Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Zo ga je om met andere ‘kleuren’ op je werk

Het kleurenmodel van Carl Jung om je persoonlijkheid te definiëren kennen we zo langzamerhand wel, maar wat betekent het in het dagelijks leven als je ‘groen’ of ‘rood’ bent? De Zweedse schrijver Thomas Erikson tikt gangbare situaties op in ‘Omringd door idioten’

Het kleurenmodel van Carl Jung om je persoonlijkheid te definiëren kennen we zo langzamerhand wel, maar wat betekent het in het dagelijks leven als je ‘groen’ of ‘rood’ bent? De Zweedse schrijver Thomas Erikson tikt gangbare situaties op in ‘Omringd bij idioten’
Je leest nu: Zo ga je om met andere ‘kleuren’ op je werk

Dit artikel is eerder gepubliceerd op 17 juni 2018

De persoonlijkheidstest van de Zwitserse psychiater Carl Jung vindt gretig aftrek in de managementwereld. Ideaal om jezelf en je collega’s of klanten beter te leren kennen. Reageer jij snel, ben je aardig recht voor z’n raap in reacties en ben je geneigd om trage aan te spreken? Dan ben jij een rode, dominante persoonlijkheid. Organiseer je veel dingen, maar reageer je wat langzamer en voorzichtiger, dan ben je blauw en analytisch.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich nog twee kleuren. Groen staat voor een rustige reactie, gericht op de actualiteit en de neiging om conflicten uit de weg te gaan. Ben je wars van routine, op de toekomst gericht en impulsief? Dan word jij getypeerd als geel.

Lichaamstaal

Maar wat betekenen die kleuren? Wat past goed bij elkaar en in welke situaties kun je het best met welke kleur samenwerken? De Zweedse schrijver Thomas Erikson nam voor zijn boek ‘Omringd door idioten’ het kleurenmodel onder de loep en keek hoe je je het beste kan aanpassen aan de verschillende kleuren om beter samen te werken.

Het herkennen van de types begint al bij lichaamstaal. Rode mensen zijn – zoals je wellicht al verwacht – krachtig in hun lichaamstaal. Ze hebben een stevige handdruk, maken oogcontact en houden afstand tot anderen. Gele mensen daarentegen zoeken de toenadering: ze raken hun gesprekspartner aan, kom vaak dichtbij en gebruiken expressieve gebaren.

Groen staat bekend om het vriendelijke oogcontact en de relaxte lichaamshouding. Ook maken ze kleine gebaren terwijl ze praten. Blauw is het tegenovergestelde: ze hebben een gesloten lichaamshouding, praten zonder gebaren en houden afstand tot anderen.

Vastgesteld welke kleur je gesprekspartner of collega is en welke jij bent? Dan is het nu tijd om de overeenkomsten te vinden.

Omgaan met rood

Als je de volle aandacht van de rode wilt – houd het kort en kom ter zake. Het is absoluut cruciaal dat je duidelijk bent. Bepaal wat het allerbelangrijkste van je boodschap is en begin daarmee. Stel dat je de recentste jaarrekening moet presenteren. Vertel eerst wat er in de laatste zin staat – daar zit de rode namelijk op te wachten. De details komen later. Maar zorg er wel voor dat je weet wat er in de stukken staat. Als de rode persoon merkt dat je onzeker bent, zal hij je stevig aan de tand voelen over de feiten.

Rode personen zijn paradoxaal genoeg wel waarschijnlijk de makkelijkste aan wie je je product kunt verkopen. Jij wilt een goede deal sluiten, is het enige wat je hoeft te doen naar zijn kantoor gaan, je voorstel presenteren en vragen of jullie zaken kunnen doen. Laat de voetbalwedstrijd van gisteren zitten. Zeg niet dat je hem vorige week in de supermarkt zag.

Tegelijkertijd moet een rood iemand begrijpen dat hij alleen volledige inzage kan krijgen als hij zich aanpast aan anderen. Hij heeft daar misschien nooit over nagedacht, maar als hij inziet dat niemand het helemaal in zijn eentje redt, lukt het hem wellicht om zich echt voor andere mensen te gaan interesseren. Wanneer een rode persoon doorheeft dat veel mensen het belangrijk vinden om over het eerste tandje van hun kind te vertellen, dan kan hij actief luisteren en aan het gesprek deelnemen.

Rood staat bovendien open voor kritiek. Accepteer geen beledigingen en zeg duidelijk dat je geen botte opmerkingen, hatelijkheden en ongemotiveerde woede-uitbarstingen duldt. Eis dat hij zich als een volwassene gedraagt en als hij zijn humeur verliest, loop dan de kamer uit.

Omgaan met geel

Een gele persoon functioneert het best als hij goed gehumeurd is. Dan is hij creatief en heeft hij veel positieve energie. Probeer daarom een warme en vriendelijke omgeving om hem heen te scheppen. Glimlach veel, durf grapjes te maken en te lachen. Luister naar zijn dwaze invallen, lach om de onzin die hij uitkraamt, moedig het luchtige en vrolijke aan. Als je dat doet, zal hij je niet alleen aardiger vinden, hij zal ook beter naar je luisteren.

