Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Test: Opel Ampera

Hét nadeel van elektrisch rijden is de beperkte actieradius. Opel lost dat op met een range extender, een benzinemotor die inschakelt zodra de accu's leeg raken. TechBusiness waagde zich aan een testrit met de Ampera.

Toevallig waren we de dag tevoren net met de neus op de feiten gedrukt. Een auto op batterijen heeft een beperkte actieradius, en het is altijd een verrassing wanneer de accu's leegraken. General Motors heeft daar iets op gevonden: de elektrisch aangedreven Chevrolet Volt, die als zijn accu's na een kilometer of 60 leeg zijn een verbrandingsmotor plus generator inschakelt om de elektromotor van prik te voorzien.

CO2: 40 g/km

Opel boft maar, dat het als GM-dochter de Volt in Europa mag uitbrengen als Opel Ampera. Want het concept van de EREV, de Electric Range Extended Vehicle dat GM al in 2007 lanceerde klinkt omslachtig, maar werkt na jaren van r&d in de praktijk prima. En – op papier – zijn de cijfers indrukwekkend: een CO2-uitstoot van 40 gram per kilometer, bij een actieradius van desnoods 560 kilometer. Dat is minder dan de helft van een Prius!

Chevrolet Volt 2.0

Hoe rijdt zo'n elektrische gezinswagen met hulpmotor? TechBusiness kreeg de kans om met het enige rijdende prototype Ampera ter wereld een blokje om te gaan. Het is nog steeds een Volt, maar van binnen en buiten gaat hij inmiddels gekleed als een Opel. Een vierzitter, want het lithium-ion accupakket loopt door een middentunnel tussen de twee achterzetels. In ruil daarvoor is de bagageruimte grotendeels behouden gebleven. Al met al is de leefomgeving vergelijkbaar met die van de Astra. 

Lithium-ion

Maar dan het rijden. Voor de fijnproevers: de 370 Nm aan koppel komt bij de 111 kW krachtige elektromotor vanaf de start vrij. Dat geeft hem vooral tot 50 kilometer het karakter van een krachtige diesel: je wordt zonder veel omhaal gelanceerd, in een auto die toch 1800 kilo weegt door de extra elektromotor en 200 kilo aan lithium-ion accu's. Schakelen hoeft niet, weer zo'n aardige bijkomstigheid van elektrokarren. Tot 160 kilometer per uur, daar is de top op begrensd omdat volgens GM sneller té inefficiënt zou zijn, blijft de Ampera comfortabel en hoor je alleen banden- en windgeruis. 

Doodnormale benzinemotor

Opel had ervoor gezorgd dat  er maar voor een paar kilometer stroom in de accu's zat, zodat de wagen snel zijn range extender kon bijschakelen. Aan het rijden verandert dat niets: de aandrijving blijft strikt elektrisch, aan vermogen lever je niets in. Pas zodra je dat volle vermogen ook vraagt, hoor je ergens ver weg de doodnormale 1,4 liter benzinemotor toeren maken. Een toerental dat verder weinig te maken heeft met de stand van het gaspedaal, vandaar dat het maar goed is dat je de motor nauwelijks hoort; 'op gehoor rijden' laat de Ampera niet toe.

Goed alternatief

De Ampera rijdt dus prima. Dankzij zijn range extender hoef je nooit stil komen te staan, wat hem een zinvol alternatief maakt voor een pure batterijwagenn als de Nissan Leaf of de Mitsubishi iMiEV. Maar hoe zit dat nou met die uitstoot? Opel heeft die laten testen volgens een officiële voor zijn nieuwe categorie aangepaste cyclus, waarin de Ampera 11 kilometer rijdt op stroom, en nog eens 11 kilometer met de benzinemotor in bedrijf. De uitkomsten zijn versleuteld tot een gemiddelde waarde van 1,6 liter per 100 kilometer.

