Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Witbier met 500 jaar historie

Een recept van ruim 500 jaar oud maakt Hoegaarden tot het best verkochte witbier in Nederland. Sinds enkele jaren is het Vlaamse biermerk onderdeel van Inbev, de grootste bierbrouwer ter wereld. Het traditionele Hoegaarden maakte onaangenaam kennis met de moderne managementwetten.

Sinds de introductie eind jaren tachtig in Nederland, is Hoegaarden een graag geziene gast op de duizenden terrassen die ons land rijk is. Samen met de fles rosé is het frisse witbiertje – geserveerd in het karakteristieke zeshoekige glas – tijdens een zwoele zomeravond niet aan te slepen. Hoegaarden staat voor veel mannen én vrouwen simpelweg synoniem voor het ultieme zomergevoel. Met of zonder schijfje citroen. Het is het gevoel waaraan de marketingmensen van eigenaar Inbev graag appelleren. Hoegaarden is door hen bestempeld als bier voor het ‘terrasmoment’, zoals dat zo fraai heet. De televisiecommercials zijn zonovergoten, brochureteksten reppen van de ‘perfecte dorstlesser’ en de promotieparasols zijn hemelsblauw gekleurd.

Boven Hoegaarden pakken zich de laatste maanden echter donkere wolken samen. Boven het plaatsje Hoegaarden welteverstaan. Want wat niet bij iedereen bekend is, het beroemde biermerk is genoemd naar een kleine Belgische plaats in Vlaams-Brabant, tussen Brussel en Luik. Het dorp Hoegaarden vierde dit jaar zijn 1025-jarig bestaan, maar van een feeststemming onder de zesduizend inwoners was nauwelijks sprake.

De festiviteiten werden overschaduwd door het besluit van de directie van Inbev om de productie van Hoegaarden te verplaatsen naar het naburige Leuven en Jupille-sur-Seuse, een gemeente in het gehate Wallonië. Voor het einde van dit kalenderjaar moet deze zogenaamde herstructureringsoperatie zijn definitieve beslag hebben gekregen. Het besluit van de hoofddirectie in Leuven, waar het internationale hoofdkantoor van Inbev zetelt, stuitte niet alleen op veel weerstand bij de brouwerijmedewerkers, maar zette ook kwaad bloed bij alle Hoegaardiers: gemeentebestuur en burgers. De woede resulteerde in korte werkonderbrekingen, handtekeningenacties en zelfs een stille tocht, met als voornaamste eis ‘Hoegaarden in Hoegaarden’.

Wereldwijde standaard
De protestacties waren tevergeefs, de hoge heren van Inbev zijn vastbesloten. Van de honderdtweeëntwintig vaste krachten die in Hoegaarden werkzaam zijn, verliest bijna de helft zijn baan. Het merendeel van deze mensen heeft binnen Inbev een andere baan gevonden.

De overigen blijven aan de slag in de bottelarij die zich aan de rand van het dorp bevindt of in het museum annex bezoekerscentrum, dat in het gebouw van de voormalige brouwerij aan de Stoopkenstraat zal worden ingericht. Maar belangrijker dan het verlies van arbeidsplaatsen is dat met de sluiting van de brouwerij een abrupt einde komt aan de eeuwenlange brouwgeschiedenis van bierdorp Hoegaarden (zie kader).

Op het Bredase hoofdkantoor van Inbev Nederland, honderddertig kilometer ten noordwesten van Hoegaarden, verdedigt René Bergmans het besluit van zijn werkgever. “De West-Europese biermarkt is de afgelopen jaren gedaald, óók in België. Inbev zal dus maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat we ook op de lange termijn onze marktpositie behouden én arbeidsplaatsen kunnen garanderen.” Bergmans, die in zijn functie van senior brandmanager onder meer verantwoordelijk is voor Hoegaarden in Nederland, heeft persoonlijk niets van doen gehad met de sluiting van de Hoegaardse brouwerij. Toch durft hij te beweren dat de zweem van nostalgie de beslissing er niet makkelijk op heeft gemaakt. “Alleen al door de naam is het bier zeer nauw verbonden met het dorp. Natuurlijk heeft dat meegespeeld in de overwegingen om de brouwerij wel of niet te sluiten. Maar de situatie was onhoudbaar, zo heb ik begrepen.”