Laat de gele zijn gang gaan met alle nieuwigheden. Zijn humeur wordt er alleen maar beter op. Als je iets aan een gele persoon wilt verkopen, gebruik dan termen als ‘prototype’, ‘nieuw ontwikkeld’, ‘nooit eerder gebruikt’. Je potentiële klant zal heel enthousiast reageren. De gelen zullen je aardig vinden omdat je zo spannend en interessant en vooral innovatief bent. Maar hou er rekening mee dat je als adviseur zomaar wordt vervangen als ze iemand anders vinden die misschien nóg nieuwere dingen weet.

Als je een gele persoon echt verder wilt helpen, zorg er dan voor dat hij zijn zaken een beetje op orde krijgt. Help hem een eenvoudig schema op te stellen. Als jullie boodschappen gaan doen: maak zelf een lijstje. Je partner of vriend zal namelijk de helft vergeten. Schep een structuur voor hem. Van alle mensen hebben de gelen het hardst structuur in de vorm van schema’s en checklists nodig. Paradoxaal genoeg haten ze dat juist.

Wil je een gele persoon echt bereiken met negatieve feedback, dan moet je volhardend zijn, erg volhardend. Je moet een vriendelijke sfeer creëren en je moet precies het goede niveau van je boodschap zien te vinden zodat die echt landt. Je kunt je natuurlijk ook keihard opstellen en de persoon in kwestie flink door elkaar schudden, maar het is beter er telkens weer op terug te komen. Bereid je uitermate goed voor en verzamel alle denkbare feiten om je beweringen te staven.

Omgaan met groen

Omdat de groene zelf niet veel initiatief neemt, zul jij de planning voor je rekening moeten nemen. Maar dat is misschien wel goed. We kunnen de groene helpen door uit te leggen welke maatregelen we nemen. We vertellen domweg wat er gaat gebeuren. In plaats van te zeggen dat ik voor het weekend gasten heb uitgenodigd, kan ik zeggen dat Lena en Lasse komen eten, dat het een driegangendiner wordt bestaande uit voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht, dat ik het hoofdgerecht maak en dat mijn groene partner geacht wordt het nagerecht te verzorgen, dat er zus en zo moet uitzien. Vergeet niet dat groene personen geen wereldkampioen initiatief nemen zijn.

Als je een groene persoon wilt vertellen wat je van hem vindt, bedenk dan goed hoe je dat gaat doen. Als je bijvoorbeeld kritiek op hem hebt, zorg er dan voor dat jullie alleen zijn. Maak duidelijk dat je hem nog steeds graag mag, maar dat je denkt dat hij en de groep (het team, de ploeg, het gezin, de club) beter zullen functioneren als hij bepaalde dingen verandert. Vraag niet hoe hij dat wil aanpakken, maar geef hem specifieke instructies.

Als je wilt dat groene personen een verandering accepteren, zul je een flink portie geduld moeten hebben. Je moet het proces in kleine stukjes b­reken en een paar weken uittrekken om te overtuigen, te verkopen en de achtergrond te verankeren. Je moet het proces gedetailleerd beschrijven en beseffen dat niemand aantekeningen zal maken. Dit betekent dat je de boodschap verschillende keren zult moeten herhalen tot die landt.

Als je iets voor elkaar wilt krijgen met een grote groep groene personen, moet je de leiding nemen, het roer pakken en soms gewoon de macht grijpen. Vragen of een groep groene personen het probleem wil oplossen werkt niet, omdat ze niet op gang komen als je ze geen zetje geeft. Je hebt niets aan de maar-alsjeblieft-het-zijn-toch-volwassen-mensen-benadering. Zeker, het zijn volwassen mensen, maar als het om zulke basale dingen als het nemen van beslissingen gaat, zijn het net kinderen.

Omgaan met blauw

Ga je met blauw een vergadering in, dan moet je kunnen laten zien dat je je hebt ingelezen en goed hebt voorbereid. Wanneer een blauwe klant of besluitnemer iets wil weten – pak dan de betreffende map uit je tas. En – ook heel belangrijk – als je het antwoord niet weet: antwoord naar waarheid. Zeg dat je het niet weet. Kom niet met iets anders aanzetten om je eruit te redden. Als de blauwe ontdekt dat je een leugentje om bestwil hebt gebruikt – en dat doet hij zeker – heb je het bij hem verbruid.

Bedenk wat je wilt zeggen, waarvan je de blauwe persoon wilt overtuigen. Laat de visioenen achterwege. Misschien moet je ook nadenken over de taal die je gebruikt. Sla de inspirerende praatjes over die de gelen en de roden graag horen. Beperk je tot de feiten en wees duidelijk.

Zijn de blauwen te perfectionistisch en dus te traag? Vertel ze rustig en methodisch dat volgende week een hoger tempo nodig is. Leg exact uit waarom dat zo belangrijk is. Stel vast dat jullie nog maar achtendertig uur hebben. Die moeten voor de juiste dingen worden gebruikt. Wijs op het totaalbeeld. Geef hem een goed motief om tegen zijn eigen instincten in te gaan. Onderbouw alles door op de langetermijnplanning te wijzen. Zorg ervoor dat de blauwe persoon zich aan de planning houdt, anders heb je kans dat hij zich urenlang in details verliest, en die tijd is er niet.