Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Avianca-CEO Anko van der Werff: ‘Liefst zou ik het minimumloon hier verdubbelen’

Toen de Nederlander Anko van der Werff aantrad als CEO van de Zuid-Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Avianca, kwam hij bepaald niet in een gespreid bedje terecht. Nu de eerste financiële problemen zijn opgelost, begint het leidinggeven pas echt. Een gesprek over diversiteit, Spaans leren op topniveau en mvo.

Avianca Anko van der Werff Colombia Avianca
Je leest nu: Avianca-CEO Anko van der Werff: ‘Liefst zou ik het minimumloon hier verdubbelen’

In Mexico, waar Anko van der Werff vijf jaar lang werkte als CCO voor luchtvaartmaatschappij Aeromexico, zag hij nog weleens Nederlandse voetbalwedstrijden. ‘Door alle Mexicaanse voetballers die in de Eredivisie spelen. Meestal was dat tijdens lunchtijd, dan kon ik een helft zien. Maar in Colombia zenden ze het helaas niet meer uit.’

De sportzomers, en vooral de Tour de France: Van der Werff mist het nog steeds, ondanks dat hij al vijftien jaar niet meer in Nederland woont. In Colombia, waar hij sinds juli als CEO van luchtvaartmaatschappij Avianca werkt, pakt hij soms het laatste uur van de bergetappe mee. ‘Met het tijdsverschil is dat precies mogelijk. Dan blok ik het eerste uur van de dag in m’n agenda, beantwoord ik mails en kijk ik met een schuin oog hoe ze de afdaling maken.’

‘We vervoeren jaarlijks 30 miljoen passagiers, we kunnen moeilijke beslissingen niet uit de weg gaan’

Van der Werff werkt zijn hele carrière al in de luchtvaart. Hij begon in 2000 als managementtrainee bij KLM na een studie Rechten aan de Universiteit van Leiden. Na verschillende posities binnen de luchtvaartmaatschappij, waaronder in Italië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, vertrok hij in 2010 naar Qatar. Daar hield hij zich als Senior Vice President bezig met sales, distributie en het zetten van de prijzen. Na vier jaar vertrok hij naar het Mexicaanse Aeromexico, dat hij sinds afgelopen zomer verruilde voor Avianca – op KLM na de oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld.

Avianca financieel vlot trekken

In een gespreid bedje kwam hij in Colombia allerminst terecht. Voormalig CEO Hernan Rincon werd in april onverwacht ontslagen. German Efromovich, ondernemer en eigenaar van Avianca’s grootste aandeelhouder Synergy, werd in een conference call afgezet als voorzitter van de Raad van Commissarissen. Ook andere leden werden uit de board gezet.

Nadat er een nieuwe Raad van Commissarissen geïnstalleerd was, ging men op zoek naar een nieuwe CEO. Van der Werff werd samen met CFO Adrian Neuhauser, overgekomen van Credit Suisse, binnengehaald in juli. Het bedrijf stond er financieel slecht voor. Een verlenging van obligatieleningen met drie jaar, herprofilering van de schulden bij alle grote partijen en een nieuwe kapitaalinjectie van 375 miljoen dollar zorgden er grotendeels voor dat Avianca weer uit de problemen is. ‘Ik had gedacht dat het langer zou duren, maar in december was het acute financiële gevaar geweken.’

Onderliggende structuren aanpakken

Nu de grootste financiële problemen voorlopig verholpen zijn, wacht hem een andere grote taak: de cultuurtransformatie. ‘Het bedrijf is in de problemen gekomen door bepaalde dingen te doen, of juist te laten. Aan mij de taak om de onderliggende structuren te verbeteren.’

Communicatie speelt daarbij een hoofdrol. ‘Je moet met elkaar blijven praten en contact blijven houden. Dat zal voor sommigen tegen hun natuur in gaan, maar zo maak je óók problemen bespreekbaar.’

In zijn managementteam benadrukt Van der Werff graag dat kritiek en feedback nodig zijn. ‘Zolang het goed gebeurt, word je daar als team én als bedrijf echt beter van. Jaarlijks vervoeren we meer dan 30 miljoen passagiers. We kunnen niet met zijn allen moeilijke beslissingen uit de weg gaan en zaken onder het tapijt moffelen.’

Divers management

De diversiteit in zijn team maakt dat Van der Werff soms extra duidelijk moet zijn om de boodschap over te brengen. Een CFO uit Chili, een Chief Legal & People uit Brazilië, een COO uit Colombia en de CMO is een Spaanse: iedereen brengt zijn eigen ideeën mee. ‘Dat is vaak ontzettend fijn. Toen ik net binnenkwam, heb ik zeker de voordelen van een divers managementteam gezien. Je hebt verschillende invalshoeken om de tafel en neemt veel meer opties in overweging.’

Een CFO uit Chili, een Chief Legal & People uit Brazilië, een COO uit Colombia, en de CMO is een Spaanse

Tegelijkertijd is het soms lastig de neuzen allemaal dezelfde kant op te krijgen, met zoveel verschillende culturen. ‘Het is belangrijk dat ik als CEO duidelijk ben en zorg dat iedereen zich aan hetzelfde plan houdt.’

