Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

In het nieuws: Jeroen de Haas (CEO Eneco)

Energiebedrijf Eneco verwacht dit jaar een fors lager resultaat te behalen in vergelijking met een jaar eerder. De kosten voor de privatisering drukken het resultaat. Een profiel van vertrekkend topman Jeroen de Haas.

Staat energieleverancier Eneco nou wel of niet in de verkoop? Dat wordt vandaag besloten via de aandeelhoudende gemeenten. Een profiel van CEO Jeroen de Haas. De Haas begon zijn carrière na een studie Nederlands Recht aan de Universiteit Utrecht als directeur bij RCCIVEV, een onderdeel van Rocade, maar rolt daarna al snel in de energiesector. Tot 1999 werkt hij als algemeen directeur bij Enercom, een coöperatie van energiebedrijven. Een aantal gemeentelijke energiebedrijven die daar lid van was fuseerde in 2000 met Eneco, waaronder Den Haag, Rotterdam en Dordrecht. Dertien andere bedrijven sloten zich later aan, De Haas trad toe tot de raad van bestuur. De Haas maakte zich vanaf het begin van zijn carrière als CEO in 2006 hard voor de duurzame energietransitie. ‘Het licht gaat nog niet uit, maar het is hoog tijd voor een ander marktmodel, waarbij sterke bedrijven met de overheid afspraken maken over een duurzame, zekere en betaalbare energievoorziening’, antwoordde hij in 2013 op de vraag of we straks zonder stroom komen te zitten. Anno 2017 geldt Eneco als een van de voorlopers in de duurzame energietransitie. ‘Er was gewoon niet echt een andere optie’, verklaart De Haas die duurzame keuze in 2011 aan MT. ‘We hadden geen eigen productie en om nu een positie op te bouwen in kolen of kernenergie, terwijl je weet dat die op termijn verdwijnen?’ Eneco is de op twee na grootste energieleverancier in Nederland: alleen Nuon en Essent zijn groter. Beide partijen zijn in grote handen, tot ergernis van De Haas. ‘We hadden een sector met vier sterke spelers die efficiënt waren, investeringen deden en innoveerden.’’ Het energiebedrijf wil onafhankelijk blijven werken aan meer duurzame en lokale energieopwekking. En dat lijkt nu gedwarsboomd te worden door een deel van de gemeentelijke aandeelhouders, die hun belang willen verzilveren. Rotterdam en Den Haag hebben bij elkaar al 48 procent van de aandelen, als Dordrecht vandaag instemt komt dat aandeel op 57 procent. Niet dat de race om de verkoop dan al gelopen is: doordat het bedrijf in handen is van 53 gemeenten, moeten alle colleges van bestuur het erover eens worden. Toch wordt er druk gespeculeerd en wordt De Haas wel eens opgebeld over de verkoop van de energieleverancier. ‘Maar het is eerst aan de aandeelhouders.’ In een eerder interview met MT sprak De Haas nog de wens uit dat het bedrijf niet verkocht wordt. ‘Een aantal jaar geleden wilden zij ons bedrijf verkopen, dat is gelukkig toen niet gebeurd. Als ze verkopen, wat volledig aan hen is, hoop ik alleen dat de signatuur van het bedrijf overeind blijft. Deels omdat ik de diepgevoelde overtuiging heb dat het slecht voor Nederland is als alle energiebedrijven in buitenlandse handen komen. Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om de connectie met de aandeelhouders, maar om die met de samenleving.’ Eneco
Je leest nu: In het nieuws: Jeroen de Haas (CEO Eneco)

Hij werd ook wel Mr. Eneco genoemd, maar per 1 september is Jeroen de Haas niet meer in dienst bij het energiebedrijf. Het vertrek van De Haas kwam onverwacht, maar is ‘in goed overleg’ met de raad van commissarissen genomen.

De ondernemingsraad bleek not amused en zag in het vertrek van de Haas aanleiding het vertrouwen in de raad van commissarissen op te zeggen. Daarop beval de Ondernemingskamereen onderzoek in een zaak die door de ondernemingsraad was aangespannen. Vandaag presenteert het bedrijf de halfjaarcijfers over 2018 en hoewel de omzet steeg dankzij verschillende overnames, stegen de kosten. ‘De integratie van nieuwe onderdelen, het prestatie-verbeterprogramma en het privatiseringsproces brengen extra kosten met zich mee’, schrijft het bedrijf in het persbericht.

Energiesector

De Haas begint zijn carrière na een studie Nederlands Recht aan de Universiteit Utrecht als directeur bij RCCIVEV, een onderdeel van Rocade, maar rolt daarna al snel in de energiesector. Tot 1999 werkt hij als algemeen directeur bij Enercom, een coöperatie van energiebedrijven. Een aantal gemeentelijke energiebedrijven die daar lid van was fuseerde in 2000 met Eneco, waaronder Den Haag, Rotterdam en Dordrecht. Dertien andere bedrijven sloten zich later aan, De Haas trad toe tot de raad van bestuur.

De Haas maakte zich vanaf het begin van zijn carrière als CEO in 2006 hard voor de duurzame energietransitie. ‘Het licht gaat nog niet uit, maar het is hoog tijd voor een ander marktmodel, waarbij sterke bedrijven met de overheid afspraken maken over een duurzame, zekere en betaalbare energievoorziening’, antwoordde hij in 2013 op de vraag of we straks zonder stroom komen te zitten.

Buitenland

Anno 2018 geldt Eneco als een van de voorlopers in de duurzame energietransitie. ‘Er was gewoon niet echt een andere optie’, verklaart De Haas die duurzame keuze in 2011 aan MT. ‘We hadden geen eigen productie en om nu een positie op te bouwen in kolen of kernenergie, terwijl je weet dat die op termijn verdwijnen?’

Eneco is de op twee na grootste energieleverancier in Nederland: alleen Nuon en Essent zijn groter. Beide partijen zijn in handen van grote partijen, tot ergernis van De Haas. ‘We hadden een sector met vier sterke spelers die efficiënt waren, investeringen deden en innoveerden.’’ Het energiebedrijf wil onafhankelijk blijven werken aan meer duurzame en lokale energieopwekking.

Conflict met aandeelhouders

Eind vorig jaar werd bekend dat een meerderheid van de aandeelhouders -in totaal 53 gemeenten- hun aandelen in Eneco willen verkopen, waarmee het publieke bedrijf geprivatiseerd zou worden. Hoewel er al verschillende geïnteresseerde partijen waren, kwam het tot een conflict tussen het bestuur en commissarissen en aan de andere kant de aandeelhouders over de verkoop.

In een eerder interview met MT sprak De Haas nog de wens uit dat het bedrijf niet verkocht wordt. ‘Een aantal jaar geleden wilden zij ons bedrijf verkopen, dat is gelukkig toen niet gebeurd. Als ze verkopen, wat volledig aan hen is, hoop ik alleen dat de signatuur van het bedrijf overeind blijft. Deels omdat ik de diepgevoelde overtuiging heb dat het slecht voor Nederland is als alle energiebedrijven in buitenlandse handen komen. Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om de connectie met de aandeelhouders, maar om die met de samenleving.’