De sluiting van de brouwerij in Hoegaarden is een gevolg van de strategie die volgens Bergmans is ingezet na de fusie in 2004 tussen het Belgische Interbrew en het Braziliaanse Ambev. “De afgelopen twee jaar is een duidelijk veranderingsproces gaande, waarbij veel verschillende brouwerijen en merken worden samengevoegd. Ook is er een bedrijfscultuurprogramma opgesteld om iedereen op één lijn te brengen: we moeten bij Inbev dezelfde taal gaan spreken, in dezelfde stijl gaan werken en dezelfde uitgangspunten en normen en waarden gaan hanteren. En een heel groot aantal processen is inmiddels gestandaardiseerd, bijvoorbeeld op het gebied van legal, marketing, sales en administratie. Dat is niet alleen efficiënt maar werkt ook prettig, zo is mijn ervaring.”

De internationale standaardisering moet leiden tot het ultieme doel: de beste bierbrouwer ter wereld worden. “We hebben in het verleden als Interbrew geventileerd dat we de grootste bierbrouwer wilden zijn. Qua volume zijn we dat inmiddels ook geworden. Maar hoewel schaalgrootte belangrijk is om te overleven en wereldwijd mee te blijven doen, voor de toekomst hebben wij onder de vlag van Inbev ingezet op het predikaat ‘beste bierbrouwer’. En daarvoor zijn die programma’s nu precies bedoeld. Zodat onze mensen in China dezelfde kwaliteit leveren als de medewerkers in de VS, Brazilië of Nederland.”

In Hoegaarden hebben ze geen boodschap aan de strategische toekomstargumenten van Inbev. In het aan de brouwerij grenzende restaurant ‘Kouterhof’ is de sfeer bedrukt. Een aantal brouwerijmedewerkers heeft hier zojuist genoten van een lunch met friet, mosselen én een glas Hoegaarden van de tap. Voor slechts 5 euro, de rest wordt bijgelegd door de baas. Dat nog wel. Veel willen ze niet kwijt over de aanstaande sluiting, maar hun gezichten spreken boekdelen. Vooral dat van de vrouw van middelbare leeftijd, die slechts kwijt wil dat zij binnenkort haar baan kwijt is. “Na zeventien jaar trouwe dienst is er simpelweg geen plaats meer voor me. Nee, zelfs niet in het museum. Tja, wat moet ik er verder van zeggen.”

De teneergeslagen ogende medewerkster is nog wel zo vriendelijk om bij haar meerderen, die een paar tafeltjes verderop zitten te lunchen, te informeren of een privébezichtiging van de brouwerij voor ons wellicht tot de mogelijkheden behoort. De toeristentoer–goed voor 40.000 bezoekers per jaar – behoort immers al enige tijd tot het verleden. Maar bezoek van de media wordt in Hoegaarden niet meer op prijs gesteld. Zoveel wordt duidelijk als ons, na een tijdje wachten bij de receptie, in vriendelijke Vlaamse bewoordingen te verstaan wordt gegeven dat de brouwerij voor ons verboden gebied is. Foto’s mogen wel worden genomen. Vanaf de straat.

Voor een kijkje in de keuken bij Hoegaarden zullen we nog een paar maanden moeten wachten. In de tussentijd zal de brouwerij worden gerenoveerd en omgetoverd tot een museum, of zoals de officiële benaming binnen Inbev luidt: ‘bezoekerscentrum’. Volgens een medewerker is het de bedoeling dat het een soort van bedevaartsoord wordt voor de witbierfanaat. “Alleen is het afwachten of het centrum een succes wordt. Voorheen kwamen ze georganiseerd met busladingen tegelijk naar Hoegaarden, straks zijn we afhankelijk van individuele bezoekers.”