170 g/km

Wie zijn electro-Opel nooit aan het stopcontact laat lurken, zal minimaal uitkomen rond de 7 liter ofwel 170 g/km (de Opel-ingenieurs doen net of ze geen idee hebben wat hun 1.4-tje verbruikt inclusief de extra ballast en het rendementsverlies van de elektromotor). In de praktijk rijdt tachtig procent van het publiek minder dan 50 kilometer per dag. Zeker als de baas een stopcontact fourneert, hoeft het benzineaggregraat dus alleen aan tjidens weekendritjes naar oma.

Opel Ampera niche?

Opel maakt nog geen prijzen bekend, wel dat het de Ampera eind 2011 kan leveren. Afhankelijk van de fiscale stimuli denkt het er honderden tot duizenden af te kunnen zetten in 2012. "Dat zal aanvankelijk vooral bij overheden, energiemaatschappijen en andere bedrijven zijn," zegt Opel-directeur Freddy de Mulder. "Maar ook early adopters; deze auto kan je op rationele gronden kopen, maar emotie speelt ook een rol." De Ampera is wat hem betreft geen niche-product, al zal het nog lang duren voordat de Astra zich zorgen moet gaan maken. 

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Bijtelling

De prijs zou kunnen uitkomen ergens tussen de 35 en 40 mille. Dat maakt hem 10 mille duurder dan een 'vergelijkbare' Astra, een bedrag dat via de minimale brandstofkosten (in theorie 2 cent per kilometer voor wie het elektrisch houdt) pas na een ton aan kilometers valt terug te verdienen. Opel belooft gelijke onderhoudskosten, maar verzekeringspremies en natuurlijk restwaarde zijn nog onzeker. En daarom moet de overheid te hulp snellen: een lagere bijtelling, geen houderschapsbelasting of nog liever, zoals in Amsterdam, een aanschafsubsidie kunnen het omslagpunt flink omlaag dringen.


MT houdt u met de online autospecial op de hoogte van de nieuwste trends. De laatste recensies, informatie over het groene rijden, de auto van de toekomst en verhalen over de autoindustrie, leest u op MT.nl

Week van het Praatje: ook lastige onderwerpen worden steeds minder op de werkvloer besproken

Praten over koetjes en kalfjes wordt steeds meer een uitdaging. Het is nog veel lastiger om op de werkvloer over geld, fouten, macht of risico's te praten. Harvard-docent Christina Wing legt uit hoe managers de angst kunnen verkleinen, fouten bespreekbaar kunnen maken en moeilijke gesprekken goed kunnen voorbereiden en afsluiten.

moeilijke-gesprekken
Foto: Getty Images

Tot en met 16 oktober loopt de Week van het Praatje in Nederland. Daarbij ligt de focus op de kleine praatjes over het weer of over de hond. Dat spontane geklets met onbekenden blijkt al een uitdaging te worden. Scrollen op je smartphone is veel gemakkelijker, en zo weet big tech onze aandacht voortdurend te kapen.

Als we al niet meer kunnen praten over koetjes en kalfjes, hoe staat het dan met het bespreken van de veel gevoeligere onderwerpen op de werkvloer? Bijvoorbeeld geld, macht, risico’s, fouten en falen, of ontslag. De gesprekken die ongemakkelijk voelen, voorbarig, onbeleefd of opdringerig.

Ook die gesprekken worden volgens Christina Wing steeds minder gevoerd. Dat merkt ze bij haar studenten en in de boardrooms van bedrijven die ze begeleidt. Wing is universitair hoofddocent aan Harvard Business School en adviseert via haar eigen bedrijf Wingspan Legacy Partners founders en familiebedrijven. Bovendien is ze een gewild spreker over leiderschap en het aangaan van moeilijke gesprekken.

Onder de oppervlakte

Over dat laatste heeft ze net een praktisch boek geschreven: Unspeakable. Dat komt binnenkort uit. Het aantal onderwerpen dat taboe is, neemt alleen maar toe, signaleert Wing. Zo wordt het steeds stiller op de werkvloer: zwijgen is steeds vaker de veilige optie.