Het past goed bij zijn manier van leidinggeven. Hoewel hij al vijftien jaar niet meer in Nederland woont, ziet hij zichzelf steeds Nederlandser worden. ‘Ik ben heel menselijk en betrokken, maar tegelijkertijd ook heel duidelijk en transparant. Je weet precies wat je aan me hebt.’ Dat betekent open gesprekken, óók als de boodschap niet altijd even leuk is. ‘Als ik denk dat iets niet gaat werken en het bedrijf iemand anders nodig heeft, dan zal ik dat zeggen. Ook dat is volgens mij heel Nederlands’, lacht hij.

De juiste toon vinden, ondanks taalbarrière

Met de juiste toon vallen dat soort dingen wel te bespreken, maar dat was precies waar het Van der Werff aan ontbrak toen hij in 2014 naar Zuid-Amerika verhuisde: hij sprak geen Spaans. ‘Het Spaans kent achttien verschillende werkwoordsvormen om dingen zo voorzichtig of duidelijk mogelijk te zeggen. Toen ik de taal leerde, moest ik daar enorm mijn weg in vinden.’

Hij sprak weliswaar Italiaans, wat hielp bij het begrijpen van veel zaken. ‘Maar zodra ik moest spreken was het alsof je als driejarige een gesprek met volwassenen moet voeren. Je moet een team opbouwen, maar je kunt jezelf niet uitdrukken. De mensen die aan mij rapporteerden spraken wel Engels, maar in de lagen daaronder verdween dat al snel.’ Hij noemt het het moeilijkste jaar in zijn twintigjarige loopbaan.

Maar in Mexico wist Van der Werff met zijn openheid en onconventionele ideeën de organisatiecultuur binnen de luchtvaartmaatschappij te veranderen. Ook bedrijfsmatig maakte Van der Werff furore met de samenwerking tussen Aeromexico en het Amerikaanse Delta Air Lines, de eerste samenwerking tussen de twee landen die het mogelijk maakte om op veel meer bestemmingen te vliegen.

Terug naar Nederland?

Wat hem zwaar viel bij zijn vertrek bij Aeromexico, was de kritiek toen hij overstapte van de ene naar de andere grote luchtvaartmaatschappij in Zuid-Amerika. Mensen noemden het een kille carrièrestap. ‘Ik heb Mexico verlaten, omdat ik deze kans kreeg en gegrepen heb. Maar dat betekent niet dat het vertrek me in de koude kleren is gaan zitten. Ik had een ontzettend hechte band met m’n CEO daar, net als met veel andere collega’s.’

‘Mijn vertrek bij Aeromexico ging me niet in de koude kleren zitten’

Dat soort hechting zullen mensen die lange tijd in het buitenland hebben gewoond ook herkennen. ‘Hier wonen is super speciaal, je leert jezelf op een manier kennen die je in andere omgevingen niet snel zult hebben. Maar de andere kant is er ook: van de stapels papierwerk als je ergens aankomt, het telkens achterlaten van vrienden en familie. Je hecht je daardoor op een hele andere manier aan dingen die houvast geven, als je werk en je gezin.’

Het roept de vraag op wanneer het tijd zou zijn om terug te komen naar Nederland. ‘Na vijftien jaar moet ik voor mezelf erkennen dat dat misschien wel de volgende stap zou zijn. Als ik het idee heb dat ik Avianca met een gerust hart kan achterlaten, dan zou Nederland een volgende stap kunnen zijn.’

Economische en sociale impact

Mocht het zover komen, hoe zou hij dan willen dat werknemers hem zich herinneren? ‘Als iemand die meer is geweest dan alleen de CEO van de luchtvaartmaatschappij. Zuid-Amerikaanse landen zijn enorm in ontwikkeling, economisch en maatschappelijk. Als een behoorlijk grote werkgever in Colombia, weet ik dat we een grote rol kunnen spelen bij vooruitgang.’ Avianca heeft 21.000 medewerkers. ‘Tel daar familieleden en toeleveranciers bij op en je zit op zo’n 150.000 mensen waar we economische impact op maken.’

Hij zou graag een sportdag organiseren om gezondheid te benadrukken. ‘Maar ook actiever bezig zijn met inkomensongelijkheid.’ Het minimumloon, zo’n 400 dollar per maand, zou hij het liefst verdubbelen. ‘Het mag dan wel een ander welvaartsniveau zijn, van 400 dollar kun je niet bepaald fantastisch leven. Bovendien gaat het voor een heleboel mensen beter, maar we moeten niet vergeten dat er ook voor een hele grote groep weinig veranderd is. Ook voor die mensen moeten wij ons als bedrijf inzetten.’

Wat Van der Werff in ieder geval niet zal missen aan Zuid-Amerika, is de bekendheid die hij geniet als topman. ‘Soms loop ik over straat en maken mensen foto’s of willen ze een selfie met me’, zegt hij met enige verbazing in z’n stem. ‘Dan mis ik de Hollandse nuchterheid soms wel even.’