Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Familiebedrijven ondernemen fatsoenlijk, gewoon omdat het hoort

Gewoon omdat het hoort, omdat er mensen werken die gezinnen hebben, omdat je wat wilt nalaten: familiebedrijven ondernemen fatsoenlijk. En daar zijn we best jaloers op, schrijft MT-hoofdredacteur Thijs Peters.

Thijs Peters column familiebedrijven ondernemen Getty Images
Je leest nu: Familiebedrijven ondernemen fatsoenlijk, gewoon omdat het hoort

Ondernemen had begin jaren negentig iets kneuterigs. Wie voor de eeuwwisseling, en ook nog wel in de jaren daarna, afstudeerde, die wilde het liefst werken voor een multinational. Philips, Unilever, Shell. Bij die bedrijven kon je als expat naar het buitenland en stegen de lonen tot recordhoogte. Het mkb had iets suffigs. De dorpse chic van dames met parelkettingen.

Familiebedrijven waren nog een graadje erger. Daar wilde je al helemaal niet werken. Een beetje meewarig keek ik bijvoorbeeld naar de eigenaar van het garagebedrijf waar ik als student werkte. Had-ie overgenomen van zijn vader. In mijn ogen leek het vreselijk om in de voetsporen van je vader te treden. Niet omdat je het wilt, maar omdat de omgeving het van je verwacht. Ik vermoedde altijd dat hij als historicus liever journalist of schrijver was geworden.

Kortom, het was niet heel goed gesteld met het imago van het familiebedrijf. Niet bij mij, en in mijn herinnering ook niet bij vele anderen Tot de financiële crisis. Plotseling waren familiebedrijven de kurk waar het vaderland op dreef. Wat eerder was afgedaan als truttige zuinigheid, bleek nu uitermate verstandig te zijn geweest. Familiebedrijven waren veelal conservatiever gefinancierd met veel meer eigen vermogen dan vreemd vermogen.

En ze bleken ook nog eens veel socialer dan beursgenoteerde bedrijven. Natuurlijk kwamen ook veel familieondernemingen in zwaar weer terecht en moesten ze noodgedwongen mensen ontslaan, maar in veel gevallen gebeurde dat pas toen er van marges al helemaal geen sprake meer was. Heel veel familiebedrijven waren een extended family, waar ook de werknemers deel van uitmaakten. Mensen ontslaan omdat het even tegenzit, dat doe je pas als het echt niet anders kan.

Nu, tien jaar na het uitbreken van de financiële crisis, heeft het familiebedrijf weinig aan glans verloren. En dat is niet alleen omdat er minder ‘graaiers’ rondlopen. Ik denk dat ze iets bieden waar andere bedrijven vaak mee worstelen. [tweet_dis excerpt=”Thijs Peters: ‘Familiebedrijven hebben een ‘purpose’, ze hebben een doel. Ze ondernemen fatsoenlijk, gewoon omdat het hoort, omdat er mensen werken die gezinnen hebben, omdat je wat wilt nalaten.'”]Familiebedrijven hebben een ‘purpose’, ze hebben een doel.  Ze ondernemen fatsoenlijk, gewoon omdat het hoort, omdat er mensen werken die gezinnen hebben, omdat je wat wilt nalaten.[/tweet_dis]

En het mooie is dat ze daar geen schreeuwerige missionstatements voor nodig hebben. Het is gewoon zo. Ze hoeven niet op zoek naar, zoals Simon Sinek het noemt, ‘Het Waarom’. Dat waarom zit al een beetje ingebakken in het dna. Families met bedrijven hebben vaak een groot plichtsbesef. Dat betekent misschien dat er momenten zijn dat je iets moet doen wat je niet leuk vindt, je weet in elk geval waarom je het doet. En dat is iets waar wij, jobhoppende wezens van het bedrijfsleven, stiekem best jaloers op zijn.