Alleen lost het vermijden van moeilijke gesprekken niks op. Wat onder de oppervlakte blijft, ettert namelijk door. Het beïnvloedt beslissingen en resultaten, ondermijnt vertrouwen en maakt relaties en zelfs bedrijven kapot.

Voor MT/Sprout kijken we wat managers hieraan kunnen doen. Bij het bespreken van lastige onderwerpen spelen zij namelijk een cruciale rol, vindt Wing: bij het managen van angst, het bespreken van fouten en het voorbereiden en het afsluiten van moeilijke gesprekken.

# Bij het managen van angst

Voor Wing is angst de meest onderschatte drijvende kracht achter het gedrag op de werkvloer. De angst om bestraft te worden, om minder capabel over te komen, kleur te moeten bekennen of in conflict te raken.

De signalen voor angst zijn duidelijk: mensen geven geen feedback meer, maar gaan akkoord. Ze zeggen niets over mogelijke risico’s, problemen en fouten worden weggemoffeld, informatie wordt zorgvuldig gefilterd en wat er wordt gezegd, wordt vaag gehouden. Al die zelfbescherming gaat ten koste van inzichten, innovatie, leren, verbeteren en groeien.

‘We omschrijven stilzwijgen vaak als voorzichtigheid, het uit de weg gaan van conflicten als geduld en meegaandheid als professionaliteit. Maar achter deze labels schuilt vaak angst als de werkelijke drijfveer.’

Leiderschap is dan ook niet langer management by fear, het is ‘het managen van angst’, vindt Wing. ‘Leiderschap gaat over manieren vinden om mensen zich meer op hun gemak te laten voelen in omgevingen met conflicten en onzekerheid.’

Lees ook: Fobo op de werkvloer neemt toe, en onder die angst lijdt het hele bedrijf

Stel deze vraag

Hoe help je je mensen om zich uit te spreken over lastige onderwerpen? Wat je kunt doen als leider, is na elke vergadering de vraag stellen: waar hebben we het vandaag niet over gehad, maar zouden we het eigenlijk wel over moeten hebben?

Als iemand daarop reageert, dan luister je. Je vat kort samen wat er is gezegd. Je bedankt hem of haar ten overstaan van de groep. Je reageert ook op de suggestie, bijvoorbeeld met een kleine aanpassing van een proces dat iedereen vervelend vindt.

Blijf die vraag herhalen, voorkom dat je een defensieve houding aanneemt, label die persoon niet als ‘moeilijk’ en laat je niet verleiden tot subtiele represailles, zoals iemand niet meer uitnodigen voor een vergadering.

Het kost tijd om dat vertrouwen op te bouwen, weet Wing. Maar wanneer je de persoonlijke risico’s van het uitspreken van eigen meningen vermindert, ontsluit je de collectieve intelligentie, moed en energie die je organisatie nodig heeft om te groeien.

# Bij het bespreken van fouten

Wing vraagt elke maandag aan haar medewerkers wat ze de afgelopen week fout hebben gedaan en wat ze ervan geleerd hebben. En of er iets veranderd moet worden in de processen of organisatie om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Zelf probeert ze ervoor te zorgen dat ze meer fouten toegeeft dan de anderen.

Fouten veeg je het liefst onder het tapijt, en dat is menselijk. Iedereen maakt fouten, dat is het probleem niet. Het gaat erom wat je daarna doet. De grootste fout die je kunt maken, geeft Wing aan, is uitstellen.

Je geeft je fouten niet toe uit schaamte, uit angst voor barstjes in je ego. Je denkt misschien dat je niet betrapt zult worden, of dat je door je fout toe te geven je positie verzwakt. Dat is niet zo, geeft ze aan, maar je hebt wel wat moed nodig voor toegeven en excuses maken.

Het is het waard, want daarvoor word je ook beloond. ‘Met authentieke momenten die vertrouwen opbouwen en de band tussen mensen versterken.’