In Breda gidst René Bergmans ons in kort tijdbestek door de geschiedenis van Hoegaarden. Het is volgens hem voor een groot deel te danken aan Pierre Celis, een oud-werknemer van een van de plaatselijke brouwerijen, dat we van het Hoegaardse witbier kunnen genieten. “Celis geloofde midden jaren zestig van de vorige eeuw heilig in een bierrecept uit 1445. Een uniek recept met ingrediënten als koriander en gedroogde sinaasappelschil. Bovendien wordt het bier hergegist in de fles of op het fust, wat Hoegaarden zijn typische, troebele kleur geeft.”

Doorslaand succes
Na de overname door Stella Artois in 1985 werd het biermerk uit de relatieve Vlaams-Babantse anonimiteit gehaald. “Vanaf het begin van de jaren negentig is Hoegaarden echt groot geworden, vooral in België, Nederland, Frankrijk en Engeland. Het succes in Nederland had twee belangrijke oorzaken.

Ten eerste was Hoegaarden in die tijd uniek, er waren niet of nauwelijks speciaalbieren op de markt. Nu is het aanbod veel groter en gevarieerder. Ook wat betreft andere dranken dan bier. Verder hebben we in die periode heel veel reclame gemaakt voor het merk. Een bekend voorbeeld is de viltjesactie met leuke teksten op de achterkant. Mensen konden ook hun eigen tekst insturen. Dat was een doorslaand succes.”

En zo kwam het dat Nederland ineens massaal achter een glas Hoegaarden zat. Al moeten de hoeveelheden witbier niet worden overschat. Bergmans: “In Nederland praat je over nog geen procent marktaandeel. De markt is hier voornamelijk pilsgedreven, meer dan 90 procent van de markt is in handen van pils. Speciaalbier is een relatief kleine markt in Nederland. Ter vergelijking: in België heeft het segment een marktaandeel van 25 procent. Maar op die kleine Nederlandse markt heeft Hoegaarden mooi wel een aandeel van 60 procent in thuisconsumptie.”

Het is de vraag of Hoegaarden dit aanzienlijke marktaandeel zal weten te handhaven. De prioriteit van Inbev ligt in de komende jaren bij Leffe, het andere succesnummer uit de portfolio speciaalbieren.

“Leffe wordt het internationale speerpunt van ons speciaalbiersegment. Het merk zal meer geactiveerd worden dan Hoegaarden, wat simpelweg betekent dat het in meer landen verkrijgbaar zal zijn. Leffe heeft meer potentie om uit te groeien tot een wereldmerk. Onder de Leffe-paraplu kunnen we namelijk meer productvarianten op de markt brengen. Dat is bij een witbier als Hoegaarden minder logisch, dus moeilijker,” legt Bergmans uit.
De aandacht voor Leffe ten spijt, blijft Hoegaarden volgens Bergmans een belangrijk onderdeel vormen van het bierportfolio van Inbev in Nederland. “Elk bier kent bij ons zijn eigen moment. En Leffe drink je in onze beleving rustig binnen, Hoegaarden gezellig buiten. Onze terrassen zullen blauw blijven kleuren.”

Ook in de ons omringende landen zal niet veel veranderen, West-Europa blijft wat Hoegaarden betreft een belangrijke markt voor Inbev. Met uitzondering van Duitsland, bierland bij uitstek. “Duitsers drinken liever Weizenbier. En hoewel veel mensen denken dat ons witbier een letterlijke vertaling is, is niets minder waar. “Nee, De Duitse markt kan voor witbier dus gerust worden bestempeld als een kansloze missie.

Even kansloos waren de pogingen van de Hoegaardiers om de productie van hún witbier voor het dorp te behouden. De koperen brouwketel op de rotonde bij de ingang van het dorp zal binnen afzienbare tijd niet meer dan een fraaie herinnering zijn aan vervlogen tijden. En juist daarom een foto meer dan waard. Tijdens de fotosessie rijdt toevallig de brouwerijmedewerkster van middelbare leeftijd langs.

