‘Eigenlijk hield ik helemaal niet van robots.’ Romy Goedhart lacht. ‘Maar inmiddels ben ik om. Dit is de enige manier om het systeem te veranderen.’
Zo komt het dat de ondernemer vorige week samen met medeoprichter Vincent van der Holst de VNYX100 lanceerde: een robot die moet helpen om de herverkoop van kleding winstgevend te maken. Geschikt voor kledingsorteerders, distributiecentra en modemerken. Goedhart: ‘Iedereen met veel kleding, eigenlijk.’ De eerste staat in Amsterdam.
Kleding herverkopen met AI en robotica
Wereldwijd worden er elk jaar tientallen miljarden kilo’s aan kleding afgedankt (zie kader). Maar niet lang meer: in het kader van de nieuwe Europese Ecodesign-verordening geldt vanaf 19 juli een verbod op het vernietigen van onverkochte consumentenproducten, te beginnen met kleding en schoenen. Grote Europese bedrijven mogen hun onverkochte voorraden en retouren niet langer simpelweg weggooien of verbranden, maar moeten die verkopen of recyclen.
Overproductie, retouren en vluchtige trends
Tientallen miljarden kilo’s aan kleding, zoveel wordt er jaarlijks afgedankt. Door modemerken, die te veel hebben laten produceren en dat in een volgend modeseizoen niet meer kunnen of willen verkopen. Door retailers die pakketjes retour krijgen. Of door consumenten, die mee willen met de mode − en bovendien hebben ze dat jurkje al een paar keer naar een feest gedragen.
‘Alleen hier komt al zo’n zeven miljoen kilo kleding per jaar binnen. Zes tot acht trucks per dag.’ Romy Goedhart wijst om zich heen in de grote ruimte van Milieuwerk in Amsterdam. Hier komt de kleding terecht die Amsterdammers in de textielbak gooien. Een deel wordt opgekocht door vintagehandelaren, gerecycled of verscheept naar het buitenland. De rest wordt verbrand.
Lees ook: Hoe redden we kleding van de afvalberg? 4 mogelijke oplossingen
En het aandeel verbrande kleding wordt niet minder, maar meer. Door ultrafast fashion worden kledingsorteerders overspoeld met kleding die niet te repareren of recyclen is, en dus verbrand moet worden. Bovendien hebben bedrijven als Shein een deel van de vraag naar tweedehands kleding vanuit onder meer Afrika overgenomen.
Vincent van der Holst van startup VNYX heeft weinig vertrouwen in de wetgeving. Hij lacht schamper: ‘Modemerken moeten 55 procent van de kleding gaan herverkopen of recyclen. Maar wat denken ze zelf? De industrie heeft de afgelopen jaren simpelweg niet genoeg geïnvesteerd in een schaalbare oplossing die herverkoop rendabeler maakt dan verbranding.’
Daarom komen Van der Holst en Goedhart zelf met die oplossing: een robot die het beoordelen en verkopen van individuele kledingitems een stuk gemakkelijker maakt. Geretourneerde en onverkochte items zijn daarmee geen last of kostenpost meer, maar een nieuwe bron van inkomsten. Dat geeft bedrijven naast een wettelijke ook een financiële drijfveer om circulair te werken.
De startup is niet voor niets vernoemd naar de feniks: de vogel die uit zijn as herrijst.
Tien keer zo snel als nu
VNYX claimt de eerste te zijn die herverkoop snel en makkelijk maakt met AI. Dat kan grote bedrijven veel tijd en geld besparen. ‘Zonder automatisering kost het 19 minuten, 8 werknemers en 11 euro om een individueel kledingstuk te beoordelen, fotograferen en verkopen’, zegt Goedhart. ‘Met onze robot kan dat in zo’n twee minuten: bijna tien keer zo snel.’
Dat maakt herverkoop voor het eerst financieel aantrekkelijk voor kledingmerken, zeggen de ondernemers. Temeer omdat de markt voor tweedehands kleding groeiende is. Van der Holst: ‘Vinted is inmiddels een van de grootste verkopers van Europa.’
Lees ook: ‘Relaxte surfdude’ Thomas Plantenga redde Vinted van de ondergang, nu gaat-ie naar Amerika
De VNYX100 is ontwikkeld door Spark Design & Innovation. Spark heeft toegezegd de eerste robot gratis te bouwen, in ruil voor aandelen. Guus Balkema van Spark is ook toegetreden als medeoprichter en cfo van VNYX. ‘Financiering ophalen voor een techstartup is lastig’, legt Van der Holst uit. ‘Investeerders willen geen pitchdeck zien, maar een werkende robot en betalende klanten. We hebben daarom gezocht naar een partner die er echt in geloofde.’
Professionele modellenfoto’s
In de ruimte hangt een lange rail met kledinghangers eraan. Elk kledingstuk wordt eerst gescand; de robot beoordeelt vervolgens met behulp van AI of het meteen verkocht kan worden, eerst gewassen of gerepareerd moet worden, of richting de recyclebak moet. Kan het product herverkocht worden, dan drapeert de robot het over een mannequin en worden er productfoto’s gemaakt waarop het kledingstuk wordt gedragen door een AI-model.