Zo zeg je echt sorry

Hoe langer je wacht met je verontschuldiging, hoe minder waarde je woorden zullen hebben. Doe je het snel en uit eigen beweging, dan wordt dat als veel oprechter beschouwd. ‘Dat is het moment waarop mensen geloven dat het je iets kan schelen.’ Blijf je het maar uitstellen, dan ondermijn je het vertrouwen en wordt het alleen maar moeilijker om dat weer op te bouwen.

Sorry zeggen is niet genoeg. Een oprecht excuus bestaat uit drie onderdelen: benoemen wat je verkeerd hebt gedaan, erkennen dat je de ander schade hebt toegebracht en uitleggen hoe je de fout rechtzet en herhaling voorkomt. ‘Als je een van deze onderdelen overslaat, ben je je niet aan het verontschuldigen, dan ben je behendig aan het schipperen.’

Lees ook: Leiders falen niet door weerstand, maar door bevestiging

# Bij de voorbereiding

Je kunt niet alles in de groep gooien. Je zult individueel ook lastige gesprekken moeten voeren. Je kunt niet iedereen promotie geven, je zult mensen moeten ontslaan, je krijgt te maken met conflicten, verslavingen, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, noem maar op.

Vergis je niet: een gesprek met iemand voeren over een gevoelig onderwerp is een vaardigheid op zich. Je kunt dat wel degelijk leren.

Eén van de eerste stappen die Wing aanraadt, is een goede voorbereiding. Je moet weten wat voor gesprek je wilt voeren. Wil je in dialoog gaan, of wordt het een monoloog waarin een al genomen beslissing wordt meegedeeld. Zoek je overeenstemming, een compromis of een gezamenlijke oplossing?

Oefen scenario’s

Als je weet wat het doel is, overval mensen dan niet met zo’n gesprek. Begin er niet over bij de koffieautomaat of op de gang. Maak een afspraak, laat de ander weten waar het over zal gaan, zonder al te veel in details te gaan. Dat vastleggen heeft nog een ander voordeel: je wordt gedwongen om dit gesprek door te zetten.

Oefen het gesprek van tevoren met een rollenspel. Je loopt er vast al een tijdje mee rond, geeft Wing aan. Je hebt ongetwijfeld het script in je hoofd en allerlei aannames gemaakt over hoe de ander zal reageren. Als het gesprek toch heel anders verloopt, sta je zo met je mond vol tanden.

Dankzij dat oefenen krijg je meer reacties en scenario’s aangereikt. Bovendien kom je erachter hoe en wanneer je eigen emoties naar boven komen. Ook daar kun je je dan op voorbereiden. Zo maak je het uiteindelijke gesprek gemakkelijker voor jezelf.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

# Bij het afsluiten

Lastige onderwerpen verdwijnen meestal niet na één gesprek. Als leider zorg je ook voor een vervolg. ‘Het zal je verbazen hoe vaak de meningen over wat er besproken is achteraf verschillen’, schrijft Wing. Daarom raadt ze aan om toch het een en ander op papier te zetten: een korte samenvatting en de volgende stappen.

Het onderwerp waarover jullie praten is per definitie voor een van jullie of voor jullie beiden ongemakkelijk. ‘Zelfs als het openlijk bespreken de situatie heeft verbeterd, is het menselijk om te willen dat de bron van dat ongemak op magische wijze verdwijnt.’ Geen vervolgafspraken maken, is ook een manier om dat te doen.

Lukt dat allemaal niet omdat de emoties te hoog op zijn gelopen, probeer dan in ieder geval samen een nieuwe datum te prikken. Zijn de gesprekken afgerond, bekijk dan toch na een maand hoe het gaat. Welke afspraken lopen goed, wat is er nog niet opgelost?

Genoeg over de theorie nu. Knoop dat gesprek aan, want ‘als je niets zegt, verandert er niets’.

Lees ook: AI verandert meer dan de manier van werken: ook de relaties met collega’s gaan eraan