De huidige inspanningen voor een betere in- en doorstroom van allochtonen zijn een farce.
Dat concludeert sociaal wetenschapper Juliette Schaafsma van de Universiteit van Tilburg in haar promotieonderzoek, waarvoor vijftien bedrijven werden doorgelicht.
Het proefschrift is uitgesproken negatief over het diversiteitsbeleid van de afgelopen jaren. Is alles voor niks geweest? “Bij zes van de vijftien bedrijven, die een officieel doelgroepenbeleid hebben, blijkt dat de afstand tussen autochtone en allochtone werknemers juist wordt vergroot,” concludeert Schaafsma. “De voorkeursbehandeling werkt averechts; vooroordelen worden bevestigd met alle gevolgen vandien. Maar achteraf is het natuurlijk makkelijk praten.”
Maatregelen zoals een loopbaantraject voor allochtonen versterken het wij-zij-gevoel, zegt Schaafsma. “De angst voor een voorkeursbehandeling van de ander is groot. Kinderachtig? Ik zie het als een natuurlijk verschijnsel. Mensen in groepen zijn altijd bang om uitgesloten te worden. Het grappige is dat de percentages allochtonen en autochtonen die menen ’dat de ander meer mag’ gelijk zijn.”
Moet de zaken voortaan maar op z’n beloop worden gelaten? “Nee, nee dat niet. Dan zou ik ontkennen dat allochtonen problemen hebben op de arbeidsmarkt. Dat is wat al te gemakkelijk. Iedereen heeft vooroordelen; werkgevers dus ook. Voor jongeren van buitenlandse komaf is het nog altijd moeilijk om een stageplek te vinden. Het zou daarom goed zijn als die werkgevers zich meer gingen verdiepen in het fenomeen vooroordelen, in plaats van een cursus interculturele communicatie te volgen, die de onderlinge verschillen slechts benadrukt.”
(Trouw)



