.
Daarmee wil Smobya de komende vijf jaar uitgroeien tot hét platform voor bacteriële nanocellulose. ‘Veel nieuwe duurzame materialen werken wel in een lab, maar niet op grote schaal in een fabriek’, zegt Kuti. ‘Wij hebben een manier ontwikkeld waarop dit wél werkt.’