Tot haar grote verbazing verneemt ze dat wij, op last van het hoofdkantoor, niet zijn toegelaten tot de brouwerij. Haar schampere lach is alleszeggend: het komt nooit meer goed tussen Inbev en Hoegaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Het bierdorp en het wereldconcern
Hoegaarden staat in België bekend als het ‘bierdorp’. En dat is niet verwonderlijk. Op het hoogtepunt zijn in het Brabantse dorp liefst 38 brouwerijen tegelijkertijd actief. In totaal heeft Hoegaarden sinds het begin van de 14de eeuw aan meer dan honderd brouwerijen onderdak geboden. Binnenkort komt er aan deze lange traditie echter een eind wanneer brouwerij ‘De Kluis’, producent van speciaalbieren als Hoegaarden Wit, Hoegaarden Grand Cru en Verboden Vrucht, definitief de deuren sluit. De productie van de onder bierliefhebbers befaamde gerstenatten wordt overgebracht naar een moderne brouwerij vlakbij Luik, waar in grote hoeveelheden het consumentenpils Jupiler wordt gebrouwen.

De Kluis wordt in 1966 gesticht door Pierre Celis, een lokale brouwmeester die uit liefde voor het witbier de brouwtraditie in Hoegaarden wil laten voortbestaan. Een paar jaar daarvoor heeft de laatste ambachtelijke brouwerij, Tomsin, zijn deuren gesloten. Celis gaat op zijn zolder aan de slag met een recept uit 1445 en geeft het witbier de naam ‘Hoegaarden’. Met veel liefde en toewijding maakt hij het biermerk tot een dermate succes dat hij zijn zolderkamer kan verruilen voor een oud fabriekspand in het centrum van Hoegaarden; brouwerij ‘De Kluis’ is geboren. Maar midden jaren tachtig slaat voor Celis het noodlot toe, als een felle brand zijn brouwerij volledig in de as legt.

Na de wederopbouw ziet Celis zich door geldnood gedwongen de brouwerij, met inbegrip van zijn biermerken, in 1985 te verkopen aan brouwerij Stella Artois. Twee jaar later wordt deze middelgrote speler op de internationale biermarkt, na een fusie met Piedboeuf, omgedoopt in Interbrew. Tegelijkertijd worden de ambities flink opgeschroefd en in de decennia die volgen, doet Interbrew de ene na de andere binnen- en buitenlandse overname. Ook Nederlandse bierbrouwers vallen ten prooi aan de groeiambities van Interbrew. Zo worden onder meer Hertog Jan en Dommelsch ingelijfd.

In 2004 beleeft Interbrew zijn voorlopige hoogtepunt wanneer het door een fusie met het Braziliaanse Ambev in één klap uitgroeit tot de grootste bierbrouwerij van de wereld. De portfolio beslaat in totaal zo’n tweehonderdvijftig biermerken. Onder de nieuwe naam Inbev wordt jaarlijks circa 190 miljoen hectoliter bier geproduceerd. Dit is ruim 40 miljoen hectoliter meer dan het Amerikaanse Anheuser-Busch, de eigenaar van Budweiser, het grootste biermerk ter wereld. Heineken verkoopt jaarlijks ‘slechts’ een kleine 120 miljoen hectoliter bier.

Weizenbier versus witbier
Hoewel beide bieren tarwebieren zijn, bestaan er grote verschillen tussen het Duitse Weizenbier en het Belgische witbier. ‘Weizen’ betekent letterlijk tarwe. Weizenbier moet dan ook minimaal 50 procent tarwemout bevatten, waardoor het een extra volle schuimkraag krijgt. Het Duitse bier mag op grond van het ‘Reinheits-gebot’ geen andere grondstoffen bevatten dan graansoorten, water en hop. Het troebele bier is bleekgeel tot blond van kleur en het heeft een frisse, lichtzurige en volmondige smaak.
Het Belgische ‘wit’ slaat op de kleur van het bier. In België wordt het witbier gebrouwen van ongemoute tarwe, waaraan wel ingrediënten mogen worden toegevoegd, zoals koriander en sinaasappelschillen. Het troebele Belgische witbier bevat minder tarwe dan de Duitse Weizenbier en is zoetzurig en kruidig van smaak.