Veel mensen kopen geen tweedehands kleding omdat ze niet weten hoe ze de kleding moeten stylen, zegt Goedhart. Maar de robot fotografeert de items zo dat ze niet onderdoen voor nieuwe kledingstukken. ‘Professionele foto’s en outfitcombinaties maken de kleding echt aantrekkelijker.’
Dat was nog wel een uitdaging, zeggen de oprichters grijnzend. De foto’s moeten weliswaar professioneel ogen, maar niet té perfect zijn. Goedhart: ‘Eerdere versies van het AI-model poetsten ook de details van de kleding weg. Als een broek een beetje verwassen was, bijvoorbeeld. Dat is nou juist niet de bedoeling. Het leuke aan tweedehands producten is immers dat ze uniek zijn.’
De foto’s worden automatisch geüpload op het verkoopplatform naar keuze: van Vinted of Depop tot de eigen website van een merk. Ook het label − met daarop onder meer de maten, een verkoopprijs en eventuele gebreken vermeld − wordt automatisch geprint. Precieze details over het systeem kan VNYX niet prijsgeven; de patentaanvraag loopt nog.
Vraag niet bij te benen
VNYX is voortgekomen uit vintageplatform Boas, waar Van der Holst en Goedhart zelf eigenaren van zijn. Hoewel er kleding in alle soorten en maten verkocht moest worden, schortte het aan diezelfde diversiteit aan paspoppen. ‘We hebben toen een mannequin in stukken gezaagd, zodat we die met bezemstelen konden verstellen. Maar toen duurde het nóg langer. We wisten: als we een manier vinden om kleding snel en goedkoop op foto’s weer te geven, is dat een gamechanger voor de industrie.’
Om die gamechanger te ontwikkelen, is wel geld nodig. Veel geld. In mei maakte de startup bekend 1 miljoen euro te hebben opgehaald, daarvoor waren er al enkele business angels aan boord. Inmiddels is VNYX aan een nieuwe financieringsronde van ruim 5 miljoen euro bezig: 3 miljoen euro van durfinvesteerders en 2,5 miljoen aan Europese subsidies.
Lees ook: Deze modeveteraan verkocht 35 jaar kleding, nu wil hij de textielberg helpen opruimen
Die ronde moet helpen om de stap te zetten van de VNYX100, die minstens 100.000 kledingstukken per jaar kan verwerken, naar de VNYX3000, goed voor het verwerken van minstens 3 miljoen items per jaar.

Aan de interesse zal het in elk geval niet liggen. Al in het jaar van oprichting won de startup zowel de Amsterdam Circular Changemaker Award als de Modint New Talent Award. En vanwege de omvang van de berg kledingafval is ook de vraag vanuit bedrijven groot.
‘De vraag is zelfs groter dan we op dit moment kunnen bijbenen’, zegt Van der Holst. ‘En dat zal de komende tijd ook zeker zo blijven. Er is geen kans dat wij snel genoeg kunnen ontwikkelen om de vraag bij te houden.’ Goedhart: ‘Maar dat is alleen maar goed. Als je de Amazons van deze wereld wilt verslaan, moet je tweedehands op hetzelfde niveau brengen.’
Geen lopende band met camera
Bever en Decathlon behoren tot de eerste klanten. Ook Boas gebruikt het systeem en verkoopt de kleding via zijn eigen website. Milieuwerk tekende al voor het afnemen van de VNYX3000, die volgend jaar klaar moet zijn. In de toekomst moeten alle centrale plekken in de kledingsector een eigen robot hebben, zeggen de oprichters.
Lees ook: Ceo Bever: ‘Van duurzaamheid kan ik de salarissen niet betalen’
De samenwerking met Milieuwerk is geen toeval. Het is één van de oudste sociale werkplaatsen van Amsterdam, waar met name mensen met afstand tot de arbeidsmarkt werken.
‘We willen niet alleen kleding, maar ook mensen herwaarderen’, zegt Goedhart. Haar grootste uitdaging in een snelgroeiende startup is teammanagement. ‘Mijn mening over robots is dan wel veranderd, maar menselijkheid blijft het belangrijkst. Ook als we groeien, wil ik iedereen genoeg aandacht geven en tijd vrijmaken voor lunches en teamuitjes.’
Medeoprichter Van der Holst is vooral bezig met het bijbenen van de vraag − zonder zijn hoge standaarden te verliezen. ‘Het makkelijkste is natuurlijk om kleding op een lopende band te leggen met een camera erboven. Dat is ook wat concurrenten doen’, zegt hij. ‘Maar wij willen focussen op snelheid én kwaliteit. Daardoor is ons systeem iets duurder, maar ook van hogere kwaliteit. Zo kan er ook meer geld verdiend worden.’
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Change Inc.



